Flinke slok uit grote fles

Over ikjes, wolven en tire kickers

Je zal maar in Zuid-Beveland bij een kleine plantenhandelaar tijmplantjes willen kopen. De handelaar laat een klein rotplantje zien. De klant – tevens vrouw van Maarten Kok – vraagt of hij ze niet een beetje groter heeft. Zegt die handelaar: “Mensen laten ze vaak zelf groeien”. Veeg ons op. En mevrouw Kok mag best een beetje assertiever worden. Zelfs het ikje liet ze door haar man schrijven en naar de NRC sturen. Laat staan dat ze die handelaar een schop onder z’n kont gaf.

Hier in Nederland schrijven we tijm zoals het hoort

Of het geen thijm zou moeten zijn in plaats van tijm, zo vroeg ons talenwonder De Schrijvende Rechter (DSR) zich af. Nee DSR! Misschien in Vlaanderen, maar hier in Nederland schrijven we tijm zoals het hoort en zoals elk kind en zelfs elke analfabeet weet zonder h. Tijm dus. Tijm.

Lees verder Flinke slok uit grote fles

Halsbandjes met glinstersteentjes (276)

Over ikjes en ijsjes kopen

Wat schiet je er mee op, zo’n beugel, als je de komende tijd toch een mondkapje moet dragen? Dat was de verzuchting van een 14-jarig meisje, opgetekend door Mark Lenssen, gepubliceerd in de NRC en dus voor het nageslacht bewaard tot in den eeuwigheid. Dus meisje Lenssen, als je dit in de toekomst leest: graag gedaan, en het viel dus toch achteraf nog best wel mee toch, die Coronapandemie in 2020? Pfoe hé. Heb je al je tanden nog?

Wat ik geleerd heb vorige week? Dat ik in dit intro niet mijn mening moet geven over iets cultureels, iets van muziek, schilderkunst, cabaret, dingen die uitstijgen boven de smaak van bloemkool of spruitjes. Want dan beledig ik mensen die een andere mening over die dingen hebben. Apart, maar dat leerde ik vorige week. Sommige dingen moet je niet willen begrijpen, maar gewoon accepteren. Ik kan kennelijk met mijn mening anderen “aanvallen”. Mag. Kan. Dan niet. Ik vind alles en iedereen goed. Zelfs die heren van dat studentencabaret.

Lees verder Halsbandjes met glinstersteentjes (276)

Ruziënde en zoekende vogeltjes (275)

Over ikjes, nieuwe singles en de natuur

Het leven gaat langzaamaan weer zijn normale gangetje. Voor Lummel was het vorige week zijn laatste week opsluiting. Vanaf vandaag mag hij weer wandelen zonder briefje. Hij mag nu ook andere dingen dan voedsel gaan kopen. Of dat gaat lukken zonder boodschappenbriefje, horen we nog wel. Vorige week was hij zoals gezegd nog volledig in zijn riante huis in Frankrijk gelockdownd. Druk aan het experimenteren met videosystemen en het schrijven van protocollen.

“Ik Vertrek”-achtige taferelen, maar dan in eigen land

Het is raar verdeeld in de wereld. Want in Drenthe zat Pawi nog altijd naar Frankrijk te hunkeren, waar ze net voor de Coronacrisis een huis heeft gekocht maar er dus niet in mag. Ze merkte in Drenthe een “absurde verhoging” op van de vraagprijzen voor huur of koop van een woning. “Nog schandaliger dan in de Randstad”. Ze is voorlopig nog blij met het gedwongen leven in haar caravannetje. Het zijn “Ik Vertrek”-achtige taferelen, maar dan in eigen land. Vaak mooi weer, mooie natuur, en “veel ruziënde en zoekende vogeltjes dus mooie geluiden.” Maar Klare Taal zou nog weleens gelijk kunnen krijgen met haar onheilspellende waarschuwing “Corona rules voorlopig op vele fronten”. Dikke huiver icoon.

Lees verder Ruziënde en zoekende vogeltjes (275)

Ik heb geen kloten (274)

Over ikjes en wat mensen zoal zeggen

Grote opwinding. Een oma die Michal heet schrijft een ikje over haar kleinzoon die Dilla heet. De pointe is dat het mannetje de telefoon waarmee hij videobelt “oma” noemt. Maar daar gaat het nu niet om. “Dilla?” vroeg De Schrijvende Rechter (DSR) smalend, “Voor een jongetje? Of überhaupt iemand? Je krijgt de wonderlijkste gedachten over hoe men erop is gekomen – verwonderd-hoofdschuddende glimlachicoon”.

