Ik heb een witte

Vliegroest, bandentrapper … autojargon waarin we werden onderwezen door Maarten de Sitter, ondersteund door NRC Handelsblad via de ikjesrubriek. Aan De Schrijvende Rechter (DSR) was dit niet besteed. “Niets zo oninteressant als auto’s; ‘ik heb een witte’ is het enige dat hij te berde kan brengen. Volgende keer graag nadere informatie over aanschaf van een staafmixer.”

“Flauw uit de buitencategorie

Ene Lorelei, overgelopen van de buren, plaatste volgens Pawi het slechtste ikje van het jaar tot nu toe. Niet van haarzelve, het is immers een nimf die naar riviermatrozen zit te lonken, maar van Annelies Mazairac-Van de Burgt. Het ging over positief testen en daar per ongeluk blij mee zijn. Duh icoontje. “Flauw uit de buitencategorie à la bommelding en verassing”, aldus DSR.

Lees verder Ik heb een witte

Een partijtje puddingboksen (296)

Over ikjes, een dood paard en Grindr

Een hele hoop burgerlijke ikjes vorige week. Geen enkel pareltje. Maar dat hoeft ook niet, anders vallen ze niet meer op. Ans Wijngaards zeeg met een paar andere vriendinnen in de midlife crisis op een terrasje neder. Want toen kon dat nog. Een jonge ober bediende haar tafeltje te langzaam. “Te oud voor een jonge God” concludeerde het drietal en verliet “ongezien” het terras. Dat is dan maar beter ook, Aagjes Ongeduld. Een jammerlijk ikje, vond Bertie het, “ik hoopte bij de eerste regels over een spannende ruzie te lezen”. Ja wie niet?

Lees verder Een partijtje puddingboksen (296)

Looking for Fön? (295)

Over ikjes, een harig pert en Frank Hammecher

We maakten vorige week weer eens een clickbait mee. Of in goed Nederlands: een klikaas. “Die tieten herken ik” was immers de tietel van het vorige intro. Daar waren een hele hoop reagluurders nieuwsgierig naar, met name in de avonduren. Maar de gouwe ouwe “Tieten om van te smullen” is niet van de koppositie te verdrijven en ook “Tieten op Twitter” scoort nog altijd fors, qua clickfrequentie dan. Erg langdurig worden de betreffende blogs niet bestudeerd. Het is niet anders. De tietels waren in alle gevallen functioneel. Sterker nog, in mijn bijna 10-jarige bloggeschiedenis heb ik slechts drie stuks gebruikt. “Zes stuks, mag ik hopen”, ginnegapte Ad Hok.

“Nu maar hopen dat school niet wordt geannuleerd”

De woordgrapjes waren ook vorige week weer niet aan te slepen in het ikjesgebeuren op de NRC. Marcel Verspeek bijvoorbeeld, die had een dochter die thuis kwam van school. „En”, vraagt hij, „veel geleerd?” „Mwoah”, antwoordt ze rillerig. „Vooral geventileerd.” Dat “rillerig” is natuurlijk overbodig, maar goed, zoals De Schrijvende Rechter (DSR) schreef: “Over een paar jaar snapt hopelijk niemand ‘m nog”. Ad was het grapjes maken niet verleerd en schreef “nu maar hopen dat school niet wordt geannuleerd”. Krek, zo is het. Daarmee was het ikje afdoende gefileerd en konden we doorrrrr.

Lees verder Looking for Fön? (295)

Die tieten herken ik (294)

Het was de week van de krantenbezorgers. Ze mochten allemaal van de NRC een herinnering insturen, een anekdote, een ikje. Nou, zijn wij me daar even blij dat ze normaliter buiten op de fiets rondrijden en niet achter hun schrijfcomputer zitten! Ze kunnen het gewoonweg niet. Schrijven. Niet leuk gezegd, en een beetje veralgemeniserend en stigmatiserend, maar man man man, wat een lagere-schoolopstellen verschenen er in de krant van vorige week.

Moet je nou eens proberen. Fluiten.

Wim Koster had het over een “mooie najaarsdag in september 1970”. Ik bedoel maar, dat is veel te lang geleden! Wat was dat dan, zo’n mooie najaarsdag? Nu is dat een dag met verzengende temperaturen van over de 30 graden. De dompies zijn daar blij mee. Mooie nazomer zeggen ze dan, terwijl de klimaatverandering eraan komt donderen. Maar wat was dat dan in 1970? Een mooie najaarsdag? Dat zegt Wim dus niet. Hij is fluitend op weg naar het Amstelstation. Dat kon toen nog. Moet je nou eens proberen. Fluiten. Je wordt gelijk ingerekend door de #metoo-politie.

Krantenbezorgers, let op u saeck

Verder gebeurde er weinig in zijn ikje. Ja, de fusie van de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad was vijftig jaar geleden een feit, maar dat wisten we al. Zelve voegde hij daar niks aan toe.

