Geef die vent een gulden (293)

Over ikjes, wielrenners en de supermarkt

Aan slechtste ikjes van het jaar geen gebrek vorige week. Die van Theo Waaijer dan! Hij “ontmoet” op een mooie nazomerse middag een jonge man in een rolstoel, uitkijkend over de zee op de Meijendelse Slag. Theo vraagt hoe de man in die rolstoel beland is en er ontwikkelt zich een diepmedemenselijk gesprek over een motorongeluk en een hoge dwarslaesie en dromen over uiteindelijk weer te kunnen motor rijden op zo’n motor met drie wielen. Uiteindelijk wordt het verhoor afgekapt door de rolstoeler. “Geluk zit niet in je benen”.

“Je zou als lezer nog in een rolstoel geraken door zulk tenenkrommend gedram”

“Je zou als lezer nog in een rolstoel geraken door zulk tenenkrommend gedram” zei De Schrijvende Rechter (DSR) en scoorde daarmee een hardoppe lach hier op de redactie. We bedoelen maar: die man probeerde van het uitzicht te genieten, Theo. Aan zee. Met alleen de wind in het haar en de meeuwen en schepen in de verte.

Pawi plaatste wat vakkundige vraagtekens: “Vreemd dat er ineens een ‘hoge’ dwarslaesie wordt ingevoerd. Doorgaans wordt daarmee bedoeld een verlamming vanaf de nek. Dan kun je letterlijk alleen maar dromen van rijden op de motor.”

Lees verder Geef die vent een gulden (293)

Dikke vrienden en grootste fan (291)

Over ikjes, het NRC supertrio en de buren

Wat sommige mensen voor zinnen kunnen schrijven! Man man. “Ik reageer via de website van de Engelse krant The Times op een artikel over The Lincoln Project, in 2019 opgericht door Republikeinen die niet willen dat president Trump wordt herkozen op 3 november maar liever de Democraat Biden als nieuwe president van de VS zien.” Yep, dit is een waargepubliceerde ikjesbeginzin (weten we het nog: een heel ikje mag maar 120 woorden bevatten), tjokvol met overbodige informatie.

Dat malle misverstandje maakte vorige week uiteraard nauwelijks iets los

Maarten van Doremalen stuurde hem naar de NRC en de NRC zette hem op de achterpagina. De pointe was – ik zeg het voor degenen die na de eerste zin afhaakten – dat iemand dacht dat Maartens naam fake was en afkomstig van een nepaccount. Dat malle misverstandje maakte vorige week uiteraard nauwelijks iets los, noch hier noch bij de buren.

Lees verder Dikke vrienden en grootste fan (291)

I am a lake (287)

Over ikjes, bordjes en een prijskip

Het lijkt wel of jullie geen lepeltje meer willen! Al tijden is hij er niet meer uitgegaan, dat voorheen zo gewilde kleinood, die gulle beloning voor de 100e reactie. Maar goed, dan niet.

“I am not an expert, I am a lake”, zei laatst nog een Nederlandse vrouw ergens in een supermarkt. Jullie merken het al, dat was een “ikje”, oftewel lezersanekdote uit de NRC. Hans Franz was de gelukkige inzender. “I hate you welcome en nog veel meer ongein. Uit de moppentrommel dus”, bitste onze reageerder Lummel. Keijaloers dus. Of komt er een streepje tussen de kei en de jaloers? Waar is de Dikke van Dale als je hem nodig hebt.

Lees verder I am a lake (287)

Prachtig prima kort intro (253)

Over ikjes, recepten, China en Rotterdam

Nee, het is zeker geen compliment als een lezer (m/v) verzucht dat het wel lijkt alsof de intro’s steeds langer worden. Wel voorafgegaan door een “chapeau Bas, prima intro weer”, maar toch, het is maar gezegd. Door wie? Dat laat ik maar in het midden omdat het Jokezelf betrof en ik geen ruzie met haar wil. Ik stuur haar wel een mailtje, dit lossen we samen wel op.

“… een prachtig intro. Broeva. Haro!”

Dat Lummel zich haastte om “een prachtig intro. Broeva. Haro!” te roepen maakte niet meer zo heel veel uit. De toon was gezet. Ook Bertie was te laat met haar goedbedoelde “hallo, weer een prima en lang intro”. Ze zei dat namelijk pas om half twee op de maandagmiddag, vele uren na het verschijnen van het intro. “Vanmorgen al gelezen”, probeerde ze nog zwakjes, “maar ik kom nu pas aan reageren toe”. Jaja.

Enfin, ik kan het wel, hoor, korte intro’s schrijven. Dat gaan jullie zien en dat hebben jullie vandaag dus helemaal aan julliezelve te wijten.

Lees verder Prachtig prima kort intro (253)

Ik ben blij dat ik bijna dood ga (120)

Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic license Brett L.
Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic license Brett L.

NRC’s-ikjesgrossier Mieke Kerkhof maakt de laatste tijd niets meer mee in haar spreekkamer. Haar patiënten laten het wel uit hun hoofd om ook maar iets te zeggen dat ze later in de krant zouden kunnen teruglezen en houden de kaken stijf op elkaar. Mieke neemt dus sinds kort haar toevlucht tot haar familie en kennissen. Vorige week was haar 88-jarige vader aan de beurt. Ongegeneerd doet ze verslag van diens intieme verjaardagspartijtje met zijn handjevol overgebleven tachtigplussende vrienden. Die visite is niet gek, ze kennen Miekes reputatie en ze zeggen niets totdat ze in de keuken is. Maar helaas, ook vandaar blijkt het mens de boel haarfijn te beluisteren.  “Ik ben blij dat ik bijna dood ga”, hoort ze haar oude tante zeggen naar aanleiding van ISIS, de vluchtelingen en nog zo wat wereldleed. En hopla, diezelfde avond ligt het ikje alweer in het NRC-bakkie en twee dagen later staat het in de krant. Je moet het maar willen.  Lees verder Ik ben blij dat ik bijna dood ga (120)