Flinke slok uit grote fles (277)

Over ikjes, wolven en tire kickers

Je zal maar in Zuid-Beveland bij een kleine plantenhandelaar tijmplantjes willen kopen. De handelaar laat een klein rotplantje zien. De klant – tevens vrouw van Maarten Kok – vraagt of hij ze niet een beetje groter heeft. Zegt die handelaar: “Mensen laten ze vaak zelf groeien”. Veeg ons op. En mevrouw Kok mag best een beetje assertiever worden. Zelfs het ikje liet ze door haar man schrijven en naar de NRC sturen. Laat staan dat ze die handelaar een schop onder z’n kont gaf.

Hier in Nederland schrijven we tijm zoals het hoort

Of het geen thijm zou moeten zijn in plaats van tijm, zo vroeg ons talenwonder De Schrijvende Rechter (DSR) zich af. Nee DSR! Misschien in Vlaanderen, maar hier in Nederland schrijven we tijm zoals het hoort en zoals elk kind en zelfs elke analfabeet weet zonder h. Tijm dus. Tijm.

Lees verder Flinke slok uit grote fles (277)

Geen grapjes (260)

Over ikjes en andere dingetjes

De krantenbezorger van Isabelle Schotanus is overleden, 71 jaar, hartstilstand net voor de Kerst. Waar je dit leest? In de NRC. In de rubriek “ikjes”, volgeschreven door lezers die iets hebben meegemaakt. Net zoals wij vroeger verhaaltjes naar de Donald Duck stuurden, zeg maar. En ja, krantenbezorger is een uitstervend beroep, zo duidde Pawi het verhaaltje voor ons. De reageerders op deze site, toch niet bang voor een geintje, hielden zich dit keer in en maakten geen grapjes over de achternaam van de inzendster. Zelfs Lange Løl (de zoon van Ouwe Løl en broer van Dikke Løl) hield zich koest.

Lees verder Geen grapjes (260)

Plastic prikken (255)

Over ikjes, bomen en een schutting

“Hoera, ik ben de eerste liker”, zei Bertie precies een week geleden, toen ze de eerste was die het vorige intro van een waarderend tikje voorzag. Ik bedoel maar, de taal is in beweging. Had je dit tien jaar geleden ergens opgeschreven dan was je opgesloten in een gesticht.

Karen Mol misschien ook wel, ook nu nog, als ze althans op tijd opgepakt wordt. “Herfstgele grove confetti” dwarrelde er volgens haar door de lucht en het “knisperde onder onze fietsbanden”. Of blaadjes kunnen voelen, vroeg ze zich af. Volgens haar “kleine filosoof wél” (let op het accent aigu) en de blaadjes zijn “blij als ze herenigd worden met hun familie en vriendjes op de grond”. De grond is volgens Karen hun hemel. En “ineens is het bos bezield met dappere reizigers die de val naar de hemel aandurven”.

Ik wil benadrukken dat we niets over mevrouw Mol weten. Misschien is ze al heel ver heen, zit al ergens in een opvanghuis, en dan zijn we vertederd dat een verwarde vrouw dit heeft weten te knutselen. “Karen probeert poëzie. Een nieuwe herfst een nieuw geluid” vond Glasvezellummel.

Lees verder Plastic prikken (255)

Worstenbroodjes en bananenbootjes (250)

Over ikjes, verjaarspartijtjes, roken, bekende mensen en fototaartjes

Een ikje van Annelou Kingma over haar jarige kleindochter Demi maakte best wat los. Het kind was verkleed als koningin compleet met een feestjurk, kroontje en scepter in de lift op weg naar de bovenste verdieping van een warenhuis voor een taartje. Ze werd door twee opgeschoten jongens “prinses” genoemd. Ja. Dat stond in de krant. De NRC. Wat bezielt de inzender en de redactie, vroegen we ons af, maar we wisten ook dat het geen ene moer helpt. En weet iemand wat dit doet voor het kinderzieltje? Hoe diep en diep verwend het kind in kwestie hier van wordt? Hoe strontvervelend later als volwassene in het verkeer, op Twitter en op kantoor?

Zelf mocht ik op mijn verjaardag trakteren. Punt. Niks verkleden. Dat was het. Ik leerde ervan te geven in plaats van te krijgen en kijk wat er van mij geworden is. Heerlijk gewoon, een echt aangenaam mensenmens, wat jullie?

“… gevuld met onverantwoord lekkere spekkies.”

Lees verder Worstenbroodjes en bananenbootjes (250)