Spullen in je zak (289)

Over ikjes en handtasjes en wat kliko betekent

Het blogverkeer vindt meer en meer via Twitter plaats. Het is niet anders. Kwestie van twee schermpjes open en een account nemen. Zo deelde ik vorige week het gouwe ouwe blog van mijn voorganger, Apiedapie. Het was een populair blog uit de Volkskrantblogtijd, maar liefst van negen (9 jaar) geleden. Hij analyseerde hierin de inhoud van damestasjes, wat zit er in en wat zou er eigenlijk uit kunnen? Zie hier. “Waarom zijn alle vrouwenportemonnees die ik ken drie tot vier keer zo groot als de mijne? Hebben ze meer geld, creditcards? Nee. Er zitten allemaal fotootjes, kassabonnen en andere onduidelijke papiertjes in” was een sleutelzin.

Spullen in je zak is slecht voor de pasvorm van je kleding

De reacties op Twitter kwamen meteen. Voor de twitterlozen een kleine greep. Roos Vonk: “Maar zonnebril, zakdoekjes e.d. in je tas is toch juist handiger dan overal losse dingen? Spullen in je zak is slecht voor de pasvorm van je kleding.” Gelijk dat ze had natuurlijk, maar ja, zij is dan ook hoogleraar sociale psychologie. Mijn voorganger slechts een olijk apie.

Annegreet Blanken vulde aan dat vrouwenkleren bovendien “vaak een stuk minder zakken (if any)” hebben en “zijn dan ook nog vaak minder groot.” Ook een waar woord.

Tas van Tineke – Tas van de Dag

Maar de Tas van de Dag Prijs ging naar het goed onderbouwde en geillustreerde betoog van Tineke Stel. “Dit is mijn tas vandaag”, zei zij en deelde moedig een foto van haar gebruiksaccessoire. “Met een keurig geordende bib (bag in bag ofwel binnentas) erin waarin alles een vaste plek heeft en die elke morgen verhuist naar een tas die bij mijn outfit past. Nou jij weer.

Sleutels en hondendrolletjeszakjes van Tineke

Ja, daar heeft niemand van terug natuurlijk en ik reikte de Prijs met plezier uit. “Mijn dag kan niet meer stuk!” zei Tineke al net zo blij. En ze ging door. “Nu we toch bezig zijn: mijn sleutels. Geen bos, maar etui met een kettinkje voor huis en eentje voor kantoor. En uiteraard binnenin een reservebatterij voor de rolluik-afstandsbediening en zakjes voor de hondendrolletjes.” Prachtig allemaal. Een hoop geleerd. En die zakjes had je tien jaar geleden nog niet. Toen trapte je nog regelmatig in een hondendrol. Vooruitgang!

Lees verder Spullen in je zak (289)

De lachloopplank uitleggen (280)

Ik groet de koeien

We werden best wel een beetje verwend vorige week. Met een enkel ikje dat te pruimen was en met mooie foto’s van hobbelzwanen en drankeenden. Waar ik het over heb? De Bas van Vuren Community die de ikjes uit de NRC besprak en dit zijn de hoogtepunten van vorige week dus, als aftrap voor de nieuwe week.

Een “concentratiekamp”, zo noemde de negenjarige dochter van Doortje Graafmans, behept met ADHD en een goed gevoel voor humor, een mogelijke vakantiebestemming. Maar volgens De Schrijvende Rechter (DSR), Meesterikjesbeoordelaar, duidde het ikje op een “stuitend gebrek aan opvoeding”. Hij zou zich als ouder doodschamen in plaats van de vuile was buiten te hangen. Ad Hok toonde aan dat het ikje niet helemaal origineel was, en deelde daartoe een memegenerator.

Lees verder De lachloopplank uitleggen (280)

Ikjes in Coronatijd (273)

Over ikjes, waagstukken en hangrekjes van Ikea

Een dochter van 9 die “achterovergevouwen over haar bureaustoel hangt”. Daarover schreef Jeroen Kerkhof in de NRC van vorige week. En wij – met Pawi voorop – maar prakkiseren hoe dat eruit ziet. We kwamen er niet uit.

