Op de dood van mijn konein

Ik hield toch al niet van konijnen
            ze zitten met hun snuffertjes te chagrijnen.  

 

                                 Gaan nooit er eens lijnen
                                           vreten het liefst je gordijnen

                                                      van mij mogen ze allemaal verdwijnen.

       Konijn, ik zie je ’t liefste in de grond
                        waar je ooit je worteltjes vond.

                                             Kijk maar uit de konijnenhemel op ons neer
jij huppelt echt nooit meer.

  


(en nu gaan we verder in het Duits)
  

                  Ach Du komisches Tier
                                        hör mal zu, es ist vorüber hier.

     Du bist jetzt ein KO
        NEIN.
 

 

 
 doot konein

 

 

 

 

 Eerder stond dit treurig vers al eens als reactie op drasties Pas teruggevonden,  hopelijk nog op tijd  om opgenomen te

worden in de binnenkort te verschijnen  verzamelbundel “Hard voor de  Natuur”.

 Illustratie: skelet van vrouwelijk konijn. Met dank aan de Plattelandsvereniging Hei, Heg & Hoogeind  te Leende. Zij houden wel van konijnen kennelijk. Mag!

  

Advertenties

Precies de buurman

Het plotselinge overlijden van onze buurman, een krasse zestiger, was voor mijn zoon van elf de eerste kennismaking met de dood. Hij leerde wat het betekent als iemand er definitief niet meer is.
 
Ik vertelde hem ook over begraven, en wat er met het lijk gebeurt. Het langzaam verteren in de grond, het ‘van as tot as’.
 
Een paar maanden na de begrafenis zagen we in de stad een man lopen die erg op de buurman leek. Zelfde houding, zelfde kleding. 
 
“Kijk, pa”, wees mijn zoon, “die man lijkt precies op de buurman”. En hij voegde er snel aan toe: “Toen hij nog leefde natuurlijk”.

 
 
Met dank aan Ad Hok en De Schrijvende Rechter voor hun commentaar op een eerder verschenen versie op drasties.