Plastic prikken

Over ikjes, bomen en een schutting

“Hoera, ik ben de eerste liker”, zei Bertie precies een week geleden, toen ze de eerste was die het vorige intro van een waarderend tikje voorzag. Ik bedoel maar, de taal is in beweging. Had je dit tien jaar geleden ergens opgeschreven dan was je opgesloten in een gesticht.

Karen Mol misschien ook wel, ook nu nog, als ze althans op tijd opgepakt wordt. “Herfstgele grove confetti” dwarrelde er volgens haar door de lucht en het “knisperde onder onze fietsbanden”. Of blaadjes kunnen voelen, vroeg ze zich af. Volgens haar “kleine filosoof wél” (let op het accent aigu) en de blaadjes zijn “blij als ze herenigd worden met hun familie en vriendjes op de grond”. De grond is volgens Karen hun hemel. En “ineens is het bos bezield met dappere reizigers die de val naar de hemel aandurven”.

Ik wil benadrukken dat we niets over mevrouw Mol weten. Misschien is ze al heel ver heen, zit al ergens in een opvanghuis, en dan zijn we vertederd dat een verwarde vrouw dit heeft weten te knutselen. “Karen probeert poëzie. Een nieuwe herfst een nieuw geluid” vond Glasvezellummel.

Lees verder Plastic prikken

Lollige hardhorige oma's (254)

Ikjes, het bejaardentehuis van de toekomst, #metoo en springende zalmen

Lollige hardhorige oma’s, oh, wat hebben we daar de schurft aan! Nou, lekker begin wel, dit intro. Als je niet beter zou weten dan denk je op zo’n hatertjesblog beland te zijn waarvan er nog best wel veel zijn, volgeschreven door mensen die tradities verdedigen en andere mensen het land uit willen schoppen of een pilletje geven. Omdat tolerantie en redelijkheid moeilijke woorden zijn en als traditie niet meetellen. Maar gelukkig kennen jullie me en weten dat ik het niet over die oma’s zelve heb, maar aan hullie als onderwerp van een ikje, zo’n lezersanekdote uit de NRC. Ken je wel, die NRC-ikjes, toch? Zie anders de link helegaar aan het einde van dit intro. Waarom het intro heet? Da’s traditie.

Voor straf bespreken we zo’n ikje niet

Dat ikje over die oma werd geschreven door ene Stan van der Burght, en had verder weinig om het lijf. Hij wilde haar even in de zeik zetten, net zoals ook andere ikjeschrijvers dat steeds vaker ongehinderd en zelfs aangemoedigd door de NRC doen met hun demente familieleden. Hier houden we er niet van. En voor straf bespreken we zo’n ikje niet.

Lees verder Lollige hardhorige oma's (254)

Prachtig prima kort intro (253)

Over ikjes, recepten, China en Rotterdam

Nee, het is zeker geen compliment als een lezer (m/v) verzucht dat het wel lijkt alsof de intro’s steeds langer worden. Wel voorafgegaan door een “chapeau Bas, prima intro weer”, maar toch, het is maar gezegd. Door wie? Dat laat ik maar in het midden omdat het Jokezelf betrof en ik geen ruzie met haar wil. Ik stuur haar wel een mailtje, dit lossen we samen wel op.

“… een prachtig intro. Broeva. Haro!”

Dat Lummel zich haastte om “een prachtig intro. Broeva. Haro!” te roepen maakte niet meer zo heel veel uit. De toon was gezet. Ook Bertie was te laat met haar goedbedoelde “hallo, weer een prima en lang intro”. Ze zei dat namelijk pas om half twee op de maandagmiddag, vele uren na het verschijnen van het intro. “Vanmorgen al gelezen”, probeerde ze nog zwakjes, “maar ik kom nu pas aan reageren toe”. Jaja.

Enfin, ik kan het wel, hoor, korte intro’s schrijven. Dat gaan jullie zien en dat hebben jullie vandaag dus helemaal aan julliezelve te wijten.

Lees verder Prachtig prima kort intro (253)

Tieten om van te smullen (252)

Over een nieuw kookblog, mannenpakken, zeilbootjes en bitterballen

Lummel beloofde een paar weken geleden dat hij “binnenkort” een recept met parelhoen en vergeten groenten op zijn blog ging zetten. Hij dacht erover om “tieten” in de titel te gebruiken, dit vanwege het grote succes van het vorige intro op dit blog. Of we suggesties hadden? Ondanks prima suggesties – waarvan wij “Tieten om van te smullen” de leukste vonden – is het recept nog altijd niet gepubliceerd. Maar wat niet is kan nog komen. De lange Kerstvakantie komt er weer aan. Intussen is het, althans volgens kenner Ad Hok goed voor de statistieken: “if you mention tits, you’ ll get the hits.”