Paula Terpstra meldde dat haar dochter de volgende zin in de verleden tijd moest zetten: “Jan slaapt in zijn houten bed”. “Vol overgave” antwoordde ze: “Jan slaapt in zijn bedstee”. We vermoedden dat bij Paula, maar bij wie niet, de verveling had toegeslagen, althans volgens Ilona heeft de mop een baard van een metertje of anderhalf. Vergelijkbaar met “Jan at kwamkwamsloeg” vond Lummel.

Het zoontje van Mirjam Hendriks moest met Pim Pam Pet een huishoudelijk apparaat met de letter M noemen en zei “zeer overtuigend”: “Mamma!”.

Ikjes in Coronatijd dus. We nemen het niemand kwalijk. Zoveel gebeurt er niet. Ik lag me vanochtend toen ik wakker werd (ik schrijf dit op zondag) in alle ernst af te vragen of het nou zondag of maandag was. We maken het met z’n allen mee tijdens deze Coronacrisis. Het is niet anders. En we leren afstand houden, dat komt ook later vast van pas. Onze man in Frankrijk, Lummel, meldde dat een derde van de Franse mannen niet elke dag een schone onderbroek aantrekt en hij houdt dus 3 meter afstand.

Lees verder Ikjes in Coronatijd (273)

Weeshuis van de ikjes (263)

Over ikjes, liedjes en een weeshuis

Naar wormen trappelende meeuwen in een weiland doen een “worming-up”, volgens Casper de Winter (9). Je moet er maar opkomen, maar zo is Seth Gaaikema ook ooit begonnen. Het stond vorige week in de NRC, de krant die nog altijd “ikjes”, oftewel lezersanekdotes, publiceert. Hier worden ze besproken. Al sinds jaar en dag. Tradities zijn hardnekkig.

Da’s het dilemma. De ouwe lezers zijn inmiddels misschien best wel klaar met die Gerry Holland en zijn “Holland Douze Points”. En de nieuwe lezers hebben geen boodschap aan ikjes. Probeer daar maar eens tussendoor te laveren als je Bas van Vuren heet, die kanjer die zowel ikjes- als liedjesschrijver is. Maar ik doe mijn best, dat gaan jullie zien:

Lees verder Weeshuis van de ikjes (263)

Van mijn stoel gevallen, broek gepiest (245)

Ikjes en andere dingen

Het was een rare ikjesweek. De kwaliteit houdt toch al niet over de laatste tijd, maar vorige week leek het wel alsof ze extra krenentommend waren. Man, wat waren ze slecht, verzonnen, gemaakt, gekunsteld, afgezaagd, navelstaarderig. We moeten ver in de geschiedenis terug voor zo’n week. Het is alsof ze door de voorraad heen zijn bij de NRC. En dat kan ik me voorstellen. Daar hoeven ze zich helemaal niet voor te schamen. Elke rubriek kent zijn opkomst, plateau en neergang. Maar het lijkt erop dat ze het niet willen laten merken en daarom bezig zijn om collegaatjes en vriendjes wat aan te laten klooien.

“… dan geloof je in het hierna-nog-maals”

Rianne Bouwman bijvoorbeeld mag vertellen dat haar dochtertje van vier bij de tandarts haar mond stijf dicht houdt en niet in het smoesje van “zal ik eens even je tanden tellen?” trapt. En Iwan Raats verhaalt over haar 13-jarige dinges (zoon, dochter, neef, nicht, scholier, huisdier, we zullen het nooit weten) die het begrip reïncarnatie uitlegt met „Ohhh, dus dan geloof je in het hierna-nog-maals.” Helemaal zo gek niet toch? Moet dat in de krant?