Lees verder Die tieten herken ik (294)

Geef die vent een gulden (293)

Over ikjes, wielrenners en de supermarkt

Aan slechtste ikjes van het jaar geen gebrek vorige week. Die van Theo Waaijer dan! Hij “ontmoet” op een mooie nazomerse middag een jonge man in een rolstoel, uitkijkend over de zee op de Meijendelse Slag. Theo vraagt hoe de man in die rolstoel beland is en er ontwikkelt zich een diepmedemenselijk gesprek over een motorongeluk en een hoge dwarslaesie en dromen over uiteindelijk weer te kunnen motor rijden op zo’n motor met drie wielen. Uiteindelijk wordt het verhoor afgekapt door de rolstoeler. “Geluk zit niet in je benen”.

“Je zou als lezer nog in een rolstoel geraken door zulk tenenkrommend gedram”

“Je zou als lezer nog in een rolstoel geraken door zulk tenenkrommend gedram” zei De Schrijvende Rechter (DSR) en scoorde daarmee een hardoppe lach hier op de redactie. We bedoelen maar: die man probeerde van het uitzicht te genieten, Theo. Aan zee. Met alleen de wind in het haar en de meeuwen en schepen in de verte.

Pawi plaatste wat vakkundige vraagtekens: “Vreemd dat er ineens een ‘hoge’ dwarslaesie wordt ingevoerd. Doorgaans wordt daarmee bedoeld een verlamming vanaf de nek. Dan kun je letterlijk alleen maar dromen van rijden op de motor.”

Lees verder Geef die vent een gulden (293)

Karma komt voor de val (292)

Over ikjes, tongzoenen en een zakje sojachips

Karma komt voor de val. Dat bleek maar weer eens. Maakte ik me vorige week nog lekker vrolijk over de stilte op het blog van de buren, nu viel mij hier datzelfde lot ten deel. Niet fijn hoor. Nu begrijp ik waarom de buurman soms zo chagrijnig is. Ik had zelf de grootste moeite om er de moed in te houden en niet te gaan snerpen en snieren. Maar goed, dat houd je toch.

“Je kunt in deze tijd in gezelschap beter een wind laten dan hoesten”, merkte Floris Bijlsma op in zijn ikje van vorige week. Volgens De Schrijvende Rechter (DSR) wordt er vandaag de dag ook minder geboerd. “Het ‘ah!-apenootjes!’ (…) blijft onovertroffen, maar een dergelijke tegenwoordigheid van geest heb je alleen maar als zich regelmatig een gelegenheid voordoet, bv. door het dagelijks drinken van een kratje bier.”

Heer Rozenwater toonde zich op het andere keileuke blog een nijver lezertje van de reacties hier en had het ook over een boertje. Geeft niet. Zoals gezegd kunnen we de zon in het water zien schijnen en zijn we weer de dikste vrienden.

Lees verder Karma komt voor de val (292)

Dikke vrienden en grootste fan (291)

Over ikjes, het NRC supertrio en de buren

Wat sommige mensen voor zinnen kunnen schrijven! Man man. “Ik reageer via de website van de Engelse krant The Times op een artikel over The Lincoln Project, in 2019 opgericht door Republikeinen die niet willen dat president Trump wordt herkozen op 3 november maar liever de Democraat Biden als nieuwe president van de VS zien.” Yep, dit is een waargepubliceerde ikjesbeginzin (weten we het nog: een heel ikje mag maar 120 woorden bevatten), tjokvol met overbodige informatie.

Dat malle misverstandje maakte vorige week uiteraard nauwelijks iets los

Maarten van Doremalen stuurde hem naar de NRC en de NRC zette hem op de achterpagina. De pointe was – ik zeg het voor degenen die na de eerste zin afhaakten – dat iemand dacht dat Maartens naam fake was en afkomstig van een nepaccount. Dat malle misverstandje maakte vorige week uiteraard nauwelijks iets los, noch hier noch bij de buren.

Lees verder Dikke vrienden en grootste fan (291)

Geen pianoles vandaag (290)

Over ikjes en puzzels en een collecte tegen de katten

Soms zijn ikjes puzzeltjes. Wat heeft de schrijver bedoeld? Waarom heeft de NRC redactie het gepubliceerd? Het zouden eigenlijk lezersanekdotes moeten zijn, die je snel met een glimlach of snikje tot je neemt na het scannen van het echte nieuws uit de krant. Dat je er de hele dag nog mee bezig bent, is niet de bedoeling. En al helemaal niet dat je er met jan en alleman over in discussie gaat. De een vindt hem wel goed, de ander niet. De een snapt hem niet, de ander juist wel. Vermoeiend. We hadden er vorige week bovengemiddeld veel van dit type.

