How stupid can you get?

Last weekend I ran a 10K road race and I came across this sign. I won’t reveal where exactly it was other than that it was somewhere in a city on the East Coast of the USA. I was so intrigued that I went back the following day with a photo camera. How can anyone think that anybody would take these stupid commands seriously?

1. Drive like your kids

Of course not! Not like my 12-year old son. But even if he was 18 I’d certainly not like to adopt his style of driving. Why would I?

2. Live here

And even if I came out of that car alive or without serious damage, I would of course not like to live with these people, who surely must be very sadly crazy.

I drove away, as stupefied as the day before. Over my head I heard a herring gull cry, it sounded like laughing.

Advertenties

Voor Koos Verweijen

Het was gewoon een aardige kerel die ik weleens in de sauna zag. We kletsten wat tijdens het omkleden. Of hadden het onder de douche over het weer. Ik wist niet eens zijn naam.

Hij was niet gelukkig. Hij maakte een eenzame indruk. Achter zijn glimlach en small talk verscholen zich bedroefde ogen. Hij kwam naar de sauna vanwege de yacuzzi. Dat was het enige dat hielp tegen zijn rugpijn, vertelde hij. Hij had financiële problemen. Een hypotheek die op hem drukte. Twee banen: door de week in een outdoor-zaak, een soort van Bever Zwerfsport. En in het weekend verkocht hij Kerstartikelen. Het hele jaar door. Hij snapte niet wat ik daar grappig aan vond.

De laatste tijd had hij het tegen me vooral over zijn broer. Die had hij jaren geleden een grote som geld gegeven om te investeren. Hij had geen verstand van geld. En zijn broer runde een beleggingsfirmaatje. Maar nu had hij dat geld hard nodig. Zijn broer weigerde het terug te geven. Al een jaar lang lagen ze met elkaar in de clinche. Zijn broer nam het hem zelfs kwalijk dat hij zijn geld terug wilde hebben.

“Jij bent alleen”, had hij gezegd, “Egoïst. Ik heb het geld nodig voor mijn kinderen, dat is ook jouw familie!”

Het vooruitzicht om tegen zijn eigen broer te moeten gaan procederen was nog pijnlijker dan het eigenlijke gevecht om het geld, glimlachte hij. En hij pakte zijn spullen en liep de kleedkamer uit. Ik was even van slag van dit verhaal, piekerde erover op weg naar huis in de auto, maar vergat het vervolgens.

Vandaag hoorde ik achter me in de kleedkamer iemand vertellen over een man die was overleden. Iemand die hier weleens kwam. “Je weet wel”, hoorde ik zeggen, “een aardige vent, meestal in een blauw t-shirt, hij had het altijd over zijn broer, en zijn geldzorgen.”

Ik vroeg wat er was gebeurd en hoorde dat de man drie weken geleden op een zaterdagmiddag na zijn werk zonder iets te zeggen was weggereden. Hij reed naar de allerhoogste brug in de buurt, parkeerde zijn auto en sprong naar beneden. Een uur later overleed hij in het ziekenhuis. Zijn naam was Koos Verweijen. Het gebeurde twee dagen voor zijn verjaardag. Hij zou 47 geworden zijn.

Thuis vond ik hem op een online condoleanceregister van een begrafenisonderneming. Voor het eerst las ik over zijn familie en zijn vrienden. Ik scrolde door het gastenboek. Maar 23 condoleanties. Vooral van collega’s. Ze hebben het over zijn opgewektheid, dat hij altijd voor iedereen klaar stond, en over dat het een “echt mens” was.

De enige nabestaande is, zo lees ik, een broer. Deze wordt in alle toonaarden sterkte gewenst met het verlies. “We bidden voor je in deze dagen van rouw”, “innigste deelneming” en “dat je in deze droevige tijden vooral de goede herinneringen moge koesteren”.

Tja. Och. Hm.

Koos Verweijen: moge je rusten in vrede.

Klik hier voor de Engelse versie/English version.

