Door de grond in de lucht

In het vliegtuig naar New York kijk ik meewarig naar de opgewonden toeristen om me heen. Ik woon voor mijn werk in Amerika en vlieg zo’n beetje elke maand. Ik kan de procedure dus wel dromen.

De stewardess komt de immigratieformulieren uitdelen. Witte voor mensen met een visum en groene voor toeristen.

Resident?”, vraagt ze telkens voordat ze het formulier overhandigt.
 
Ik zie haar naderen door het gangpad. Af en toe legt ze op haar hurken uit welk papiertje de mensen moeten invullen.
 
Vermoeid kijk ik uit het venster.
 
Resident?” hoor ik weer. Belachelijk dat ze het vandaag in het Engels vraagt. De KLM krijgt steeds meer kapsones. 

Als ze bij mij is aangekomen, zeg ik nog voordat ze iets kan vragen geroutineerd: “Doe mij maar een witte!”.
 
Ze kijkt me niet-begrijpend aan.
 
Resident?” vraagt ze.
 
Flauw om in het Engels te blijven praten.

“Een wit formulier graag!” zeg ik luid en vervolgens, overdreven articulerend, herhaal ik: “Wit!”

Ze staart me aan.
 
Dan realiseer ik me ineens dat dit een KLM codeshare flight met Delta Airlines is.
 
 

Wat ik leer van meeuwen

Ik leer veel van meeuwen. Ze zijn er gewoon. Elke morgen weer zitten ze op de klif. Te kijken of er iets te eten is. Te kijken of er geen onraad dreigt. Te kijken of er wat te paren valt.

 Ze vliegen op. Laten zich door een luchtstroming ergens heen voeren. Alleen maar bijsturen, gebruik makend van de juiste wind. Waar dat heen is? Ze zien wel. En dan gaan ze weer op een andere rots zitten. Een schutting. Een paal. Het strand. Ze gaan gewoon ergens anders zitten. En kijken dan weer: eten, gevaar, liefde. meeuwzit

Ik zal het nooit echt zeker weten, maar ik denk niet dat ze zich zorgen maken. Dat ze een rothumeur hebben. Klagen over iets dat gisteren is gebeurd. Of bang zijn voor iets dat misschien vandaag gaat gebeuren. Zich afvragen waarom alles gebeurt wat er gebeurt. Ze zijn er gewoon.

Ze zijn gewoon.

Gisteren zag ik een grote zilvermeeuw met een krab. Da’s een hele maaltijd. Meer dan alledaagse kost. Meestal zijn het kleine hapjes hier en kleine snippertjes daar. Wat ie deed? Toestoten, pakken, niet laten vallen. En laag over de golven naar een veilige plek. Oppassen dat niemand hem zag. Half uurtje bezig geweest met openkraken en oppeuzelen. Kraaien op veilige afstand om de resten op te ruimen. Daarna? Snavel afspoelen in zee. En weer opvliegen. Dat was alles.

En vanochtend begon er weer een nieuwe dag. Van zitten. Kijken. Vliegen. Scoren. En doorgaan. Er gewoon zijn. Leven. Totdat het voorbij is er gewoon het beste van maken. Ik kan een voorbeeld nemen aan meeuwen.

 meeuwlucht