Leerling valt flauw bij ontleden varkenshart (460)

Over ikjes en vlees

Honger. Vrouwenleed. Een zieke cavia. Kerststukjes. Gering. En koeien. Je kunt ze maar hebben. Wie, wat, hoe dan? Dat waren de ikjes van vorige week. Hier lees je er alles over, al een jaar of tien of zo wat. En met een beetje goede wil en gezondheid gaan we er ook zeker nog een jaar of tien mee door, want het is leuker dan ooit en de lezersstatistieken schieten weer eens omhoog. Lekker toch? Mooi man! Zal wel aan de tijd van het jaar liggen. Men is op zoek naar Sissy en de toastjes.

Een leerling was bij het ontleden van een varkenshart flauw gevallen

Lukas Meijsen niet, maar hij schreef wel een ikje over honger. Hoe of dat kwam? Een leerling uit zijn havo 5 was bij het ontleden van een varkenshart flauw gevallen. Een andere leerling snapt daar niets van: “Ik kreeg er zelf gewoon honger van”. Een niet onaardig begin van de week, zo vond het ikjespanel. Hoewel Suske constateerde dat we “nu stilletjesaan de afgrond” ingaan, richting Kerst en daar behoorlijk depri van zei te worden. Benieuwd hoe het nu met hem gaat. Bertie vond het een prima ikje om de week mee te beginnen, “al zal de opmerking als grap zijn bedoeld”. Ja, dat geeft helegaar niks, als hij maar gemaakt is en als de ikjesauteur het maar zelf gehoord heeft. Zo bennen de regels in ikjesland. Jan Sierhuis liet weten dat hij mijn weekoverzicht (dat met de hoogtepunten van de ikjes van de week ervoor) met veel pret had gelezen en dat hij het later hoogst waarschijnlijk zou gaan herlezen. Kijk, daar scoor je punten mee als nieuw panellid. Er gaan nog grote dingen gebeuren alhier met Jan. Blijft allen aan uw toestel.

Foto door Matthias Zomer op Pexels.com

Ik raad nieuwe lezers altijd aan om in hun eerste week hier het overzicht tweemaal daags te lezen. ’s Ochtends tijdens het ontbijt en ’s avonds voor het slapen gaan. Dan kom je er het snelst in en kun je daarna langzaam gaan afbouwen. Uiteindelijk zit het er meteen op de maandagochtend in en kun je je de rest van de week volledig toe gaan leggen op de ikjes. Dat vind ik het fijnst, want die een platform te geven, daar gaat het hier allemaal om. Niet om dat weekoverzicht (vroeger “intro” geheten). Op zondag gebeurt er hier nooit iets, dus mag je wat anders doen.

dat er een vrouwelijke fietser zou gaan worden afgerost door haar echtgenoot

Het ikje van vorige week dinsdag werd door mijn autocorrector van de titel “Vrouwenkleed” voorzien. Algauw bleek dat het “Vrouwenleed” moest zijn en dat het niet om het maandelijkse ongemak ging, maar dat er een vrouwelijke fietser zou gaan worden afgerost door haar echtgenoot. Het voert te ver om dat allemaal uit te leggen, lees er het ikje van Clariet Boeye maar zelf eens een keertje op na. Als je het al niet uit je hoofd kent natuurlijk. Ik kijk hier nadrukkelijk naar Jan Sierhuis. Dat wordt hier van je verwacht, Jan, realiseer je alsjeblieft dat je nog in je ontgroeningstijd zit. Het ikje gebeurde trouwens op het Rapenburg, een fijn stekkie in Leiden dat me dierbaar is, vanwege allerlei redenen die ik niet mag verklappen.

Foto door Daniel Kondrashin op Pexels.com

“Doodziek” was de kop van het ikje van Astrid Blaauw-Hoeksma. Nou, dan ga je het lezen en blijkt het om een verkouden cavia te gaan. Een meisje met zwavelstokjes staat er mee bij de drogist en weet niet dat haar cavia heel gemene kleine windjes kan gaan laten van het geneesmiddel dat ze op het punt staat te kopen. Zoiets. Boeye, zou ik bijna zeggen, maar dat was die van het vorige ikje.

