Zal ik nog even zachtjes over je buikje wrijven?

De griep heerst en als je op jezelf woont dan is er niemand die even een warme kruik komt brengen. Gelukkig zijn er chatrooms. Zie hieronder het waargebeurde en niet gecensureerde verslag van twee ziekige mensen die elkaar gisteravond in een chatroom vonden. *)

28/03/2013 23:22:41 Dutchboy nou, da’s toch ook apart, ff samen nog voor ’t slapen.

28/03/2013 23:22:45 Dutchgirl Wel even knus nog een paar minuutjes met z’n 2tjes…

28/03/2013 23:22:59 Dutchboy even dicht tegen elkaar aan kruipen

28/03/2013 23:23:07 Dutchgirl Hmmmm….lekker…

28/03/2013 23:23:08 Dutchboy jouw kouwe voeten tegen me aan

28/03/2013 23:23:25 Dutchgirl Die zijn voor de verandering extra warm!

Lees verder Zal ik nog even zachtjes over je buikje wrijven?

Advertenties

Blijf toch maar dicht bij ’t water

Laat mij treuren uren, dagen, eeuwen,
alle levens die nog komen gaan
laat de druppels van mijn tranen
stromen in de wijde oceaan.

Laat mijn leed bij vissen, krabben, wieren,
dalen in de diepte waar de stilte is
daar waar alleen de monsters leven
al het licht verdwenen is.

Waarom langer rouwen om de leegte
om gevoelens die niet meer bestaan
Daar waar geen sterveling kan kijken
daarheen wil ik eeuwig gaan.

Ik zal mij als een oester sluiten
weg van jou, je lach, de pijn
de herinneringen sluit ik buiten
ik zal alleen nog zijn.

Zwevend blubbend schemerschimmend
bellen lucht is wat je ziet
aan de oppervlak lijkt dat op leven
maar weet mijn lief ik ben dat niet.

Dan zal ik naar mijn oorsprong varen
in wolken nevel slierten wit en zacht
omhuld door fluwelen lichte stromen
word ik naar mijn bron gebracht

Dromen, wensen, gaan weer bruisen,
storten zich in de rivier omlaag
lief, blijf toch maar dicht bij ‘t water
da’s eigenlijk alles wat ik vraag.

Geinspireerd door Manuela Fernandez Santamaria (tekst) en Liang JunWu (beeld) voor het eerst gezien en gelezen op het kwaliteitsblog van de Heer Rozenwater.roberto liang1

Meldpunt Poolse meisjes groot succes

Het meldpunt Poolse meisjes dat eerder deze week werd gelanceerd, wordt overstroomd met foto’s van Poolse meisjes. “En het zijn niet alleen foto’s”, verklaart de initiatiefnemer, “maar vooral ook verhalen. Hartverwarmende anecdotes, grappige of lieve gebeurtenissen, en ook heel veel herinneringen. Er is niets mis met Poolse meisjes, dat is nu al duidelijk.”

De database heeft al ruim negenduizend  (9.000) plaatjes. De overgrote meerderheid van de inzendingen zijn foto’s van Poolse ex-meisjes (43%), waarvan veel uit het oog verloren vakantieliefdes (26%). Verder worden er nog al wat van het internet gegoogelde plaatjes ingestuurd. Lees verder Meldpunt Poolse meisjes groot succes

Het was ons nummer

En weer is een zangeres heengegaan. Whitney Houston, 48 jaar jong nog maar. Verbazing, droefenis alom. “I will always love you“, de hartverscheurende liefdesballade uit “The Bodyguard“, klinkt weer uit honderdduizenden speakers, nu gedownload van YouTube.

Het was twintig jaar geleden zo’n nummer dat verliefde mensen echt voelden. Het raakte aan een diepe emotie, een gevoel dat ze niet onder woorden konden brengen … maar dat was dus liefde. Voor vele stelletjes was het “ons nummer”. Een belofte. Een eed.

