De kat zijn kat

Over ikjes en een rode paardenstaart

Moh zeg, zo wauw!! Merci!!” was de blijde reactie van LOLA♥ CHAMPAGNE op haar eervolle vermelding van vorige week. Kijk, daar ben ik dan weer blij mee, want dan doe je het allemaal niet voor de kat zijn kat. Maar ze heeft gewoon een hele leuke site, daar ging het me om. Als je het vorige week niet gedaan hebt, kijk dan gewoon nu (na het lezen van dit intro)-niet klikken had ik gezegd – en als je het vorige week ook al gedaan hebt, zoals Klare Taal ¨met veel genoegen¨, doe het dan nog maar een keer. Het ging vorige week over corona en de telefoon opnemen. Niet nu-huuuu.

Eerst wat er hier gebeurde, want daar komen jullie voor. Of alle kwikstaartjes, wit of geel, overwinteren in Senegal, was bijvoorbeeld een vraag. Van Pawi nog wel. En ik maar beloven dat ik het zou opzoeken. Not dus. Geen tijd voor gehad. Maar we hebben nog tot in de lente. UPDATE: de witte blijven hier, de andere trekken weg, naar Afrika en zelfs Azië. Einde update.

Lees verder De kat zijn kat

Wauw. Cool. Intiem (301)

Over ikjes, Turks gras en lollypops

“Omdat Ben & Jerry eigenlijk de enige twee leuke mannen op de wereld zijn …” Deze grove leugen was de pointe van het ikje van Marijke van Harskamp vorige week. Het ging over het liefdesverdriet van een 17-jarige dochter. Had haar vriendje het uitgemaakt? Nee, zij had dat helemaal zelf gedaan. Haar vriendinnen voerden haar als troost een bakkie schepijs. DSR (De Schrijvende Rechter) wenste alle betrokkenen veel sterkte en herinnerde nog maar weer eens aan psalm 141: ‘Heer, zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur van mijn lippen.’

Het ikje – of misschien wel de reactie van DSR – maakte LOLA LOVES CHAMPAGNE aan het lachen. Ik vermeld dat omdat dit haar eerste reactie alhier is, en dat vieren we altijd. We gooien haar driemaal in de hoogte, hopla, verkeerd opgevangen, blauwe plek, maar daar moet je tegen kunnen, dat is de ontgroening. Ze heeft een keileuke site trouwens, ga daar maar eens kijken. Ze neemt je daar mee in haar zoektocht naar dat ietsje meer dat haar leven kleurt.

Lees verder Wauw. Cool. Intiem (301)

In de Steenstraat (300)

Over ikjes, de beste toko van Gelderland en hondjes die zand gooien

Voor een “erg goede nasi goreng” ga je naar de Steenstraat. Daar zit een Chinees-Indische toko, dat wil je niet weten zo goed. Ze hebben er een “zeer service-georiënteerde Chinese cheffin” en als je die vraagt wat je moet hebben om de “allerbeste nasi van Arnhem” te maken, dan antwoordt ze: “Mijn vader”. Ik citeer uit, jullie raden het al, een ikje uit de NRC.

Dit is er eentje van Christiaan Zevenbergen, die hier vast een gratis maaltijd van San Wah Foods uitsleepte. Toko Tan Hoa, zoals de inheemsen zeggen, is immers al ruim 23 jaar een vaste bekende op de Steenstraat, maar heeft weinig geld voor reclame. Nou, dan doen wij dat wel. De zaak is opgericht in 1988 door de familie Dang en tot op heden is het een familiebedrijf. Ze hebben er verse producten, rijst en bami, non-food, drankjes, loempiavellen, eendeneieren, blikjes en sausjes.

Moet die vader nou in dobbelsteentjes erdoor?

“In de Steenstraat moet je wezen, in de Steenstaat moet je zijn! Die aan de Houtstraat dat zijn prutsers, dat weet iedereen”, zong De Schrijvende Rechter (DSR) uit volle borst. Hij was ingenomen met het ambitieniveau van de inzender: niet gewoon een goede, maar een “erg” goede nasi goreng, de “allerbeste” van heel Arnhem zelfs! “Maar waarom daar gestopt? Nasigorengkoning van heel Gelderland!! Met zo’n “zeer service-georiënteerde” Chinese cheffin komt het vast wel goed. Maar moet die vader nou in dobbelsteentjes erdoor of gewoon meekoken?”

