Weekly Photo Challenge: my 2012 in Pictures (Against the Light)

My year 2012 in pictures … what a challenge. I could make thousands of galleries. They would all tell a different story, yet they would be about the same person. We live multiple lives, even on the same day.

Below is one of these stories. It is about enjoying nature and arts.  About feeling wood, stone and water. About a few cows and a donkey. All shot on location in wonderful Switzerland. And most of the time I was looking against the light …

Love and light and a happy 2013 to all!

Click on pictures for better quality. All pictures ©2012 Apiedapie

Lol en sechs in Bern

Voor zaken ben ik een dagje op bezoek in Bern. De avond voor de meeting check ik in, loop het hotel uit en beland pardoes middenin een klank-en lichtspel op de Bundesplatz. Mooier dan ik dacht. Moderne computeranimaties laten gekke figuurtjes op de gevel van een stadhuis op en neer lopen en gek doen. De vensters van het gebouw klapperen mee. Smaakvolle kitsch. Na het slotapplaus zoek en vind ik een leuk restaurant. Huitres creuses en filets de perche op de menukaart buiten, witte tafellakentjes en nette mensen en zelfs mooie meiden binnen, honger!

Ik krijg een tafeltje aan het raam. En dan begint de lol. Na een minuut of tien is de ober nog altijd niet teruggekeerd om de bestelling op te nemen. Ik kijk vragend naar een voorbijlopende andere kelner. Het is een jonge man, scherp gezicht, strak blauw schortje, fris gesteven wit overhemd, uitdrukkingsloos gezicht, het zou een Fransman kunnen zijn. Hij loopt door. Als hij nog een keer langsloopt, knik ik hem met nadruk toe. Hij knikt vriendelijk terug en loopt verder. Denkt de lullo dat ik met hem aan het flirten ben? Vijf minuten later komt hij weer langs. Nu stop ik hem met een priemende bijna dodende blik.

“Je pourrais commander?” vraag ik hatelijk. Huh? is het antwoord. “Commander! Com! Man! Der!” herhaal ik. En ik wijs op de menukaart. Hij kijkt me verbaasd aan. “Bestellen!”, probeer ik dan, “ich möchte bestellen. Be! Stel! Luh!”. Opnieuw wijs ik op de menukaart. “Order! I’d like to order, please. Oor! Derrrr!”.

“Ich nicht spreche Deutsch” brengt hij wanhopig uit. “Francais?” help ik hem. Maar hij blijft me vertwijfeld aankijken.

Dan komt de hoofdkelner voorbij. Hij stuurt de jongen weg en informeert wat er aan de hand is.  “Ich möchte gerne bestellen. Die jongen snapte het niet. Hij spreekt geen Duits, geen Frans … nou ja, het komt wel goed”, zeg ik verzoenend en haal adem om eindelijk mijn oestertjes te bestellen.

“Nee”, zegt de ober beslist en hij buigt zich naar me toe. “Dat komt het niet. Het komt niet goed. Hij begrijpt geen Duits, geen Frans, hij is hier al een week. Het wordt niet beter. Vanavond is zijn laatste avond. Dat gaan we hem zo vertellen.”

Tja, da’s nou ook weer zielig, denk ik, en weet ook dat ik dit helemaal niet had willen weten. Ik bestel mijn oesters. Op de vraag “hoeveel?” antwoord ik automatisch met een “une demi-douzaine”. De hoofdkelner kijkt me vragend aan.

“Sechs?” vraagt hij.

“Nee”, antwoord ik, “vanavond niet, maar ik vind ze gewoon lekker”.

Hij vat het niet, dus ik vraag hem op een vriendelijke toeristentoon wat voor talen men hier in Bern zoal spreekt. “Schweizer Deutsch”, zegt hij, “en Frans”. Dat wordt voor mij dan moeilijk, lach ik, dat Zwitserse Duits. “Ja”, lacht hij even vrolijk terug, “en ik spreek geen Frans, maar ik heb  les”.

Bravo, knik ik hem toe, Franse les, goed hoor. “Ja, hier in Bern zijn ze tweetalig”, zegt hij, “Frans en Duits. Maar hier in het restaurant spreken we eigenlijk alle talen”. Tevreden loopt hij weg.

Een minuut of wat later komt de jongen weer langs. Hij zet een bordje met brood en boter op mijn tafel en maakt zich snel uit de voeten. Ik  bekijk hem met andere ogen. Want ik weet iets dat hij niet weet. Een drama is aanstaande. Of zouden ze het hem al verteld hebben? Ik kijk hem scherp aan, iedere keer als hij voorbij loopt. Maar zijn gezicht staat nog altijd op uitdrukkingsloos. Ik denk niet dat hij het al weet. Toch bestudeer ik mijn brood nauwkeurig. Je weet het niet, als dit zijn laatste avond is, en hij heeft het net gehoord, en hij denkt dat ik het laatste zetje heb gegeven, dan heeft hij er misschien wel op gespuwd. Niet aannemelijk, maar toch eet het minder prettig.

