Schapen van de andere kant

Over ikjes, een coronaliedje en schapen

De 15-jarige kleindochter van Manet van Montfrans dacht erover om een dagboek te gaan bijhouden en verzuchtte hoopvol “Misschien word ik dan wel Anne Frank”. Er viel een stilte, want de volwassenen legden de uitspraak letterlijk uit. Natuurlijk bedoelde het lieve kind “zo beroemd als Anne Frank”. Daar moet de NRC het van hebben. Kinderen die iets zeggen, volwassenen die het naar de krant sturen ter meerdere eer en glorie van zichzelf. “Het ikje wil actueel, literair en indringend wezen. Drie maal mislukt,” vond Lummel ervan.

De broer van Totie van Dorssen, die in Engeland woont, snapte het systeem van de NL-Alert nog niet helemaal. Toen er eentje tijdens een Facetimegesprek met zijn zusjes binnenkwam met de oproep om “anderhalve meter afstand te houden” reageerde hij met de verbaasde vraag “hoe weten ze dan dat jullie nu te dichtbij elkaar zitten?”

Lees verder Schapen van de andere kant

Een maandag als alle andere (268)

Over ikjes en schapen

Soms denk je, waar doe ik het nog voor? Waar doen we het allemaal nog voor? Waarom zou je nog een intro schrijven, een blog maken, een boek lezen, naar muziek luisteren, een grap aan je liefste vertellen? Dat virus, waar we een paar weken geleden nog lacherig over deden, beheerst ons leven inmiddels volledig. Op de radio, op de televisie, in de krant en op het internet gaat het over niks anders meer.

En degenen die het wel nog over andere dingen hebben, die bekijk je onbewust meewarig. Wat zijn die dom, naïef, weten ze nou echt niet hoe ernstig het allemaal is? Toch zijn er natuurlijk twee werkelijkheden. Er is een fysieke wereld – de buitenwereld – met het rondwarende virus waartegen we ons moeten beschermen. En er is de emotionele wereld, die draait 24 uur per dag door in onze eigen kopjes, en alleen maar daar. In die binnenwereld vallen we van de ene in de andere gedachtestroom: bezorgd, berustend, angstig, kwaad, vertrouwend, wanhopend, ongeduldig, en verveeld. Naar buiten toe, naar degenen die ons lief zijn, laten we niet alles zien. Want je weet, daar hebben ze niks aan. Ze kijken ook naar jou, en zolang jij vertrouwen uitstraalt, dan helpt dat een beetje.

Lees verder Een maandag als alle andere (268)

Lulletje lampekatoen (267)

Een lulletje lampekatoen, ikjes en het coronavirusspook

Een grippe grave, dat is wat het is, dat coronavirus. Een leerling uit 4 havo vroeg het aan zijn docente Frans (60+) en krek, dat was het. Grave. Zeker als je in de risicogroep valt en ze de curve niet kunnen flatten door social distancing.

Kokette Jeanette van Ginkel, zo heette die docente, deed onze lezers denken aan hun eigen Franse leraressen van vroeger. Nou, daar zaten heel wat opgewonden konijntjes bij, hoor. “De vroegrijpe leerlingen zaten allemaal helemaal vooraan. Ik had dat toen nog niet zo door” sprak er een spijtig.

Ad Hok had altijd moeite met het verschil tussen grippe grave en grippe aiguë. “La grippe est une maladie aiguë virale très contagieuse, évoluant sur un mode épidémique, due à Myxovirus influenzae. Généralement bénigne, elle peut être grave chez les sujets ayant une comorbidité” citeerde Lummel naar eigen zeggen helemaal uit het blote hoofd. We stonden paf, totdat ik hem de link naar het internet gaf en hij beschaamd stilviel.

Lees verder Lulletje lampekatoen (267)

Stoeien in de Cantharel (266)

Over ikjes, Timmerark en Toptweeps

De blaassectie van een jazzband is iets anders dan een blaasinfectie. Als je dit soort misverstanden leuk vindt dan is de ikjesrubriek van de NRC iets voor jou. Volwassen lezers schrijven die krant vol, nou ja de achterpagina, nou ja een hoekje daarop, met zelfverzonnen anekdotes. En hier bespreken we ze. Wie “we” zijn? De reageerders van de “Bas van Vuren, aangenaam” community, niet te verwarren met de lezers van het gelijknamige blog, want dat zijn jullie zelf. En – om wat voor reden dan ook – jullie gebruiken dat uitnodigende laagdrempelige reactieveldje onder dit intro niet. Mag. Kan.

Leuk woord voor het fluisterspel

Hidde Stradmeijer – de ikjesschrijver over die jazzband – wens ik succes met de band, als de kwaaltjes weer genezen zijn kunnen jullie weer naar hartenlust optreden. “Blaasinfectie”, verzuchtte Pawi, een van onze sterreageersters, “ … leuk woord voor het fluisterspel”. Klare taal, een andere sterreageerster alhier, gaf toe bij “blaassectie” in eerste instantie aan het verwijderen van of snijden in de blaas gedacht te hebben.