Nou kreeg ik helegaar geen gedachten, maar ik zocht het wel even uit, want daar ben ik voor. Dilla is inderdaad eigenlijk een meisjesnaam, volgens het gezaghebbende babybytes.nl althans, en het betekent “kleine gevleugelde”, nou dat moet je niet willen voor een kerel. En Michal betekent “die als God is” en wordt het vaakst gegeven aan Noorse jongens. Als een “God in Noorwegen” luidt het spreekwoord immers. Niet als “een oma”. We kwamen er met z’n allen even niet meer uit vorige week en het leven is toch al zo ingewikkeld met die Corona in het land.

Lees verder Ik heb geen kloten (274)

Ikjes in Coronatijd (273)

Over ikjes, waagstukken en hangrekjes van Ikea

Een dochter van 9 die “achterovergevouwen over haar bureaustoel hangt”. Daarover schreef Jeroen Kerkhof in de NRC van vorige week. En wij – met Pawi voorop – maar prakkiseren hoe dat eruit ziet. We kwamen er niet uit.

Paula Terpstra meldde dat haar dochter de volgende zin in de verleden tijd moest zetten: “Jan slaapt in zijn houten bed”. “Vol overgave” antwoordde ze: “Jan slaapt in zijn bedstee”. We vermoedden dat bij Paula, maar bij wie niet, de verveling had toegeslagen, althans volgens Ilona heeft de mop een baard van een metertje of anderhalf. Vergelijkbaar met “Jan at kwamkwamsloeg” vond Lummel.

Het zoontje van Mirjam Hendriks moest met Pim Pam Pet een huishoudelijk apparaat met de letter M noemen en zei “zeer overtuigend”: “Mamma!”.

Ikjes in Coronatijd dus. We nemen het niemand kwalijk. Zoveel gebeurt er niet. Ik lag me vanochtend toen ik wakker werd (ik schrijf dit op zondag) in alle ernst af te vragen of het nou zondag of maandag was. We maken het met z’n allen mee tijdens deze Coronacrisis. Het is niet anders. En we leren afstand houden, dat komt ook later vast van pas. Onze man in Frankrijk, Lummel, meldde dat een derde van de Franse mannen niet elke dag een schone onderbroek aantrekt en hij houdt dus 3 meter afstand.

Lees verder Ikjes in Coronatijd (273)

We willen weer kikkerdril (272)

Over ikjes, het nieuwe coronastrijdlied van Gerry en een lepeltje

Laten we het maar gezellig houden vandaag. Er was ene Delphine Lecompte die in de NRC (voorheen kwaliteitskrant hoor je er dan minachtend bij te schrijven, maar dat doe ik niet) tekeer mocht gaan tegen “verwerpelijke dichters die nu zorgzaamheid uitdragen”. Ik had gehoopt op een lezenswaardig betoog tegen het fenomeen van de dichters die vandaag de dag over het Coronavirus rijmen als was het een geliefde. En daar zou ik het dan al dan niet mee eens kunnen zijn. Maar Delphine broddelde maar wat aan en koketteerde vooral met zichzelf en haar, vindt zijzelf, ruige levensstijl met veel seks en drank. Stoer hoor! Was dat in de jaren zestig …

Ze heeft zogenaamd niets op met dichters die succes hebben, maar verwijst wel subtiel naar haar eigen Cees Buddinghprijs voor haar debuut in 2009. Heeft ze destijds niet geweigerd, ze stond maar wat graag op dat podium, en ze heeft het er zelfs nu, meer dan tien jaar later, nog over. In die tien jaar heeft ze dan ook bitter weinig succes gehad. Haar doorbraak was het zeker niet, en ik vrees dat die nog even op zich laat wachten.

Lees verder We willen weer kikkerdril (272)

Hoe zet ik oma op pauze? (271)

Over ikjes en kleinkinderen en een vrolijk coronaliedje

Jokezelf is voorzitter van een Vereniging van Eigenaren en daar is tussen een drietal buren de pleuris uitgebroken, vertelde ze. Joke werd tamelijk dringend verzocht om daar een oplossing voor te vinden. “Maar dan moet ik bij die mensen langs en we mogen niet bij elkaar op bezoek. Ga ik natuurlijk wel doen, onder het respecteren van die 1,5 meter afstand, want de klager heeft in mijn optiek hartstikke gelijk en het kan niet langer doorgaan zoals het nu gaat.” Hoe dat is afgelopen horen we hopelijk nog, het is hierna immers erg stil gebleven.