En voor velen werd het vroeger of later een herinnering aan een voorbije relatie.  Ook jaren later voelden ze een schok als het nummer per ongeluk voorbij kwam. Waardoor hun ogen toch even op oneindig gingen en de lippen op liefdevol. Wat ze op dat moment ook maar aan het doen waren, en met wie dan ook. Whitney’s stem wekte dan die intense momenten van liefde, die ergens diep van binnen smeulden, weer tot leven. En het geluksgevoel kon weer worden gevoeld. In puur licht.

Dus ga ik hier vandaag zoals miljoenen andere schrijvers en bloggers schrijven over die onbeschrijflijke mooie vrouw, de beste zangeres, de stem met vijf octaven bereik, die prachtige trillers, die uithaal die maar doorgaat en je bijna letterlijk doet zwellen en zweven vanaf de 3e minuut? Voorafgegaan door die saxofoon die door je beenmerg trekt?

Nee, ik gebruik deze gelegenheid om te denken aan mijn meisje van destijds. Het was ons nummer. Het was onze film. Wij zouden altijd van elkaar blijven houden. Jij denkt aan mij, vandaag, en ik denk aan jou. En dat is goed zo.

Moge ook Whitney rusten in vrede.

Op zoek naar meeloopmeisje in Mumbai

Net op tijd ga ik zitten. Een waterige straal spuit in de pot. Het stopt even. Ik voel een hevige kramp. Hop, daar komt weer een straal. Het klettert. Het spattert. Het sputtert. Pijnlijk. Maar ook prettig. Stop and go. Een vol kwartier zit ik steunend blij te zijn dat ik weer thuis ben. Waarvandaan? India. Geweldig land. Ik kom er graag. En ik ga er ook altijd graag weer weg.

Buikloop hoort bij India. Of je nou als rugzaktoerist gaat of in vijfsterrenhotels verblijft. Op elke straathoek kun je op smerigheid stuiten. De bankier kijkt vanuit zijn kantoor uit op een slum, waar een open riool doorheen kronkelt. Hij stapt op weg naar zijn auto zonder nadenken over de meest gore hopen afval. De dames in kleurige sari lijken de plasjes die zich op slechs enkele centimeters afstand van hun fraaie schoentjes bevinden niet eens op te merken.

De darmproblemen zijn niet altijd het gevolg van onhygiënische toestanden. Het pittige eten, als je er niet aan gewend bent, en gewoon wat andere bacterietjes dan de gebruikelijke doen het werk. Ook Indiërs zelf, die na een paar jaar verblijf in de Verenigde Staten of elders terugkeren, hebben er last van. En drinken lassi salt (drinkyoghurt) om de maag nog tijdens de maaltijd tot bedaren te brengen.

Na meer dan drie jaar was ik vorige week terug in mijn geliefde Mumbai (of Bombay zoals veel Indiërs zeggen). Ik ging erheen om te werken, te kijken, te zijn, en om vrienden te bezoeken.  Ik ging er ook heen om een los eindje in mijn leven recht te breien. Zodat ik het achter me kon laten. Want ook na al die tijd had ik mijn avontuur van toen niet kunnen vergeten. Bolly – het prachtige mysterieuze meeloopmeisje – kon ik niet uit mijn hoofd zetten. Was zij echt een oplichtster? Of was zij zelf ook een slachtoffer? Was ze ontvoerd? Die sneue ballonnenman zag ik nog geregeld voor me. Kortom, ik moest gewoon terug. Ik moest het gaan uitzoeken.

Lees de slotaflevering van het reisverslag van drie jaar geleden hier. Of om er weer helemaal in te komen, lees rustig het hele 13-delige – met eigen foto’s geïllustreerde – feuilleton van toen.

De avonturen van vorige week schrijf ik later op. Stay tuned. Over de marathon, de muziek, de boottocht, de klauterbeproeving, de buddhagrotten met de paartjes, de ballonnenmannen, het winkelcentrum, de witte tijger, het illegale bezoek aan Filmcity (waar de Bollywood movies gemaakt worden), de apen, en over de misdaad. En natuurlijk over mijn speurtocht naar Bolly.

