Bonkende wieltjes op Brussel-Zuid

De Thalys stopt. Ik weet dat ik niet meer dan zesentwintig minuten heb. Ik ren naar beneden. De wieltjes van mijn koffertje bonken achter me aan op de vierkante treden van de roltrap.
 
Ik sla rechtsom richting de hamburgerkraam. Ik moet en zal mijn hamburger scoren. Twee lieve oude mensjes bakken ze al jaren op een ijzeren plaat. Zwartgeblakerde sliertjes ui. Ketchup en mosterd uit een plastic fles, met de opgedroogde restjes rond de dop. Midden in de stationshal van Brussel-Zuid.

Maar vandaag … zijn ze er niet meer.

 
Op de plek van het kot staart me nu een glimmende fastfood aan. Het personeel draagt gele petjes en rode schortjes.
 
Ik sleep me terug naar het perron. Ik eet vandaag in de restauratie. Broodje zalm. Met weemoed.

(in iets andere vorm eerder verschenen op drasties, moet kunnen, mijn verdriet is nog altijd groot, nooit meer zo’n lekkere hamburger gegeten)

Ik had mogen neuken

tunesie
Photo: (c) A. Dapie

Lang geleden was ik op vakantie in Tunesië. Het was de eerste keer dat ik een arm buitenland bezocht. Ik was tot dan niet verder dan Spanje gekomen.
 
Diep geschokt liep ik rond. Ik had nog nooit openlijke armoede gezien. Mensen in lompen gehuld. Kinderen die aan je broekspijpen hingen.  In doeken gewikkelde vrouwen die met baby’s op de arm liepen te bedelen. Ik gaf, achteraf gezien, veel te veel geld weg.
 
 Nooit zal ik vergeten wat er eentje tegen me zei, in het Frans, terwijl ze mijn geld weggriste: “Nou, daarvoor had je me ook mogen neuken!”
 
Ik hoorde diepe minachting in haar stem.
 
 
 Eerdere versie verschenen op drasties, foto: ©Apiedapie