Lees verder Van mijn stoel gevallen, broek gepiest (245)

DSR heeft zijn vingertjes verstuikt (244)

Over ikjes, tweets, een vergeten groente en een sneuneus

Het Ikje van de Week, niet vanwege de inhoud, maar vanwege de #ophef was dat van Patricia Maitland. Ze verhaalde dat zij (single vrouw met een eigen bedrijf) aan een “groot diner” zat naast een haar onbekende man. Hij was iets hoogs bij “een van onze grootbanken”. De man vertelde tijdens de soep en het hoofdgerecht uitvoerig over zichzelf. Terwijl de twee opstaan om van tafelgenoot te wisselen (oftewel het was zo’n sneu business roundtable network etentje voor mensen die zich hoogopgeleid, geslaagd en lekker belangrijk vinden) zei de man “gejaagd”: „Ik ben geloof ik wel veel aan het woord geweest. Vertel eens iets over jezelf. Wat doet je man.”

sylvia witteman twitter profiel

Qua ikje: och, tja, het zal wel. Maar toen ging me daar la Sylvia Witteman d’r op los, mensen, op haar Twitteraccount, dat wil je niet weten. Dat het een verzonnen verhaaltje zou zijn, ja duh, dat gebeurt wel vaker. Maar Sylvia zit in de flow en gaat door: “Wat erger is: het wordt opgevoerd als echt gebeurd. Op zich ook geen probleem, ware het niet dat hier een man wordt weggezet als een karikaturale seksist. En dat goedgelovige lezers dan denken, ‘Ooooh, mannen, wat een klootzakken, he.’”

Lees verder DSR heeft zijn vingertjes verstuikt (244)

Billen met een stok erop (239)

Ikjes, meidenvoetbal, muziek van vroeger en een dienstmededeling

Hoe wij Nederlanders op vakantie worden begroet is aan het veranderen. Vroeger was dat volgens Ad Hok met een jolig “Kroeif” of “Goellit“! Nu worden we op terrasjes weggekeken met een vernietigend “Dieselbleum“, althans in Griekenland volgens Cor Smit. Die maakte het mee en stuurde het naar de NRC-ikjesrubriek. Vandaar dat wij het er over hebben.

Ook of je nou een broertje of zusje krijgt weet je niet meer. Of zoals Ilona uitlegde: je weet bij de geboorte maar nooit hoe een persoon zich in de toekomst ontpopt. “Ik heb een broertje of zusje gekregen!” floepte een achtjarig jochie er dus maar uit. Zijn opa, Theo Koot, tekende dit voorval op en belde het onmiddellijk naar de krant door.

“Getver, alwéér een meid!”

Joke haalde een mooie eigen meegemaakte herinnering aan, en wel eentje uit 31 juli 1962. Toen werd in hullie gezin, met drie meiden van 10, 8 en 2, een kindje geboren. ’s Avonds laat kwam haar vader de oudsten wakker maken om het geslacht te vertellen. Jokes zusje van 8 deed één oog open, uitte de historische woorden: “Getver, alwéér een meid!’, draaide zich om en sliep door. Op haar eigen blog deelt ze nog veel meer mooiigheden. En ze is redactielid van een ouderenblog waar ook van alles voorbij komt. Kanjertje dus die Joke. De Erica Terpstra van het internet.

Lees verder Billen met een stok erop (239)

Biologische kinderlokkers (232)

Ikjes, boeken, huisdieren, lepeltjes en de rommelmarkt

De dochter van Elena van der Hoorn heeft een nieuwe wekker. Ze staat op met langzaam opkomend licht en een merel. Op een goede dag gaat het ding een keer al om half vijf af. Mama Van der Hoorn brult razend onderaan de trap of ze het uit wil zetten. Slaperig klinkt het antwoord dat je al in de tweede zin zag aankomen: „Mam ga naar je bed, deze vogel zingt buiten in de tuin.” Jullie merken het al, het is weer de hoogste tijd om ikjes te bespreken, die lezersmopjes uit de NRC, en nog wat meer van die dingen, het nieuws en wat er zo al gebeurd is de laatste drie, vier weken. Ga er maar eens lekker voor zitten.

Dat ding hoort op het nachtkastje.

Mij deed dat ikje denken aan het loflied op de merel van mijn voorganger, of was het een lijster, maar da’s familie. En Lummel stond toen hij nog een lummeltje was elke ochtend om vijf uur op om zijn krantenwijkje te doen. Zonder wekker. Ja, waarom zou je ook? Dat ding hoort op het nachtkastje. “Mijn moeder stuurde echter geen ikje op naar de krant. Dank je ma!” voegde hij er aan toe.

Lees verder Biologische kinderlokkers (232)

De schuld van de bloemist (231)

Ikjes, bloggersnieuws, boeken en een paaslam

Beroepsschrijver Martin van der Jagt had weer eens een ikje verzonnen. Een kunstig opgebouwd plotje, waarin een misverstand over een kaartje bij een boeket bloemen voor gieren en brullen moest zorgen. „Veel liefs, blijven graag nog eens bij jullie slapen!”, stond op het kaartje dat hij zogenaamd aan zijn “nieuwe baas” gaf. En dat zogenaamd voor iemand anders bedoeld was. Het was allemaal de schuld van de bloemist.

Dit nooit meer, wist ik.

Vroeger hadden we John Lantings’ Theater van de Lach voor dit soort humor. Een bepaald publiek lachte zich er letterlijk de tranen in de broek om. Ik heb er in mijn vroegste jeugd een keer tussengezeten, in een zaaltje in een provinciestad. Met mijn ouders en nog wat aanhang. Vervolgens ben ik mijns eigen weegs gegaan. Dit nooit meer, wist ik. Hier hoor ik niet bij. En het was toen, in de garderobe van dat zaaltje, dat ik besloot te gaan studeren. Met het bekende gevolg dat ik nu cultureel een kei ben en een een blog als dit mag runnen en met een publiek als jullie in contact mag staan.

Uit dat publiek daar in mijn jeugd in die provinciestad bij de opvoering van het Theater van de Lach zijn een aantal jonge mensen uiteindelijk bij de NRC terechtgekomen. Bij de ikjesredaktie, de allerlaagste trede op de krantenladder, nog onder de schoonmaakploeg. Ze zitten er nog altijd.

Lees verder De schuld van de bloemist (231)

Met de kennis van dan (230)

Over ikjes, boeken, reizen, blognieuwtjes, muziek en politiek

Anne Wackie Eysten, die had er een vriendin
Anne Wackie Eysten, die schreef toen zin na zin
Anne Wackie Eysten, die is nu in haar sas want
Anne Wackie Eysten kwam met haar ikje in de krant.

Ja, soms heb ik dat, dan zie ik een naam en dan gaat er spontaan een versje in mijn hoofd spelen. Deze is zo’n beetje op de wijs van “Op een grote paddenstoel”. Of “Itsy Bitsy Spider”.

Een grapje voor verjaardagen, voor als de dikke schoonzuster binnenkomt.

Voornoemde AWE had een vriendin en die had een zoon. En een man. Die vriendin was op een whale watching excursie geweest, helemaal in Vancouver. Want bij Terschelling zie je er niet veel. Thuisgekomen besluit ze “korte metten te maken met haar overgewicht”. Ze gaat naar een bijeenkomst van de Weight Watchers. Terwijl ze daar is, neemt haar zoon de telefoon op. Haar man hoort hem zeggen “Nee, mama is er niet. Ze is naar de Whale Watchers, of zoiets.” En dat werd in de NRC geplaatst in de rubriek “ikje”.

Of zoals Pawi het treffend samenvatte: “Gehoord van de vriendin die het hoorde van haar man die hun zoon iets hoorde zeggen aan de telefoon. Ikje???” Een grapje voor verjaardagen, noemde Bertie het, “voor als de dikke schoonzuster binnenkomt”.

Lees verder Met de kennis van dan (230)