Mist

 
 
 
  
Mist
 
Vanochtend dikke mist.  In mijn hoofd. En buiten.
Even niet meer weten waar het naar toe gaat.
 
Relatie.
Werk.
Auto in de reparatie.
Paswoord van google doet het niet meer.
Wc-papier op.
 
En buiten grijze nevels waar je ook niet doorheen kunt kijken.
 
Je kunt alleen maar vertrouwen dat alles er nog is. Het bekende.
 
Omdat je het met je verstand weet.
 
Mist is niet erg. Mist hoort erbij. De sluier trekt weer op en het leven gaat weer door.  
 
Zo meteen.
 
Toch?
 
 

Kaartjes en vrouwen ik kan zo intens van ze houwen

Geen wolken maar buitjes. Kijk er naar luitjes

Oh, als ik vandaag eens dollen kon, met Ilona in de volle zon

Regen en windjes, op de akkers verrotten de bintjes

Kan het iemand bommen wat het weer wordt verdomme?

Ik ga slapen ik ben moe, eerst nog naar ‘t kaartje toe

De zon schijnt, hop eruit, je leeft, je bent, je moet vooruit

Jan’s kaartje rot toch op, we willen echte zon op onze kop

Wat ik me afvraag met zovelen, kan God een wolkbreuk helen?


File tussen Eembrugge en Barneveld, vanwege kip ongesteld

File tussen Eembrugge en Barneveld, daar komt de haan al aangesneld

File tussen Eembrugge en Barneveld, het eitje werd dus afbesteld


Het weer is niet altijd fantasties, gelukkig is er drasties

In het land der blinden kun je niemand vinden

Postje hier, blogje daar, kom maar wolken, sneeuwt u maar

Kiele kiele kiele, wat lief: een baby file!

Kaartjes en vrouwen, ik kan zo intens van ze houwen


Wist niet dat het bestond, een file mollen in de grond

Mensen wat een klucht, vier kilometer meeuwen in de lucht

Vrede op aarde op de weg tussen Zwolle en Naarde

Er is een auto gesignaleerd tussen Tilburg en Weert

De vissen zwemmen in het water, dat wordt een buitje later

Beter een grauwe grijze lucht, dan voor ‘t leven op de vlucht

Bloemlezing uit Apie’s weer- en verkeerrijmpjes, eerder verschenen op drasties bij het weerkaartje en de filemeldingen.