In Mumbai kocht ik een ballonnetje (9)

We kuierden verder. Onze neuzen vulden zich met onbestemde geuren, zowel lekkere als onvoorstelbaar vieze. Om ons heen ging het leven zijn gang. Mensen riepen. Mensen lachten. Mensen staarden. Het was alsof er hier nooit iets was gebeurd. En al gauw voelde ik me toch geborgen. Op straat ging je op in de massa. Zeker in India.

We liepen te slenteren. Zonder doel. Zonder iets te zoeken. Zonder iets te willen. We waren aan het ‘zijn’. Hand in hand mag in India niet. Maar het was voor de goede toeschouwer niet moeilijk om te zien dat hier twee mensen liepen die voor elkaar bestemd waren.

mumbai snuisterijen

Hier en daar hielden we de pas in om naar een snuisterijtje te kijken. Olifantjes, buddhabeeldjes, posters op de grond uitgespreid. Plaatjes van Bollywoodsterren. Schelle kleuren. De prachtigste vrouwen, haarscherp opgemaakt. Maar kuis. Niet teveel naakt. Geen sex. Dat is in India iets voor binnenshuis, in de intimiteit, en uitgevoerd met aandacht en toewijding.

Een nors kijkende man zat in een soort van koek&zopie-kraam. Tot de nok toe afgeladen met frisdranken, chips en ander spul. Het deed me nog het meest denken aan een oerversie van het internetcafé. Je kon bij de man bellen met een ouderwetse draadtelefoon – er stonden er vier op de toonbank – en tijdens het bellen kon je een blikje cola drinken. Prachtig business plan. Ooit. Maar nu op het punt van omvallen.  Ook in India rukken de mobieltjes op. En ik begreep waarom de man niet reageerde op mijn joviale ‘namaskar’.

mumbai telefoonman

We werden staande gehouden. Voor ons stond een man met een rond en niet onvriendelijk gezicht. Hoe hadden we kunnen vermoeden dat we beter hadden kunnen doorlopen …

Maar we stonden stil. De man lachte een setje parelwitte tanden bloot. Hij haalde met een geheimzinnig gezicht een supergrote ballon vanachter zijn rug vandaan. Maatje skippybal. Hij hield hem voor zijn middel en sloeg erop.

Strong”, riep hij, “Super strong, look!”

Apart. Zo groot had je ze in Europa niet. Leuk voor feestjes en partijtjes. Puur voor de lol wilde ik er best wel één hebben. Ik vroeg naar de prijs. Je moest er gelijk tien kopen. Tien voor 1000 rupees. Hm, moest dat nou? Maar per stuk ging het niet.

De verkoper hield met een uitnodigend maar ook sluw gezicht het plastic zakje met de kleurige ballonnen omhoog.

“Je hoeft ze alleen nog maar op te blazen”, grapte hij, “de lucht doe ik er gratis bij!”

Hij keek scherp van mijn vriendin naar mij, en van mij naar mijn vriendin. Een Westerling met een Indiase, dat is altijd interessant.

Ik bood 200 rupees en het onderhandelingsspel begon. De handelaar was weerbarstiger dan gedacht en alle zeilen moesten worden bijgezet. Weglopen, schouderophalen, ongeloof, verontwaardiging, alles moest uit de kast. Uiteindelijk werden we het eens over 450 rupees.

Ik betaalde en de man gaf me het zakje. Ik keek hem met respect aan en zei: “Thank you, my friend. Good price for me. Good price for you. Have a good evening”.

Maar de man was nog sneller weg dan hij was opgedoemd.

Deel 8 van dit vervolgverhaal staat hier, en deel 10 hier. Alle fotootjes zelf gemaakt.

Ook op drasties gepubliceerd. Heel anders en met minder foto’s.

In Mumbai wilde ik ervan genieten (8)

We stonden samen uit te kijken over zee. Het SMS-meisje uit Mondegar dat me gevolgd was. En ik. Het was alsof ik zweefde. Dit was zo raar! Ik heb geen minderwaardigheidscomplex, maar gevolgd worden door het meest verrukkelijke wezen van de hele wereld, zonder dat we tevoren ook maar één woord gewisseld hadden, was bijzonder.

Ze zei me dat zij ook niet wist wat er gebeurde. Ze had gewoon gevoeld dat ze met me moest praten. Een aantrekkingskracht die ze niet kon verklaren. Het was “strong, very strong“. Ze wilde niet meer bij me weg. Hoe dat verder moest en wat hiervan de bedoeling kon zijn, wist zij ook niet. Maar ze ‘was not in a hurry to find out’ en wilde ervan genieten. Ik ook.

De bootjes die toeristen naar de Elephanta Caves wilden brengen lagen te dobberen. Lekkernijen werden rondgedragen, pinda’s gebrand, en handen gelezen. Mumbai leek behoorlijk te zijn opgekrabbeld, zei ik. Het meisje knikte en keek me met haar donkere ogen ernstig aan. „Het lijkt erop“, zei ze.

mumbai taxichauffeur

Ze vertelde dat onmiddellijk na de aanslag op alle straathoeken in het centrum drie politie-agenten stonden. Eén van de drie droeg een groot geweer. Dat zag er veilig uit. Het had geholpen om de gemoederen van de geschrokken Mumbaise bevolking te kalmeren. Helaas, zo glimlachte mijn vriendin, had de politie te weinig geld voor munitie gehad. De geweren waren niet geladen! Daarom werden die arme agenten de ‘lege-gewerenpatrouille’ genoemd.
We liepen door de drukke straten van Apollo Bunder, ontweken moeiteloos auto’s, motorfietsen en paard-met-wagens, en gingen geheel in elkaar op. We babbelden met straathandelaren, met taxi-chauffeurs, en met straatkinderen. Stralende gezichten overal. Het meisje praatte afwisselend in Hindi en in Engels. Met arme en met rijke mensen. Zonder onderscheid. Ik stond er alleen maar glunderend naast te knikken. Gloeiend van geluk.

Ook heel goed dat er nu overal security met honden is, zei ze. Ze kon haar wimpers heel mooi bewegen. Overheidsgebouwen waren altijd al heel scherp beveiligd geweest, maar nu zag ik ook detectiepoortjes bij de ingang van bioscopen, winkels, restaurants en hotels. Labradors en herdershonden met droeve ogen snuffelden onder auto’s, in tassen en tussen kruizen. Op zoek naar explosieven. Zo veilig was het dus toch allemaal niet. Er kon elk moment iets verschrikkelijks gebeuren.

mondegar buiten

Deel zeven van dit vervolgverhaal staat hier. Deel acht hierboven. En deel negen hier.

Eerder in andere versie gepubliceerd op drasties.

In Mumbai voelde ik aan een kogelgaatje (4)

In de deuropening van café Leopold bleef ik aarzelend staan. Binnen in de schemering werd het bier rondgedragen en zaten de toeristen te babbelen. Ik raakte de marmeren steenplaat aan. En de vijf onbetekenende witte putjes steengruis. Kogelgaten. Maar dat moest je weten. Kogelgaten zijn in feite onbetekende putjes. Ook als ze in een mensenlijf zitten. 
 
Een politieman stond op wacht, stoer en imponerend. Ik dacht aan een verdronken kalf en een put en ging naar binnen. Bij het passeren zag ik dat de agent angstig keek.
 
mumbai leopold kogelgaten
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

Met onzekere stap liep ik door de bar. Wat moest ik hier? Ik was nooit in Leopold geweest. Moest ik hier nu ineens wel gaan zitten en iets drinken? En me dan griezelend voorstellen hoe het nog geen twee maanden geleden was gegaan? Toen ineens een groepje terroristen uit een busje kwam stormen en begon te knallen? Het gegil? Het ongeloof? De omgevallen stoelen en het versplinterde glas? Waar was ik naar op zoek? Was het de sensatie die me dreef?

Een toerist in een wit polo-shirt keek me aan. Zestiger, het gezicht verdroogd door de zon en de alcohol. Raar petje op. Australiër. Of hij niet wist wat hier gebeurd was, kon ik niet nalaten te vragen. En hoe hij hier nu rustig zijn biertje kon drinken? So what, schouderophaalde de man, rijd jij nooit meer door de straat waar een ongeluk is gebeurd? Kun je je lol op! En hier komen ze niet meer terug. Dit is nu de veiligste plek van Bombay!

mumbai cafe van binnen

 
Ik ging toch liever naar café Mondegar om de hoek, mijn geliefde stekkie van vroeger. Ik nam een lassi salt en begon over mezelf na te denken. Wat was ik hier eigenlijk aan het doen? Wilde ik me hullen in een deken van vroegere dromen? En wat had dat met die terroristen te maken? Waarom moest ik dit met eigen ogen gaan zien?
 
Een wel heel erg mooi meisje aan een belendend tafeltje keek op van haar sms’jes en knikte me toe. Ik keek verbaasd achter me, maar knikte toen glimlachend terug. OMG! Je kunt wel zien dat we in de stad van de Bollywood studio’s zijn, dacht ik. Wat een onvoorstelbaar mooie meid! Even leek het alsof de wereld stil stond.

mumbai mondegar meisje met balkje

 
Maar ik had mezelf weer snel in de hand.  Ik had een missie. Ik had iets te doen. Al wist ik dan nog niet wat. 
 
Mijn lassi was zo verschrikkelijk zout dat ik een vies gezicht trok. Het meisje keek me verbaasd, bijna bezeerd aan, leek het wel. Maar ik had geen tijd voor nog meer gesprekken. Ik stond resoluut op …
 
  
Dit is een vervolgverhaal in een stuk of wat delen. In deel 1 kwam ik aan, in deel 2 zat ik in de taxi, in deel 3 werd ik de taxi uitgezet en nu zit ik lekker in het cafe. Deel 5 staat  hier.
  
Alle foto’s van eigen hand. Het meisje op de foto hierboven is nietsvermoedend, ze hoort er niet bij, zij was het Niet! Later zal duidelijk worden waarom ik dit zo beklemtoon.

Een ruwe eerdere versie van dit verhaal stond eerder op drasties, aanklikken niet aangeraden, want dan is het niet spannend meer, en bovendien loopt het hier anders af, hier wordt de ware toedracht onthuld.