Dit is waarom Apie geen natuurfoto’s op zijn blog zet

Of: “Het had ook een kraai kunnen zijn die aan een condoom staat te trekken”
 
Met mijn Canon Power Shot SX201IS en een hoop goede zin ging ik van de zomer op natuursafari naar Maine.

Maine? Overweldigende natuur in het noordoosten van de VS, bijna Canada.

De walvissen vliegen je om de oren, de kreeften kruipen over de weg, de elanden knabbelen in je nek als je te lang op een bankje blijft zitten, en de vogels, ach de vogels, ze zwermen overal, ze zijn niet schuw, want ze worden nog niet neergeknald door Italiaanse jagers noch gelijmd door Belgische en Franse stiekumerds. Het is per slot van rekening: ver weg. En daar mogen die mannekes niet komen van hun vrouw. 

Maine, lieve lezers, is een natuurparadijs. Ga daar eens heen met een goede camera en je hebt wat te laten zien thuis. Net zoals Apie. Kijk maar hier beneden, dit is slechts een kleine selectie van zijn beste plaatjes. 

Ga daarna heel gauw naar de groep Natuurfotografie, zie hoe het wel kan en probeer de herinnering aan dit blog kwijt te raken.

vaag plaatje van een eend of zo

Eenden, ja, dat ziet Apie ook wel, maar wat voor eenden?
We zullen het nooit weten.
Ze zwommen weg om nooit meer terug te komen.

 
 
 
 
 
 
 
 
geel propje op schutting
 
Het was zo lief, een goudvinkje, en zo dichtbij.  En maar fladderen en maar kijken met dat koppie. Waarom moet ie dan net als apie afdrukt dat koppie in zijn veertjes steken? Zeg het maar mensen, apie weet het niet.
Het is in ieder geval niks dus.
 
 
 
   
 
 
kraai eet krab

Ja hoor, een mantelmeeuw. Ik zag hem een krab vangen en over de golven scheren om hem lekker op een strandje te gaan oppeuzelen. Zo mooi. Denk je dat dat uit dit plaatje spreekt? Nee dus, hier spreekt helemaal niets uit. Het had ook een kraai kunnen zijn die aan een condoom staat te trekken. Anything! Dit kan toch niet in een groep ‘Natuurfotografie’ met coryfeeen als ramirezi en de stadsfotograaf van Velsen en hoe ze ook allen mogen heten. Ik geniet elke dag weer van die mooie scherpe platen van ze. En zelf? Zelf ben ik een mislukkeling.
 
 
 
 
 
 

 
 
 
Nog meer triestigheid.  Een walvissafari.  Dat kost wat, hoor.  Je vaart vier uur uit de kust, en vier uur terug.  En dan zie je dus walvissen.  Midden op de Atlantische Oceaan.  Machtig.  En dan moet dit plaatje dat gevoel overbrengen.
 
 
 
 
 
 
moose
 
 
We gingen ook op moose safari, heel hoog in Maine. Elanden zijn de grootste zoogdieren van Noord-Amerika.  Ze lopen zo over je auto heen als je niet oppast.  Imposante dieren. Nou ja, dat zien jullie wel aan deze opname.
  
 
 
 
 
 
eend
 
Jullie boffen maar vandaag.  Dit is de ‘common loon’, de nationale vogel van de staat Maine. Prachtig dier, he? En ook helemaal niet schuw.  Je kunt heel mooi zijn parelende verenkleed ontdekken. De druppeltjes die nog aan zijn imposante snavel hangen, hij is net weer opgedoken na het vissen. Heerlijk gewoon, wat is die natuur toch mooi.
Als je er maar oog voor hebt.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
merganser

   
  
 
En dit is ook zo’n spectaculaire vogel, in het echt, een doublegedingesde merganser, ruige oranje kop, keiharde rode haaksnavel, gemene felle oogjes, nou ja, prachtig vastgelegd dus ook. Of het mistte? Nee, het was prachtig weer.
 
 
 
 
 

b

vage eenden
 
 
Zucht. Bij deze weet ik niet eens of het eenden zijn en wat ik eigenlijk dacht.  Misschien zijn het wel laarzen, maanden onder water geweest na een schipbreuk, en nu tevoorschijn gekomen, hoog op de woeste golven dobberend en hopend dat iemand ze met natuur zal verwarren.  Ja laarzen, duik maar weer onder, het is gelukt.
  
 
 
 
 
 
 

Hier houdt Apie maar op. Nog plaatjes zat, maar hij wordt er chagrijnig van.

Een volgende keer olifanten in India, was in de lente, ook dit jaar. Man oh man, wat een prachtige tot nu toe ongepubliceerde foto’s heeft onze natuurfotograaf daar geschoten.  Stay tuned.

Advertenties

Swaffelpaniek in Parijs

Parijs, 8 november 2010 – Een uit de hand gelopen onderzoek van nieuwe vkblogger Apiedapie heeft dit weekend voor grote paniek gezorgd in de Franse hoofdstad. Zijn hoogstpersoonlijke verslag van de gebeurtenissen volgt hier integraal:  

Toen ik las dat de verkiezing van het Nederlandse woord van het jaar 2010 binnenkort van start gaat, gingen mijn gedachten terug naar twee jaar geleden.  Swaffelen, oftewel het “met het mannelijk geslachtsdeel tegen een object aantikken om aldus opgewonden te raken” (van Dale), was toen de merkwaardige winnaar. Het zorgde voor bevreemding bij expats, en voor geamuseerde internationale aandacht in de media. Het was toen dat onze internationale reputatie definitief de weg naar beneden leek te hebben ingezet.   

Swaffelen bleek onvertaalbaar, ‘penish-shaking’ kwam er dichtst bij, gevolgd door de uitleg dat dit “an English slang verb” is “meaning to swing one’s exposed penis, more specifically requiring the penis in question to swing toward or bump against another person or object.” Tja … woord van het jaar 2008 in Nederland. Zucht.

Veel ophef destijds, maar is onze reputatie blijvend beschadigd? Dat vroeg ik me af. Om dat uit te vinden besloot ik te gaan reizen. Dit weekend ging ik om te beginnen naar Parijs. Ik hoop voor het einde van dit jaar ook andere hoofdsteden te bezoeken.

Bij aankomst op Gare du Nord, vrijdagavond, keek ik gespannen om me heen, toch ook wel weer een beetje bang dat iemand me als Nederlander zou herkennen. Maar de Fransen liepen net zo onverschillig en gestresst rond als altijd. Ik schoot een enkeling aan, maar gaf het al snel op. Van mijn gefluisterde vraag of “swaffelen” hen iets zei, werd geen Fransman warm of koud. Net zomin als van mijn met een Frans accent uitgesproken “penis shaking“. Ze liepen door alsof ik een bedelaar of een de weg vragende Amerikaanse toerist was. Ze namen in feite niet eens de moeite om hun neusjes voor me op te trekken. 

Ik ging naar mijn hotel en dacht na. Het enige dat er op zat was om de proef op de som te nemen. Hoe vervelend het ook was, ik moest zelf gaan swaffelen (had ik nog nooit gedaan, erewoord) en op straat kijken of voorbijgangers het zouden herkennen. En dan als typisch “Neerlandais” zouden bestempelen. Had ik maar geweten hoe vreselijk het uit de hand zou lopen.

Het begon eigenlijk best prettig. In het miniscule badkamertje nam ik eerst een douche en had daarbij een onbedoeld voortijdig swaffeltje met de wasbak. Toen zette ik mij, gehuld in mijn badjas, op het hotelbed. Met een muziekje aan om in de stemming te komen.  Ik begon voorzichtig te swaffelen.

In het begin vond ik er niet veel aan. Maar gaandeweg werd het een prettige bezigheid. Ik herinnerde me dat swaffelen staand of rondlopend dient te worden uitgevoerd. Ik begon dus rondjes door de kamer te draaien. Al gauw begaf de TV het, evenals de Victoriaanse staande schemerlamp. Ik ging meer en meer in het swaffelen op en verloor gaandeweg de beheersing over mijn daden.

Het rondlopen werd rondrennen.

Het rondrennen werd in opperste waanzin rondbonken.
  
Ik kon het op een gegeven moment niet houden en rende de gang op, het trappenhuis af, swaffelend tegen smeedijzeren leuningen en eikenhouten deuren, en stond … buiten!!! In het koude Parijs, acht graden Celsius, lichte motregen, donker.   
 
Had ik toen mijn razernij maar onder controle kunnen brengen.

Maar mijn swaffel zwaaide al tegen een lantarenpaal, een geparkeerde auto, en zelfs tegen een voorbijrijdende RATP-bus. Ik begon te draven. Eerst door het Bois de Boulogne. De dames en heren van plezier zijn daar veel gewend en konden mijn geswaffel nog uitwijken. Maar toen draaide ik de Champs d’Elysees op, de mooiste boulevard ter wereld, met die mooie lichtjes. Nu niet meer dus. Ook de Obelisk op Concorde bleef niet onbeschadigd.

