Slapende boeddha’s wakker maken (12)

“Dag China, tot ziens”, 19-delig reisverhaal, geschreven door Ilona

1. Chinezen zijn erg schoon op zichzelf

Beijing, 1 april 2011

Na een vliegreis naar het verre oosten heb je een nachtje geskipt. Gelukkig staan in Beijing Airport de taxichauffeurs in elk geval meteen voor de toeristen klaar. We stappen in, na de koffers in de kofferbak te hebben gestouwd. Andere taxi’s staan te dringen en mijn man, aan de achterkant van de taxi, zegt:  ‘Ga maar gewoon voorin zitten.”

‘Niet op reageren Lena, je doet gewoon of je neus bloedt’

Eenmaal op weg zet de chauffeur de meter aan: 10 yuan (1 yuan = 11 eurocent).  Na tien minuten pakt hij een aftands mobieltje en tikt in: 200. Hij wijst met z’n vinger op de meter met een afkeurend hoofdschudden.  ‘Niet op reageren Lena, je doet gewoon of je neus bloedt’,  klinkt het vanaf de achterbank. De chauffeur praat en praat en Joost mag weten waar dat over gaat.

Ik kijk zo onnozel als maar kan, hetgeen me niet moeilijk valt op dit moment. Dan tikt-ie 180 in. ‘Hou de meter in de gaten en niet reageren’, hoor ik. Ik staar de taxichauffeur wat aan en voel me ongemakkelijk. Wacht maar tot we bij het hotel zijn, denk ik, we kunnen toch niks anders doen dan de rit uitzitten.

De taxichauffeur is in het trotse bezit van een smoezelig leren jack. Dat wordt om de vijf minuten driftig afgeklopt. Ondertussen wordt het raampje regelmatig opengedraaid om het uiteindelijke resultaat van een lastig op te rakelen rochel uit te laten.

Het is nog een hele kunst de rochel nétjes te deponeren.

Overigens, om er maar lekker vanaf te zijn: het is nog een hele kunst de rochel nétjes te deponeren. Zo zagen wij in een theehuis een jongeman naar achteren snellen en in het voorbijgaan met een snelle hoofdzwenk zijn product in de kwispedoor mikken.  Bij anderen, op straat, metro, etc. zag ik het ook. Met het achterste van hun tong, inclusief het geluid wat erbij hoorde. Ik heb daar veel baat bij gehad, gezien ik bij het begin van de laatste  week van onze trip een acute bronchitis opliep. Smog? In elk geval heerste er een, voor ons waarschijnlijk onbekend, virus. Beiden werden we verkouden.  Zo heb ik wel geleerd dat het, volgens de Chinezen althans, beter is om de rotzooi weg te gooien. Netjes toch.

Als dat gebeurd is, worden de lastige puisten uitgeknepen

Tijdens het rijden krabt de chauffeur luidruchtig het hoofd. Als dat gebeurd is, worden de lastige puisten uitgeknepen. Als we dichter bij het centrum komen, staan de stoplichten  langdurig op rood. Hier gaat het portier open alwaar het jack nogmaals, maar nu grondiger, geheel wordt uitgeklopt. Het afval van hoofd en wang, inmiddels verzameld in de lange pinknagel, wordt er hier secuur uitgepoeierd; Chinezen zijn erg schoon op zichzelf.

Na een rit van 45 km komen we aan bij het hotel en wijst mijn man op de teller: 107 yuan. Daar komt nog 10 yuan bij voor de tol.  Wij zijn blij dat we er zijn, én de taxichauffeur is erg tevreden met 150 yuan (16,50 euro).

2. I’m the best! Sir!

Beijing, 2 april 2011

Vanaf ons hotel is het ongeveer 2 kilometer lopen naar het Plein van de Hemelse Vrede (Tiananmenplein). Riksjafietsers willen ons heel graag vervoeren, maar we lopen liever. Lopend vallen je meer dingen op.

2.1

2.2In de volgende brede en drukke straat met veel autoverkeer wandelen we langs een  lange muur met hier en daar een rond gat erin, als een kijkdoos.

Daarachter verscholen staan vervallen huisjes die nog enigszins rechtovereind staan tussen het puin. Deze mensen zijn dus niet ontzet tijdens de ‘schoonmaakacties’ voor de Olympische Spelen. Of er verder iets voor ze gedaan wordt weten we niet. Misschien moeten ze wachten tot er voor hen een woonplek is in een van de immens vele, heel hoge torenflats die in groot tempo de grond uitrijzen aan de buitenkant van Beijing, langs de snelwegen.

2.3Iedereen herinnert zich de studentenprotesten nog wel in 1989, tegen de Communistische Partij. Daar zijn we dan, op het Tiananmenplein.

Vreemd idee dat we hier lopen; wat altijd zo ver weg was is het hier en nu. Het leven gaat vrolijk door, alsof er nooit iets gebeurd is.

2.4De mensen zijn elkaar druk aan het fotograferen met als achtergrond het mausoleum van Mao. Meisjes vragen of wij hen willen fotograferen, maar de bedoeling is meer dat zij ons willen fotograferen. Natuurlijk! Mogen wij ook een foto van jullie maken?

Telkens schieten mensen met kaartjes ons aan voor een excursie naar The Wall. Allemaal hebben ze een voordelige aanbieding. We wimpelen ze vriendelijk af. Of we wel een kaartje mee willen nemen in geval wij ons bedenken.

Als we maar weten dat zij de goedkoopste is en dat we in geen geval een andere company moeten nemen.

Bij de zoveelste aanbieding van een meisje pakt mijn man, Gijsbert, de hele stapel kaartjes en begint ze uit te tellen. Ze schiet in de lach. Als we maar weten dat zij de goedkoopste is en dat we in geen geval een andere company moeten nemen. Zij is namelijk de manager zelf van haar onderneming.

2.5We gaan de voetgangerstunnel door, langs de beveiliging, de tassen en jassen door de scanner, en we schuifelen naar de Verboden Stad.

Het is zeer indrukwekkend, mooi en vooral groot. Achter elke poort is weer een ander plein met een poort. Zware, rode deuren met koperen knoppen dien je aan te raken voor een lang en gelukkig leven. Toegangstrappen leiden je naar elk paviljoen, met elk hun grote plein. Die vele trappen hebben Gijsbert z’n ouwe kniekwaal terugbezorgd, maar daarover later meer (tenminste… over de zorgverlening in het ziekenhuis).

2.6Voor ieder paviljoen staan twee leeuwen, van steen of brons. De leeuw met een bol onder de klauw (voorspoed en macht), de leeuwin met een welp (zorgzaamheid). Ook de leeuwin heeft manen.

2.7Heel veel paviljoens;  er lijkt geen einde aan te komen en we besluiten de Westwing te bezoeken die kleiner is en er heel idyllisch uitziet. Het zijn de verblijven geweest van de keizerlijke familie en concubines.

Schitterende slaapvertrekken

A place to be. Dan realiseer je je dat je in het verre China bent.

Het lukt niet altijd een foto zonder mensen te maken. Plots duikt er iemand op voor de lens …

2.9mannetje

Achter het hele complex van de Verboden Stad, aan de noordkant, ligt een onbeschrijflijk mooie tuin. Je weet niet wat je ziet als je de tuin betreedt met de grillige rotsmuren, de vele bomen, planten en paviljoens.

2.10

Sprookjes bestaan niet, zeggen ze. Dit is werkelijkheid en dat is nauwelijks te geloven.

2.13Oude bomen van honderden jaren oud, met vreemd gevormde stammen, worden met stalen steunen overeind gehouden ter bescherming van de bomen zelf. Maar ook ter bescherming van de vele prachtige paviljoens.  Al dwalende door deze stad bedenk je je dat de keizer al dit moois voor zichzelf wilde houden. Rijkdom kon werkelijk niet op.

You are going to see very many happy people.”

En het zien van deze schoonheid is ontroerend. Daags voordat  we vertrokken vertelde een Chinese collega van Gijsbert aan hem: “You are going to see very many happy people.” Wij kijken elkaar aan. Niet alleen gelukkige Chinese mensen. En dit is nog maar dag één.

2.14
Fragment van een plafond

2.15Nieuwsgierig Aagje, bij de ingang van de tuin, vindt ons heel interessant en wij mogen een foto van haar maken. Ik dacht dat we in China meer jongetjes dan meisjes aan zouden treffen omdat de verhalen rond het éénkind-beleid ons deden geloven dat meisjes niet veel waard waren voor hun ouders en dus werden omgebracht bij de geboorte. Er waren opvallend meer meisjes dan jongetjes te zien. Altijd als kleine prinsesjes aangekleed.

Op de terugweg, op het Tiananmenplein klampt een jong stelletje ons aan. We weten uit de reisgids dat jonge mensen graag met je praten om hun Engels te oefenen. Ze stellen dan best directe vragen, zoals “waar kom je vandaan? Hoe oud ben je? Hoeveel kinderen heb je? Hoeveel is je salaris?”

Dit stelletje is het te doen om je mee te tronen naar een rustig restaurantje waarvan zij weten dat het daar heel goed en goedkoop is. Wij bedanken voor de eer.

Dan komt er een  meisje op ons af. Zij herkent ons niet (??). We hebben geen westerling gezien. Maar Gijsbert herkent haar wel. “Jij natuurlijk wel,” zeg ik, “maar hoe?”  “Aan die pukkel op d’r lip.”

“Sir, do you like an excursion to The Wall?”

“Sir, do you like an excursion to The Wall?” Gijsbert tast in zijn jaszak en daar komt het stapeltje kaartjes weer tevoorschijn. Hij pakt die van haar: “Yes! That’s me. Give me one of the cards, or no: give me the others. I’m the best! Sir!”

2.16

3. Televisiekijken in een land waar je niets verstaat

Als je ruim drie weken door China reist, ontkom je niet aan de televisie. Na een lange dag met veel lopen, reizen en vol van nieuwe indrukken, ben je ‘s avonds bekaf. Na een uitgebreid diner rest er meestal weinig meer dan naar je hotelkamer te gaan, een slaapmutsje te nemen, een beetje tv-kijken en dan vroeg gaan slapen. Iedere hotelkamer die we hebben gehad was voorzien van een flatscreen.

China is een groot land en heeft dus heel veel tv-zenders. In bijna alle hotels zijn tachtig tot negentig kanalen geprogrammeerd op centrale en regionale zenders. De Chinese televisie is een staatsapparaat.

De centrale omroeporganisatie is de CCTV die gehuisvest is in Beijing in het kunstwerk van Rem Koolhaas. Het wereldberoemde gebouw wordt ontsierd door een grote schotelantenne en staat half verscholen tussen de tweemaal zo hoge kantoorflats ernaast, zodat het vanaf de ringweg nauwelijks opvalt. CCTV zendt vijftien programmakanalen uit. Daarnaast is er een dubbel aantal regionale kanalen te ontvangen.

