Prachtig prima kort intro (253)

Over ikjes, recepten, China en Rotterdam

Nee, het is zeker geen compliment als een lezer (m/v) verzucht dat het wel lijkt alsof de intro’s steeds langer worden. Wel voorafgegaan door een “chapeau Bas, prima intro weer”, maar toch, het is maar gezegd. Door wie? Dat laat ik maar in het midden omdat het Jokezelf betrof en ik geen ruzie met haar wil. Ik stuur haar wel een mailtje, dit lossen we samen wel op.

“… een prachtig intro. Broeva. Haro!”

Dat Lummel zich haastte om “een prachtig intro. Broeva. Haro!” te roepen maakte niet meer zo heel veel uit. De toon was gezet. Ook Bertie was te laat met haar goedbedoelde “hallo, weer een prima en lang intro”. Ze zei dat namelijk pas om half twee op de maandagmiddag, vele uren na het verschijnen van het intro. “Vanmorgen al gelezen”, probeerde ze nog zwakjes, “maar ik kom nu pas aan reageren toe”. Jaja.

Enfin, ik kan het wel, hoor, korte intro’s schrijven. Dat gaan jullie zien en dat hebben jullie vandaag dus helemaal aan julliezelve te wijten.

Lees verder Prachtig prima kort intro (253)

Ik ben blij dat ik bijna dood ga (120)

Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic license Brett L.
Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic license Brett L.

NRC’s-ikjesgrossier Mieke Kerkhof maakt de laatste tijd niets meer mee in haar spreekkamer. Haar patiënten laten het wel uit hun hoofd om ook maar iets te zeggen dat ze later in de krant zouden kunnen teruglezen en houden de kaken stijf op elkaar. Mieke neemt dus sinds kort haar toevlucht tot haar familie en kennissen. Vorige week was haar 88-jarige vader aan de beurt. Ongegeneerd doet ze verslag van diens intieme verjaardagspartijtje met zijn handjevol overgebleven tachtigplussende vrienden. Die visite is niet gek, ze kennen Miekes reputatie en ze zeggen niets totdat ze in de keuken is. Maar helaas, ook vandaar blijkt het mens de boel haarfijn te beluisteren.  “Ik ben blij dat ik bijna dood ga”, hoort ze haar oude tante zeggen naar aanleiding van ISIS, de vluchtelingen en nog zo wat wereldleed. En hopla, diezelfde avond ligt het ikje alweer in het NRC-bakkie en twee dagen later staat het in de krant. Je moet het maar willen.  Lees verder Ik ben blij dat ik bijna dood ga (120)