Jullie zien het wel, ik heb er dit keer niet zo’n zin in, dat herkauwen en uitleggen van de ikjes. Heb je weleens, niemand overboord en volgende week weer een kans. Het is immers liefdewerk oud papier. En liefde kan niet op commando 24 uur per dag aan blijven staan. Dat komt en gaat. Zoals die 80-jarige moeder van Ingeborg van Dijck bijvoorbeeld. Ingeborg houdt kei van haar. Net zoals ik van dit toch wat gekunstelde bruggetje. Maar goed, die moeder van Ingeborg is heel druk, onder andere met het maken van kerststukjes “voor de oude van dagen”. Ze bedoelde waarschijnlijk “ouden”, want meervoud, maar dat hoor je niet altijd in de spreektaal en dat was het waarin Ingeborg schreef. Bovendien maalt daar niemand op de redactie van de NRC meer om en ik houd me er wijselijk buiten. Het grapje van oma is niet echt origineel, maar best te pruimen, zo vond ook het voltallige ikjespanel. Kan zo naar Omroep Max. En Jan Slagter maar voice-overen dat het een lieve lust is. Wanneer gaat hij nou eens echte voice-overs inhuren? Nooit? Oh.

Er gaat een hand omhoog, zo schrijft hij beeldend, not

En voor je het weet ben je al bij het ikje van vorige week vrijdag aangeland. Dat van Erik Haandrikman die in havo 5 bezig is met tekstverklaring. Erik als leraar nemen we dan maar aan. Er gaat een hand omhoog, zo schrijft hij beeldend, not. „Wat betekent géring?” vraagt een leergierige leerling. Dat woord kent Erik niet, dus hij loopt naar het schoolbankje waarachter de leergierige leerling gespannen zit te wachten, niet eens in de gaten hebbende dat de inkt van haar pen niet in het inktpotje maar op iets anders druipt. Iets anders waar ik nu even niet op kan komen. Iets dat typisch is voor een klaslokaal in de jaren zestig. Stukkie vloeipapier? Gom van wasberenreuzel? Erik kijkt naar het stukje tekst in kwestie en schatert dan luid: „Er staat niet géring, maar geríng.” Geinig, doet een beetje aan het aloude bommelding denken, een misverstandje waarmee mijn moeder al hoge ogen gooide op feestjes bij de buren. Buurman Henk van nummer 12 lachte daar zo hard om, dat mijn vader vertwijfeld twee sigaretten in zijn mond propte. In zijn eigen mond. In de jaren zestig. Maar nog is Eriks plot niet klaar. De leerling reageert namelijk nog even. Wat of “geríng” dan wel moge betekenen? Tja, dan moet je dat maar eens gaan googelen, beste leerling. Het gebrek aan woordkennis verbaasde Bertie niets, maar die woont in Oost-Brabant, zo bekende zij moedig.

Daar is ook vlees bij

En zo kabbelde de ikjesweek verder tot het eindelijk zaterdag werd en tijd voor het allerleukste ikje van de hele zaterdag. Corianne Roza zit met haar gezinnetje aan het kerstdiner. Daar “is ook vlees bij”, schrijft ze, “tot afgrijzen van mijn vegetarische dochter”. Zoals wij allen weten (maar hardop zeggen mag niet meer sinds Lientje en Geert het voor het zeggen gekregen hebben) is de veehouderij niet best voor het milieu. De zoon van Corianne, hij heeft zich al ingeschreven voor de jongerenclub van de PVV, zegt met een mond vol met halfdoorgekauwde repen biefstuk op een bedje van vet speeksel: “Je moet blij zijn met mensen zoals ik. Wij eten die vervuilende koeien tenminste op.” In feite best een grappige opmerking natuurlijk, maar goed, daar wordt zo’n jongen maar verwaand van, dus niemand die dat zei. En ook nu had ik het liever niet opgeschreven. Je moet zo’n jongen tegen zichzelf in bescherming nemen. Maar het is al te laat. Nu maar hopen, tegen beter weten in, dat hij hier niet meeleest.

Wil jij net als Suske, Bertie, Jan en andere reageerders kans maken om in het volgende weekoverzicht voor te komen? Wil jij ook aardige vondsten debiteren naar aanleiding van ikjes? Wil je plezier hebben met lezers die voor je het weet goede kennissen van je kunnen worden? Misschien wil je een uitnodiging voor de jaarlijkse bijeenkomst van lezers van deze site? Of zeg je: doe mij dat maar allemaal?