Tv-kijken in een land waar je niets verstaat en niets kan lezen, heb je daar wel wat aan?

Maar, tv-kijken in een land waar je niets verstaat en niets kan lezen, heb je daar wel wat aan? Natuurlijk is er niets te begrijpen van wat er gezegd wordt, maar uit de foto’s, decors en formats kan je wel een beetje opmaken wat voor soort programma het is en soms waar het om draait.

De foto’s uit Libië die op de achtergrond van het nieuwsbulletin getoond werden, waren dezelfde plaatjes die we de afgelopen weken op het NOS-journaal gezien hebben, dus lijkt de status quo nog steeds dezelfde. De jonge aardbeienplantjes die gekoesterd worden door mannen en vrouwen in uniform, de noeste arbeid van de soldaten die een slootje graven om de plantjes te bewateren en de blije boerengezichten illustreren een bericht over hoe het leger de plattelanders helpt bij het opzetten van nieuwe landbouwmethodes. Propaganda is uiteraard zelfs voor doofstommen (bv. toeristen zoals wij) te volgen.

Net als  CCTV 1, dat het officiële nieuws- en voorlichtingskanaal is waar het beleid van de Partij aan de mensen wordt “uitgelegd”, zijn de overige veertien  kanalen stuk voor stuk aan een bepaald genre gewijd. Ongeveer vier kanalen zenden alleen oorlogsfilms uit, hetzij historisch drama uit de Tang-dynastie, hetzij uit de Opiumoorlog of de Chinese Burgeroorlog. Ongeveer drie zenders zijn voor familieprogramma’s, zoals spelletjes, Chinese komedie en talentenjacht.

De Chinese X-factor is razend populair en de hele dag door zijn herhalingen te zien in restaurantjes, theehuizen en kroegen. Naast de Chinese popartiesten met door gel gestyleerde snelle kapsels, en de meer traditionele muziek van schattige, jonge meisjes, is ook de  traditionele westerse muziek graag gezien. Het ‘O Sole Mio’, door een nogal dikke, kale Chinees, hartverscheurend maar vals gezongen, eindigde als een van de prijswinnaars van die dag. Soaps ontbreken natuurlijk ook niet, hoewel deze een veel groter deel van de tijd op de regionale zenders vullen.

Gelukkig voor ons zijn er ook een paar zenders die bijna alleen muziek uitzenden. Een ervan is bijna geheel gewijd aan de traditionele Chinese opera. Ze gaan allemaal over wrede, machtige mannen die weerloze, arme vrouwen van hun kinderen en eer willen beroven; het thema van een klassieke Chinese DSK-soap eigenlijk.

Aan een soort van buitenboordbeugel hangt een dun, zijden vliegengordijn

De mannenrollen, die vroeger alleen door vrouwen werden vertolkt, hebben vreemde toneelbaarden voor. Aan een soort van buitenboordbeugel hangt een dun, zijden vliegengordijn op net voldoende afstand van hun mond  zodat het niet de keel ingezogen kan worden bij het inademen. Een wat vervreemdend gezicht. Het verhaal ontwikkelt zich tergend langzaam en de muziek kan ons na dertig minuten ook niet echt meer boeien. Eén kanaal zendt tot 22.00 uur klassieke muziek uit. Gelukkig ook van Chinese componisten die werken met traditionele muziekinstrumenten.

Daarna komt een programma met populaire muziek. Omdat we veel naar dit kanaal keken, hebben we hier verschillende soorten muziek voorbij zien komen. Van bejaardenkoren die strijdliederen zongen voor het Partij Congres, tot Chinese classics en live recordings van Amerikaanse popartiesten.

Onder de artiesten die classics zingen, zijn er die in uniform optreden. Die uniformen zitten een stuk beter dan de uniformen die je op straat ziet. Het publiek in de zaal bestaat steevast uit jonge meisjes en busladingen ouderen die met een lichtgevend object (lintje, hartje of ander gevalletje) zwaaien op het ritme van het zwijmelige liedje.

CCTV 14 is een Engelstalige nieuwszender a la CNN. Natuurlijk hebben we ook naar deze zender veel gekeken. Eigenlijk is deze zender – en de China Daily – de enige manier waarop je kunt bijhouden wat er in de wereld en in China gebeurt. Je weet dat het propaganda is, maar het geeft toch een ander beeld dan je normaal van China krijgt voorgeschoteld. Je gaat je afvragen hoeveel van de westerse beeldvorming propaganda is. Zo kan je bijvoorbeeld tussen de regels door zien waarom China helemaal niet zo happig is om het IMF te leiden of bij de G8 een hoofdrol te spelen. Zij zien de westerse economie voor wat het is: een reus op lemen voeten die op zijn retour is, en nemen het voortouw bij de  BRICS.

3. Sichuan-Opera-Show-02Het Politburo, het centrale gezag in Beijing, mag nog zulke mooie beleidsbepalingen afvaardigen en ingrepen aankondigen om bijvoorbeeld corruptie en misbruik te voorkomen, in de praktijk komt er weinig tot niets van terecht. Het blijkt dat de macht van de regionale overheden het meest bepalend is voor de uitvoering. Dat het gezag van de centrale overheid afneemt, naarmate je verder van Beijing verwijderd bent, vind je ook terug in de voorkeurzenders op de televisie. CCTV 1 staat in Xi’an nog op kanaal 1, maar daarna volgen minstens twintig regionale zenders voordat er een deelverzameling van de CCTV-zenders te zien is.

In Hefei is het aantal CCTV-zenders nog verder gereduceerd en in Hangzhou staat zelfs CCTV 1 niet meer op 1. De regionale zenders lijken meer op de commerciële zenders van ons: meer soaps, quizzen en misdaadprogramma’s.

In Peter R. de Vries-achtig schimmige documentaires vertellen zij over de redenen waarom

De laatsten hebben hier overigens een opvoedend karakter. De misdadigers in China doen zelf verslag. In Peter R. de Vries-achtig schimmige documentaires, met wiebelige camera’s, vertellen zijzelf over de redenen waarom, en de omstandigheden waarin, zij hun stommiteiten hebben begaan. Opnames van de rechtszittingen, de slachtoffers en veroordelingen worden gevolgd door uitvoerige spijtbetuigingen en excuses naar slachtoffers en de gemeenschap. Althans… als ík de tekst erbij zou moeten schrijven, want ik versta er natuurlijk helemaal niets van.

4. Lekker lopen naar de Tempel van de Vrede

Beijing, 3 april 2011

4.1pluWe gaan weer lekker lopen. Dezelfde weg, maar nu naar de Tempel van de Vrede.

Onderweg passeren we een straathandeltje dat alles met spaken te maken heeft: fietsen worden gerepareerd maar ook je plu’s.

We lopen over een brede weg naar het park. Links van ons is een grote bouwplaats waar waarschijnlijk onlangs nog een hutong gestaan heeft.

4.2moppie(1)Op de hoek is al een nieuwe shopping mall geopend. Als we even binnenkijken zien we veel bling bling, veel personeel en vrijwel geen klanten. Aan de overkant bevindt zich die kijkdoos van de vervallen hutong, zoals eerder beschreven.

Voor je naar de Tempel van de Vrede gaat, passeer je een uitgestrekt park. Keiharde hoempapa- en later ballroommuziek klinkt uit de luidspeakers.

4.3Tussen het groen en de hoge bomen is een langwerpig pleintje aangelegd. Paartjes, jong en oud, in hun zondagse kleren dansen vol overgave alsof het een contest betreft. Op zondagochtend, aan de andere kant van de wereld, gaat alles daar andersom?

‘Ah, astma’, zegt hij begrijpend.

Ik word op mijn schouder getikt en kijk in het gezicht van een oude man met een bruine alpino op. Hij lacht zijn gele tanden bloot en vraagt me ten dans. Terwijl hij me maar aan blijft kijken probeer ik me te verexcuseren, adem even kort in en uit. ‘Ah, astma’, zegt hij begrijpend.

4.4Terwijl Gijsbert druk aan het fotograferen is, zie ik een ouder echtpaar, in Spaanse kleding, en wijs hem daarop. Ze hebben niets in de gaten, of wel? Ze gaan helemaal op in de tangomuziek, heel vloeiend en geconcentreerd.

4.5Verder lopend door het park horen we fluitmuziek en erhu’s (tweesnarig Chinees strijkinstrument).

We gaan op een bankje zitten bij een erhumuzikant. Een voorbijgangster bladert even door zijn geplastificeerde muziekblaadjes, die in een multomap zitten en met een wasknijper tegen de wind wordt opengehouden. Ze praat wat met de man. Hij zet in en zij begint te zingen. Snerpend hoog. Helemaal loepzuiver gaat het niet; eerlijk gezegd doet het behoorlijk pijn aan mijn muziekaalgevoelige oren. Maar ik kan er geen genoeg van krijgen. Nog iets verderop in het park klinkt uit een microfoon een zangeres met een soort vakantiehitje.

Hier wordt aerobic gedanst. Of is het linedance? Dat zou allebei kunnen want het wordt zo charmant gedanst. Niet te vergelijken met die houterige bewegingen van onze poldermeisjes alhier, waar we ooit eens een optreden van bij moesten wonen en die stampten alsof het podium eraan moest. Of de linedancing girls die we zagen in Amerika. Aan de dansstijl, van deze dames van oudere leeftijd, kunnen die meiden nog een puntje zuigen.

4.6In de tempel zelf zijn veel toeristen, vrijwel alleen Chinezen uit alle uithoeken van het land.

In een hoekje van het park zit een orkestje. Met traditionele Chinese instrumenten. De mannen zijn gegroepeerd rond een cembaal/citar (?) speler, die duidelijk de dirigent is. De mannen zitten de snaren te stemmen, een beetje te jammen en er is één dame die zachtjes op twee trommeltjes slaat. Ze hebben er duidelijk lol in. Dan zetten ze de muziek in.

We zijn ontroerd door de muziek en van dit clubje muzikanten. Traditionele Chinese muziek wordt hier gespeeld. Telkens schuift er nog iemand aan met een klapstoeltje, en speelt mee. In het zonnetje, op een muurtje, heel ver van huis, voelen we ons intens gelukkig door deze muziek. Een gewone zondagochtend, met mensen die zo hun vrije tijd besteden. Nog een uurtje blijven zitten.

4.7

We krijgen trek. Bij een eettentje annex snoepwinkeltje bestellen we noedelsoep. In een grote, rode kartonnen beker wordt het hete water erbij geschonken.