Lees verder In de Steenstraat (300)

Flirten op de openbare weg (299)

Over ikjes, erudiete vrijpartijen en een warm dekbed

Hoe het nou zat met die veronderstelde quote van Pipi Langkous (“Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan”)? Niemand kan hem vinden, zelfs de erven Astrid Lindgren niet. Misschien heeft ze de oneliner wel gezegd, maar zat de schrijfster niet op te letten. Einde discussie. We call Pipi en schrijven de quote definitief aan haar toe. Game Set Match

“Ik kan mijn eigen overal vermaken.”

Joke van Doorne vindt zichzelf erudiet en wil daten met een erudiete man. Er reageert iemand die op zijn Tinderprofiel bij zijn hobby’s heeft staan: “Ik kan mijn eigen overal vermaken.” Hopla, en weer zette een NRC-lezeres een minder begaafd persoon in de zeik via de ikjesrubriek. Da’s ook een hobby. Maar voor Joke was dat nog niet genoeg. Ze wilde er een erudiet mopje van maken en schreef er nog een regeltje bij: “Even denk ik echt: overall schrijf je toch met twee ellen!” Verder kon ze niet zoeken, maar goed, erudiete mensen snappen hem vast meteen.

Lees verder Flirten op de openbare weg (299)

We willen de toiletpot kwijt (298)

Hilde Lemson is op visite bij vrienden en die hebben een dochter van dertien. Hilde vraagt om onverklaarbare reden aan het kind of ze haar corona-app aan heeft staan. „Nee”, zegt ze. „Ik had hem wel, maar ik heb hem verwijderd. Want ik kreeg helemaal geen berichten.”

Kijk, zo makkelijk is het nou om een ikje in het landelijk dagblad NRC Handelsblad te scoren. Je schrijft een anekdote op, zendt het via een webformulier of per email in en hopla, je bent beroemd. Er hoeft niets opmerkelijks in te staan. Het hoeft niet goed geschreven te zijn, als er maar iets staat. En als je geluk hebt wordt je ikje ook nogeens hier besproken door een panel van deskundige liefhebbers of liefhebbende deskundigen.

“De pointe is me al te moppig”

Zoals de legendarische De Schrijvende Rechter (DSR) bijvoorbeeld. Al sinds jaar en dag levert die zijn Eindoordelen in. In dit geval maakte hij zich er vanaf met een “de pointe is me al te moppig”. Ad Hok was tevreden met het ikje. Omdat het kort was. “Dat mag ik wel.”

Lees verder We willen de toiletpot kwijt (298)

Ik heb een witte (297)

Vliegroest, bandentrapper … autojargon waarin we werden onderwezen door Maarten de Sitter, ondersteund door NRC Handelsblad via de ikjesrubriek. Aan De Schrijvende Rechter (DSR) was dit niet besteed. “Niets zo oninteressant als auto’s; ‘ik heb een witte’ is het enige dat hij te berde kan brengen. Volgende keer graag nadere informatie over aanschaf van een staafmixer.”

“Flauw uit de buitencategorie

Ene Lorelei, overgelopen van de buren, plaatste volgens Pawi het slechtste ikje van het jaar tot nu toe. Niet van haarzelve, het is immers een nimf die naar riviermatrozen zit te lonken, maar van Annelies Mazairac-Van de Burgt. Het ging over positief testen en daar per ongeluk blij mee zijn. Duh icoontje. “Flauw uit de buitencategorie à la bommelding en verassing”, aldus DSR.

Lees verder Ik heb een witte (297)

Een partijtje puddingboksen (296)

Over ikjes, een dood paard en Grindr

Een hele hoop burgerlijke ikjes vorige week. Geen enkel pareltje. Maar dat hoeft ook niet, anders vallen ze niet meer op. Ans Wijngaards zeeg met een paar andere vriendinnen in de midlife crisis op een terrasje neder. Want toen kon dat nog. Een jonge ober bediende haar tafeltje te langzaam. “Te oud voor een jonge God” concludeerde het drietal en verliet “ongezien” het terras. Dat is dan maar beter ook, Aagjes Ongeduld. Een jammerlijk ikje, vond Bertie het, “ik hoopte bij de eerste regels over een spannende ruzie te lezen”. Ja wie niet?