De oesters komen, ze zijn goed, de oesterschalen gaan. De filets de perche komen, ze zijn wat te dik gefrituurd, maar het is wel best zo. Ik eet ze op, prik de gekookte aardappeltjes aan mijn vork, en hap, bordje leeg. Ik ben er klaar mee. Dessert hoeft niet, ik wil de rekening, ik wil weg.

De jongen loopt langs, kijkt nauwkeurig naar mijn lege bord en loopt verder. Na een paar minuten schuif ik mijn lege bord demonstratief van me af. De jongen komt weer langs, en kijkt opnieuw onderzoekend naar mijn tafel. Zonder me aan te kijken loopt hij verder. Als hij een derde maal langs komt, dan zit ik nog demonstratiever heel ver achterover. Ik zit uit te buiken mensen! Ik heb genoeg! Ik kan niet meer! Ik wil de rekening! Zelfs die boodschap komt niet aan. Het kereltje loopt zonder de pas in te houden zijn rondje restaurant, met gebogen hoofd, hij stopt bij geen enkele tafel, en keert dan terug naar de keuken.

De hoofdkelner komt om de hoek zetten. Hij kijkt me samenzweerderig aan. “Ja”, antwoord ik op zijn onuitgesproken vraag, “al drie keer, maar hij vroeg niks, hij liep door”.

“Tsk”, zucht de ober minachtend. Ik reken bij hem af, laat de kleinste fooi ever achter en loop de zaak uit. Buiten door het raam zie ik dat de jongen toeschiet en de schamele muntjes van mijn tafel bijeen graait. Heeft hij toch nog iets, denk ik. De ziel. Ik gun het hem. Jawel!

Terug in het hotel drink ik een whiskey in de hotelbar. Ik lees een advertentie van een restaurant verderop. Ze bieden een “Siestamenu” aan. Als je boven de CHF 20 verteert dan krijg je er een hotelkamer voor een paar uur bij (12h00-15h00). “Mittagessen und Mittagschlaf” … Aparte jongens die Zwitsers.

Drasties is er even niet vanwege wateroverlast Sandy

Wij, makers van het Apiedapie blog, wensen JandeWit, de onsympathieke baas van drasties, een plezierige vakantie. De lezers van drasties kunnen zich eindelijk weer eens volledig op hun werk storten, ongestoord door het moeten maken van koppen en het becommentarieren van ikjes, het lollig doen, of het sneren naar andere reageerders. De reden is dat Sandy, die boze storm in Amerika, Manhattan onder water heeft gezet. Laat nou net daar de server staan, of hoe heet zo’n ding, die drasties elke dag weer tot ons brengt. Volgens Jan en zijn Russische technicus, Vlad, kan het nog wel even duren. Stay tuned, en doe wat anders. Net als ik.

Aan de bruine Donau

De Donau .. ach … romantiek! Zo mooi! Zo blauw! Laat ik nou nooit geweten hebben dat het ding ergens in Zuid-Duitsland ontsprong. Ontelbare malen heb ik er op gevaren, de mooiste keer in Budapest, met een leuk persoon en heel veel goede wijn, maar waar het begin nou was? Nooit afgevraagd. Totdat ik op reis van Nederland naar Zwitserland ineens een bordje met “Donau Quelle” op de rijksweg zag. Hopla, stuur om, even kijken dus.

En dit zag ik:

Jekkie bah! Een bruin oniegelijk stroompje. Nooit zal ik het verheerlijkt gezicht van mijn vader vergeten als hij de elpee van Am schoenen blauen Donau weer eens opzette. Als kleine jongen had ik altijd gevoeld, nee geweten, dat de Donau een sprookjesrivier was. En hier stond ik nu. Dit was de bron. Dit was het begin. Dit was de Donau. Had die Strauss soms een ernstig vuiltje in zijn oog? Mijn vader neem ik het niet kwalijk, je kunt niet overal zijn, maar op zo’n beroemde componist moet je toch kunnen vertrouwen? Nou ja, misschien had hij van componeren meer verstand:

Ja, dat u niet denkt dat het een toeval was, nog maar een fotootje. De Donau ontspringt dus uit een armetierig rotsje, druppelt door een groezelig beekje, en stort zich dan naar beneden, waar wij het niet kunnen zien, en waar hekjes staan, en pas heel veel verder wordt het wat.

Het heet hier Donaueschingen en Martinskapelle en zo meer, en vanaf hier loopt de Donau naar het oosten. Ook al nooit geweten. Ik dacht dat alles zo’n beetje naar het westen liep. Waarom heb ik toch niet beter opgelet vroeger? En precies op dit punt hier, waar we nu staan, heb je de scheiding tussen het rijk van de Noordzee (al het water dat naar beneden druipt gaat via de Rijn naar ons toe) en van de Zwarte Zee (elk druppeltje stroomt via de Donau naar de Zwarte Zee). Deze steen herinnert hieraan. Als ik precies op deze plaats zou gaan staan pissen, iets wat ik niet doe, want er is geen boom, en er kunnen mensen aankomen, en ik hoef niet, dan zou ik met één slinger zowel Oost als West kunnen bereiken.  Toch een goed gevoel. 