Moeders en vrouwen eren met het respect dat hen toekomt

We vieren moederdag met een brunch in New York. Chique Cubaans restaurant. Met de ober kletsen we over “Dia de las madres“, een dag waarop mannen hun moeders en vrouwen eren met het respect dat hen toekomt. Met waardering kijk ik mijn echtgenote na die is opgestaan om met ons zoontje naar het toilet te gaan. Prachtige vrouw.

“Komt u uit Cuba?” vraag ik aan de ober.

“Nee, Puerto Rico. Ooit geweest?” vraagt hij.

Op mijn ontkennende antwoord zegt hij: “Moet je doen. You will have a lot of fun! But you need to come alone …“.

En met een vette knipoog verwijdert hij zich naar de keuken.

Het Laatste Eindoordeel van De Schrijvende Rechter

Het was vandaag haar sterfdag. De ouwe rechter zat op het terras. Hij had kromgetrokken vingers. Een vermoeid gelaat. De stok, waarmee hij vroeger zulke ferme tikken kon uitdelen, stond naast hem tegen de stoel.

Zijn tachtig jaar oude kniebroekje had hij vanochtend voorzichtig uit de doos gehaald. Het was niet veel meer: geroeste gespjes met wat flarden textiel.

Hij was vijf jaar oud geweest, toen hij gele bloempjes voor zijn moeder had willen plukken, te ver vooroverboog en pardoes in de sloot belandde. Moeder had hem toen gered, het eendenkroos uit zijn haar gewassen en hem van top tot teen schoongeboend. Het voorval was hem zijn hele leven bijgebleven. Het plotse wankelen. Het koude water. Het niet kunnen ademen. De snelle reddende handen. En de rit naar huis, kletsnat, bij moeder achterop de fiets, nagejoeld door de dorpsjeugd.

En nu zat hij daar dan. Zoals elk jaar. Hij had de resten van het broekje eerbiedig voor zich op het tafeltje gelegd. Hij wist wat er komen zou en wachtte. Lees verder Het Laatste Eindoordeel van De Schrijvende Rechter

Besluit

Het ontbijt op zaterdagochtend was weer ontaard in ruzie. Kleine dingetjes. Grote dingetjes. Alle irritaties van de afgelopen week passeerden de revue.

Daarna gingen we, zoals al jaren, samen naar de markt, alsof er niets gebeurd was. Mijn vrouw bestelde een kilo druiven. Terwijl de marktkoopman wegliep om ze te gaan afwegen, kwam een collega van hem vragend overeind.

“Horen jullie bij elkaar?”

“Nee”, zei ik.

Valentine Dinner

The restaurant owner in our French village had made an effort. Pink paper hearts on the walls. Romantic light. Sweet music. The restaurant was sold out. Happy couples, young and old, around us. Flirting teenagers. Dads and mums without their children. And older couples: ‘monsieur’ in suit and tie, ‘madame’ in her best dress.

The ‘foie gras’ was delicious. I ordered a glass of Bourgogne. And a cola. The ‘Coquilles St. Jacques’ – well cooked in butter sauce – went down with ease. So were the french fries and the saucages. It was a beautiful evening.

“Je t’aime”, was written on the napkins. “Don’t fold an airplane out of them”, I warned with a smile.

When I drank my coffee and cognac, he reached out for my cellphone. “Can I call mummy? See where she is right now?”

“Sure dude, go ahead” I said and looked somewhere, far in the distance.

Valentijnsdiner

De restaurantbaas van ons Franse dorpje had zijn best gedaan. Roze kartonnen hartjes. Romantisch licht. Zwoele muziek. De zaak is uitverkocht. Jonge en oude stelletjes om ons heen. Zwijmelende pubers. Papa’s en mama’s zonder kinderen. En oude paartjes, met ‘monsieur’ in driedelig pak en ‘madame’ in haar beste jurk.

De foie gras is heerlijk. Ik bestel een ‘demi pichet’ Bourgogne. En een cola. De Coquilles St. Jacques, boterzacht, glijden naar binnen. En de frietjes en de worstjes.

Het is een prachtige avond. “Je t’aime”, staat er op de servetjes.  Nee, geen vliegtuigje van vouwen, glimlach ik.

Als de koffie wordt gebracht, pakt hij mijn mobieltje en vraagt: “Mag ik mama bellen? Kijken waar ze nu is?”

“Ja, jongen, dat is goed”, zeg ik en kijk in de verte.

Ook te zien op in dichtvorm, als versje dus, en in het Engels.

Fullscreen alsjeblieft

Ik bereid me voor op een belangrijke presentatie over mijn werk. De zaal roezemoest in blijde afwachting. Stijf in het pak wacht ik op de eerste rij op mijn beurt.
 
Nadat ik het spreekgestoelte heb beklommen, is er ineens een lichte paniek. Mijn powerpoint-presentatie laadt niet. De technici doen van alles, maar de computer kan mijn slides niet lezen. Uiteindelijk stel ik voor om dan maar snel mijn eigen laptop op de projector aan te sluiten.
 
Waar ik geen rekening mee heb gehouden zie ik even later als de verbinding is gemaakt. Mijn desktop is minutenlang levensgroot zichtbaar voor het belangstellende publiek.
 
“Apiedapie Neuken”,Enge mannen die chatten”, “Apie keihard plassen” zijn enkele bestanden die ik ooit voor het gemak bovenin het scherm had geparkeerd.
 
Schaapachtig grinnikend weet ik de powerpoint na een paar minuten op fullscreen te krijgen.

 
Eerder op drasties verschenen.

Hoge nood in de Tweede Kamer

Ik moet heel nodig. Op de verkeerde plaats en op het allerverkeerdste moment. Ik probeer normaal door te spreken, maar ik ben bang dat het te zien is.
 
Kijk mij! Hier heb ik van gedroomd. Ik ben woordvoerder en sta mijn eerste toespraak te houden in de Tweede Kamer.  Ze hangen aan mijn lippen. De camera’s snorren.  
 
Maar ik moet plassen. En niet zo’n beetje ook.
 
Ik praat gewoon door, maar ik merk dat ik begin te zweten. Ik trek mijn rechterbeen op. Ik trek mijn linkerbeen op. De zinnen waaraan ik dagenlang zo zorgvuldig heb geschaafd, komen er te snel uit. Ik hijg.
 
Denk ik het alleen maar, of beginnen de Kamerleden naar elkaar te fluisteren? Zowel links als rechts? Ik kreun. Het gaat gewoon niet lukken. Nu reikt de voorzitter zelfs naar de hamer. 
 
Oh, mijn God, ik voel het komen. Ik houd het niet meer. Ik sla dubbel en maak met trillende vingers de rits open. En terwijl ik me ontspan, weet ik dat mijn carrière voorbij is.
 
 
Eerder in een heel andere versie verschenen op drasties, op aangeven van de zanger en levenskunstenaar Mario de Kort. Ja, dit zou best in de toekomst met een Kamerlid kunnen gebeuren. Gerechtigheid laat soms een tijdje op zich wachten. Hoe je het kunt voorkomen? Altijd op tijd naar de wc gaan als je een toespraak moet houden. 

Jasje

Ik staar naar de lege lopende band en besef dat ik weer eens eerder dan mijn koffer ben aangekomen. Dit keer in Montreal, dinsdagavond laat.
 
Morgenochtend om half negen moet ik een vergadering voorzitten, gekleed in de muf ruikende spijkerbroek en sweater waarin ik heb liggen slapen.
 
De winkels zijn dicht.
 
Ik leg mijn probleem uit aan de nachtportier van het hotel. Hij kan me gelukkig een overhemd lenen en een ribfluwelen jasje.

De volgende morgen zit ik de vergadering ongemakkelijk voor. In de pauze komt een van de deelnemers naar me toe.

‘Leuk jasje!’, zegt hij veelbetekend.
 
Ik stamel een excuus, leg de situatie uit en zeg dat ik me normaal natuurlijk wel beter kleed.
 
Er valt even een stilte. Dan zie ik dat hij net zo’n jasje aan heeft. 
 
 
 
 
 
(eerder in iets andere vorm en met ander lettertype gepubliceerd op drasties)