Lees verder Een partijtje puddingboksen (296)

Looking for Fön? (295)

Over ikjes, een harig pert en Frank Hammecher

We maakten vorige week weer eens een clickbait mee. Of in goed Nederlands: een klikaas. “Die tieten herken ik” was immers de tietel van het vorige intro. Daar waren een hele hoop reagluurders nieuwsgierig naar, met name in de avonduren. Maar de gouwe ouwe “Tieten om van te smullen” is niet van de koppositie te verdrijven en ook “Tieten op Twitter” scoort nog altijd fors, qua clickfrequentie dan. Erg langdurig worden de betreffende blogs niet bestudeerd. Het is niet anders. De tietels waren in alle gevallen functioneel. Sterker nog, in mijn bijna 10-jarige bloggeschiedenis heb ik slechts drie stuks gebruikt. “Zes stuks, mag ik hopen”, ginnegapte Ad Hok.

“Nu maar hopen dat school niet wordt geannuleerd”

De woordgrapjes waren ook vorige week weer niet aan te slepen in het ikjesgebeuren op de NRC. Marcel Verspeek bijvoorbeeld, die had een dochter die thuis kwam van school. „En”, vraagt hij, „veel geleerd?” „Mwoah”, antwoordt ze rillerig. „Vooral geventileerd.” Dat “rillerig” is natuurlijk overbodig, maar goed, zoals De Schrijvende Rechter (DSR) schreef: “Over een paar jaar snapt hopelijk niemand ‘m nog”. Ad was het grapjes maken niet verleerd en schreef “nu maar hopen dat school niet wordt geannuleerd”. Krek, zo is het. Daarmee was het ikje afdoende gefileerd en konden we doorrrrr.

Lees verder Looking for Fön? (295)

Die tieten herken ik (294)

Het was de week van de krantenbezorgers. Ze mochten allemaal van de NRC een herinnering insturen, een anekdote, een ikje. Nou, zijn wij me daar even blij dat ze normaliter buiten op de fiets rondrijden en niet achter hun schrijfcomputer zitten! Ze kunnen het gewoonweg niet. Schrijven. Niet leuk gezegd, en een beetje veralgemeniserend en stigmatiserend, maar man man man, wat een lagere-schoolopstellen verschenen er in de krant van vorige week.

Moet je nou eens proberen. Fluiten.

Wim Koster had het over een “mooie najaarsdag in september 1970”. Ik bedoel maar, dat is veel te lang geleden! Wat was dat dan, zo’n mooie najaarsdag? Nu is dat een dag met verzengende temperaturen van over de 30 graden. De dompies zijn daar blij mee. Mooie nazomer zeggen ze dan, terwijl de klimaatverandering eraan komt donderen. Maar wat was dat dan in 1970? Een mooie najaarsdag? Dat zegt Wim dus niet. Hij is fluitend op weg naar het Amstelstation. Dat kon toen nog. Moet je nou eens proberen. Fluiten. Je wordt gelijk ingerekend door de #metoo-politie.

Krantenbezorgers, let op u saeck

Verder gebeurde er weinig in zijn ikje. Ja, de fusie van de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad was vijftig jaar geleden een feit, maar dat wisten we al. Zelve voegde hij daar niks aan toe.

Lees verder Die tieten herken ik (294)

Geef die vent een gulden (293)

Over ikjes, wielrenners en de supermarkt

Aan slechtste ikjes van het jaar geen gebrek vorige week. Die van Theo Waaijer dan! Hij “ontmoet” op een mooie nazomerse middag een jonge man in een rolstoel, uitkijkend over de zee op de Meijendelse Slag. Theo vraagt hoe de man in die rolstoel beland is en er ontwikkelt zich een diepmedemenselijk gesprek over een motorongeluk en een hoge dwarslaesie en dromen over uiteindelijk weer te kunnen motor rijden op zo’n motor met drie wielen. Uiteindelijk wordt het verhoor afgekapt door de rolstoeler. “Geluk zit niet in je benen”.

“Je zou als lezer nog in een rolstoel geraken door zulk tenenkrommend gedram”

“Je zou als lezer nog in een rolstoel geraken door zulk tenenkrommend gedram” zei De Schrijvende Rechter (DSR) en scoorde daarmee een hardoppe lach hier op de redactie. We bedoelen maar: die man probeerde van het uitzicht te genieten, Theo. Aan zee. Met alleen de wind in het haar en de meeuwen en schepen in de verte.

Pawi plaatste wat vakkundige vraagtekens: “Vreemd dat er ineens een ‘hoge’ dwarslaesie wordt ingevoerd. Doorgaans wordt daarmee bedoeld een verlamming vanaf de nek. Dan kun je letterlijk alleen maar dromen van rijden op de motor.”

Lees verder Geef die vent een gulden (293)