Je kunt een uniek vrolijk viltje winnen als jouw reactie precies de 100e is

Doe dan aan deze leuke rubriek hier op deze leuke site mee. Ga eens wat ikjes lezen, die staan verstopt op de NRC, die krant die zo van lezersanekdotes houdt. Of stuur zelf een ikje in. Of scrol naar beneden en zeg iets. Dat mag met een fantasie-emailadres en ook met een nom de plume. Je kunt een uniek vrolijk viltje winnen als jouw reactie precies de 100e is. Of de 200e, 300e enzovoort tot in het oneindige. Of voor een ander aangenaam dingetje dat je hier op de site doet. Viltjes zat. Maar voel je je te goed voor zo’n viltje? Of ben je doodsbenauwd om je adres te delen met het blogbeheer? Helemaal prima, dan laat je dat – liefst discreet – even weten en dan gaat dat viltje naar iemand die het wel weet te waarderen. 

Voor je het weet kan een citaat van jou, een foto van jou, een wat dan ook van jou, een hoogtepunt van de week worden. Heb je inspiratie nodig? Raadpleeg de afleveringen van deze rubriek elders op dit blog. Ook een aanrader als je er even tussenuit bent geweest.

Bas van Vuren, aangenaam!

Reacties zijn welkom via het reactieveld, het contactformulier of een email naar bas@basvanvuren.org

Het wordt een prettige week. Als je vindt dat het geen prettige week moet worden, voel je dan vrij om elders te gaan buurten. Daar waar er meer zijn zoals jij. 

De foto helemaal hierboven – wij vakmensen noemen het de header image – laat traditiegetrouw een stukje offline leven van mezelf zien van de afgelopen tijd. Nou, jullie zien het wel. Ik liep weer eens te slenteren in mijn eigen tuin. Het werd al donker. Gelukkig hadden we net een vuurschaal gekocht. Een dure, gemaakt van cortenstaal, zoals jullie weten een metaallegering, bestaande uit ijzer waaraan koper, fosfor, silicium, nikkel en chroom zijn toegevoegd. De roestkleurige en zeer dichte oxidehuid schermt het dieper liggende materiaal af van zuurstof, waardoor de oxidatie sterk vertraagd plaatsvindt. Dit was de test, de vuurproef, echt het allereerste blokje waarmee ik een particulier fijnstofuitstotertje werd. Maak je borst maar nat, TataSteel. Het ging prachtig branden en ditto walmen. En qua staal gaat die schaal, zoals wij en Wikipedia weten, nog kei verder roesten en dat hoort. We hebben er ook een ontroerend mooie houtopslag voor ons openhaardhout van gekocht. Als ik me heel erg verveel met de komende feestdagen, dan zal ik die ook weleens fotograferen. Dus jullie boffen maar. Ook deze week – ik voel het gewoon – ga ik weer interessante dingen meemaken. Jullie ook? Laat je belevenissen achter in de reacties op dit blog. Hoeft niet literair. Foto “Schaal van staal voor een muur van vuur” © 2023 Bas van Vuren

Onbekend's avatar

Auteur: Bas van Vuren

Schrijver - Rijmer - Kijker - Kent beroemde mensen - Maakt liedjes en filmpjes - Doet iets met #ikjes - Want ja - Je moet toch wat

26 gedachten over “Leerling valt flauw bij ontleden varkenshart (460)”

  1. Leesvaardigheid

    We nemen aan tafel de bedroevende resultaten van het internationale -PISA-onderzoek naar de prestaties van scholieren door: de leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen is opnieuw achteruitgegaan. Mijn zoon is niet onder de indruk: „Gelukkig ben ik 16!”

    Agnes Andeweg

  2. Er wordt wat afgelachen aan de Nederlandse keukentafels. Gelukkig worden het later allemaal cabaretiers en kun je ze ’s avonds zien optreden als presentators van quizzen en acteurs in commercials van supermarkten.

  3. Een van mijn leidinggevenden heeft ooit met zijn auto een koe doormidden gereden. Of hij dat beest achteraf opgegeten heeft vertelde hij er niet bij.

  4. Paarse badmuts

    Bewegen is goed, zeker voor mensen van onze gevorderde leeftijd. Daarom trekken wij wekelijks baantjes in een naburig zwembad. In het water kan ik niet goed zien omdat ik mijn bril dan niet op heb, maar ik herken mijn vrouw in elk geval aan haar paarse badmuts. Na een aantal baantjes haal ik haar in en tik op haar badmuts. „Ga je lekker, schat”, vraag ik.