Maar nu was ik eerst mijn handen, pak mijn koffer uit, stop alle kleren – gedragen en ongedragen – diep in de wasmachine, en laat voor mezelf een bad vollopen.

Intussen toont onderstaande slideshow een selectie van de plaatjes die Mumbai II gaan illustreren. Tot het zover is, mogen ze hun eigen verhaal vertellen. Een weekje sightseeing in Mumbai. 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Alle foto’s, tenzij anders vermeld ©apiedapie 2012

Bjorn is hier geweest met vriendin

Het was een miezerige zondagavond. Bjorn liep doelloos door de stad te dwalen. Zo doelloos als je alleen maar kunt zijn als je liefste vriendin het net heeft uitgemaakt. Als je weet dat je leven geen zin meer heeft. En als je weet dat je nooit meer echt gelukkig kunt worden.

In zo’n stemming kun je alleen nog maar gaan lopen. Zonder te kijken. En zonder dat het je kan schelen waar naar toe. Bewegen moet je. Je kunt niet binnen blijven zitten. En voor de rest maakt het je allemaal geen zak meer uit.

Hij voelde zich machteloos. Ze waren bijna een jaar gelukkig geweest. Hij had zich sterk gevoeld. Mooi. Geliefd. Bewonderd. Groot! En zij was stapelgek op hem geweest. Tenminste, daar ging hij nu aan twijfelen. Was het allemaal gespeeld dan? Hij had vanmiddag al haar emails weer gelezen. Sommige kende hij uit zijn hoofd. Haar chats op Skype. De gekke berichtjes op Facebook. De links naar muziek die ze had geplaatst. Met “I love you too!”

Nu leek het net alsof ze het toen al niet meende. Onzin natuurlijk. Gevoelens kunnen veranderen. Dat wist hij wel. Maar hij voelde zich verraden. En toen had hij alle emails en alle chats verwijderd. Op Facebook had hij haar niet alleen ontvriend, maar ook geblokkeerd. Zelfs zijn profielfoto mocht ze van hem niet meer zien.

Hij voelde een heel diepe pijn toen hij alles zat te deleten. Want het was wel definitief. Dat kon hij nu allemaal nooit meer bekijken. Ook de foto’s niet die ze vanaf hun mobiele telefoons naar elkaar hadden gestuurd. Wat als ze terug zou komen? Maar ze kwam niet terug, wist hij. Het was voorbij. Ze hoefde hem niet meer. Het zou nooit meer goed komen. Hij dacht terug aan het koude emailtje waarmee ze het, in één keer, ineens, zomaar, uit had gemaakt.

Een emailtje! Alsof hij een of andere spammer was. Ze had tijd nodig, had ze geschreven. Als ze voor elkaar bestemd waren, dan merkten ze dat vanzelf wel weer. Later misschien. Dat was onzin, wist Bjorne. Aan een relatie moet je werken. Zoiets gewoon aan het lot over laten is niet goed. En hij voelde zich als een blaadje dat in de herfst naar beneden dwarrelde. Totdat het op de grond lag in een grote plas.

Het regende. Onwillekeurig moest hij glimlachen. Als je in zo’n stemming buiten loopt dan regent het altijd, lijkt het wel. Maar zijn lach was niet echt. Zijn lach deed pijn. En hij werd kwaad. Hij werd woedend. Hij wilde het uitschreeuwen. En ineens deed hij het.

“TRUT!” brulde hij, met zijn kop in de koude wind. Er was niemand die het hoorde. Ze zaten allemaal binnen. “TRUT!” bulderde hij nog een keer. En meteen schaamde hij zich voor zichzelf. En was hij blij dat hij alleen was.

Hij schopte woest tegen een lantaarnpaal. Hard maar ook machteloos. De paal bewoog niet eens. En zijn voet deed pijn.