Een chagrijnige man schreeuwt hoe ze de paadjes moeten aanvegen.

Terwijl we zitten te eten, verschijnt er een achttal vrouwen met grote blauwe overalls, petten op en met bezems van lange takkenbossen. Een chagrijnige man schreeuwt hoe ze de paadjes moeten aanvegen. Kennelijk doen ze het niet goed en hij doet het driftig voor. Hebben ze hier ook taakgestraften? Of gaat dat altijd zo? We hebben wel medelijden met ze. Het is broeierig warm, zij zijn dik aangekleed en vegen alsof hun leven er vanaf hangt. Niet leuk.

We worden afgeleid door een Engelssprekende vrouw die vraagt of we binnen een kijkje willen nemen. Waarom? In een eettentje? Ach vooruit, ik wil ook weleens zien hoe het er van binnen uitziet. Ze gaat ons voor langs het buffet en we komen in een ruimte vol met Chinese kunst. Leuk! Mooi, denk ik, maar we kopen niks.

Aan de wand hangen de uitgerolde grote en kleine schilderijen, die weer op te rollen zijn aan de daaraan bevestigde bamboestokken. Thuis hebben we al een enorme tijger hangen, een paar jaar geleden gekregen van een Chinese collega van Gijsbert. Ik ben er niet erg gek op. Ze legt ons aan de hand van twee schilderijtjes – waarop de ene bamboe is geschilderd en op de andere pruimenbloesem – uit wat de betekenis ervan is:

Ja hoor, hebben wij weer: Jut en Jul.

Bamboe staat voor de man. Hard van buiten maar zacht van binnen, dus buigzaam. Streng, doch rechtvaardig en mild. Pruimenbloesem staat voor de eerst ontluikende bloesem in de winter. Vruchtbaar, kwetsbaar, dus afhankelijk van de man. Kortom: Jin en Yang. Ja hoor, hebben wij weer: Jut en Jul.

4.8

We kopen het. Ons dertigjarig huwelijk is medeoorzaak van deze reis. (Mede zeg ik, omdat deze reis misschien nooit gemaakt zou worden als Chinese vrienden/collega’s, die we hier al twintig jaar kennen, niet al die tijd hadden aangedrongen eens naar hen toe te komen.)

Een Chinees symbool voor onze liefde voor elkaar.

Maar: hoog in de boom begint ze een prijs af te spreken. Nou, daar gaan we weer en we proberen er wat vanaf te krijgen. “Meneer, u bent hier niet op de markt”, zegt ze verontwaardigd. “U vraagt ons toch binnen?” probeer ik. De prijs zakt al wat en we laten het maar zo.

Trek in een koel biertje. Bij de Zaal van de Onthouding gevonden.

Trek in een koel biertje. Bij de Zaal van de Onthouding gevonden. Heerlijk in het zonnetje.

Gijsberts knie begint weer op te spelen. Gelukkig komt er al gauw een taxi aangereden. De auto heeft een een prachtig interieur in roomwitte kleur. met hoogpolige vloerbedekking, kussentjes met gehaakte randjes en dito gordijntjes. Maar ach, de chauffeur kan het adres van ons hotel niet goed lezen dat op ons kaartje staat. Geen nood. Nou weet hij het wel. We hebben twee ritten afgerekend, maar ach, in Amsterdam waren we vandaag blut geweest.

‘All the Dutch look like each other.’

Evenals twee avonden ervoor kopen we in het winkeltje van ons hotel een klein, plat flesje met plaatselijke foezel, als slaapmutsje voor vanavond. Lekker spul, maar wel 52%. Het jonge verkoopstertje herkent ons onmiddellijk, en lacht: “You like this very much. This is the third time you come to buy this.” “Nietes,’ zegt Gijsbert, “the second time.”

Ach,” zeg ik, “all the Dutch look like each other.”

Ze giechelt en zegt: “yes.”

5. Een inkijkje in de Chinese gezondheidzorg

Beijing, 4 april 2011

Op onze tocht door China waren we twee keer genoodzaakt een ziekenhuis op te zoeken. In principe zit je daar natuurlijk niet op te wachten tijdens je vakantie, maar soms moet het. De eerste keer was het niet ernstig, maar de tweede keer was het wel verontrustend. Gelukkig viel het toen ook mee en kon de vakantie gewoon doorgaan, maar dan een beetje anders.

In plaats van de geplande toeristische attracties zit je dan in een ziekenhuis. Eigenlijk is dat achteraf gezien een inkijkje in de Chinese gezondheidzorg wat heel informatief is. Wat je ook over de Chinese zorg leest of hoort, het is heel goedkoop. Dus daar zit de pijn niet.

“Dat is de goden verzoeken”, vindt hij. Waar haal je dat in Beijing vandaan?

Zoals gezegd, in deel 2, het trappetje-op-trappetje-af ging zich wreken op Gijsberts ouwe kniekwaal. We hadden ons totaal verkeken op de afstanden in die stad. Het hotel hadden we zo gekozen dat het op loopafstand van de Verboden Stad en de Tempel van de Vrede ligt. De tweeënhalve kilometer naar het Plein van de Hemelse Vrede is zó afgelegd. Het plein zelf is minstens zo lang en de stad is 5 km diep. Om half vier hielden we het voor gezien want we liepen beiden niet zo kwiek meer. Het bleek nog een paar kilometer lopen te zijn voordat we een taxi konden aanhouden. De volgende dag hadden we stijve rug- en kuitspieren, maar dat gaat over als je maar gewoon doorloopt. Die tweede dag in het park van de Tempel van de Vrede is onvergetelijk en is volop genieten, maar ‘s avonds bleek de knie dik en pijnlijk. Het bekende probleem. Niks aan de hand want Diclofenac helpt hiervoor goed. Alleen, Gijsbert had het thuisgelaten: “Dat is de goden verzoeken”, vindt hij. Waar haal je dat in Beijing vandaan?

’s Ochtends verwijst de receptionist van het hotel ons naar een apotheek aan de overkant van de straat. Via een trap dalen we af naar de kelder waar een salon voor voetmassage is gevestigd. Het blijkt een traditioneel Chinese apotheek. Toch maar proberen. Een deur geeft toegang tot de apotheek. Daar staan de kasten vol met doosjes medicijnen. Na een poosje komt het meisje van de massagesalon vragen of ze kan helpen (denk ik want ze spreekt alleen Chinees). We geven het briefje waarop Diclofenac 25 mg staat geschreven. Ze gaat naar achteren en komt terug met een chagrijnige vrouw in een witte jas, die heftig gebarend laat merken dat ze dat niet heeft en nooit zou willen hebben of zo, en bonjourt ons de zaak uit.

Gebouw in China
Naar later zou blijken, is in Hangzhou Diclofenac gewoon verkrijgbaar in de traditioneel Chinese apotheek.

Wat nu. Terug in het hotel krijgen we het adres van een ziekenhuis met een department for foreigners. De receptionist schrijft het adres op een briefje en een taxi brengt ons erheen. Het is een wat ouder gebouw; een paar grote grijze Oost-Europese blokken met kleine raampjes. De deuren van de hoofdingang zijn gesloten. Een aan het raam geplakt briefje, alleen in het Chinees, maakt ons ook niet wijzer. Toch wachten er veel mensen op het terrein, zittend op de grond. We besluiten de hoek om te lopen. Daar vinden we een bordje met ‘Foreigners’ met een pijl. Die kant op dus.

5.Diclofenac-Sodium-TabletNa een stukje strompelen komen we aan de kop van het tweede blok. Na enig zoeken, en op aanwijzing van een poepchique parkeerwachter die geblindeerde auto’s bewaakt, vinden we na weer een rondje lopen (maar dan de andere kant op) een ander bordje en uiteindelijk de ingang, aan de achterkant van het gebouw, mét trapjes. Vanbinnen is het een donker en ouderwets ziekenhuis. De associatie met de schooldokter uit de jaren vijftig komt meteen op. De apotheek is snel gevonden. Een, dit keer wel, vriendelijke vrouw opent het luikje, neemt het briefje aan en knikt. Ze loopt weg – jeetje, hebben alle apothekeressen zulk prachtig, lang golvend haar tot op de kont? En wat is het geheim van de smid? – en komt terug met een dik boek. Na enig zoeken krijgen we een briefje mee met de Chinese vertaling van Diclofenac en worden naar de hoofdzuster verwezen.

De hoofdzuster heerst, vanachter de zusterpost, over de gang. Ze heeft een uniform aan dat ook uit de jaren vijftig/zestig stamt. Geheel in stijl, met zo’n vierkant kapje met een rood kruis. Ze kijk streng taxerend naar Gijsberts gestrompel. We spreken haar beleefd en met gepast ontzag aan. We mogen ons inschrijven bij het loket aan de andere kant van de hal. Als het onze beurt is, schudt het meisje achter het loket nee, verwijst ons naar de zusterpost, en kijkt stoïcijns voor zich uit. We wijzen naar de hoofdzuster waar we net vandaan komen. Nadat ze oogcontact met elkaar hebben, vraagt ze alsnog om het paspoort en typt de gegevens in de computer. We krijgen een pasje en betalen 6 yuan (60 eurocent). Nu moeten we naar de kassier achter het volgende loket; weer aan de overkant van de hal. We betalen 200 yuan (20 euro), voor de dokter. We krijgen een briefje met stempel en worden verwezen naar de hoofdzuster.

Vanaf dat moment komt er schot in. De hoofdzuster, met ziekenhuisregistratie en het pasje in de hand, gaat ons voor door een wat lichtere gang met behandelkamers. Er zitten slechts een paar mensen te wachten. Bij de vierde deur gaat ze naar binnen en doet de deur achter zich dicht. Nog geen twee minuten nadat de zuster de kamer weer verlaat, komt een patiënt de kamer uit en worden we binnengeroepen. De dokter spreekt heel goed Engels, googelt even op het medicijn, vraagt aan Gijsbert of hij dat eerder heeft gehad, schrijft het recept uit, en een medisch dossier in een boekje dat we meekrijgen.

Klinfo
Niks medisch geheim meer aan …

Tevens geeft hij ons zijn briefje met een stempel erop en verwijst ons naar de kassier. Bij onze ouwe vertrouwde kassier betalen we het consult en het geneesmiddel: 20 yuan (2 euro). Met een bonnetje van de kassier kunnen we nu terug naar de apotheek om het middel op te halen. Yes! Een beetje omslachtig misschien, maar we hebben het felbegeerde doosje medicijnen. Vanaf nu moeten de problemen snel over zijn. En Gijsbert ‘zal voortaan beter naar me luisteren’, zegt hij.

Bij het verlaten van het ziekenhuis horen we in onvervalst Nederlands: “Wat een kútziekenhuis, zeg.”