Lees verder Stoeien in de Cantharel (266)

Praktijklessen en huiswerk (265)

Over ikjes, gebogen ruggen en gele vaatdoekjes

Wat houdt de Nederlander toch van woordgrapjes. Hij (m/v) kan er geen genoeg van krijgen. De ongekroonde meester van het fenomeen was Seth Gaaikema. Over hem niets dan goeds. Op Twitter hebben we bol.com, krenentommende humor voor laaggeletterden. In het AD wint de woordspeling, hoe flauw en ongerelateerd ook, vaak de dagelijkse Uit de Kom cartoonwedstrijd. En laten we het maar niet hebben over “Bedenk eens een leuke kop mensen” van JdW en navolgers. Zelf bezondig ik me er ook regelmatig aan, de woordspeling, maar ik denk toch vaak nog liever ietsje langer door, zodat het ietsje minder plat en eendimensionaal wordt. Enfin, waar gingen we het over hebben? Oh ja, de ikjes van vorige week, het is weer maandagochtend (moeten jullie denken, voor mij is het zondagavond).

Lees verder Praktijklessen en huiswerk (265)

DSR eet alles wat zacht is (264)

Over ikjes, teiltjes en recepten met kaas

(22 maart 1997, 18:07) Nou, ik heb dan eindelijk mijn eerste blog geschreven voor het internet. Het zal mij benieuwen wanneer dit zal verschijnen. Er wordt veel gemodereerd, heb ik gehoord, al wordt het vaak ontkend, vooral door hypocriete deugneusjes. Maar tijdslabels liegen niet!

We lijken Follow The Money wel

Het obscure “weeshuis van de #ikjes” Twitteraccount (13 volgers) lijkt, wat ik vorige week al dacht, een privéaccount dat de stukjes van de tweep zelve een plaatsje op het internet moet geven. Mag. Kan. Maar zeg dat dan gewoon. Wat een onderschatting van het intellect van de medemens. Dat ik hier vorige week nog welwillend wat promotie heb bedreven voor het initiatief is door het account niet eens opgemerkt, of in ieder geval genegeerd. En het grappigste is nog wel: de meeste ikjes (67%) die inmiddels geplaatst zijn vermelden geen auteursnaam. Op mijn vraag naar opheldering was het antwoord een korzelig “ dat laten we aan de inzender over”. Jaja. Maak dat de kat wijs. Juist de inzenders van ikjes die de NRC niet halen willen hun naam zien. Anders sturen ze het niet naar jou, oh weeshuis van de #ikjes meneer of mevrouw. Merk ook op dat de ikjes vrijwel identiek van taalgebruik en vorm zijn, dus kennelijk van dezelfde auteur afkomstig. Geeft niet, weer iets ontmaskerd. We lijken Follow The Money wel, maar dan zonder money en zonder relevantie.

Lees verder DSR eet alles wat zacht is (264)

Weeshuis van de ikjes (263)

Over ikjes, liedjes en een weeshuis

Naar wormen trappelende meeuwen in een weiland doen een “worming-up”, volgens Casper de Winter (9). Je moet er maar opkomen, maar zo is Seth Gaaikema ook ooit begonnen. Het stond vorige week in de NRC, de krant die nog altijd “ikjes”, oftewel lezersanekdotes, publiceert. Hier worden ze besproken. Al sinds jaar en dag. Tradities zijn hardnekkig.

Da’s het dilemma. De ouwe lezers zijn inmiddels misschien best wel klaar met die Gerry Holland en zijn “Holland Douze Points”. En de nieuwe lezers hebben geen boodschap aan ikjes. Probeer daar maar eens tussendoor te laveren als je Bas van Vuren heet, die kanjer die zowel ikjes- als liedjesschrijver is. Maar ik doe mijn best, dat gaan jullie zien:

Lees verder Weeshuis van de ikjes (263)

Doe niet zo mal

Valentijnsversje met een twist

In ons restaurantje was het weer Valentijn

Samen leken we best gelukkig te zijn

Ik at mijn foie gras met heel veel zin

Bij hem ging de patat er vlotjes in

Ik bestelde een karafje rode Bordeaux

En ook zijn cola – met een rietje – stond er zo

Toen zei hij “mama houdt toch ook van lekker eten

Is ze ons voor altijd vergeten?”

“Jongen”, lachte ik luid, “doe niet zo mal”

Maar ik hoorde “The winner takes it all“

Header image: Café le Paris, 129 Boulevard Carnot 78110 Le Vésinet France. De plaats waar zich dit heeft afgespeeld, vele jaren geleden. Misschien wel.

Een spook is een ding (262)

Over ikjes, de Holland Douze Points ringtone en drs. P

Wat of het verschil tussen een geest en een spook was, wilde vorige week een brugpieper van juffrouw Carola Beumer-Siebert weten. Een mede-leerling gaf het juiste antwoord: „Een spook is een ding, maar dat bestaat niet in het echt. De geest is geen ding, maar bestaat wél echt.” Best wel diep, vonden we met z’n allen hier. Volgens de kleindochter van Joke (“en die kan het weten want ze is al vier”), Bassie en Adriaan èn de nieuwe Pipo de Clown bestaan spoken niet. Dat u het weet.

Lees verder Een spook is een ding (262)

Je tante op een houtvlot – nu bestellen

Kent u deze uitdrukking, dames en heren? Je tante op een houtvlot. Weleens gezien? Ik de mijne niet, hoor. Ook geen oom. Die zijn wel wijzer.

Zelf ja. Zelf stond ik vaak op een houtvlot. Ik maakte ze van wrakhout en alles wat ik kon vinden. En wankelend boomde ik daarmee dapper over de vijver, onder takken door, het nauwe slootje in. Kroos in mijn haren. Eenden snaterend op de vlucht. Dat dat geluk was, dat wist ik toen nog niet.

Lees verder Je tante op een houtvlot – nu bestellen