Flinke slok uit grote fles (277)

Over ikjes, wolven en tire kickers

Je zal maar in Zuid-Beveland bij een kleine plantenhandelaar tijmplantjes willen kopen. De handelaar laat een klein rotplantje zien. De klant – tevens vrouw van Maarten Kok – vraagt of hij ze niet een beetje groter heeft. Zegt die handelaar: “Mensen laten ze vaak zelf groeien”. Veeg ons op. En mevrouw Kok mag best een beetje assertiever worden. Zelfs het ikje liet ze door haar man schrijven en naar de NRC sturen. Laat staan dat ze die handelaar een schop onder z’n kont gaf.

Hier in Nederland schrijven we tijm zoals het hoort

Of het geen thijm zou moeten zijn in plaats van tijm, zo vroeg ons talenwonder De Schrijvende Rechter (DSR) zich af. Nee DSR! Misschien in Vlaanderen, maar hier in Nederland schrijven we tijm zoals het hoort en zoals elk kind en zelfs elke analfabeet weet zonder h. Tijm dus. Tijm.

Lees verder Flinke slok uit grote fles (277)

Halsbandjes met glinstersteentjes (276)

Over ikjes en ijsjes kopen

Wat schiet je er mee op, zo’n beugel, als je de komende tijd toch een mondkapje moet dragen? Dat was de verzuchting van een 14-jarig meisje, opgetekend door Mark Lenssen, gepubliceerd in de NRC en dus voor het nageslacht bewaard tot in den eeuwigheid. Dus meisje Lenssen, als je dit in de toekomst leest: graag gedaan, en het viel dus toch achteraf nog best wel mee toch, die Coronapandemie in 2020? Pfoe hé. Heb je al je tanden nog?

Wat ik geleerd heb vorige week? Dat ik in dit intro niet mijn mening moet geven over iets cultureels, iets van muziek, schilderkunst, cabaret, dingen die uitstijgen boven de smaak van bloemkool of spruitjes. Want dan beledig ik mensen die een andere mening over die dingen hebben. Apart, maar dat leerde ik vorige week. Sommige dingen moet je niet willen begrijpen, maar gewoon accepteren. Ik kan kennelijk met mijn mening anderen “aanvallen”. Mag. Kan. Dan niet. Ik vind alles en iedereen goed. Zelfs die heren van dat studentencabaret.

Lees verder Halsbandjes met glinstersteentjes (276)

Ruziënde en zoekende vogeltjes (275)

Over ikjes, nieuwe singles en de natuur

Het leven gaat langzaamaan weer zijn normale gangetje. Voor Lummel was het vorige week zijn laatste week opsluiting. Vanaf vandaag mag hij weer wandelen zonder briefje. Hij mag nu ook andere dingen dan voedsel gaan kopen. Of dat gaat lukken zonder boodschappenbriefje, horen we nog wel. Vorige week was hij zoals gezegd nog volledig in zijn riante huis in Frankrijk gelockdownd. Druk aan het experimenteren met videosystemen en het schrijven van protocollen.

“Ik Vertrek”-achtige taferelen, maar dan in eigen land

Het is raar verdeeld in de wereld. Want in Drenthe zat Pawi nog altijd naar Frankrijk te hunkeren, waar ze net voor de Coronacrisis een huis heeft gekocht maar er dus niet in mag. Ze merkte in Drenthe een “absurde verhoging” op van de vraagprijzen voor huur of koop van een woning. “Nog schandaliger dan in de Randstad”. Ze is voorlopig nog blij met het gedwongen leven in haar caravannetje. Het zijn “Ik Vertrek”-achtige taferelen, maar dan in eigen land. Vaak mooi weer, mooie natuur, en “veel ruziënde en zoekende vogeltjes dus mooie geluiden.” Maar Klare Taal zou nog weleens gelijk kunnen krijgen met haar onheilspellende waarschuwing “Corona rules voorlopig op vele fronten”. Dikke huiver icoon.

Lees verder Ruziënde en zoekende vogeltjes (275)

Ik heb geen kloten (274)

Over ikjes en wat mensen zoal zeggen

Grote opwinding. Een oma die Michal heet schrijft een ikje over haar kleinzoon die Dilla heet. De pointe is dat het mannetje de telefoon waarmee hij videobelt “oma” noemt. Maar daar gaat het nu niet om. “Dilla?” vroeg De Schrijvende Rechter (DSR) smalend, “Voor een jongetje? Of überhaupt iemand? Je krijgt de wonderlijkste gedachten over hoe men erop is gekomen – verwonderd-hoofdschuddende glimlachicoon”.

Nou kreeg ik helegaar geen gedachten, maar ik zocht het wel even uit, want daar ben ik voor. Dilla is inderdaad eigenlijk een meisjesnaam, volgens het gezaghebbende babybytes.nl althans, en het betekent “kleine gevleugelde”, nou dat moet je niet willen voor een kerel. En Michal betekent “die als God is” en wordt het vaakst gegeven aan Noorse jongens. Als een “God in Noorwegen” luidt het spreekwoord immers. Niet als “een oma”. We kwamen er met z’n allen even niet meer uit vorige week en het leven is toch al zo ingewikkeld met die Corona in het land.

Lees verder Ik heb geen kloten (274)