Bij het verlaten van het ziekenhuis horen we in onvervalst Nederlands: ‘Wat een kútziekenhuis, zeg.’ Omkijkend zien we alleen Chinezen. Net als we de bijsluiter op hallucinerende bijwerkingen proberen na te slaan, komt een rossige man van middelbare leeftijd het ziekenhuis uit. ‘We kunnen het ook bij een apotheek proberen’, oppert hij tegen zijn veel jongere Chinese vrouw, met een leuk goudgeel geblondeerd koppie. (Over dit stelletje later nog iets meer.) We spreken ze aan en het blijkt dat ze net waren weggestuurd uit het ziekenhuis omdat alleen noodgevallen worden behandeld. Het is Tomb Sweeping Day; een nationale feestdag waarop de voorouders worden herdacht en de grafzerken worden schoongeveegd.

Was zij niet foreign genoeg?

6. Zomaar wat foto’s van de Lamatempel

Beijing, 4 april 2011 (vervolg)

Het stelletje, dat we vanochtend troffen bij de uitgang van het ziekenhuis, was hier voor zaken; even heen en weer gevlogen om gisteravond deel te nemen aan een diner van 1000 euro p.p.. Haar broer, een handelaar in kunst en antiek, had een meevallertje gehad. Op de rommelmarkt in Shanghai had hij een paar maanden geleden, een vaas gekocht voor € 1,80. Deze had op een veiling in Londen meer dan een ton opgebracht.

China 6.1‘s Middags krijgen we zin in dumplings. Dit zijn dunne laagjes deeg, gevuld met garnalen, groentes of gehakt. Ze worden gekookt of gestoomd. Ze worden opgediend met sausjes als knoflook, mierikswortel of sesam. Een flesje moutige azijn staat op tafel, maar alleen wij vinden dat geen succes. Een halve liter bier kost 40 cent.

China 6.2Als we weer weggaan en de hoek omslaan is er iemand aangenaam (?) verrast bij het zien van wel heel vreemde mensen.

Beijing, 5 april 2011

We gaan naar de Lamatempel. Zomaar wat foto’s, voor de impressie:

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Dag mooie Lamatempel …  Dag bruisend Beijing …

“Can we have two beers, please?”

Vanavond ons laatste dinertje in het hotel. Gijsbert neemt rijstnoedels en laat het, met de lange, glibberige paddestoelen lekker naar binnen glijden. Hier mag je, nee moet je slurpen. Het komt de smaak zeer ten goede. Onze bestelling: “Can we have two beers, please?” wordt verstaan als “Can we have the bill, please?”

7. Ze bestaan dus toch: poepchinezen

Xi’an, 6 april 2011

De taxichauffeur die ons naar Beijing Airport rijdt, is ook al zo’n laagvlieger. Deze rijstijl had ons in Europa beslist in programma’s zoals ‘Blik op de Weg’ als wegmisbruikers doen belanden: rechts inhalen met 120 km per uur, en ook over de vluchtstrook, is heel gewoon; hij is niet de enige.

Vanaf nu zijn we VIP’s

We checken in voor de binnenlandse vlucht naar Xi’an met onze e-ticket, thuis uitgeprint op een A-4’tje. Het gezicht van de baliemedewerker betrekt. Wij krijgen een angstig vermoeden dat het ticket niet klopt. We worden van hem niet veel wijzer en lopen naar een grondsteward. Misschien weet hij wat eraan mankeert. Hij wijst in de richting van de ingang en gebaart ons hem te volgen. We worden een rood reisbureautje ingesluisd waar zwart leren fauteuilles staan. We volgen hem naar de balie. Geen nood. Het blijkt dat we 1steklas hebben geboekt. Vanaf nu zijn we VIP’s. Gate 42, volgens de ticket klopt niet: VIP’s moeten naar gate 49. Daar staat een VIP-busje klaar.

In het vliegtuig stappen we als eersten in, in de riante ruimte, met kussentjes, dekentjes, badslippers en kranten. We krijgen een drankje aangeboden. Daar zitten we, vorstelijk, en Gijsbert met vetvlekken van de rijstnoedels met sliertige paddenstoelen van de avond ervoor op z’n schone shirt. Na een turbulente vlucht van bijna twee uur maken we een glijdende landing. Nee, ook wij klappen niet.

In Beijing is het drukke verkeer nog best gestroomlijnd vergeleken met hier. Hier heerst totale wanorde. Eenieder die de neus van z’n auto net iets eerder voor een andere zet, douwt gewoon door. Millimeterwerk. Bij het linksaf slaan wurm je je door de stroom heen van het tegemoetkomende verkeer. Op een zesbaanssnelweg staat het verkeer stil, maar onze bestuurder rijdt met een grote boog alle wachtenden voorbij over de tegenliggende baan. Spookrijden dus, maar er zijn geen tegenliggers.

Er staat een lange trein met olietanks op de overgang, dwars op de snelweg. De file achter de taxi groeit en ook de overige twee banen raken voller. Er staat ook een man langs de kant van de weg met drie uitgedroogde schildpadden, hangend aan een touwtje om hun nek. Het duurt ongeveer een halfuur voordat de trein zich langzaam in beweging zet, terwijl mensen, ook met kleine kinderen, nog net over de koppelstukken tussen de wagons klimmen. Als de trein voorbij is gereden, staan aan beide zijden van de spoorbaan zes rijen auto’s recht tegenover elkaar. Met z’n allen moeten we door een smal gaatje.

Hier geldt: “Me First”

Een gids, die ons twee dagen later naar de Terra Cotta legers begeleidde,  vertelde ons: “Zoals u wel gezien zult hebben, gelden hier andere verkeersregels dan u gewend bent. Hier geldt: “Me First”.

Zo gebeurt het dus. Ha! Een politieauto! Nou zal het verkeer geregeld worden. Maar neen, ook deze heren hebben kennelijk haast. Na anderhalf uur komen we bij ons hotel. De rit kost 180 yuan en we geven de chauffeur 200. Hij wordt nu zenuwachtig en gaat driftig op zoek naar 20 cent. We proberen te gebaren dat we echt niks terug hoeven te hebben. De portier van het hotel, een hele grote, mooie piccolo met witte handschoenen aan, vraagt: ‘Problems?’ Nee, graag hadden we deze zigzaggende laagvliegkunstenaar nog een extra fooitje gegund, maar fooitjes bestaan hier niet.

Xi’an, 7 april 2011

Links en rechts aan de overkant van het hotel bevinden zich de Bell Tower en de Drum Tower.

Bell Tower

De Bell Tower, gebouwd in 1384 tijdens het begin van de Ming-dynastie, is een van de grootste in zijn soort in China. De torenvoet is vierkant en heeft een oppervlakte van 1.377 vierkante meter. De toren is van baksteen en houtstructuur en bijna 40 meter hoog.

Drum Tower

De Drum Tower is (samen met de Bell Tower) het symbool van de stad en is gebouwd in 1380. Het staat hoog boven het stadscentrum en biedt een prachtig uitzicht over Xi’an. De Drum Tower kreeg zijn naam door de enorme trommel binnenin het gebouw. In tegenstelling tot de Bell Tower, waar de klok wordt geluid bij het ochtendgloren, wordt de trommel gebruikt om net bij zonsondergang het einde van de dag aan te geven, maar ook bij dreigend gevaar (het lijkt wel een reisgidsverhaal maar het klopt).

De markt is een kruipdoor-sluipdoorgangetje en zeer kleurrijk. Er worden vooral horloges, schoenen, sokken, T-shirts, en jade, parels, antiek en merkkleding verkocht.

De mensen prijzen hun waren niet in het algemeen aan, maar spreken je rechtstreeks aan en noemen op waarvan ze denken dat wij dat hard nodig zullen hebben. ‘What do you need?’ en noemen hun waren op. Het ‘Hello, hello, hello’ van de naastgelegen kramen, tja, dat word je op een gegeven moment wel even zat. Bij het zoveelste ‘what do you need’, zeg ik schuchter: ‘Peace please,and happiness for all of us.’ Ze lachen!

We hebben twee merkoverhemden gekocht voor 30 euro, drie flitsende shirtjes voor mij, en, ja, hoe kan het ook anders, een zijden jasje (voor de dames: linksonder op de foto). Iets afgepingeld, daar kom je niet onderuit, en kwamen uit op 27,50 euro. Dat is niet veel geld voor zo’n prachtig en gevoerd zijden jasje.

Muslim Street. Een feestelijk gebeuren! Kraampjes, winkeltjes, een lang plein met net ontluikende boompjes.

We lopen even de hoek om, langs de mensen, en zien een klein jochie dat net een behoorlijk grote kei gooit. Zijn armpjes zijn net iets te kort om ons te raken en de steen valt voor z’n vaders voeten neer. Dit is vast de dondersteen van Xi’an. Er zijn er twee van.

In een klein zaakje kopen we twee blikjes bier. Van het baby’tje op moeders arm mag ik een foto maken. Het kleintje heeft een naar neusje met iets van wildgroei-adertjes.

De verkoper wijst me nog even naar achteren waar in een donker hoekje een andere vrouw zit, gebogen over nog zo’n piepklein baby’tje.

Terug, in de drukke winkelstraat, staan voor een islamitisch eethuisje tafeltjes en stoeltjes op de stoep en ernaast. Binnen bestellen we lamssoep.

Gijsbert moet even weg. Ik ga zitten. Na enige tijd komt een vrouw met twee schaaltjes met daarop twee gortdroge pitabroodjes, zo’n anderhalve centimeter dik en 10 cm doorsnede, en een plastic fiche met een nummer erop.

Het brood is week geworden in de soep, maar verliest nog niet de extra bite

Ondertussen rijden fietstaxi’s met gordijnen rinkelend en rakelings aan mij voorbij. Een man komt uit het eettentje en gebaart met zijn vingers dat ik het brood moet breken. Ik begin het brood in hapklare brokken te breken. Nu worden de schalen weer opgehaald, met fiche, om weer teruggebracht te worden met de soep waarin grote stukken lamsvlees en het brood. Aha! Het brood is week geworden in de soep, maar verliest nog niet de extra bite. Het smaakt heerlijk.

Gijsbert komt terug en kondigt aan een verhaal te vertellen wat hij zojuist heeft meegemaakt, maar: ‘Eet eerst maar je soep op.’

Ondertussen zie ik twee mensen druk pratend hun broodje piepklein verkruimelen. Ah, jammer, onze soep had lichtgebonden kunnen zijn.

‘Nou, vertel op’, zeg ik.

