Druk, druk, druk

Ik ben nog uit de tijd dat kantoorcollega’s die naar huis gingen met twee zware ‘loodgieterstassen’ werden bewonderd als  ‘belangrijk en druk’.
 
Nooit zal ik die keer vergeten toen de tas van een van hen in de lift opensprong en er een appel uitrolde, gevolgd door een broodtrommeltje, een pak speelkaarten, en de krant. Verder was de tas leeg.  

Tegenwoordig zie ik ze in de trein zitten met hun BlackBerries en iPhones, met de tong tussen de lippen ingespannen allerlei belangwekkende dingen aan het doen. Emails? Afspraken? Analyses?

Mijn buurman van vanmorgen zag er erg belangrijk uit. Strak in het pak. Stropdas. Ik kon het niet nalaten op zijn schermpje te gluren.
 
Ik zag een slangetje kronkelen dat hapjes moest opeten en blokjes ontwijken.
 
 
 
(eerder in iets andere vorm verschenen op drasties)

Advertenties

Rotopmerking

Het was vanmorgen te druk op kantoor. Teveel emails. Te veel telefoontjes. Teveel zeurtjes. Ik was niet aan lunchen toegekomen.
 
Het is al tegen half drie als ik flauw van de honger over straat ren, op zoek naar een broodjeszaak die nog open is.

Een zwerver met diepliggende ogen houdt mij staande. Hij strekt zijn hand uit en zegt “Ik heb honger”.


“Ja, ik ook” zeg ik en loop zonder de pas in te houden door.

Pas later besef ik wat een rotopmerking dat was.

Bonkende wieltjes op Brussel-Zuid

De Thalys stopt. Ik weet dat ik niet meer dan zesentwintig minuten heb. Ik ren naar beneden. De wieltjes van mijn koffertje bonken achter me aan op de vierkante treden van de roltrap.
 
Ik sla rechtsom richting de hamburgerkraam. Ik moet en zal mijn hamburger scoren. Twee lieve oude mensjes bakken ze al jaren op een ijzeren plaat. Zwartgeblakerde sliertjes ui. Ketchup en mosterd uit een plastic fles, met de opgedroogde restjes rond de dop. Midden in de stationshal van Brussel-Zuid.

Maar vandaag … zijn ze er niet meer.

 
Op de plek van het kot staart me nu een glimmende fastfood aan. Het personeel draagt gele petjes en rode schortjes.
 
Ik sleep me terug naar het perron. Ik eet vandaag in de restauratie. Broodje zalm. Met weemoed.

(in iets andere vorm eerder verschenen op drasties, moet kunnen, mijn verdriet is nog altijd groot, nooit meer zo’n lekkere hamburger gegeten)