Plastic prikken (255)

Over ikjes, bomen en een schutting

“Hoera, ik ben de eerste liker”, zei Bertie precies een week geleden, toen ze de eerste was die het vorige intro van een waarderend tikje voorzag. Ik bedoel maar, de taal is in beweging. Had je dit tien jaar geleden ergens opgeschreven dan was je opgesloten in een gesticht.

Karen Mol misschien ook wel, ook nu nog, als ze althans op tijd opgepakt wordt. “Herfstgele grove confetti” dwarrelde er volgens haar door de lucht en het “knisperde onder onze fietsbanden”. Of blaadjes kunnen voelen, vroeg ze zich af. Volgens haar “kleine filosoof wél” (let op het accent aigu) en de blaadjes zijn “blij als ze herenigd worden met hun familie en vriendjes op de grond”. De grond is volgens Karen hun hemel. En “ineens is het bos bezield met dappere reizigers die de val naar de hemel aandurven”.

Ik wil benadrukken dat we niets over mevrouw Mol weten. Misschien is ze al heel ver heen, zit al ergens in een opvanghuis, en dan zijn we vertederd dat een verwarde vrouw dit heeft weten te knutselen. “Karen probeert poëzie. Een nieuwe herfst een nieuw geluid” vond Glasvezellummel.

Lees verder Plastic prikken (255)