We leven al een paar jaar in het flauwe-grapjestijdperk

Bij Pawi – die haar huis probeert te verkopen in verband met een aanstaande emigratie naar Frankrijk – kwam er een bouwkundig expert langs. De fantast trof geen schimmel aan, noch balkenrot. Einde oefening zou je zeggen. Pawi blij. Hij zijn werk gedaan. Maar nee, dit schreef de man in zijn rapport: “ …. maar soms zijn schimmels niet met het blote oog te zien, kunnen zich razendsnel verspreiden, kunnen leiden tot zwamvorming, de zogenaamde huiszwam, en kunnen de balken aantasten, die dan gaan rotten.” Zo’n fantast zou je alle hoeken van de kamer willen laten zien, als die dat al niet uit zichzelf had gedaan, meldde Pawi. In de dagen dat de NRC nog goede ikjes ontving, plaatste en liet becommentariëren zou dit er eentje hebben kunnen zijn. Maar nee, we leven al een paar jaar in het flauwe-grapjestijdperk, qua ikjes dan.

Lees verder Tieten om van te smullen (252)

Tieten op Twitter (251)

Over tieten op Twitter, het wel en wee van lezers, wat ikjes en een feestje

Hartverwarmende reacties kwamen er binnen naar aanleiding van het 250e-introfeestje van vorige week. Ik kan ze natuurlijk niet allemaal noemen, maar ga wel proberen om iedereen een antwoord te sturen. Lummel had zelfs zijn beste pak aangetrokken om het intro te lezen en “dronk er een glaasje sjampoepel bij en at toastjes.“ Ook Pawi verheugde zich over “de mijlpaal” en ze ging speciaal voor de gelegenheid door de kamer gymnastieken met een zwaar verguld lepeltje. Van Jokezelf kreeg ik “drie heerlijke Nederlandse stijve kussen, links, rechts en weer links” op mijn wangen. Ja waar anders op? Huivericoon.

… waarom ik dat zou willen, een taart met een baard?

Het was dan ook niet niks. Het eerste intro verscheen op 6 januari 2014, bijna zes jaar geleden alweer. Ze zijn via deze link allemaal keurig aan te klikken, mits je je door de kleurige vlakken heen weet te scrollen.

250 kaarsjes van de Amazon

Ad Hok kocht een doos met 250 kaarsjes voor me op Amazon. Waar die allemaal in moesten wist Gerrit Komrij volgens Lummel. Het viel in het feestgedruis in feite alleen Pawi op dat een taart nog ontbrak. Of ik die maar zelf bij de Hema moest gaan kopen? Volgens haar hebben ze daar mooie fototaartjens, waar ik met een Dreitagenbart zo op zou kunnen. Dat vond ik op zich geen probleem. Wat de Koning kan, kan ik ook. Behalve Maxima kusjes geven. Maar ik vroeg me wel af waarom ik dat zou willen, een taart met een baard? Het antwoord bleef uit.

Lees verder Tieten op Twitter (251)

Worstenbroodjes en bananenbootjes (250)

Over ikjes, verjaarspartijtjes, roken, bekende mensen en fototaartjes

Een ikje van Annelou Kingma over haar jarige kleindochter Demi maakte best wat los. Het kind was verkleed als koningin compleet met een feestjurk, kroontje en scepter in de lift op weg naar de bovenste verdieping van een warenhuis voor een taartje. Ze werd door twee opgeschoten jongens “prinses” genoemd. Ja. Dat stond in de krant. De NRC. Wat bezielt de inzender en de redactie, vroegen we ons af, maar we wisten ook dat het geen ene moer helpt. En weet iemand wat dit doet voor het kinderzieltje? Hoe diep en diep verwend het kind in kwestie hier van wordt? Hoe strontvervelend later als volwassene in het verkeer, op Twitter en op kantoor?

Zelf mocht ik op mijn verjaardag trakteren. Punt. Niks verkleden. Dat was het. Ik leerde ervan te geven in plaats van te krijgen en kijk wat er van mij geworden is. Heerlijk gewoon, een echt aangenaam mensenmens, wat jullie?

“… gevuld met onverantwoord lekkere spekkies.”

