In gelul kan je niet wandelen (2, slot)

Boekbespreking van Notre-Dame-des-Plantes

Op 15 april 2019 stond de Notre-Dame de Paris in brand. Ik was aan de buis gekluisterd om te zien of het ergste zou kunnen gebeuren: het verdwijnen van de kathedraal. Ik heb een band met Parijs, ik heb er 29 jaar gewoond. Erin of net er buiten. Mijn vrouw is er geboren. Ik werk er nog steeds. Parijs en Amsterdam zijn de twee steden waar ik mijn leven geleefd heb. Tot nu toe. Ik heb nog een toekomstje voor me.

Ik voelde me betrokken bij de discussie

Twee dagen na de brand woedde er een vurige discussie in Frankrijk. Hoe moet de kathedraal hersteld worden? Precies zoals tiewas? Of moderniseren we? Een beetje? Of een boel? Ik voelde me betrokken bij de discussie. Als Amsterdamse Parijzenaar, als kunst- en architectuurliefhebber. En misschien ook een beetje als ex-katholiek; ik ben bij de Jezuïeten op school geweest.

Lees verder In gelul kan je niet wandelen (2, slot)

Letters waaien weg (249)

Over ikjes, de nieuwe layout van dit intro en de pareltjes van Timmerark

Om te janken was het ikje van Janke J. de Paauw-Westra, die haar 3-jarig kleinzoontje ten tonele voerde. Hij was verdrietig. Waarom? „Omdat ik drie ben, ben ik verDRIEtig. Als ik vier ben, niet meer.” Een van de slechtstgeschreven leuterkleinkindikjes ooit, vond iemand. “Ik moet er niet aan denken wat dit kind zegt als het acht is,” huiverde Lummel. “Mijn god (…) wat een verdriet. Om te janke, zeg dat wel” vond ook Bertie ervan. Jokezelf vond het ikje wel grappig, maar dat komt volgens haar vooral omdat ze zelf ook een kleindochter van drie heeft die dit soort dingen weleens zegt. Ben je klaar mee! Maar “ik ga dat alleen niet in de krant zetten”. Dat bedoelen we. Klare Taal trok het breder: “De ikjes zijn nauwelijks meer te pruimen, ouders over hun kinderen, grootouders over kleinkinderen, veel gezemel en gezeur zelfs geen grimlachje komt voorbij helaas.”

Lees verder Letters waaien weg (249)