Voorbijgangers bleven staan en keken sprakeloos toe, sommigen giechelden en wezen. Maar niemand leek het in verband met “Pays-Bas” te brengen. Prima! Ik had wel inmiddels een hele stoet politieauto’s achter me aan. Ik swaffelde verder en draaide de rechter Seine-oever op, het tunneltje bij Pont Alma. Ik moet werkelijk alle resterende pijlers hebben weggevaagd. Zelfs rondvaartboten werden uit het water gezwiept. Ik raasde door met papparazzis op mijn hielen. Motoren, zieken- en brandweerwagens, en anti-terreurbrigades … het leek wel een film!  

Ik zelf was, ik moet het bekennen, in uiterste staten van opwinding en kon absoluut niet stoppen. Ik kon alleen maar wilder en wilder swaffelen. Het kon niet groot genoeg zijn. Ik moest en zou … meer … steviger … woester … harder …. hoger … en toen … zag ik die enorme smeedijzeren toren aan de andere kant van de rivier. Die brug had ik niet over moeten gaan. Maar iets groters dan mij had bezit van me genomen.  

Die toren staat nu grondig uit het lood. Gustav Eiffel ligt te tollen in zijn graf. En ik zit nu hier op het commissariaat, 15e arrondissement. Met een beetje geluk kom ik volgende week vrij, zodat ik mijn onderzoek kan voortzetten.

Eerder in iets andere vorm verschenen op drasties. Voor de Volkskrant bewerkt en herplaatst op speciaal verzoek van mijn lieve vriendinnetje Dutchgoddess.
 

Jasje

Ik staar naar de lege lopende band en besef dat ik weer eens eerder dan mijn koffer ben aangekomen. Dit keer in Montreal, dinsdagavond laat.
 
Morgenochtend om half negen moet ik een vergadering voorzitten, gekleed in de muf ruikende spijkerbroek en sweater waarin ik heb liggen slapen.
 
De winkels zijn dicht.
 
Ik leg mijn probleem uit aan de nachtportier van het hotel. Hij kan me gelukkig een overhemd lenen en een ribfluwelen jasje.

De volgende morgen zit ik de vergadering ongemakkelijk voor. In de pauze komt een van de deelnemers naar me toe.

‘Leuk jasje!’, zegt hij veelbetekend.
 
Ik stamel een excuus, leg de situatie uit en zeg dat ik me normaal natuurlijk wel beter kleed.
 
Er valt even een stilte. Dan zie ik dat hij net zo’n jasje aan heeft. 
 
 
 
 
 
(eerder in iets andere vorm en met ander lettertype gepubliceerd op drasties)

Bonkende wieltjes op Brussel-Zuid

De Thalys stopt. Ik weet dat ik niet meer dan zesentwintig minuten heb. Ik ren naar beneden. De wieltjes van mijn koffertje bonken achter me aan op de vierkante treden van de roltrap.
 
Ik sla rechtsom richting de hamburgerkraam. Ik moet en zal mijn hamburger scoren. Twee lieve oude mensjes bakken ze al jaren op een ijzeren plaat. Zwartgeblakerde sliertjes ui. Ketchup en mosterd uit een plastic fles, met de opgedroogde restjes rond de dop. Midden in de stationshal van Brussel-Zuid.

Maar vandaag … zijn ze er niet meer.

 
Op de plek van het kot staart me nu een glimmende fastfood aan. Het personeel draagt gele petjes en rode schortjes.
 
Ik sleep me terug naar het perron. Ik eet vandaag in de restauratie. Broodje zalm. Met weemoed.

(in iets andere vorm eerder verschenen op drasties, moet kunnen, mijn verdriet is nog altijd groot, nooit meer zo’n lekkere hamburger gegeten)

Ik had mogen neuken

tunesie
Photo: (c) A. Dapie

Lang geleden was ik op vakantie in Tunesië. Het was de eerste keer dat ik een arm buitenland bezocht. Ik was tot dan niet verder dan Spanje gekomen.
 
Diep geschokt liep ik rond. Ik had nog nooit openlijke armoede gezien. Mensen in lompen gehuld. Kinderen die aan je broekspijpen hingen.  In doeken gewikkelde vrouwen die met baby’s op de arm liepen te bedelen. Ik gaf, achteraf gezien, veel te veel geld weg.
 
 Nooit zal ik vergeten wat er eentje tegen me zei, in het Frans, terwijl ze mijn geld weggriste: “Nou, daarvoor had je me ook mogen neuken!”
 
Ik hoorde diepe minachting in haar stem.
 
 
 Eerdere versie verschenen op drasties, foto: ©Apiedapie