Verder zijn hier, zeker nu het wat mistig is, de mooiste plaatjes te schieten. Mooie wegwijsbordjes, een ooievaar voor een boerderij waar ene Sebastiaan op 28 augustus geboren is, een waslijn met kinderspulletjes, het leven is hier nog goed. Kijk maar:



Geen Al Qaida’s, geen Boer Zoekt Vrouw of verkiezingsdebat, het is hier rustig. Je eet hier forel, een stukkie hert met Preiselbeeren en het leven is goed. Dat die Donau zo sneu begint, is dan al gauw vrij onbelangrijk. Ja, die laatste is een zelfportret.

Verlangen naar de vorstverlet

Ook in de bouw hebben ze het warm. Sterkte mannen. Voor je het weet zitten jullie weer in de vorstverlet.

Rijming news – winnaars en rauwe data

Ooit was er op drasties – u weet wel, die veelbezochte Nederlandse website voor Nederlanders en buitenlanders in het buitenland en voor Nederlanders en buitenlanders in Nederland die in Nederland en het buitenland geïnteresseerd zijn – elke dag een weerkaartje. Dat was zo saai dat de reageerders er uit ballorigheid op gingen rijmen. Toen waren er de filemeldingen. Ook daar werd uiteindelijk alleen nog maar op gerijmeld. En nu is er dan het breaking news – oftewel de categorie “varia”, “stupid news” – de ditjes en datjes waar websites en gratis krantjes tegenwoordig mee volstaan. Hoe kun je als drastieslezer beter je stil protest laten horen dan ook daar op te gaan rijmen? Dat doet men dus vanaf het begin. Tot op heden zonder succes. Lees verder “Rijming news – winnaars en rauwe data”

Weekly Photo Challenge: unfocused (3) Bull Flash

Photo © Apiedapie 2011

Such a joy publishing unsharp photos … thanks to wordpress photo challenge …. this is a rodeo in Vermont. Yes, this is a bull, it really is!

More unsharp photos here (cougar) and here (Amsterdam Avenue).

Weekly Photo Challenge: unfocused (1) Life Sentence

Photo © Apiedapie 2011
Photo © Apiedapie 2011 Maine Wildlife Park, Gray, ME, USA
Even geherpubliceerd vanwege een wordpressactie. Oorspronkelijk geplaatst op 1 april 2012 met als titel “Levenslang”.
Hier staat er nog eentje (Amsterdam Avenue) and here another one (bull flash).
Wat andere vage plaatjes van over de hele wereld:

Rietje 80, wat een feest! Not.

“Johan 80”. Dat was de titel van het grote feest voor mijn vader, vijf jaar terug. Zaaltje. Slingers. Koffie met gebak. Lopend buffet. Bier en jenever. Het feestvarken op een versierde stoel met ballonnen. Gedichten. En een powerpoint met foto’s uit de oude doos.

Vandaag was het tijd voor een “Rietje 80”. Mijn moeder.  Vijf jaar jonger. De intellectuele kant van het paar. Had graag doorgeleerd, maar in haar tijd deden meisjes dat niet. In plaats daarvan schrobben, poetsen, kinderen baren (waaronder mij, dus het had erger gekund) en boterhammen smeren.

Een VOS-cursus (“Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving”) maakte haar tot een laat-feministe, toen wij, kinderen, allang in de tienerleeftijd en op uitvliegen stonden. Mijn ouders scheidden. En mijn moeder ging reizen en spannende dingen doen, zoals in een woonwagen leven en schilderen.

Vanavond zouden we ergens in een feestzaaltje “Rietje 80” hebben gevierd. Een bruisend feest. Met een buffet. Maar Rietje is niet meer. Ze is meer dan tien jaar terug overleden.

Moedertje, van harte, en op naar de volgende tachtig!

Dit waren wat foto’s voor de powerpoint geweest:

En dit was je stoel geweest … inderdaad … wees maar blij! 😉

(c) Apiedapie, ballonnen, 2007

Zie ook het versje van twee jaar terug op drasties.

Over lijden

Vandaag had mijn moeder verjaard
als ze nog in leven was.
Mijn lieve moeke was jarig geweest
als ze niet allang dood was.

Op het laatst had ze alleen nog maar pijn
het sterven was voor haar in feite ‘fijn’.
En wat ze schreef op het laatst?
“Nu weet ik wat ‘over lijden’ betekent.”

Dat was mijn moeder.

Header image: (c) Apiedapie, Lopend buffet, 2007

%d bloggers liken dit: