Leven in een visstick (305)

Over ikjes, bouwvakkershumor en een zieltogend blog bij de buren

De decembermaand stemt altijd wat weemoedig en nostalgisch evenals het intro van vandaag, zo was de haarscherpe constatering van Klare Taal vorige week. Nou, dat dit intro die weemoed en nostalgie maar weer weg zal blazen. Dat is de hoop van de schrijver dezes. We doen ons best en gaan het zien.

De Schrijvende Rechter (DSR) wilde hier “meiden” zien, maar dat hoefde van ons niet. Daarvoor gaat hij maar naar andere sites. Wij zijn blij met Pawi, Bertie, Klare Taal en de andere dames van de gemeenschap. Want op een bepaalde leeftijd, zo zei ons ooit een wijsgeer, groei je over meiden heen. Kom zeg, we zijn Raymond van het Groenewoud niet hier.

Lees verder Leven in een visstick (305)

Wat een armoede (304)

Over ikjes en andere droevige dingen

De dochter van Judith Hendriksen richt een studentenkamer in. In een hoge kast in de keuken wil ze de schoonmaakspullen plaatsen, want daarin kun je volgens haar moeder het best spulletjes zetten die je niet vaak nodig hebt. En hopla, daar heb je al weer een ikje geplaatst in de NRC. Wat een armoede, wat u zegt. Maar we doen het er voorlopig maar mee, in deze rubriek die zo langzamerhand steeds meer op een In Memoriam voor het Ikje gaat lijken, volgens Bertie. En gelijk dat ze heeft.

De Schrijvende Rechter (DSR), iemand die alleen maar dankzij de ikjes een bekendheid is geworden, althans bekendheid in de heel kleine ikjescirkel, reageerde zijn chagrijn af op het onderhavige blog. Een “margeblog” noemde hij het, “waar sommigen je voor de lol aan puin schrijven”. Met die sommigen had hij volgens mij vooral zichzelf op het oog, maar misschien weet hij dat niet.

Lees verder Wat een armoede (304)

Oeverloos geouwehoer (303)

Over ikjes en een heel spannend woordspelletje

De man van kakmadam Lucienne van Mierlo is achtendertig jaar huisarts geweest en nu in goede doen. Hij gaat in een trainingspak met de bekende strepen en een baard van een paar dagen naar de markt. Want Lucienne vindt dat hij met die baard op Sean Connery lijkt en hij doet zijn vrouw graag een plezier. Zijn favoriete kraam is die van de aardappelboer. Daar komt een dame naast hem staan. Die vraagt of hij vroeger ook marktkoopman is geweest. De man ontkent en vertelt dat hij huisarts is geweest. “Even valt er een stilte”. Waarom dan, en waarom even, en waarom valt zoiets? Maar goed, dan presenteert de onbekende vrouw de pointe van het ikje (want dat is het): “Dat is ook een mooi beroep”.

Geborneerde NRC-lezer ontmoet normaal mens

Geborneerde NRC-lezer ontmoet een normaal mens. De ikjes in deze categorie zijn op vele vingers van vele handen te tellen. Maar het mag van De Schrijvende Rechter (DSR) ook de categorie van “Oeverloos Geouwehoer” heten. En ook van Pawi mocht het ikje direct de prullenbak in. Het was erg jammer dat de ikjesweek daarmee vorige week moest beginnen. En veel beter werd het niet.

Lees verder Oeverloos geouwehoer (303)

De kat zijn kat (302)

Over ikjes en een rode paardenstaart

Moh zeg, zo wauw!! Merci!!” was de blijde reactie van LOLA♥ CHAMPAGNE op haar eervolle vermelding van vorige week. Kijk, daar ben ik dan weer blij mee, want dan doe je het allemaal niet voor de kat zijn kat. Maar ze heeft gewoon een hele leuke site, daar ging het me om. Als je het vorige week niet gedaan hebt, kijk dan gewoon nu (na het lezen van dit intro)-niet klikken had ik gezegd – en als je het vorige week ook al gedaan hebt, zoals Klare Taal ¨met veel genoegen¨, doe het dan nog maar een keer. Het ging vorige week over corona en de telefoon opnemen. Niet nu-huuuu.

