Wat mijn buurman vanochtend tegen een vrouw zei

Mijn buurman vertelde dat hij vanochtend met zijn honden ging wandelen. Een wat oudere vrouw kwam hem tegemoet. Ze riep vanuit de verte: “Kunt u die honden aanlijnen alsjeblieft?”.

“Nee!”, riep de buurman, “dat hoeft niet, ze doen niets!”

“Jawel” riep de vrouw, “Ze snuffelen onder mijn rok, aan mijn achterwerk!”

“Tja”, riep mijn buurman, “dan ruikt u daar misschien niet zo fris!”

“Nee! Dat heb je echt gezegd???” riep ik uit.

“Echt waar”, zei hij. En hij liep verder. Met zijn honden. Dat is mijn buurman.

 

Advertenties

Precies de buurman

Het plotselinge overlijden van onze buurman, een krasse zestiger, was voor mijn zoon van elf de eerste kennismaking met de dood. Hij leerde wat het betekent als iemand er definitief niet meer is.
 
Ik vertelde hem ook over begraven, en wat er met het lijk gebeurt. Het langzaam verteren in de grond, het ‘van as tot as’.
 
Een paar maanden na de begrafenis zagen we in de stad een man lopen die erg op de buurman leek. Zelfde houding, zelfde kleding. 
 
“Kijk, pa”, wees mijn zoon, “die man lijkt precies op de buurman”. En hij voegde er snel aan toe: “Toen hij nog leefde natuurlijk”.

 
 
Met dank aan Ad Hok en De Schrijvende Rechter voor hun commentaar op een eerder verschenen versie op drasties.