Ik vertel het even netjes: ‘Op de wc zat een man met open deur zijn behoefte te doen, luid converserend met iemand anders, met daar tussendoor de kreunende uithalen.’ Het openbare toilet is dus ook een sociale ontmoetingsplaats.

‘Ze bestaan dus toch.’

‘Wie?’

‘Poepchinezen.’

8. Het Leger blijkt kleiner dan we ons hadden voorgesteld

Xi’an, 8 april 2011

In ons hotel is een reisbureautje gevestigd waar we een tripje kunnen boeken naar The Terracotta Warriors and Horses. Dat moeten we zien, natuurlijk, maar het is 35 km verderop. Nemen we zelf een taxi of toch maar een georganiseerd reisje?

Aan de andere kant van de lobby staat een stom stel

In de ochtend staan we vroeg in de lobby. We wachten op het busje met de reisgids. We kijken om ons heen of we de enigen zijn. Aan de andere kant van de lobby staat een stom stel. Onze leeftijd, met korte broek, een leren hoed op, fototoestel op de buik en allebei dezelfde kaartjes als die wij ook hebben in de hand. Duitsers? Of zouden het Nederlanders zijn? Een leuke meid met een opgerold vlaggetje komt de lobby binnen en stelt zich voor met de westerse naam ‘Vicky’. Ze weet ons er zo uit te pikken.

In het busje zitten al drie stellen. We rijden nog even langs een ander hotel waar ook andere passagiers opgehaald worden. Het is een echt reisgezelschapje, waaronder wij en nog twee Nederlanders, een vrouwelijk stel uit Singapore, en een echtpaar uit Australië. Een jong stelletje dat we gisteren tegenkwamen in de lift, is er ook. Ze spraken Nederlands tot onze verrassing.

china
Photo: https://www.travelchinaguide.com/

Een van de stops, voordat we naar het Terracottaleger gaan, is uiteraard bij een fabriek waar toeristische troep gemaakt wordt. We worden geacht de toonzaal te bewonderen en iets te kopen, maar er is gelukkig een koffiebar. De Nederlanders blijken zich daar allemaal uiteindelijk te verzamelen. Het stelletje dat we in de lift hadden ontmoet, blijkt een in Nederland geadopteerde Vietnamees te zijn, met zijn bloedmooie vriendin uit de Filippijnen. Zij reizen al twee maanden rond door Azië, vanuit Vietnam.

Onderweg in de bus vertelt Vicky over de grote ontdekking van het Leger door drie boeren die een waterput wilden slaan en stuitten op scherven van klei (29 maart 1974).

Bij de opgravingen aangekomen gaan we eerst met een andere bus naar de graftombe van keizer Qin. Een imposante grafheuvel, waar een mooi aangelegd pad omheen leidt.

Daarna is hij eigenlijk alleen maar bezig geweest met de inrichting van zijn hiernamaals

Achteraf vormt dit voor ons het grootste mysterie. De heuvel bevat het eigenlijke graf van keizer Qin, die keizer werd op zijn zeventiende en alle naties van China heeft verenigd in één groot keizerrijk. Daarna is hij eigenlijk alleen maar bezig geweest met de inrichting van zijn hiernamaals. Hij heeft niet alleen hele legers laten maken maar ook zijn paleis en zijn ideale wereld gecreëerd voor zijn levende dodenrijk. De grafheuvel bevat, volgens een oud geschrift, niet alleen een heel paleis, maar ook bergen, en bossen, en zeeën van kwik. Tot op de dag van vandaag durft men het niet op te graven uit angst dat de techniek nog niet zo ver is om het goed te bewaren, én voor giftige dampen en booby traps, zoals beschreven in het oude boek.

We rijden terug naar het busstation bij het Leger. Rond het busstation is een groot toeristisch complex aangelegd. Een brede laan met fonteinen in het midden en aan weerszijden kramen met verkopers van toeristentroep en restaurants; ook Kentucky Fried Chicken en McDonald’s. Verderop ligt het museum van het Leger.

Maar eerst gaan we lunchen. Heel bijzonder om met wildvreemde mensen, van over de hele wereld, in den vreemde aan een ronde tafel gezamenlijk te lunchen, voor slechts één keer.

Eindelijk mogen we naar de Warriors maar … eerst moeten we een film te zien over de hele geschiedenis. Tweehonderd jaar voor Christus, gespeeld door acteurhelden op een filmdoek in panoramavoorstelling. Een hele slechte, verkleurde kopie met veel ‘regen’; een vechtfilm zoals je die op de vele Chinese zenders kan zien. Slaapverwekkend in het bedompte, donkere zaaltje, met leunhekjes waar je tegenaan kan hangen. We gaan voor het einde naar buiten. Het is een mooie lentedag, zonnig. De bomen in het park rond de opgravingen staan in de eerste bloesems. Er waait een frisse bries.

china

Vicky had ons verteld dat van de drie boeren, die op de kleischerven waren gestuit, er een nog in leven is. Deze boer is nu beroemd; hij is nu binnen. De rest van zijn leven hoeft hij alleen nog maar boeken te signeren. Dit ter compensatie van zijn onteigende land door de Chinese regering.

8.2aDaar zit hij, in zijn zondagse pak, op een oude stoel waarvan het schuimrubber uit de bekleding kiekt, met een dikke viltstift stoïcijns te tekenen, en met een heftig handgebaar: ‘No Photo!’

Hij opent een boek op de juiste pagina, signeert met zwierige streken, slaat het boek dicht en zwiept het boek naar de koper. ‘Next!’

Eenmaal in het museum zie je het Leger staan zoals we dat kennen van documentaires.

Het is niet echt druk, maar er zijn veel mensen voor het hek die zich verdringen om een foto te maken. Het Leger blijkt kleiner dan we ons hadden voorgesteld. Tweederde van het Leger ligt nog in puin.

8.6We wachten op de rest van het gezelschap voordat we naar de tweede pit gaan. Daar is wat minder te zien maar wel prachtige paardenmenners.

8.7In de laatste hal zijn de reiswagens van de keizer tentoongesteld. Ze komen uit een opgraving vlakbij de grafheuvel, op verkleinde schaal, van brons en prachtig.

Dan hebben we alles gezien wat er te zien was en het gezelschap verzamelt zich voor de terugweg.

Op de ringweg terug zien we iets voorbijkomen: een driewielerbromfiets met laadbak en daarop heel erg hoog opgestapelde kartonnen dozen: vier, vijf hoog (minstens twee meter) en iemand erbovenop. Het gevaarte slingert zich tussen de bussen, vrachtwagens en auto’s door.

Als we eindelijk op het verkeersplein rond de Bell Tower aankomen, staat alles, zoals gebruikelijk, vast. Tussen twee bussen in rijdt er ineens een fietser in tegengestelde richting de rotonde om. Alles gaat, naar het lijkt, goed.

Bij het hotel wil onze chauffeur van het kleine busje afslaan maar staat neus aan neus met zo’n enorme grote touringcar. Alles staat stil, het scheelt maar een centimeter. Een benauwde situatie. Wie gaat eerst? De neus van ons busje staat ietsje verder dan die van de grote bus dus… WE FIRST. Een zucht van verlichting is het enige geluid dat te horen is. Wij zijn bij ons hotel. Het gezelschap gaat verder.

Effe weer alleen.

8.8
Situatieschets ringweg met bromfiets en dozen. Tekenaar en vindplaats onbekend

9. Mooie meiden in rijen

Xi’an, 9 april 2011

Lekker, op het enige terrasje dat er te vinden is, bij Starbucks een beker koffie (for here) in een zacht lentezonnetje. We kijken uit op brede trappen die zijn versierd met vele bloemen op pot op de tredes. Op 28 april vindt de Expo Floriade plaats. Op het plein staan mooie meiden in rijen: een aerobic klas. Gedisciplineerd doen ze hun dansjes. Ochtendgymnastiek op keiharde muziek.

Een stokoude, magere heer met een lang sikje

Op ons terras komen achtereenvolgens drie bedelaars. Eerst een stokoude, magere heer met een lang sikje, met de armen gekruist voor de borst, en een papieren yuan tussen de vingers, buigend, keer op keer. Hem geven we geld.
Even later komt een vuil, volslank meisje op haar knieën aanschuifelen alle tafeltjes langs. Het lijkt of ze niet kan lopen. Als ze de laatste tafel gepasseerd is, staat ze op en springt over het hekje dat het terras afsluit. Op het plein, op een bankje onder een boom, zit een onverzorgde, langharige jongeman te discussiëren met … niemand. (Elke dag weer.)

We stappen op om naar de moskee te gaan. Die konden we eerder niet vinden. De keer dat we in de gezellige, rommelige markt waren, konden we hem niet vinden, maar naar blijkt staat hij achter de grote, grijze muur die langs de markt loopt. Er zijn verschillende toegangsdeuren, maar we worden door een voorbijganger verwezen naar de hoofdingang.

“Goedendag”, zegt de ticketverkoper. We vragen niet hoe dit mirakel tot stand is gekomen, aangezien hij ook geen aanstalten maakt. De tuin staat in volle bloei. We zijn er stil van; van de magnolia’s en andere onbekende bloesems en ontluikend groen. Het eerste dat opvalt is dat de gebouwen getooid zijn met Chinese en Arabische kalligrafie.

In het voorhof vinden we niet de wasplaatsen zoals we die kennen van andere moskeeën, maar in paviljoentjes zitten mannen, in afwachting van het gebed, gezellig te kletsen.

Dan komen we bij de Grote Moskee. Hij ziet eruit als een Chinese tempel. Er zijn geen minaretten. Mannen zijn druk bezig de planten te verzorgen en goudvissen (???) in grote stenen potten.

We mogen de moskee niet in en we gaan maar weer langzamerhand richting uitgang. Als we net het voorste gedeelte van het voorplein bereiken, staat er plotseling een muezzin in een van de poortjes. Hij haalt diep adem en begint de oproep tot gebed te zingen. Ons Arabisch is niet goed maar het klinkt heel vreemd als een fonetisch Chinees-Arabisch. Allah u Akbal kunnen we nog net verstaan.De gelovigen gaan de moskee binnen. Wij gaan weer.

Op de terugweg naar het hotel eten we lamskebab met pitabroodjes. Twee tienermeisjes gaan naast mij zitten. Eentje biedt me iets aan wat lijkt op een blokje marsepein. Ik sla het vriendelijk af. Dan proberen ze hun Engels uit. Waar we vandaan komen. Holland schijnt niet te werken. Amsterdam ook niet. Wat ik vaker vergeet is, dat we een taalgidsje bij ons hebben en ik vis het uit m’n tas. Ik wijs ‘Nederland’ aan: in Chinees: Hélán. Ze raken door het dolle. Ze doen hun uiterste best Engelse woorden te vinden. Met veel eh’s… en met veel gegiechel en gebloos. Ik zeg dat hun eten wel koud wordt, hoor. Van dat eten komt weinig terecht. Ze pakken hun mobieltje en staan erop om met mij op de foto te gaan. Als ze weer bedaard zijn, vraag ik waar we jeans kunnen kopen, zoals zij die dragen. Op de kaart wijzen ze het aan: Easter Street, waar de moderne shopping malls zijn.