Eerst wat er hier gebeurde, want daar komen jullie voor. Of alle kwikstaartjes, wit of geel, overwinteren in Senegal, was bijvoorbeeld een vraag. Van Pawi nog wel. En ik maar beloven dat ik het zou opzoeken. Not dus. Geen tijd voor gehad. Maar we hebben nog tot in de lente. UPDATE: de witte blijven hier, de andere trekken weg, naar Afrika en zelfs Azië. Einde update.

Lees verder De kat zijn kat (302)

Wauw. Cool. Intiem (301)

Over ikjes, Turks gras en lollypops

“Omdat Ben & Jerry eigenlijk de enige twee leuke mannen op de wereld zijn …” Deze grove leugen was de pointe van het ikje van Marijke van Harskamp vorige week. Het ging over het liefdesverdriet van een 17-jarige dochter. Had haar vriendje het uitgemaakt? Nee, zij had dat helemaal zelf gedaan. Haar vriendinnen voerden haar als troost een bakkie schepijs. DSR (De Schrijvende Rechter) wenste alle betrokkenen veel sterkte en herinnerde nog maar weer eens aan psalm 141: ‘Heer, zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur van mijn lippen.’

Het ikje – of misschien wel de reactie van DSR – maakte LOLA LOVES CHAMPAGNE aan het lachen. Ik vermeld dat omdat dit haar eerste reactie alhier is, en dat vieren we altijd. We gooien haar driemaal in de hoogte, hopla, verkeerd opgevangen, blauwe plek, maar daar moet je tegen kunnen, dat is de ontgroening. Ze heeft een keileuke site trouwens, ga daar maar eens kijken. Ze neemt je daar mee in haar zoektocht naar dat ietsje meer dat haar leven kleurt.

Lees verder Wauw. Cool. Intiem (301)

In de Steenstraat (300)

Over ikjes, de beste toko van Gelderland en hondjes die zand gooien

Voor een “erg goede nasi goreng” ga je naar de Steenstraat. Daar zit een Chinees-Indische toko, dat wil je niet weten zo goed. Ze hebben er een “zeer service-georiënteerde Chinese cheffin” en als je die vraagt wat je moet hebben om de “allerbeste nasi van Arnhem” te maken, dan antwoordt ze: “Mijn vader”. Ik citeer uit, jullie raden het al, een ikje uit de NRC.

Dit is er eentje van Christiaan Zevenbergen, die hier vast een gratis maaltijd van San Wah Foods uitsleepte. Toko Tan Hoa, zoals de inheemsen zeggen, is immers al ruim 23 jaar een vaste bekende op de Steenstraat, maar heeft weinig geld voor reclame. Nou, dan doen wij dat wel. De zaak is opgericht in 1988 door de familie Dang en tot op heden is het een familiebedrijf. Ze hebben er verse producten, rijst en bami, non-food, drankjes, loempiavellen, eendeneieren, blikjes en sausjes.

Moet die vader nou in dobbelsteentjes erdoor?

“In de Steenstraat moet je wezen, in de Steenstaat moet je zijn! Die aan de Houtstraat dat zijn prutsers, dat weet iedereen”, zong De Schrijvende Rechter (DSR) uit volle borst. Hij was ingenomen met het ambitieniveau van de inzender: niet gewoon een goede, maar een “erg” goede nasi goreng, de “allerbeste” van heel Arnhem zelfs! “Maar waarom daar gestopt? Nasigorengkoning van heel Gelderland!! Met zo’n “zeer service-georiënteerde” Chinese cheffin komt het vast wel goed. Maar moet die vader nou in dobbelsteentjes erdoor of gewoon meekoken?”

Lees verder In de Steenstraat (300)

Flirten op de openbare weg (299)

Over ikjes, erudiete vrijpartijen en een warm dekbed

Hoe het nou zat met die veronderstelde quote van Pipi Langkous (“Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan”)? Niemand kan hem vinden, zelfs de erven Astrid Lindgren niet. Misschien heeft ze de oneliner wel gezegd, maar zat de schrijfster niet op te letten. Einde discussie. We call Pipi en schrijven de quote definitief aan haar toe. Game Set Match

“Ik kan mijn eigen overal vermaken.”

Joke van Doorne vindt zichzelf erudiet en wil daten met een erudiete man. Er reageert iemand die op zijn Tinderprofiel bij zijn hobby’s heeft staan: “Ik kan mijn eigen overal vermaken.” Hopla, en weer zette een NRC-lezeres een minder begaafd persoon in de zeik via de ikjesrubriek. Da’s ook een hobby. Maar voor Joke was dat nog niet genoeg. Ze wilde er een erudiet mopje van maken en schreef er nog een regeltje bij: “Even denk ik echt: overall schrijf je toch met twee ellen!” Verder kon ze niet zoeken, maar goed, erudiete mensen snappen hem vast meteen.

Lees verder Flirten op de openbare weg (299)

We willen de toiletpot kwijt (298)

Hilde Lemson is op visite bij vrienden en die hebben een dochter van dertien. Hilde vraagt om onverklaarbare reden aan het kind of ze haar corona-app aan heeft staan. „Nee”, zegt ze. „Ik had hem wel, maar ik heb hem verwijderd. Want ik kreeg helemaal geen berichten.”

Kijk, zo makkelijk is het nou om een ikje in het landelijk dagblad NRC Handelsblad te scoren. Je schrijft een anekdote op, zendt het via een webformulier of per email in en hopla, je bent beroemd. Er hoeft niets opmerkelijks in te staan. Het hoeft niet goed geschreven te zijn, als er maar iets staat. En als je geluk hebt wordt je ikje ook nogeens hier besproken door een panel van deskundige liefhebbers of liefhebbende deskundigen.

“De pointe is me al te moppig”

Zoals de legendarische De Schrijvende Rechter (DSR) bijvoorbeeld. Al sinds jaar en dag levert die zijn Eindoordelen in. In dit geval maakte hij zich er vanaf met een “de pointe is me al te moppig”. Ad Hok was tevreden met het ikje. Omdat het kort was. “Dat mag ik wel.”

Lees verder We willen de toiletpot kwijt (298)

Ik heb een witte (297)

Vliegroest, bandentrapper … autojargon waarin we werden onderwezen door Maarten de Sitter, ondersteund door NRC Handelsblad via de ikjesrubriek. Aan De Schrijvende Rechter (DSR) was dit niet besteed. “Niets zo oninteressant als auto’s; ‘ik heb een witte’ is het enige dat hij te berde kan brengen. Volgende keer graag nadere informatie over aanschaf van een staafmixer.”

“Flauw uit de buitencategorie

Ene Lorelei, overgelopen van de buren, plaatste volgens Pawi het slechtste ikje van het jaar tot nu toe. Niet van haarzelve, het is immers een nimf die naar riviermatrozen zit te lonken, maar van Annelies Mazairac-Van de Burgt. Het ging over positief testen en daar per ongeluk blij mee zijn. Duh icoontje. “Flauw uit de buitencategorie à la bommelding en verassing”, aldus DSR.

Lees verder Ik heb een witte (297)

Een partijtje puddingboksen (296)

Over ikjes, een dood paard en Grindr

Een hele hoop burgerlijke ikjes vorige week. Geen enkel pareltje. Maar dat hoeft ook niet, anders vallen ze niet meer op. Ans Wijngaards zeeg met een paar andere vriendinnen in de midlife crisis op een terrasje neder. Want toen kon dat nog. Een jonge ober bediende haar tafeltje te langzaam. “Te oud voor een jonge God” concludeerde het drietal en verliet “ongezien” het terras. Dat is dan maar beter ook, Aagjes Ongeduld. Een jammerlijk ikje, vond Bertie het, “ik hoopte bij de eerste regels over een spannende ruzie te lezen”. Ja wie niet?

Lees verder Een partijtje puddingboksen (296)