Diep in Brabant stond daar ineens die man met zijn hoed, zijn gouden stem en dat rotpianootje

Mario de Kort

Mario de Kort was het liefst een beroemd operazanger geworden. Maar zoals die dingen gaan, hij werd het niet. Waar dat aan ligt? Niet aan zijn bronzen stem, niet aan zijn zwierige hoed, niet aan zijn flamboyante sjaal, en niet aan zijn tomeloze inzet. Gewoon pech. Want hij is wel geweldig. Daar is vriend en vijand het over eens.

Intussen treedt de sympathieke ikjes- en ingezondenbrievenschrijver op voor steeds uitzinniger wordende menigten. Exclusief voor WordPress volgt hieronder een sfeerimpressie van een openluchtoptreden te Oisterwijk, d.d. 29 mei 2011.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Fans waren van heinde en verre toegestroomd. En toevallige voorbijgangers bleven sprakeloos staan. Langsrijfietsers gooiden hun rijwielen pardoes op het gras. En vogels hielden eerbiedig op met zingen. De hele schepping was domweg gelukkig, op deze zonovergoten onvergetelijke middag in het Brabantse land. Geluk ligt op de loer. Overal. En Apie was erbij, de videocamera bedienend met trillende hand.

Meer over Warhoofd (exclusief interview! optreden in de keuken!) hier.

Advertenties

Maxima: een been om met z’n allen trots op te zijn

Ach, al had mijn vriendin maar één zo’n been … vrij naar Godfried Bomans, 1963, maar nog altijd zo actueel …

(Máxima stapt uit bij het Bellevue paleis in Berlijn voor een ontmoeting met president Christian Wulff. Foto AP / Michael Sohn, in dank geknipt van de site van de NRC)

Volgend jaar blijf ik thuis

Het leek dit keer allemaal zo goed te gaan.  De hele wereld had vertraging en sliep op veldbedden op station en vliegveld. Maar ik vloog keurig op tijd van New York naar Amsterdam.  Er was op Schiphol geen huurauto meer te krijgen, zo vlak voor de Kerst, maar na even geconcentreerd heen en weer bellen tufte ik toch binnen een uurtje met een splinternieuwe Volkswagen Golf richting Noord-Brabant (eerste familiestop).

Heel Nederland klaagde over gladheid en chaos. Maar net op die dag waren de autowegen schoon. Er scheen een helder zonnetje. En ik was in no time waar ik wezen wilde.  Achteraf realiseer ik me wel dat ik een paar keer onaangenaam getroffen werd door iets merkwaardigs langs de weg. Maar ik had er door de jetlag niet echt aandacht aan geschonken.

Toen ik na een paar dagen wakker was, en ook andere familie en vrienden ging bezoeken, kon ik er echter niet meer omheen. Het was overal.  Aanvankelijk was ik verbaasd. Ik dacht dat ik als expat iets had gemist en dat de betekenis me spoedig duidelijk zou worden. Maar gaandeweg begon ik bij elke volgende hardop te zuchten.

En nog weer een paar dagen later, toen bleek dat ze niet alleen in het zuiden en westen van Nederland stonden, maar ook in het noorden en oosten, ging ik echt luidkeels jammeren. Zo kwaad was ik al tijden niet meer geweest. Om iets waar ik helaas niets tegen kon doen.  En niemand van mijn vrienden en familie begreep waar ik me druk om maakte.  Gewenning misschien? Suf gepest? Gaar gebeukt?

Oordeel zelf, dit bord kwam ik op z’n minst elk kwartier tegen, bij op- en afritten. Opritten die ik daardoor van pure ellende miste. En afritten die ik met de ogen dicht voorbij reed.

100% BOB 0% op
Eigen foto, uit rijdende auto (volkswagen golf) genomen. (c) Apiedapie, 2011

Nu is het niet zo dat ik me niet kan voorstellen dat een reclamejongen die met zich zelf zit te brainstormen weleens in opperste verveling en met weinig inspiratie midden op een leeg velletje papier, bovenaan, “bob” kan zetten. En daaronder: strop, kop, op, glaasje op, galop, mop, drop, dop, de dop moet er op, hop hop hop, hij moet om die knop, houten  kop …. dat vind ik niet erg. Het is normaal. Je schrijft voor jezelf dingen op.  Mag!

Maar zorgwekkend wordt het als zo’n jongen of meisje na een dag of wat schaven,  wegstrepen, doorhalen, en opnieuw beginnen uiteindelijk durft op te houden bij “100% bob, 0% op”.

Behoorlijk triest wordt het als het dan kennelijk niemand in zijn omgeving –  vrienden, kennissen, collega’s, mentoren, bazen – opvalt. Of als het opvalt, dat kennelijk niemand in genoemde omgeving ook maar ene vinger uitsteekt om het te stoppen.

Een regelrechte schande wordt het als de opdrachtgever het rijmpje van het reclamebureau aanvaardt (dus er voor gaat betalen!), en er misschien zelfs wel met een selectiecomité tevreden een glaasje champagne op gaat drinken. Hop, weer een ton reclamebudget op.

En ronduit verbijsterend wordt het als het rijmpje echt, in real life dus, op honderden of misschien wel duizenden borden wordt afgedrukt, in kleine bestelautootjes vervoerd, en dat er dan dus kennelijk mensen zijn, echte mensen, vaders, moeders misschien, of kinderen, net het huis uit, aan het begin van een beroepscarriėre, die met hun ziel en zaligheid vierkante gaten in de grond gaan graven,  de palen erin steken, en die borden echt in het openbaar – waar vele miljoenen mensen het dagelijks kunnen zien – neerzetten.

Heeft er dan niemand in Nederland enig schaamtegevoel? Hebben die mensen nog een keer omgekeken na het gedane werk? Durven ze het thuis te vertellen? Gaan ze het volgend jaar weer doen? Ik heb in ieder geval zelden zoveel gedronken als deze feestdagen. Om dit te kunnen vergeten. En volgend jaar blijf ik thuis.

Gelukkig nieuwjaar!

Dat het nog veel erger kan bleek een paar dagen later in belgie, zie “het is klein leed ineens”