Zijn duim test een paar keer de bovenkant van mijn hand

Als we klaar zijn met eten, slaan we hun raad in de wind. Gisteren hadden we in het straatje naast het slachthuis, daar waar mensen lopen te slepen met huiden, gekookte levers, pens en andere dierlijk ingewanden, een winkeltje gezien met op de stoep een houten tafel. Daarop liggen allerlei spijkerbroeken uitgestald. Voor 60 yuan. We kijken eens goed naar de kwaliteit en de pasvorm; het ziet er goed uit. Hup, naar binnen.
De verkoper komt met een centimeter en met een ambachtelijk gebaar wordt mij de maat gemeten. Hij zoekt uit de grote stapels de passende broek. Ik ga achter het gordijn passen, maar het ding blijkt me 7 inches te wijd. Onmogelijk. Na zes keer een maatje kleiner aangereikt te hebben, komen we in de buurt van de juiste maat. Ik geef de moed op, maar dan komt ie met een exemplaar. Die past perfect. Pfoe, ’t Is de laatste uit zijn assortiment. Hij wil 75 yuan afrekenen. Hm… buiten staat 50. Verontwaardigd rent hij naar buiten en komt terug met een karton waarop 60 yuan staat geschreven. Ook goed. We geven hem een hand voor de deal. Mij geeft hij twee keer een hand die eeltig aanvoelt. Zijn duim test een paar keer de bovenkant van mijn hand.

Xi’an, 10 april 2011

De laatste dag in Xi’an voor we naar Hefei vertrekken is ook weer een sprookje. Ik zeg het steeds weer, hè? Eerst een koffie en een koffiebroodje bij Star Bucks in plaats van de uitgebreide warme maaltijd op de vroege ochtend. We nemen een taxi.

Pagode of the Wild Goose

De pagode is bekend omdat op die plaats de monniken voor het eerst de boeddhistische geschriften uit het Sanskriet vertaald hebben. Het complex is totaal anders dan de Lamatempel die we in Beijing bezocht hebben, die kleurrijk en rommelig is, zoals je dat kent uit de Tibetaanse cultuur; deze tempel is strak, zwart-wit. Het doet bijna Japans aan.

Rond de tempel en pagode is een heel mooi park. Prachtige beelden van Boeddha en Shiva, uitgehouwen uit rotsblokken. En overal in de bomen, die net in bloei komen, hangen de kooitjes met vogeltjes die luidkeels hun best doen. Hier kom je echt tot rust.

Als we de tempel uitgaan, komen we langs een mooi, gerestaureerd paviljoen, waar een familie zit te picknicken. Op de achtergrond zwaaien een paar grote bouwkranen.

Als we de tempel uitkomen, horen we twee opgeschoten jochies naar ons roepen: “Hello! Hello! Hello!!!” En ze rennen hard weg. Ik draai me om en met mijn wijsvinger wenk ik ze terug en zeg: ‘Ni hao.’ Ze schrikken zich rot en schieten in een deuk. “Hierrr,” zeg ik, “en nu op de foto.”

Dat mag. Maar de twee ooms, de twee tantes en een opa en een oma willen ook dat wij met z’n tweeën poseren met de schoffies.

Wie weet op hoeveel dressoirs we inmiddels al prijken …

 

 

 

 

 

10. Niks te doen in Hefei

Hefei, 11 april 2011

We gaan naar onze vrienden, een echtpaar in Hefei, dat we twintig jaar geleden leerden kennen in Amsterdam. Al die tijd drongen ze er al op aan ook eens naar China te komen. Zij zijn mede de reden dat we deze ‘grote sprong voorwaarts’ hebben gewaagd. Hij is een collega van Gijsbert en promoveerde in Amsterdam. Twee jaar nadat hij arriveerde, kwam ook zij over. Hun enige zoon moest ze toen achterlaten bij haar ouders opdat terugkeer naar China verzekerd was, althans voor de Chinese regering.

’s Morgens terrasje Starbucks met het levendige plein, om de ochtenduurtjes te doden voor we vertrekken. Voor het hotel staan altijd taxichauffeurs die ons overal naartoe willen brengen maar we weten dat ze flink aan de prijs zijn. De receptionist vertelt ons dat het hotel zelf over een luxe auto beschikt, én ze zijn een stuk goedkoper.

Op het vliegveld van Xi’an is het druk, maar ja, dat is het overal! Een rustige vlucht van anderhalf uur.

Photo: Taiyo FUJII [CC BY 2.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/2.0)%5D, via Wikimedia Commons
Nadat we geland zijn in Hefei wachten we op onze bagage. We zijn nu echt in China; er is geen blanke te bekennen. Alhoewel? Achter ons, bij de bagageband, staat een jong Duits stelletje. Zij geeft Duitse les op een school in Hefei, en het is de bedoeling dat ze een jaar zal blijven. Hij komt haar bezoeken voor een korte vakantie. We worden niet, zoals we verwachtten, opgehaald door onze vrienden. Er staan twee mannen met een A4’tje te wapperen waarop de naam van Gijsbert is geschreven met titel, voorletters en toenaam. Het is een medewerker van de universiteit van onze vriend, met een student. Er staat een busje klaar. Als we instappen wordt er voor onze koffers gezorgd – wij mogen echt niks doen – en wordt er meteen gebeld met onze vriend. Deze blijkt een meeting te hebben waardoor hij ons onmogelijk kan ophalen.

We rijden naar een poepluxe hotel dat hij voor ons al geboekt had, vernoemd naar de provincie Anhui. Maar goed dat deze collega’s er zijn; in dit hotel spreken ze geen woord Engels. Na een paar misverstanden over en weer, wordt er ingecheckt. Voor de twee weer vertrekken, vertelt de collega wat het programma voor morgen is: om 9 uur wordt Gijsbert opgehaald om, zoals was afgesproken, een lezing te geven op de universiteit. Voor alles is gezorgd: ze zullen mij in de ochtenduren de stad laten zien maar – stom misschien – ik blijf liever een ochtendje in het hotel om even bij te komen van het reizen. Om 14:00 uur zal ik dan worden opgehaald voor een lunch. Daarna is er een tweedaagse tour voor ons georganiseerd – zonder onze vrienden, helaas – met overnachting in een volgend hotel aldaar, om daarna weer terug te keren naar dit hotel.

Onze vrienden hebben het spijkerdruk

Als we op onze kamer zijn, verwonderen wij ons erover dat het een mysterieuze aangelegenheid is. Onze vrienden hebben het spijkerdruk en hadden zich, naar later blijkt, alleen vrij kunnen maken in het weekend. De tour wordt wel spannend op deze manier: met wildvreemden de binnenlanden in!

Gedurende de hele avond wordt er beneden, aan de overkant, flink gebouwd. Maar na 22.15 uur klinkt het geraas van machines niet meer. Voor een kwartiertje dan. De hele nacht wordt gewoon doorgewerkt. Telkens schrikken we weer wakker.

’t Kan natuurlijk even niet anders, maar geheel niet tot onze spijt, dineren we in het hotel. Het restaurant ziet eruit als een enorme ballroom. Alles zo’n beetje in het roze. Zelfs de stoelen hebben een baljurk aan met een strik op de kont. Híer is het mekka van de goed ‘boerende’ Chinezen, want voor toeristen is in Hefei niks te doen. Allemaal zaken- en congresmensen.

Enfin, over twee dagen zullen we onze vrienden ontmoeten. De donderdag erop moeten we al naar Hangzhou, naar weer een andere collega van Gijsbert.

Hefei , 12 april 2011

Goed geslapen op de keiharde hotelmatrassen. Ik heb me daar laten vertellen dat harde matrassen goed voor je zijn, maar overdrijven is ook een vak. Ontbijt in de balzaal. De mensen om ons heen hebben er goed zin an. Ze bunkeren en slurpen er lustig op los. Driemaal per dag een warme maaltijd, waar laten ze het? Ze worden niet dik!

Klokslag 9 uur staat onze nieuwe vriend in de lobby om Gijsbert op te halen. Er wordt, voor vandaag althans, uitgecheckt maar de koffers blijven achter, en onze aparte reistas – voor één nachtje altijd bij ons voor het geval dat koffers zoekraken – zullen we meenemen.

Voorkant

Ik ga terug naar mijn hotelkamer en kijk of er een flesje water is om thee mee te zetten. Neen. Aan de waskraan zit een ander kraantje vast met een klein tuutje, waarvan ik denk dat het drinkwater zou kunnen zijn. Ik ruik eraan en bespeur geen bleek, tap het in de waterkoker en kook het twee keer.

Achterkant

Met de thee breng ik m’n tijd zoet met Bettine Vriesekoops boek “Duizend Dagen in China”, voor mijn verjaardag gekregen van mijn oudste zoon. Toch kan ik me niet concentreren en realiseer me: ik zit hier in m’n eentje, heel erg ver weg. Ze komen toch wel terug!? Wat staat er op het programma? In elk geval hoorden we iets over een klein, authentiek plaatsje met een “famous temple”, hoog in de bergen, drie uur rijden vanaf Hefei.

De GGD had gevraagd of we het platteland zouden gaan bezoeken in verband met malaria. Dat was niet onze intentie, maar we hebben wel de Deet bij ons en ik had vitamine B1 in mijn tas gestopt. Tip: daar houden muggen niet van want je gaat ervan stinken. Tja, ondanks al onze voorzorgsmaatregelen zijn we in Xi’an best gestoken en vroegen ons af waar het water dan was waar de muggenlarven kunnen gedijen. Op een plat dak?

Gijsbert houdt nu zijn praatje. Hm, aan dit voor ons speciale hotel zal het niet liggen. Ik zit aan het bureautje in m’n logboekje te schrijven maar m’n gedachten dwalen af. Ik ben ongedurig, denk aan jullie, lieve lezers van het Bas van Vuren blog en vooral aan die lieve blogeigenaar zelve natuurlijk.

Ik ga – geheel niet schieuwnierig van aard, maar toch – wat scheumen in de bureaulaatjes, want in de badkamer staan ook allemaal van die mooie, kleine houten kistjes met laatjes, met zeepjes, kammetjes, scheergerei, naaigarnituurjes, etc..

