Kom niet aan het Franse stokbrood, de croissant en de billenkoek

Frankrijk is weer eens op de vingers getikt door de Verenigde Naties.
Vijf jaar nadat de VN had gevraagd om het pak slaag in huiselijke kring te verbieden is er nog altijd niets gebeurd. Het ouderlijk geweld tegen kinderen wordt als “normaal” beschouwd.

Het af en toe lekker afrossen van kinderen wordt door velen gezien als onderdeel van de cultuur. Kom niet aan het Franse stokbrood, de croissant en de billenkoek. Zelfs een Franse jongerenraad die zich over de vraag heeft gebogen zei dat “een goed pak slaag nog nooit iemand kwaad heeft gedaan”.

Dagblad Le Parisien laat ouders aan het woord:

Anne Curunet, 38 jaar, huisvrouw: “Ik sla mijn kinderen regelmatig, als het nodig is, zoals gisteren, toen ik drie keer aan mijn dochter had gevraagd haar bord leeg te eten. Ook op 2,5 jarige leeftijd zijn kinderen echt wel in staat om dingen te begrijpen, hoor. Ik sla nooit op de handen, dat is slecht voor de bloedsomloop. Maar een pak slaag op de billen … daarmee kun je als ouder toch goed wat spanning kwijt, laten we daar eerlijk over zijn!”

En Claire Bonnin Ly, 36 jaar, spoorbeambte, geeft toe dat ze soms slaat
“als ik moe ben en als mijn dochtertjes me tot het uiterste drijven. Ik tel wel altijd tot drie. Ik heb een vriendin, die is pedagoge, en die zegt dat je altijd eerst moet discussieren. Daar ben ik het niet mee eens. Ik ga echt niet onderhandelen met mijn kinderen!”

Raphael Pulimeno, 43 jaar, kioskhouder, vertelt dat het hem af en toe overkomt, vooral als zijn zesjarige dochtertje het op een krijsen zet. “Maar ik doe het meer om haar bang te maken, dan om haar pijn te doen, hoor. Als ik haar een pak slaag geef, dan laat ik zien wie er de baas is.”
Tja, en dat lees je dan in de krant op weg naar je werk, je kijkt om je heen in de metro en denkt er het jouwe van. Ik moet zeggen dat ik nergens ouders zo chagrijnig met hun kinderen heb zien omgaan als in Parijs. Iets kan er dus best weleens van waar zijn.

Eerder verschenen op drasties, serie ‘Jammer dat er Fransen wonen’. En gebaseerd op een reportage in Le Parisien

Advertenties

Precies de buurman

Het plotselinge overlijden van onze buurman, een krasse zestiger, was voor mijn zoon van elf de eerste kennismaking met de dood. Hij leerde wat het betekent als iemand er definitief niet meer is.
 
Ik vertelde hem ook over begraven, en wat er met het lijk gebeurt. Het langzaam verteren in de grond, het ‘van as tot as’.
 
Een paar maanden na de begrafenis zagen we in de stad een man lopen die erg op de buurman leek. Zelfde houding, zelfde kleding. 
 
“Kijk, pa”, wees mijn zoon, “die man lijkt precies op de buurman”. En hij voegde er snel aan toe: “Toen hij nog leefde natuurlijk”.

 
 
Met dank aan Ad Hok en De Schrijvende Rechter voor hun commentaar op een eerder verschenen versie op drasties.
 
 

Enge mannen die chatten

Mijn negenjarige zoon wil op MSN gaan chatten. Ik heb het tot nu toe weten tegen te houden. Maar “al zijn vriendjes in de klas zitten er ook op”.
 
Ik vertel hem over de gevaren van het internet. Nooit zijn eigen naam intypen, geen adres, geen telefoonnummers, niet papa’s werk. Ik herinner hem aan de enge mannen die net doen alsof ze zijn vriendje zijn.
 
“Ja papa, dat weet ik allemaal”, zegt hij vermoeid, “tegen iemand die ik niet ken typ ik gewoon “nee”.

Ik geef het nog niet op. Hoe weet je dan dat je iemand niet kent? Ze kunnen allerlei namen gebruiken!

“Ja”, zegt hij, en hij kijkt me samenzweerderig aan, “Zoals Apiedapie of zo, hè?”
 
 
 
 
 
Eerder verschenen op drasties.