Flirten op de openbare weg (299)

Over ikjes, erudiete vrijpartijen en een warm dekbed

Hoe het nou zat met die veronderstelde quote van Pipi Langkous (“Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan”)? Niemand kan hem vinden, zelfs de erven Astrid Lindgren niet. Misschien heeft ze de oneliner wel gezegd, maar zat de schrijfster niet op te letten. Einde discussie. We call Pipi en schrijven de quote definitief aan haar toe. Game Set Match

“Ik kan mijn eigen overal vermaken.”

Joke van Doorne vindt zichzelf erudiet en wil daten met een erudiete man. Er reageert iemand die op zijn Tinderprofiel bij zijn hobby’s heeft staan: “Ik kan mijn eigen overal vermaken.” Hopla, en weer zette een NRC-lezeres een minder begaafd persoon in de zeik via de ikjesrubriek. Da’s ook een hobby. Maar voor Joke was dat nog niet genoeg. Ze wilde er een erudiet mopje van maken en schreef er nog een regeltje bij: “Even denk ik echt: overall schrijf je toch met twee ellen!” Verder kon ze niet zoeken, maar goed, erudiete mensen snappen hem vast meteen.

Lees verder Flirten op de openbare weg (299)

We willen de toiletpot kwijt (298)

Hilde Lemson is op visite bij vrienden en die hebben een dochter van dertien. Hilde vraagt om onverklaarbare reden aan het kind of ze haar corona-app aan heeft staan. „Nee”, zegt ze. „Ik had hem wel, maar ik heb hem verwijderd. Want ik kreeg helemaal geen berichten.”

Kijk, zo makkelijk is het nou om een ikje in het landelijk dagblad NRC Handelsblad te scoren. Je schrijft een anekdote op, zendt het via een webformulier of per email in en hopla, je bent beroemd. Er hoeft niets opmerkelijks in te staan. Het hoeft niet goed geschreven te zijn, als er maar iets staat. En als je geluk hebt wordt je ikje ook nogeens hier besproken door een panel van deskundige liefhebbers of liefhebbende deskundigen.

“De pointe is me al te moppig”

Zoals de legendarische De Schrijvende Rechter (DSR) bijvoorbeeld. Al sinds jaar en dag levert die zijn Eindoordelen in. In dit geval maakte hij zich er vanaf met een “de pointe is me al te moppig”. Ad Hok was tevreden met het ikje. Omdat het kort was. “Dat mag ik wel.”

Lees verder We willen de toiletpot kwijt (298)

Ik heb een witte (297)

Vliegroest, bandentrapper … autojargon waarin we werden onderwezen door Maarten de Sitter, ondersteund door NRC Handelsblad via de ikjesrubriek. Aan De Schrijvende Rechter (DSR) was dit niet besteed. “Niets zo oninteressant als auto’s; ‘ik heb een witte’ is het enige dat hij te berde kan brengen. Volgende keer graag nadere informatie over aanschaf van een staafmixer.”

“Flauw uit de buitencategorie

Ene Lorelei, overgelopen van de buren, plaatste volgens Pawi het slechtste ikje van het jaar tot nu toe. Niet van haarzelve, het is immers een nimf die naar riviermatrozen zit te lonken, maar van Annelies Mazairac-Van de Burgt. Het ging over positief testen en daar per ongeluk blij mee zijn. Duh icoontje. “Flauw uit de buitencategorie à la bommelding en verassing”, aldus DSR.

Lees verder Ik heb een witte (297)

Een partijtje puddingboksen (296)

Over ikjes, een dood paard en Grindr

Een hele hoop burgerlijke ikjes vorige week. Geen enkel pareltje. Maar dat hoeft ook niet, anders vallen ze niet meer op. Ans Wijngaards zeeg met een paar andere vriendinnen in de midlife crisis op een terrasje neder. Want toen kon dat nog. Een jonge ober bediende haar tafeltje te langzaam. “Te oud voor een jonge God” concludeerde het drietal en verliet “ongezien” het terras. Dat is dan maar beter ook, Aagjes Ongeduld. Een jammerlijk ikje, vond Bertie het, “ik hoopte bij de eerste regels over een spannende ruzie te lezen”. Ja wie niet?