Alles is voorhanden voor de kennelijk niet-goed-voorbereide heren: Socks (1600 yuan), een pakje ‘Men’s Even Cape Underwear’, merk ‘Septwolves’ (42 yuan), pakje Jinzun Oil (48 yuan), twee zakjes gel Ya Run, die bubbelt als je erin knijpt (10 yuan ieder), pakje 3x Durex ‘Fetherlite‘(380 yuan), pakje ‘Vibrated’ Condom 007 (380 yuan).

11.”Time to go!”

Ha! Mijn huisarrest wordt opgeheven. Ik word opgehaald en we gaan naar beneden. In de lange gang zie ik onze vrienden staan. Als in een vertraagde film vliegt zij op me af en omhelst me, heel lang. Chinezen kussen niet, wel baby’s, had ik eens geleerd van een Chinese. Wat een weerzien. Als ze me loslaat, krijg ik van hem, on the Dutch way zoals ze zeggen, drie kussen op mijn wangen.

We gaan lunchen in een voor VIPs bestemde kamer in een duur restaurant. In alle rust praten we bij, over hun kind, over onze drie, en over ons werk. De lunch is zeer uitgebreid en kosten noch moeite worden bespaard. Na een uur moeten zij helaas weer naar hun werk, maar overmorgen, als we terug zijn uit de bergen, zullen we nog met elkaar dineren. Waren we in het weekend gekomen, hadden ze meer tijd gehad; de plicht roept.

Na de lunch gaan we op pad. De medewerker van onze vriend had van hen de opdracht gekregen om ons met een gehuurd busje met chauffeur, naar een berggebied te brengen, beroemd om zijn gewijde tempels: Jiuhua Shan.

Xiafenfang_1959 [CC BY-SA 2.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0)%5D, via Wikimedia Commons
Drie uur rijden dus, vanaf Hefei. Na twee uur rijden we over de Yang tse rivier. Als we over de brug zijn wordt bij een tankstation gestopt. Een vriendinnetje van onze gids wordt opgepikt, ook omdat zij de Engelse taal beter beheerst, maar toch. Zij is lerares en geeft les aan 88 pupillen tegelijk. Een heel mager meisje … met veel overwicht.

Nu gaan we echt de binnenlanden in. Dorpjes met visvijvers, rijst- en koolzaadveldjes, omgeven door dijkjes, met waterbuffels voor de ploeg, glijden aan ons voorbij. Als we verder rijden, wordt het landschap steeds grilliger, en bergen doemen op. We rijden een provincieplaats binnen. Het verkeer wordt chaotisch. Tjoektjoeks zwermen over de weg.

‘He is courageous’

Op de hoofdweg rijdt een gemotoriseerde rolstoel met een bejaarde man op de linkerbaan en kruist rakelings ons busje voorlangs. ‘He is courageous’ zegt onze tolk. We slaan een zijweg in.

De weg is niet meer geasfalteerd maar van platgereden, geel leem. Er staat een man op de weg met tickets. Die blijken van tevoren besteld te zijn. De chauffeur neemt ze in ontvangst, betaalt en rijdt verder. Twintig kilometer voor het dorp staan rijen kleine toeristenwinkeltjes met allemaal dezelfde bossen wierook, posters en vlaggetjes met een goudkleurige, staande boeddha erop. Weer stopt het busje. Nu stapt er nog een jonge vrouw in. Zij is het nichtje van onze begeleider.

‘Early up, breakfast and drive’

Zij heeft sinds kort een reisbureautje and is doing very well, wordt uitgelegd. Het wordt een leuk gezelschap. We rijden naar het hotel. De lobby is prachtig van natuursteen en met houten sculpturen waar hele voorstellingen van flora en fauna uit een stam gehouwen zijn. Inchecken en naar de kamer, waar wordt uitgelegd wat het programma wordt. Morgen: ‘Early up, breakfast and drive’. Mag het ook een uurtje later?

We installeren ons maar krijgen geen tijd voor een biertje of zo, want we moeten paraat staan binnen een halfuur. Het wordt al vroeg donker en voor het diner moeten we echt even naar de grote attractie (in spe) die dit gebied in 2012 zal krijgen: een zestig meter hoge boeddha. We gaan het busje weer in en na een kort ritje, net even buiten het dorp, komen we bij een bouwplaats. Op een heuveltje staat een hoog staketsel met een lijf in aanbouw.

Ernaast staat het gezicht. Geluiden van mokers op staal, roepende bouwvakkers klinken door de stille omgeving.

Rondom de heuvels zijn nog meer bouwwerken waar gewerkt wordt. Onze gids vertelt ons dat er twee vijfsterrenhotels worden gebouwd om de toeristen op te vangen die naar dit wonder zullen komen kijken. De imposante boeddha moet eerst bewonderd worden, alvorens we kunnen dineren.

 

Nou snappen we die feestelijke toeristententjes in de middle of nowhere. Die zijn eerder klaar dan de attractie zelf. De bergketen aan de voet waarvan hij staat is in China beroemd vanwege de heilige tempels met mummies van heilige monniken.

Het dineren is weer een waar feest in het restaurantje van de oom van het nichtje. Dit bergdorpje is de geboorteplaats van onze begeleider en zijn chauffeur. Het gezelschap heeft zich inmiddels uitgebreid met de plaatselijke bankdirecteur en zijn vrouw, of vriendin, dat werd niet duidelijk.

In de VIP-room

Wij worden geposteerd met het gezicht naar (het gat van) de deur, want die plaats is voor belangrijke gasten. De familie is zeer vereerd met onze komst. Dat is ook te merken aan al het heerlijks dat geserveerd wordt op de ronde draaitafel, waar ook Chinese sigaretten liggen die telkens worden gepresenteerd door er eentje uit te halen en aan te bieden aan een ander. Na de thee drinken de dames sojamelk.

Gijsbert brult niet (doet-ie thuis ook nooit)

Naarmate het diner meer en meer een feest wordt van ouwe vrienden onder elkaar, wordt ook een blauwe fles op tafel gezet met een behoorlijk alcoholpercentage; over de vijftig. Na elke twee happen staan de heren op en moeten proosten waarbij eventjes een leeuwengebrul ten gehore wordt gebracht. Gijsbert moet er ook aan geloven maar brult niet (doet-ie thuis ook nooit), en waagt zich slechts aan een klein glaasje om te proeven en beleefd te zijn.

Het magere meisje bunkert aan het eind van de maaltijd nog steeds door en ‘verontschuldigt’ zich lacherig dat ze zo vreselijk hongerig is. Ik blijf me maar verwonderen waar ze het laat. Ik ga het vragen. Groente, groente en wel heel veel. Vis en ook varkensvlees – dat was de glibberigste, vetste die ik ooit heb gegeten en niet te houwen tussen mijn stokjes – maar geen rundvlees want dat verteert hun maag niet. Toch is er speciaal voor ons een schaaltje geserveerd, in lange, dunne plakjes.

Er komen viskoppen op tafel. De wittige oogjes puilen eruit. Gijsbert vindt dat die oogjes sprekend lijken op de (keiharde, zonder smaak) aperitiefnootjes en vraagt stiekem of hij ze erbij mag leggen. Het leraresje zegt streng: ‘I think you are very childlish, but you have a beautiful voice.’

Finally, I can do my thing!

Ondertussen discussiëren we met de dames over de verschillen tussen Oost en West. Ze willen alles over ons weten: salaris in hun branche en over relaties bijvoorbeeld. Het nichtje is getrouwd. Haar man zit in het leger en is weer voor een halfjaar weg. Als Gijsbert vraagt of zij hem dan niet mist, schiet ze bijna van haar stoel en roept: ‘NO! Finally, I can do my thing!”

‘Time to go!’ We gaan het trapje af naar beneden, bekleed met wat ooit een doorzichtig, geel noppenvinyl was voor de houvast, maar op de meest betreden delen zijn de noppen reeds lang verdwenen, en spekglad gemaakt door een ijverige dweilster. Snel slapen en morgen snel weer op.

Wij worden naar het hotel gebracht en gaan slapen, de rest van het gezelschap gaat nog even uit in de gezellige straatjes die ruiken naar geroosterd varkensvlees, wierook en benzine.

Morgen de bergen in.

12. Slapende boeddha’s wakker maken

Hefei, 13 april 2011

Snel moesten we slapen, en snel moeten we opstaan. En hup hup, waky waky up, en ontbijten. Dat hebben de dames al gedaan. Ze staan al te wachten. Snel spullen pakken en huppekee het busje in. We gaan de bergen in: Jiuhua Shan.

Hoger en hoger gaat het, slingerend door de dichtbegroeide bossen van bomen en bamboe, tot we in een mistig bergdorpje aankomen. Het dorpje is gebouwd rondom een famous temple. Op het centrale plein, voor de tempel is een grote vijver.

Op het moment dat we langs de vijver lopen, wordt er onderhoud gepleegd. De vijver wordt leeggepompt. De diertjes worden gevangen en in aquaria en plastic boxen gestopt. Het souvenirwinkeltje staat er vol mee. Koop je zo’n beestje, dan is het de bedoeling deze terug te zetten in de vijver. Een gouden vishandel zogezegd. De schildpad staat symbool voor lang leven en geluk, de goudvis voor fortuin en geluk.

Ik vertel de lerares, dat ik als kind een schildpad had, als huisdier. ‘Oh, and did he have a name?’ vraagt ze. ‘Yes, Japie’, antwoord ik. ‘Japie… that’s a beautiful name…’

We bezoeken de tempel van de heilige mummies. Een ervan, een vrouwelijke, is een mirakel. Zij wist namelijk wanneer zij zou komen te overlijden en besloot 77 dagen ervoor niets meer te eten. Dus zo geschiedde. Het uitgemergelde mens werd na haar dood in een lemen pot gestopt en luchtdicht afgesloten. Tientallen jaren erna werd de pot geopend en bleek ze goed geconserveerd. Maar oh wonder: een vinger bleek doorgegroeid te zijn, alsook de nagel. De mummie werd met goud bespoten en in een glazen vitrine gezet: haar nagels groeiden nog heel lang door.

Het reisbureaunichtje vertelt ons dit hele verhaal, getolkt door de lerares.

‘It was not the middle finger, perhaps?’

Gijsbert hoort het verhaal aan en vraagt vervolgens met een serieus gezicht: ‘It was not the middle finger, perhaps? Was it?’ En ik geef hem een klap voor z’n kop: ‘Respect man!’ Het ontgaat ze.

Mijn achtjarige buurmeisje vindt dit ‘wel een heel erg grote theepot, hoor’.

Er heerst een mysterieuze sfeer. Evenals het dorpje is de tempel gebouwd in carré. De binnenplaats is vervuld van nevels wierook en de laaghangende bewolking. Fijne straaltjes en waterdruppeltjes siepelen langzaam naar beneden. In een glazen kastje hangt een geschreven document, van een boeddhistische monnik (ben de naam even kwijt) vertaald vanuit het Sanskriet, geschreven met bloed.

