In Mumbai stond ik in de file. En hoe! (2)

In de taxi die me van het vliegveld naar de stad hobbelde, begon de chauffeur onmiddellijk zijn verhaal. Om de paar minuten keek hij me daarbij via zijn spiegeltje aan. Elke Mumbaier, zo zou ik al snel ontdekken, begon ongevraagd over 26/11 te praten. Het drama zat nog altijd in de hoofden.
 
De geruchten waren het ergst, die eerste dagen, zo vertelde hij. Een busje met zwaar bewapende commando’s reed rond en zaaide dood en verderf. Je was nergens veilig. Alleen in je eigen huis. Daar keek je tot diep in de nacht naar de TV. En de volgende morgen werd je wakker met dezelfde beelden. Het hield niet op!
 
mumbai waterauto
 

“Maar taxi driver”, vroeg ik om de man af te leiden. “Hoe heet het hier nu eigenlijk? Mumbay of Bombai?  En waarom? En sinds wanneer?”
 
De chauffeur vertelde over een nationalistische partij die het een jaar of tien geleden voor het zeggen had gehad. Een rechtsig cluppie. Trots op India. En ze waren voor de vrijheid. Die partij vond dat India voor de Indiërs was en dat het engelsklinkende Bombay moest worden omgedoopt tot Mumbai. Een verandering die nog altijd niet helemaal is geaccepteerd. Mijn gesprekspartners, rasechte Indiërs, trots op hun land, waren stuk voor stuk voor Bombay, omdat dit ‘meer cosmopolitisch klinkt’. 

Maar nu wilde ik toch graag tot de kern van mijn missie doordringen. En dat was niet kletsen met chauffeurs en andere zogenaamde informanten. Dat was niet luisteren naar onzinverhaaltjes dat alle rampen in Mumbai altijd op de 26e van de maand gebeurden. Overstromingen, bomaanslagen op treinen, ja, zelfs aardbevingen en de tsunami hadden zich aan dit ongeluksgetal gehouden.
 
Ik wilde nu alsjeblieft! meharbani seh!! please!!! eindelijk!!!! met eigen ogen de plaatsen des onheils bezoeken. En snel. Waar waren de hotels? Waar was de Taj?
 
 
mumbai rode bus
 
We stonden al meer dan vier uur in de file. Een grote rode bus versperde het uitzicht. Yeah, this is Mumbai zoals ik het ken, dacht ik gelaten. 
 
Maar, hup, daar gingen we eindelijk. Luid toeterend en allerlei mensen, mensjes, dieren en diertjes op haartjes na missend ging het weer verder. Het verkeer in Mumbai is het bewijs dat God bestaat, gromde de chauffeur. Al die mensen die we net niet dood rijden.  Dat krijgt alleen God voor elkaar.
 
We naderden de wijk met de hotels. Wat zou ik te zien krijgen? Was het maar vast volgende week …

Dit is een vervolgverhaal. Deel 1 vertelt hoe ik ben aangekomen in Mumbai, nog geen twee maanden na de aanslagen van november 2008, om te kijken hoe de stad erbij ligt. Deel 2 gaat over de taxi-rit en staat hierboven. Deel 3 staat hier. En daarna komen er nog meer delen, net zolang tot de spanning niet meer zindert en we weten of er een happy of droevig einde in zit.

Alle delen zijn ook – in een andere niet zo geweldige versie – op drasties gepubliceerd. Wie de spanning erin wil houden, klikt dus niet op dat linkje. Daarom schrijf ik dit ook zo klein.

Allerzielenfile

Wat zal ik doen voor allerzielen
weer zo’n tragikomisch versje pielen
of een gevoelig stuk voor hen die mij ontvielen.

Voor wie zal ik vandaag in stilte knielen
hij wordt helaas zo lang
mijn allerzielenfile.

flamingo

(Voor mijn moeder, voor mijn beide oma’s, mijn beide opa’s, voor mijn lievelingsoom, voor een lievelingsoudtante (zus van mijn oma die als mijn oma voelde), voor de vriendin van mijn vader, nog een lievelingsoom (eigenlijk overbuurman, hij zei altijd dat “Apie nog eens in de krant zou komen ..”), voor de vader van mijn ex, voor de man die mij geholpen heeft om op het Licht te vertrouwen, wat dat dan ook is, en waar dat dan ook maar zit, voor John Lennon, ja, en zelfs voor Lady Di (weet nog steeds niet waarom ik toen zo moest huilen).

De file wordt langer en langer en langer en langer en langer. Ze zouden dit allemaal hebben gewaardeerd, hebben geen van allen ooit iets anders dan opstellen van mij gelezen, of zelfs helemaal niets. Tenzij er wifi in de hemel is en ze hebben kunnen inloggen. Hopen dat ik dit bericht over precies een jaar letterlijk kan kopiëren en opnieuw plaatsen, zonder updates.)

Header image: “Lesser Flamingo” by Nikunj vasoya – Own work. Licensed under CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons – http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Lesser_Flamingo.JPG#/media/File:Lesser_Flamingo.JPG

Kaartjes en vrouwen ik kan zo intens van ze houwen

Geen wolken maar buitjes. Kijk er naar luitjes

Oh, als ik vandaag eens dollen kon, met Ilona in de volle zon

Regen en windjes, op de akkers verrotten de bintjes

Kan het iemand bommen wat het weer wordt verdomme?

Ik ga slapen ik ben moe, eerst nog naar ‘t kaartje toe

De zon schijnt, hop eruit, je leeft, je bent, je moet vooruit

Jan’s kaartje rot toch op, we willen echte zon op onze kop

Wat ik me afvraag met zovelen, kan God een wolkbreuk helen?


File tussen Eembrugge en Barneveld, vanwege kip ongesteld

File tussen Eembrugge en Barneveld, daar komt de haan al aangesneld

File tussen Eembrugge en Barneveld, het eitje werd dus afbesteld


Het weer is niet altijd fantasties, gelukkig is er drasties

In het land der blinden kun je niemand vinden

Postje hier, blogje daar, kom maar wolken, sneeuwt u maar

Kiele kiele kiele, wat lief: een baby file!

Kaartjes en vrouwen, ik kan zo intens van ze houwen


Wist niet dat het bestond, een file mollen in de grond

Mensen wat een klucht, vier kilometer meeuwen in de lucht

Vrede op aarde op de weg tussen Zwolle en Naarde

Er is een auto gesignaleerd tussen Tilburg en Weert

De vissen zwemmen in het water, dat wordt een buitje later

Beter een grauwe grijze lucht, dan voor ‘t leven op de vlucht

Bloemlezing uit Apie’s weer- en verkeerrijmpjes, eerder verschenen op drasties bij het weerkaartje en de filemeldingen.