Lees verder Een partijtje puddingboksen (296)

Looking for Fön? (295)

Over ikjes, een harig pert en Frank Hammecher

We maakten vorige week weer eens een clickbait mee. Of in goed Nederlands: een klikaas. “Die tieten herken ik” was immers de tietel van het vorige intro. Daar waren een hele hoop reagluurders nieuwsgierig naar, met name in de avonduren. Maar de gouwe ouwe “Tieten om van te smullen” is niet van de koppositie te verdrijven en ook “Tieten op Twitter” scoort nog altijd fors, qua clickfrequentie dan. Erg langdurig worden de betreffende blogs niet bestudeerd. Het is niet anders. De tietels waren in alle gevallen functioneel. Sterker nog, in mijn bijna 10-jarige bloggeschiedenis heb ik slechts drie stuks gebruikt. “Zes stuks, mag ik hopen”, ginnegapte Ad Hok.

“Nu maar hopen dat school niet wordt geannuleerd”

De woordgrapjes waren ook vorige week weer niet aan te slepen in het ikjesgebeuren op de NRC. Marcel Verspeek bijvoorbeeld, die had een dochter die thuis kwam van school. „En”, vraagt hij, „veel geleerd?” „Mwoah”, antwoordt ze rillerig. „Vooral geventileerd.” Dat “rillerig” is natuurlijk overbodig, maar goed, zoals De Schrijvende Rechter (DSR) schreef: “Over een paar jaar snapt hopelijk niemand ‘m nog”. Ad was het grapjes maken niet verleerd en schreef “nu maar hopen dat school niet wordt geannuleerd”. Krek, zo is het. Daarmee was het ikje afdoende gefileerd en konden we doorrrrr.

Lees verder Looking for Fön? (295)

Die tieten herken ik (294)

Het was de week van de krantenbezorgers. Ze mochten allemaal van de NRC een herinnering insturen, een anekdote, een ikje. Nou, zijn wij me daar even blij dat ze normaliter buiten op de fiets rondrijden en niet achter hun schrijfcomputer zitten! Ze kunnen het gewoonweg niet. Schrijven. Niet leuk gezegd, en een beetje veralgemeniserend en stigmatiserend, maar man man man, wat een lagere-schoolopstellen verschenen er in de krant van vorige week.

Moet je nou eens proberen. Fluiten.

Wim Koster had het over een “mooie najaarsdag in september 1970”. Ik bedoel maar, dat is veel te lang geleden! Wat was dat dan, zo’n mooie najaarsdag? Nu is dat een dag met verzengende temperaturen van over de 30 graden. De dompies zijn daar blij mee. Mooie nazomer zeggen ze dan, terwijl de klimaatverandering eraan komt donderen. Maar wat was dat dan in 1970? Een mooie najaarsdag? Dat zegt Wim dus niet. Hij is fluitend op weg naar het Amstelstation. Dat kon toen nog. Moet je nou eens proberen. Fluiten. Je wordt gelijk ingerekend door de #metoo-politie.

Krantenbezorgers, let op u saeck

Verder gebeurde er weinig in zijn ikje. Ja, de fusie van de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad was vijftig jaar geleden een feit, maar dat wisten we al. Zelve voegde hij daar niks aan toe.

Lees verder Die tieten herken ik (294)

Geef die vent een gulden (293)

Over ikjes, wielrenners en de supermarkt

Aan slechtste ikjes van het jaar geen gebrek vorige week. Die van Theo Waaijer dan! Hij “ontmoet” op een mooie nazomerse middag een jonge man in een rolstoel, uitkijkend over de zee op de Meijendelse Slag. Theo vraagt hoe de man in die rolstoel beland is en er ontwikkelt zich een diepmedemenselijk gesprek over een motorongeluk en een hoge dwarslaesie en dromen over uiteindelijk weer te kunnen motor rijden op zo’n motor met drie wielen. Uiteindelijk wordt het verhoor afgekapt door de rolstoeler. “Geluk zit niet in je benen”.

“Je zou als lezer nog in een rolstoel geraken door zulk tenenkrommend gedram”

“Je zou als lezer nog in een rolstoel geraken door zulk tenenkrommend gedram” zei De Schrijvende Rechter (DSR) en scoorde daarmee een hardoppe lach hier op de redactie. We bedoelen maar: die man probeerde van het uitzicht te genieten, Theo. Aan zee. Met alleen de wind in het haar en de meeuwen en schepen in de verte.

Pawi plaatste wat vakkundige vraagtekens: “Vreemd dat er ineens een ‘hoge’ dwarslaesie wordt ingevoerd. Doorgaans wordt daarmee bedoeld een verlamming vanaf de nek. Dan kun je letterlijk alleen maar dromen van rijden op de motor.”

Lees verder Geef die vent een gulden (293)

Karma komt voor de val (292)

Over ikjes, tongzoenen en een zakje sojachips

Karma komt voor de val. Dat bleek maar weer eens. Maakte ik me vorige week nog lekker vrolijk over de stilte op het blog van de buren, nu viel mij hier datzelfde lot ten deel. Niet fijn hoor. Nu begrijp ik waarom de buurman soms zo chagrijnig is. Ik had zelf de grootste moeite om er de moed in te houden en niet te gaan snerpen en snieren. Maar goed, dat houd je toch.

“Je kunt in deze tijd in gezelschap beter een wind laten dan hoesten”, merkte Floris Bijlsma op in zijn ikje van vorige week. Volgens De Schrijvende Rechter (DSR) wordt er vandaag de dag ook minder geboerd. “Het ‘ah!-apenootjes!’ (…) blijft onovertroffen, maar een dergelijke tegenwoordigheid van geest heb je alleen maar als zich regelmatig een gelegenheid voordoet, bv. door het dagelijks drinken van een kratje bier.”

Heer Rozenwater toonde zich op het andere keileuke blog een nijver lezertje van de reacties hier en had het ook over een boertje. Geeft niet. Zoals gezegd kunnen we de zon in het water zien schijnen en zijn we weer de dikste vrienden.

Lees verder Karma komt voor de val (292)

Dikke vrienden en grootste fan (291)

Over ikjes, het NRC supertrio en de buren

Wat sommige mensen voor zinnen kunnen schrijven! Man man. “Ik reageer via de website van de Engelse krant The Times op een artikel over The Lincoln Project, in 2019 opgericht door Republikeinen die niet willen dat president Trump wordt herkozen op 3 november maar liever de Democraat Biden als nieuwe president van de VS zien.” Yep, dit is een waargepubliceerde ikjesbeginzin (weten we het nog: een heel ikje mag maar 120 woorden bevatten), tjokvol met overbodige informatie.

Dat malle misverstandje maakte vorige week uiteraard nauwelijks iets los

Maarten van Doremalen stuurde hem naar de NRC en de NRC zette hem op de achterpagina. De pointe was – ik zeg het voor degenen die na de eerste zin afhaakten – dat iemand dacht dat Maartens naam fake was en afkomstig van een nepaccount. Dat malle misverstandje maakte vorige week uiteraard nauwelijks iets los, noch hier noch bij de buren.

Lees verder Dikke vrienden en grootste fan (291)

Geen pianoles vandaag (290)

Over ikjes en puzzels en een collecte tegen de katten

Soms zijn ikjes puzzeltjes. Wat heeft de schrijver bedoeld? Waarom heeft de NRC redactie het gepubliceerd? Het zouden eigenlijk lezersanekdotes moeten zijn, die je snel met een glimlach of snikje tot je neemt na het scannen van het echte nieuws uit de krant. Dat je er de hele dag nog mee bezig bent, is niet de bedoeling. En al helemaal niet dat je er met jan en alleman over in discussie gaat. De een vindt hem wel goed, de ander niet. De een snapt hem niet, de ander juist wel. Vermoeiend. We hadden er vorige week bovengemiddeld veel van dit type.

Zoals die van Maurits van de Loo. Het dingetje heette “Willen”. En het ging over een schilder op een hoogwerker bij het pand naast het bedrijfspand waar Maurits zelf werkte en zijn motor voor parkeerde. Hij kan blijkbaar hard schreeuwen of de hoogwerker was niet al te hoog, want Maurits vroeg “Moet je ook bij dit pand zijn?” De schilder antwoordt: “Zou je dat willen?”. En toen? Niks meer. Dat was het al. Het hele ikje. En wij maar raden wat of de schrijver bedoeld heeft, welke wellicht dubbelzinnige diepere betekenis ons ontging, welk zinnetje misschien weggevallen was.

Lees verder Geen pianoles vandaag (290)