    Het volgende moment keek ik in een wildvreemd gezicht dat niet bijster vriendelijk staat. „Ga iemand van je eigen leeftijd lastig vallen, sukkel”, bijt ze me toe.

    Carlo van Praag

  5. Tja, het zou zomaar eens gebeurd kunnen zijn. Hoe oud deze sukkel precies is weten we niet, maar wellicht ergens in de tachtig. Hoe het ook zij, hij schrijft nog zonder stok en da’s keigoed.

  6. Handstomer

    Toch een tikje gespannen zitten mijn schoonmoeder en ik in de wachtkamer van het ziekenhuis. Zij krijgt de uitslag van een belangrijke MRI. We proberen gezellig over koetjes en kalfjes te praten. Ze vraagt me of ik ook zo’n handige handstomer heb voor mijn kleding.

    „Ja”, antwoord ik, „die heb ik ook. Fijn ding, hè?”

    „Ja”, zegt ze, „is een fijn ding.”

    Na een korte stilte vervolgt ze: „Eigenlijk heb ik hem nog nooit gebruikt.”

    „Ik ook niet”, zeg ik.

    Judith Ann Regout

  7. Grinnik. Dit soort wezenloze dialoogjes en zo droog verteld, dat zijn voor mij de beste ikjes. In de verte doet deze me denken aan Coen van Beelen met zijn “en we nemen nog een toastje”.

    Hulde, Judith Ann Regout! En wat een poëtische naam. Nu maar hopen dat het met schoonmama goed gekomen is of nog goed komt.

  8. Winterkermis

    Op een rustige donderdag bezoeken we het Openluchtmuseum in Arnhem. We krijgen extra tickets voor de winterkermis bij het museum. Zij is nog nooit in een zweefmolen geweest en stapt resoluut op het vriendelijk monster af. Glunderend zweeft ze haar rondjes en ik zeg tegen de molenaar: „Niet gek voor een eerste keer, hè.” Daarna wil ze ook nog met mij (dat dan weer wel) in de rupsbaan met belgerinkel en overkapping, voor een stiekeme zoen. Gierend van napret lopen wij, samen 161 jaar, naar de uitgang en betalen met haar horloge voor een uitrij-munt.

    Willem Veeneman

  9. Willem aan de zwier met het vriendelijk monster … Je moet er maar opkomen.

    Hoe beschrijf je die zweefmolen? Het is een vriendelijk monster! Willem doopt zijn pen nogeens in het inktpotje en loopt de rest van de tekst door. Nu gaan we naar de rupsbaan, eigenlijk veel meer een vriendelijk monster, maar ja, dat was die zweefmolen al. En aan het eind hebben we het niet over een echtpaar van 80+ maar laat ik ze lekker raden.

    Schattig tafereeltje. Waarom is het mensje vroeger nooit op een kermis geweest? Komt ze uit een ver land waar je die niet had? Is ze pas 20 en Willem 141?

  10. Kolven

    Mijn zoontje van drie wilde graag helpen met kolven. Bij het uitzetten van het kolfapparaat zei hij triomfantelijk: „Zo, ik heb de koe gemelkt.”

    „Wát zeg je?”, vroeg ik hem.

    „Gemolken”, corrigeerde hij zichzelf.

    Eline van Winkel

  11. Verkeerd verbonden

    Om een aanpassing in onze boeking te doen bel ik met het hotel. Nadat de telefoon wordt opgenomen meld ik dat ik een wijziging in de boeking wil doorgeven. Na een moment stilte krijg ik als antwoord: „Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat u binnenkort bij ons wilt komen logeren. Wij zijn een uitvaartonderneming.”

    Hans Wiegel

  12. Ietsje te beknopt naar mijn smaak. In feite alleen de pointe.

    Maar goed, veel spannender is het om te weten of dit de met een streepje naar rechts Hans Wiegel is – “nou nou wel meer dan een streepje, hoor”, hoor ik daar een olijkerd roepen – of een naamgenoot. We zullen het nooit weten en moeten daarmee de Kerst in.

    Ik wens u allen veel plezier en een goede reflectie op hoe u dit jaar met uw medemensen bent omgegaan en hoe trots u daar op bent.

Ik vind er dit van: