In Mumbai leerde ik mijn levensles (13, slot)

Heel langzaam voelde ik weer dat er een wereld was. Ik werd wakker. Hoe laat het was wist ik niet. En dat wilde ik ook niet weten. Ik bleef stil liggen. En voelde een loomheid die best weleens Geluk zou kunnen zijn. Volkomen ontspannen. Rustig. Blij. Tevreden.

(Dit is een vervolgverhaal. De vorige aflevering staat hier)

Een flinterdun lakentje bedekte mijn naakte lijf. De airconditioning ronkte. Wat een nacht! Ik kon alleen maar dommig grijnzen. Een lang weekend Mumbai. Het leek een belachelijk idee. Maar het was op een life-changing event uitgedraaid.

Goed en kwaad, zo wist ik nu, zijn overal. Groot en klein. Het zit in iedereen. Wat je ermee doet, bepaal jezelf. Je kunt het kwaad proberen te begrijpen. Maar daarmee komt het bij je binnen. Met de angst. Of je kunt het observeren en gewoon erkennen dat het er is. En dan je eigen leven leiden. Wel alert zijn, maar niet bang. En zorgen dat je zelf, in je eigen kleine wereldje, in ieder geval het goede doet.

Ik had verbondenheid gevoeld. Ervaren hoe het is om met andere mensen te zijn. Ook al ken je ze niet. Je verbonden weten door gedeelde waarden als respect, fatsoen, liefde, normaliteit, en weten dat die bij de grote meerderheid horen.

Ik had ook weer eens, en het was niet de eerste keer, gemerkt hoe gemakkelijk ik me uit het veld kon laten slaan door vervelende gebeurtenissen. Agressie van anderen. Egoïsme. En weer had ik het allemaal veel te diep naar binnen laten gaan. Bijna had ik weer eens ervaren dat je je leven helemaal zelf kapot kunt maken door een te snelle reactie. Eén keer wegstampen bij je geliefde. Eén verkeerde email. Eén verkeerd woord, één verkeerde grap. Als je pech hebt, dan kan het voorbij zijn. Onherstelbaar.

Ik had de vrouw van mijn dromen ontmoet, en ik was gewoon bij haar weggelopen, vanwege niets, vanwege wat ballonnetjes. Waarmee zij niet eens iets te maken had! Als ze me niet – opnieuw – was gevolgd, dan zou ik haar verloren zijn. Voorgoed. Ze zou zo uit mijn leven verdwenen hebben kunnen zijn.

Slechtheid moet je niet willen begrijpen, want als het je lukt, dan word je zelf slecht, in ieder geval ga je er een stapje dichter naar toe. Het hertje moet alert zijn en weglopen als het nodig is. Dat is alles. En dan weer dooreten.

Oh, wat een nacht. Ja, ik had dus ook nog eens de vrouw van mijn dromen ontmoet!!! En … ze wilde een kind van me! Hoe vreemd het ook klinkt. We kenden elkaar nog maar 24 uur. Het was een heel sterk gevoel, zei ze, en ze had me met haar donkere ogen zo diep aangekeken dat ik er duizelig van werd. Yeah!!! En we leefden nog lang en gelukkig …

Ik draaide me zacht knorrend om en tastte naar haar heerlijke warme zachte lichaam.

Maar ze was weg. Ik lag alleen op het queensize bed. Ik keek op mijn nachtkastje. Mijn horloge was weg. Mijn gouden kettinkje. Mijn portemonnee, paspoort, camera, laptop … alles. Zelfs de luxe zeep- en shampooflaconnetjes uit de badkamer waren verdwenen. Het lege rieten mandje lag op zijn kop. Het deurtje van de mini-bar stond open. Leeg. Nog geen Beefeater had ze me gelaten. De TV was er nog, maar de afstandsbediening was ook weg. Alles!

“Strong! Super strong. Look!” galmde het in mijn hoofd.

De ballonnetjes had ze laten liggen.

Zucht, wat een roteinde. Het vorige deel (12) staat hier. En dit is dus het slot. 😦 Op drasties liep het beter af. Maar hier moet de waarheid regeren. Hoe triest ook. The End dus.

In Mumbai voelde ik verbondenheid (6)

Langs het water liep ik in de richting van de Gateway of India. Voor het aanleggen van de bijbehorende boulevard was destijds geen geld meer geweest. Dus nu stond de poort in zijn eentje mooi en nutteloos te wezen. In India gebeuren meer van dit soort dingen. Net als in andere landen.

Maar iets was er anders. Wat? Ik liep langs het lage muurtje dat de boulevard van de zee scheidt. De zee lag vol met bootjes. Ik wist dat daar het gevaar vandaan was gekomen. Een rubberbootje met engerds. Een visser die het ongeluk had ze tegen te komen was ook afgemaakt.

mumbai wijzen

Langzaam liep ik langs het immense Victoriaanse hotel. De wervels van mijn nek knakten van het omhoog kijken. Net als de andere nieuwsgierigen kon ik in feite niks anders doen dan naar boven staren. Daar was het allemaal gebeurd. Daar zag je nog zwarte strepen. Daar waren alle ramen eruit geweest.

mumbai snoepjes
Op het plein voor de Gateway had de wereldpers gestaan. Het was daar vroeger altijd een gezellige, ongecompliceerde drukte geweest. Handlezers. Snuisterijverkopers. Mannen met hoofddoekjes die schalen met zoetigheden op hun schouders droegen. Bedelaars. En heilige mannen die een kloddertje rode pasta op je voorhoofd drukten, als je pech had ook nog met rijstkorreltjes erin. Bescherming tegen het kwaad. Op het eerste gezicht was dit het wat ik nu ook zag. Overal mensen in alle soorten, maten en kleuren.
mumbai verbonden mensen

Ineens viel het me op dat alle gezichten, hoe verschillend ook, een zelfde gelaatsuitdrukking hadden. En hoe alle mensen in feite in dezelfde richting keken. Alsof een onzichtbare draad hen verbond met het hotel. Alsof een onzichtbaar web hen verbond met de andere mensen. Dit was verbondenheid, voelde ik. Verbondenheid tussen mensen. Nu besefte ik waarom ik hier was. Om verbondenheid te voelen.

We waren hier niet om naar een afgebrand hotel te kijken. Ik was hier niet om mijn nostalgische gevoelens te koesteren. We waren hier om onze mensheid te delen. Onzichtbaar en onbewust straalde iedereen uit: wij zijn niet zo. Wij doen die dingen niet. Wij hebben respect voor de ander. Een gewijde sfeer die, zo wist ik, ook de Newyorkers na 9/11 hadden gevoeld. Het kwaad bracht naast ongeloof en afschuw, ook menselijkheid en kracht.

Ik zag de ingang van het hotel. zonder er echt over na te denken stak ik de straat over. Ik ging naar binnen!

Dit is een aflevering uit een vervolgverhaal. Deel 5 staat hier. Deel 7 hier. Alle foto’s eigen werk.

Een eerste concept stond op drasties.