Zoals die van Maurits van de Loo. Het dingetje heette “Willen”. En het ging over een schilder op een hoogwerker bij het pand naast het bedrijfspand waar Maurits zelf werkte en zijn motor voor parkeerde. Hij kan blijkbaar hard schreeuwen of de hoogwerker was niet al te hoog, want Maurits vroeg “Moet je ook bij dit pand zijn?” De schilder antwoordt: “Zou je dat willen?”. En toen? Niks meer. Dat was het al. Het hele ikje. En wij maar raden wat of de schrijver bedoeld heeft, welke wellicht dubbelzinnige diepere betekenis ons ontging, welk zinnetje misschien weggevallen was.

Lees verder Geen pianoles vandaag (290)

Spullen in je zak (289)

Over ikjes en handtasjes en wat kliko betekent

Het blogverkeer vindt meer en meer via Twitter plaats. Het is niet anders. Kwestie van twee schermpjes open en een account nemen. Zo deelde ik vorige week het gouwe ouwe blog van mijn voorganger, Apiedapie. Het was een populair blog uit de Volkskrantblogtijd, maar liefst van negen (9 jaar) geleden. Hij analyseerde hierin de inhoud van damestasjes, wat zit er in en wat zou er eigenlijk uit kunnen? Zie hier. “Waarom zijn alle vrouwenportemonnees die ik ken drie tot vier keer zo groot als de mijne? Hebben ze meer geld, creditcards? Nee. Er zitten allemaal fotootjes, kassabonnen en andere onduidelijke papiertjes in” was een sleutelzin.

Spullen in je zak is slecht voor de pasvorm van je kleding

De reacties op Twitter kwamen meteen. Voor de twitterlozen een kleine greep. Roos Vonk: “Maar zonnebril, zakdoekjes e.d. in je tas is toch juist handiger dan overal losse dingen? Spullen in je zak is slecht voor de pasvorm van je kleding.” Gelijk dat ze had natuurlijk, maar ja, zij is dan ook hoogleraar sociale psychologie. Mijn voorganger slechts een olijk apie.

Annegreet Blanken vulde aan dat vrouwenkleren bovendien “vaak een stuk minder zakken (if any)” hebben en “zijn dan ook nog vaak minder groot.” Ook een waar woord.

Tas van Tineke – Tas van de Dag

Maar de Tas van de Dag Prijs ging naar het goed onderbouwde en geillustreerde betoog van Tineke Stel. “Dit is mijn tas vandaag”, zei zij en deelde moedig een foto van haar gebruiksaccessoire. “Met een keurig geordende bib (bag in bag ofwel binnentas) erin waarin alles een vaste plek heeft en die elke morgen verhuist naar een tas die bij mijn outfit past. Nou jij weer.

Sleutels en hondendrolletjeszakjes van Tineke

Ja, daar heeft niemand van terug natuurlijk en ik reikte de Prijs met plezier uit. “Mijn dag kan niet meer stuk!” zei Tineke al net zo blij. En ze ging door. “Nu we toch bezig zijn: mijn sleutels. Geen bos, maar etui met een kettinkje voor huis en eentje voor kantoor. En uiteraard binnenin een reservebatterij voor de rolluik-afstandsbediening en zakjes voor de hondendrolletjes.” Prachtig allemaal. Een hoop geleerd. En die zakjes had je tien jaar geleden nog niet. Toen trapte je nog regelmatig in een hondendrol. Vooruitgang!

Lees verder Spullen in je zak (289)

Blauwe zandbakschelp (288)

Over ikjes in de zandbak, een onverwachte combinatie

Daar waar de ikjes bijkans bezwijken onder de breedschrijverij, gaat het er bij de bespreking alhier ingetogen en bedachtzaam aan toe. En zo is het, dat was weer eens een waar woord dat De Schrijvende Rechter (DSR) vorige week aan ons toevertrouwde. Hij schudt ze nog altijd uit zijn mouw. De bijdragen van zijn hand zijn zonder uitzondering wijs, eloquent, en keigrappig.

Hij maakt zich alleen nog altijd zorgen of hij wel vaak genoeg gelezen wordt, dat ijdeltuitje dat hij d’r eentje van ons is. Of we hier wel genoeg geld besteden aan werving en selectie, zo vroeg hij zich af. Not dus. Organische groei, uitsluitend gebaseerd op kwaliteit, dat is hoe we het hier doen. Alle tips van vakbroeders zoals De Blogtrommel ten spijt.

Een boekenschrijver kijkt naar de oplage van zijn boek

De lezers waarderen het steeds meer lijkt het wel. Nog altijd zit hun aantal in de stijgende lijn, mede onder invloed van de Coronacrisis, waardoor je niet meer zo ontspannen naar de boekwinkel of bibliotheek gaat. Niet dat ik daarnaar kijk, het hijgerige statistieken analyseren laat ik graag aan mensen zoals de pruilende buurman over. Een boekenschrijver kijkt naar de oplage van zijn boek, niet naar het aantal brieven dat hij erover krijgt. Jokezelf vergeleek het met een tijdschrift. “Dat lees je ook zonder dat je overal maar op reageert. Niet te doen jongens!”

Lees verder Blauwe zandbakschelp (288)