Lees verder Worstenbroodjes en bananenbootjes (250)

Letters waaien weg (249)

Over ikjes, de nieuwe layout van dit intro en de pareltjes van Timmerark

Om te janken was het ikje van Janke J. de Paauw-Westra, die haar 3-jarig kleinzoontje ten tonele voerde. Hij was verdrietig. Waarom? „Omdat ik drie ben, ben ik verDRIEtig. Als ik vier ben, niet meer.” Een van de slechtstgeschreven leuterkleinkindikjes ooit, vond iemand. “Ik moet er niet aan denken wat dit kind zegt als het acht is,” huiverde Lummel. “Mijn god (…) wat een verdriet. Om te janke, zeg dat wel” vond ook Bertie ervan. Jokezelf vond het ikje wel grappig, maar dat komt volgens haar vooral omdat ze zelf ook een kleindochter van drie heeft die dit soort dingen weleens zegt. Ben je klaar mee! Maar “ik ga dat alleen niet in de krant zetten”. Dat bedoelen we. Klare Taal trok het breder: “De ikjes zijn nauwelijks meer te pruimen, ouders over hun kinderen, grootouders over kleinkinderen, veel gezemel en gezeur zelfs geen grimlachje komt voorbij helaas.”

Lees verder Letters waaien weg (249)

Laat me maar uitrazen (248)

Ikjes en andere dingen die gebeurden

Het ikjesverval schrijdt voort. Dat is niet anders en ook helegaar niet erg. After all, het is al een rubriek van een jaar of tien oud. Op een gegeven moment is de lol eraf, is de inspiratie op, willen lezers wat anders gaan doen. Alleen de verstokte publiciteitsgeilaards blijven over, en een enkeling die onder een steen heeft geleefd en voor wie het de eerste keer is.

Wat je dan ook gaat krijgen: de reacties drogen op. Dat houdt gelijke tred met de neergang van het basismateriaal. Aanvankelijk niet, want juist slechte ikjes laten de pennetjes vlammen. Maar teveel slechte ikjes, en altijd op dezelfde manier slecht, zorgen ervoor dat de criticasters hun eigen kritiek beu gaan worden, want ze kunnen het niet meer origineel formuleren. Wat een ellende allemaal.

Lees verder Laat me maar uitrazen (248)

Blij met de kopij (247)

Over ikjes en andere belevenissen

Jaja, Sophie Schravendijk die had me daar een bommel-ding te pakken. Een oppaskindje van haar vroeg waar op de foto uit haar geschiedenisboekje over de Tweede Kamer de “mini-ster” stond, ze zag alleen maar grote mensen. Slecht verzonnen en slecht geschreven, was het meedogenloze oordeel van Lummel. En toen moest de week nog beginnen. Het was het eerste ikje. Echt veel beter werd het in de rest van de week niet.

“Dan is het intro heel wat beter”, merkte Bertie op, en krek dat ze gelijk had. Ze vond ook de gekleurde vakken heel mooi, dus die staan er deze week weer in. Net zolang tot iemand het spuuglelijk vindt. Of ik er zelf op uitgekeken raak. Maar goed, het moet hier niet over het intro gaan, maar over de ikjes. Het intro is slechts het platform, het doorgeefluik, het spotlicht.

Lees verder Blij met de kopij (247)

Lekker een beetje stoute dingen (246)

Over ikjes die er onder moeten

We schrijven anno 2019 en er was vorige week een ikje over belletje trekken. Dus niet dat je zegt dat er zo heel veel veranderd is in Nederland sinds de jaren zestig, toch? In de NRC althans niet. Cora Schaars had daarover een dieptegesprek met een groepje vier- en vijfjarige buurjongetjes. Jokezelf vindt die jongetjes in het algemeen erg aandoenlijk, omdat “ze al lekker een beetje stoute dingen durven uit te halen.”

Mick van Mastwijk vond het nodig om iets grappigs te delen over de hersentumor van zijn broertje. De eerste zin was al helemaal fout: “mijn broertje krijgt een hersentumor” … OMG! … Wie wil er dan nog verder lezen in een rubriek op de achterpagina met “lezersanekdotes”? Daar zit je toch niet voor klaar ’s morgens vroeg met je kopje koffie?

Maar op aangeven van Klare Taal, die vond dat het heel knap was voor een puber in de brugklas met allemaal vreemde klasgenoten om een ikje te schrijven met nog wel zo’n navrante en aardige clou, vonden we het ineens wel stoer. En Mick werd aangemoedigd om te blijven schrijven. Want zo zijn we ook wel. En we hopen dat het goed komt met het broertje.

Lees verder Lekker een beetje stoute dingen (246)