Klare taal verklaarde intussen overweldigd te zijn door alles wat met corona te maken heeft en ze zeeg even hier op deze site neer. “Een intro en een ikje, commentaren, meningen, adviezen … alles raast maar door.” Fijn om hier even op adem te komen. Zo is dat, hier kan iedereen ten allen tijde even komen zijgen hoor, daar doen we het voor.

Het bezoek aan de site is sinds het begin van de crisis met ruim 30% toegenomen. Het aantal lepeltjes staat echter al weken op nul (schrijve 0). We lezen en scrollen meer, maar een tikkie lusteloos zijn we toch wel. Hoe gaat het nu met die hometrainer, die cursus Spaans, gitaar? Bedoel ik toch.

Lees verder Hoe zet ik oma op pauze? (271)

Het begint met een B (270)

Over ikjes, een droomhuis en de uitslag van de corona poll

“Wat is erger dan Bekende Nederlanders die een coronalied maken? Onbekende Nederlanders die een Coronalied maken … ” Hij was weer fijn, De Schrijvende Rechter in de bocht, who else. Maar hij had gelijk, honderden Nederlanders, bekend of onbekend, zingen en dichten en maken lollige videootjes dat het een lust is. Ik neem het ze niet kwalijk, want ga er maar eens aanstaan, drie weken binnen zitten, of misschien wel meer, met jengelende kinderen, een kijvende vrouw, stinkende hond en haren die steeds langer groeien. Dan mag je van mij even de boel ontsnappen en je op de sociale media King of the World wanen.

Het mooiste Coronalied vind ik nog altijd, met afstand, onderstaand deuntje. De tekst is van Chris Franklin en het muziekje en de uitvoering van die man op de video, met die baard, kruising tussen Vader Abraham en David Letterman, ene Robert Emmett Kelly.

Onze eigen Gerry Holland werd naar eigen zeggen overstelpt met verzoeken van rusthuizen en verzorgingsflats voor nog zo’n fijn openluchtconcert als vorige week, maar tot op heden hebben we de beelden nog niet gezien. Komt misschien nog. Hij moet wel opschieten, want voor je het weet is de coronatijd weer voorbij.

Lees verder Het begint met een B (270)

Schapen van de andere kant (269)

Over ikjes, een coronaliedje en schapen

De 15-jarige kleindochter van Manet van Montfrans dacht erover om een dagboek te gaan bijhouden en verzuchtte hoopvol “Misschien word ik dan wel Anne Frank”. Er viel een stilte, want de volwassenen legden de uitspraak letterlijk uit. Natuurlijk bedoelde het lieve kind “zo beroemd als Anne Frank”. Daar moet de NRC het van hebben. Kinderen die iets zeggen, volwassenen die het naar de krant sturen ter meerdere eer en glorie van zichzelf. “Het ikje wil actueel, literair en indringend wezen. Drie maal mislukt,” vond Lummel ervan.

De broer van Totie van Dorssen, die in Engeland woont, snapte het systeem van de NL-Alert nog niet helemaal. Toen er eentje tijdens een Facetimegesprek met zijn zusjes binnenkwam met de oproep om “anderhalve meter afstand te houden” reageerde hij met de verbaasde vraag “hoe weten ze dan dat jullie nu te dichtbij elkaar zitten?”

Lees verder Schapen van de andere kant (269)

Een maandag als alle andere (268)

Over ikjes en schapen

Soms denk je, waar doe ik het nog voor? Waar doen we het allemaal nog voor? Waarom zou je nog een intro schrijven, een blog maken, een boek lezen, naar muziek luisteren, een grap aan je liefste vertellen? Dat virus, waar we een paar weken geleden nog lacherig over deden, beheerst ons leven inmiddels volledig. Op de radio, op de televisie, in de krant en op het internet gaat het over niks anders meer.

En degenen die het wel nog over andere dingen hebben, die bekijk je onbewust meewarig. Wat zijn die dom, naïef, weten ze nou echt niet hoe ernstig het allemaal is? Toch zijn er natuurlijk twee werkelijkheden. Er is een fysieke wereld – de buitenwereld – met het rondwarende virus waartegen we ons moeten beschermen. En er is de emotionele wereld, die draait 24 uur per dag door in onze eigen kopjes, en alleen maar daar. In die binnenwereld vallen we van de ene in de andere gedachtestroom: bezorgd, berustend, angstig, kwaad, vertrouwend, wanhopend, ongeduldig, en verveeld. Naar buiten toe, naar degenen die ons lief zijn, laten we niet alles zien. Want je weet, daar hebben ze niks aan. Ze kijken ook naar jou, en zolang jij vertrouwen uitstraalt, dan helpt dat een beetje.

Lees verder Een maandag als alle andere (268)