Waarom ik altijd weer uitkijk naar Kerstmis

D’r stond weer eens een meisje met zwavelstokjes voor de deur. Lekker ding. Klapperende knietjes, rank middeltje. Plukjes haar onder het mutsje vandaan. En van die vragende ogen. Of ik oude kranten had. Nee dus. Ook geen nieuwe. Maar ze kwam graag even binnen.

Of ik al een kerstboom had, vroeg ze. ‘Een piek en twee ballen!’ antwoordde ik. De boom zelf, daar was ik nog niet aan toegekomen. Te druk, te koud, teveel gedoe. Ik vroeg of ze iets wilde eten. Als het maar warm en kleverig is, knikte ze enthousiast. Lees verder Waarom ik altijd weer uitkijk naar Kerstmis

Advertenties

De hoefbekapper en het Kerstlammechien

kerststerKerstnacht, drie uur ‘s ochtends. Gebons op de deur.‘Hoefbekapper, koom’n! D’r leg ‘n lammechien schauw!’. [in stuitligging – DSR]

De hoefbekapper werd grommend wakker en vloekte zachtjes terwijl hij zich langs zien wief werkte om de bedstee uit te komen. Hij rilde toen zijn voeten de koude tegels raakten. Drie minuten later zat hij in een motorzijspan, zijn adem afgesneden door de ochtendkou.

In een afgelegen schuur achterop het erf wierp een walmende olielamp een schamel licht, terwijl de wind rondhuilde.Twee knechten en de Boer stonden met stuurse gezichten rond een lammerend ooi. De knechten begroetten hem met een kort ‘heui!’. Bij de grootsige Boer kon er zoals gewoonlijk nauwelijks een knikje vanaf. Dit wekte bij de hoefbekapper altijd wrevel. Het was een gebrek aan erkenning, waartegen hij als agro-veterinair dienstverlener, zoals hij in het telefoonboek stond vermeld, nochtans machteloos was.

Lees verder De hoefbekapper en het Kerstlammechien