Kaarten schrijven kun je leren

Mijn negenjarige zoon verzorgt dit jaar voor het eerst zijn eigen nieuwjaarskaarten. Hij schrijft in perfect Frans voor elk vriendje iets persoonlijks.
 
Prachtig om in deze tijd van email en SMS een jong mens de eerste schreden op het pad van het geschreven woord te zien zetten.
 
Met de kaarten naar Nederland heeft hij meer moeite; hij gaat naar een Franse school en spreekt alleen met mij Nederlands. En wat heeft hij eigenlijk te melden aan zijn verre familie? Alles wat je zoal beleeft, moedig ik hem aan.
 
De postbode komt langs. Mijn zoon laat een enveloppe zien, afkomstig van oom Wim. Nu heb je een voorbeeld, knik ik hem toe.
 
Hij scheurt de enveloppe open, klapt de voorbedrukte kaart uit en laat hem verbouwereerd aan me zien. Rechtsonder in de hoek staat geschreven: “Wim en Annie”.
 
 
 
Eerder verschenen op drasties.
 
 

Mist

 
 
 
  
Mist
 
Vanochtend dikke mist.  In mijn hoofd. En buiten.
Even niet meer weten waar het naar toe gaat.
 
Relatie.
Werk.
Auto in de reparatie.
Paswoord van google doet het niet meer.
Wc-papier op.
 
En buiten grijze nevels waar je ook niet doorheen kunt kijken.
 
Je kunt alleen maar vertrouwen dat alles er nog is. Het bekende.
 
Omdat je het met je verstand weet.
 
Mist is niet erg. Mist hoort erbij. De sluier trekt weer op en het leven gaat weer door.  
 
Zo meteen.
 
Toch?
 
 

Rotopmerking

Het was vanmorgen te druk op kantoor. Teveel emails. Te veel telefoontjes. Teveel zeurtjes. Ik was niet aan lunchen toegekomen.
 
Het is al tegen half drie als ik flauw van de honger over straat ren, op zoek naar een broodjeszaak die nog open is.

Een zwerver met diepliggende ogen houdt mij staande. Hij strekt zijn hand uit en zegt “Ik heb honger”.


“Ja, ik ook” zeg ik en loop zonder de pas in te houden door.

Pas later besef ik wat een rotopmerking dat was.