Er wordt aangekondigd dat we met een kabelbaantje nog hoger gaan; een steile bergwand op. Tot mijn grote opluchting rijdt er ook een treintje on the ground. Het lijkt me wel wat fijner om daarvoor te kiezen. Onderweg zien we de dikke bamboestammen en de juist ontluikende bloesems voorbij komen in de wolken.

Het is weer eens een sprookjesachtige omgeving. Langs de smalle paden lopen we langzaam omhoog. Het hek erlangs hangt vol met hangsloten van mensen die een wens hebben gedaan aan Boeddha en deze hiermee hebben vastgeklonken.

En passant opent een monnik voor ons een dikke houten deur. We zien in een flits vijf, zes rijen van tien monniken in bankjes zitten, met een houten nap in de handen. Ze schrikken op. En wij ook! Die mensen zitten net rustig te eten en wij vinden het maar raar om daar naar binnen te gluren. Ik draai m’n hoofd terug; dat doe je niet, foto’s maken. Gênant vind ik het.

Je moet nooit slapende boeddha’s wakker maken

Moegeslenterd wordt er gevraagd of we de Slapende Boeddha ook nog willen zien, maar dat is nog wel een endje klimmen. Je moet nooit slapende boeddha’s wakker maken, vind ik.

Op de terugweg wordt er gestopt. Onze gidsen hebben wierook gekocht in het dorp om hun eigen boeddhistische heilige met een bezoekje te vereren. Honderd treden moeten we omhoog en ik geef het op de helft van de trap op. De ijle lucht eist z’n tol. Gijsbert en ik keren terug en wachten naast het busje waarin de chauffeur zit te relaxen. Gijsbert steekt een pafje op. Ik vraag een trekje en we geven elkaar een kus. ’t Is zoooo mooi hier…

We hadden ook omhoog gedragen kunnen worden.

Later, bij weer zo’n uitgebreide lunch, meent men dat wij wel een very good relationship moeten hebben. De chauffeur heeft ons zien kussen en een sigaret zien delen, en klikte dat door.

We gaan het dorpje weer in want we willen thee kopen. Onze vrienden weten al uit eigen ervaring dat de Chinese groene thee, die zij voor ons steeds meenemen als ze in Nederland zijn, bij ons niet te krijgen is. Grote zakken thee, noten, gedroogde vruchtjes, allerlei gedroogde paddenstoelen staan uitgestald in het winkeltje. De verkoper, die op zijn laptopje een potje patience speelt, kijkt op als ons gezelschap binnenkomt. Gijsbert laat zich adviseren, met onze gids.

Thee kan je kopen vanaf 4 t/m 10 euro per ons. Terwijl hij bezig is met ruiken en proeven van versgezette thee in kleine kommetjes, lopen de twee meiden stiekem te snoepen van de gedroogde vruchtjes en nootjes. Ik moet van hen ook proeven. Ze grinniken en lopen naar buiten en wenken me mee. Ze gebaren me m’n hand op te houden en daar stromen nog meer nootjes mijn hand in. ‘That tea is expensive enough, so he can miss some nuts.’ Wel, wel, denk ik … Ik hef streng mijn vinger op, maar de nootjes zijn inderdaad heerlijk. Maar jatten in China zit me niet lekker.

Uiteindelijk koopt onze gids 5 ons thee, van de nieuwe pluk, en wij mogen zelf niks afrekenen want onze vrienden hadden aan hem de opdracht gegeven de thee voor ons te kopen.

We rijden terug naar Hefei. Bij ons hotel nemen we afscheid van ons hartelijke clubje, na wat e-mailadressen te hebben uitgewisseld. Wat zijn het toch een lieve mensen. In het hotel douchen we en kleden ons snel om – we hebben nog maar een uurtje – voor een dinertje met onze vrienden, voor wie we uiteindelijk gekomen zijn. Ze halen ons op en we komen na een ritje van twee kilometer, waarin we vast komen te staan in de verkeerschaos, aan bij het restaurant. Na een halfuurtje, maar het was in feite om de hoek.

Vier uur rijden heen, en vier uur rijden terug.

Aan tafel hebben we genoeg te vertellen over de trip en hoe gezellig het was en hoe jammer dat zij er niet bij waren. Zij vonden het ook jammer, maar wij wisten van tevoren niet dat ze geen moment, behalve het weekend misschien, vrij konden maken voor socializing. Daarbij wordt verteld dat zij vlak langs ons was gereden, op weg naar een patiënt die nooit naar haar ziekenhuis kan komen. Slechts een uurtje langer rijden dan wij. Vier uur rijden heen, en vier uur rijden terug. Doet ze altijd; er zijn er meerdere. Mijn mond valt open. ‘I like my job so much’, giechelt ze.

Er wordt met trots een fles Franse wijn getoond, van een Franse wijnboer die ooit is begonnen in China. De Franse druif gedijt toch het best op eigen grond, want deze wijn is wel goed maar heeft geen fijne afdronk. De Chinezen zullen het verschil niet merken, maar wij laten niks merken.

Wordt vervolgd

Auteur: Ilona

Dit is “Dag China, tot ziens”, een 19-delig reisverhaal, geschreven en geïllustreerd door Ilona. Eerder gepubliceerd op een inmiddels opgedoekte site voor Nederlandse expats, drasties.com, tussen 26 mei 2011 – 23 september 2011. Alle foto’s, tenzij anders vermeld, © 2011 Ilona e/o echtgenoot

Advertenties

Auteur: Bas van Vuren

Schrijver. Rijmer. Kijker. Open en nieuwgierig. Kent veel beroemde mensen.

131 gedachten over “Slapende boeddha’s wakker maken (12)”

  1. Oh ja! Het Chinaverhaal. Bijna vergeten en weer terug in memories.
    Een bijdehante schoonzus van me wees me er in het verleden op, dat de Durex daar wel erg duur was. Inderdaad, het waren dan ook hele speciale, loog ik. Maar zó duur was wel erg dure Durex. Van allebei een nulletje eraf: 380 yuan dus.
    Dan lullen we er niet meer over.

    Liked by 2 people

  2. Is inmiddels aangepast, Iloontje. Ik had al een grapje in mijn hoofd over het feit dat sokken in China dus veel goedkoper zijn dan condooms, dus dat je als man dan maar beter een sok kunt gebruiken als … eh … Maar nu slaat die grap nergens meer op.

    Gewoon condooms blijven gebruiken, zakenmensen, als jullie in dat zakenhotel opwellingen van eenzaamheid voelen. Want ook boterhamzakjes mogen niet meer, die zijn van plastic. Gewillige Chinese meisjes daarentegen in overvloed, en we hopen dan maar dat die vrijwillig zo gewillig zijn. Zal wel niet. Oh, en Chinese jongens misschien ook. Man man, voor je het weet krijg je een discriminatieproces aan je broek.

    Liked by 2 people

  3. Zo, deel 11 staat er op. De blogbeheerder had even zin om iets constructiefs en positiefs te doen, iets moois te delen. U snapt het al. Time to go, now I can finally do my thing! Weer een mooie sfeerimpressie van China, de bergen bijna, maar nu eerst een halve boeddha en een hoop eten. Enjoy!

    Liked by 2 people

  4. Ha Kampei gedaan. Ik ook een keer, maar nooit weer. Ik eet graag chinees en zeker in China, hoewel ik daaral een jaar of 15 niet meer geweest ben. Ik doe het dus maar met de franse chinees. Von blonc?

    Liked by 2 people

  5. Het is fijn om weer te lezen maar je krijgt er wel een pijnlijke keel van.
    Ik herinner me dat Van Dis deze gewoonte ook niet op prijs stelde. 😀

    Like

  6. Nee, bloos is niet nodig, Bertie.
    Reacties van jou doen me altijd wel deugd.
    En al was het deze keer op een andere draad; zo ook die van klare taal die mij niet is ontgaan.

    Maar inderdaad, het is best moeilijk het begin van het nieuwste hoofdstuk te ontdekken. Er zit gewoon geen bladwijzer in of aan.
    Misschien een tip voor de blogbaas?

    Liked by 2 people

  7. Daar ben ik al jaren naar op zoek, Ilona. Nou ja, niet continu natuurlijk. Tot op heden nog niet gevonden. Het alternatief is hoe Apie zijn Mumbaiverhaal deed: elk deel als aparte post. Maar ja, da’s dan weer niet handig om het hele stuk te lezen. Je blijft heen en weer klikken. Ik heb me er eigenlijk bij neergelegd.

    Like

  8. Inmiddels heb ik het juiste hoofdstuk bereikt en gelezen. Die lange rit met de magere extra tolk. Bladwijzers hoeft niet, we moeten gewoon opletten.
    Het eten zal best lekker zijn geweest maar ja, bij Azië denk je onwillekeurig (en onwillig) aan die plaatjes met gesloopte en gerangschikte reptielen. Huiver…
    In het tv-programma van Reizen Waes zagen we al dat China prachtige gebieden heeft, een levensgrote Boeddha als beschermheer maakt het nòg mooier. ☻

    Liked by 2 people

  9. Huh? Het zijn setjes van 100 reacties per pagina. Bij de eerste posts is dat zat. Ik kan de setjes ook groter maken of zelfs opheffen maar dan scroll je je suf als je naar de laatste reactie wilt. Was het commentaar destijds. 😪😫😪

    Liked by 1 persoon

  10. Met mijn knopje ‘scrolldirectnaarbeneden’ en dan ‘nieuwereacties’ aanklikken, ben ik zo waar ik wil zijn. Beetje oefenen. Maar het kan misschien makkelijker.
    Mooi oud verhaal van Ilona. Elke keer zijn er weer kleine pareltjes in haar verhaal te ontdekken!

    Liked by 2 people

  11. Sluit mij aan bij:
    pawi
    januari 17, 2019 om 21:25
    Voel mij erg muzikaal maar zal deze draad daar niet mee belasten. Ook niet met mijn eigen reis herinneringen, al doe ik dat normaal graag omdat dit, vind ik, een vergelijking op kan leveren die een ‘gemaakt commentaar’ overstijgt. Daar gaat het nu weer even in het WH van djt over. Het gemaakte, kom die nep poep president die zal het je zeggen met een bak koude frietjes en een big mac. Geef mij Xi dan maar. Of Zie?
    Morgen de bergen is. Ha, vannacht een berg j, je weet wel, nee dus.

    Bedankt Ilona, ik vind dit 1000 keer beter dat het reliegezucht van de rechter zonder toegang.

    Liked by 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.