“Trut” zei hij zacht. “Raar tutje van me. Waarom doe je dit nou?”

En toen kwamen de tranen.

“Hé, we hielden toch van elkaar?”

En in gedachten keek hij haar aan. Hij zag haar ogen, die hem altijd zo vol brandende liefde hadden aangekeken. Zo diep. En pas toen zag hij waar hij was. De lantaarnpaal bij de sporthal waar ze elkaar voor het eerst hadden gekust. Hij keek aan de achterkant. En ja, hoor! Hoe was het mogelijk! De tekst die hij bijna een jaar geleden dolverliefd met een dikke viltstift op die paal had geschreven stond er nog: “Bjorn is hier geweest met vriendin”.

Hij moest toch weer lachen toen hij dacht aan die avond. “Niet mijn naam!” had ze uitgeroepen. Ze had toen nog een vriendje gehad. Die laatste i was bijna verdwenen op de bolle kop van het schroefje op de paal. De punt leek wel een vlaggetje. Ze hadden echt gegierd van het lachen.

Toen had ze hem aangekeken en zo ongelooflijk hartstochtelijk gekust, dat hij er nu weer de rillingen van kreeg. Heel even voelde hij haar warmte. Maar toen hij besefte dat het nooit meer zou worden als toen, werd de kou dieper dan ooit.

Zijn keel klapte dicht. Hij hijgde. Huilend liet hij zich met zijn rug langs de paal naar beneden zakken. Hij voelde de kou van de natte grond langzaam door zijn broek heen komen. Maar het kon hem niet meer schelen. Niets kon hem meer schelen.

En zo hebben ze Bjorn gevonden, de volgende dag. Hij was er geweest zonder vriendin, had hij alleen maar gemompeld. Hij was opgestaan en met zijn vader en moeder meegegaan. Die hadden niets gezegd, en alleen maar beschermend een arm om zijn schouders geslagen. Tussen hen in ging hij mee. De auto in. Naar huis.

Geschreven naar aanleiding van het bjornishiermetvrienden-initiatief van Jo Hendriks en Dianne Soli. Ook op Facebook. En kennelijk opnieuw van start gegaan? En nu ook: officieel erkend! 

Mijn vader vond zijn geluk omdat de mobiele telefoon nog niet bestond

Het was in de jaren tachtig. Het North Sea Jazz Festival vond nog plaats in Den Haag. En de mobiele telefoon was misschien al wel uitgevonden, maar nog niet echt in gebruik. Gelukkig maar. Voor mijn vader en mijn stiefmoeder. Rond deze tijd van het jaar vertellen ze het volgende verhaal aan iedereen die het horen wil. Wij – mijn zus en ik – kennen het uit ons hoofd.

Mijn vader zat in de taxi. Op weg naar North Sea Jazz. En naar misschien wel de belangrijkste date van zijn leven. Zij kwam uit Amsterdam. En hij uit Delft. Ze kenden elkaar van de middelbare school. Waren beiden voor elkaar de “eerste” geweest. Beiden waren ze met iemand anders getrouwd en ze hadden elkaar twintig jaar niet meer gezien. Op een schoolreünie waren ze weer met elkaar in contact gekomen. Haar man was overleden. En mijn vader was (gelukkig) gescheiden.

Ze hadden afgesproken elkaar in het Congrescentrum te ontmoeten, bij de jassen. Dan hoefden ze niet buiten in het gedrang voor de kassa te wachten.

“Pa!” had ik geroepen toen de taxi voorreed, “je gaat toch niet met een taxi helemaal naar Den Haag?” Hij had me alleen aangekeken. Dit is belangrijk, straalde hij uit. En ik keek ineens begrijpend naar zijn kortgeknipte haar en zijn nieuwe leren jasje. Ik gaf hem een vriendschappelijke stomp in zijn maag. “Ga d’r voor”, fluisterde ik, “je hebt het zo verdiend!”

Het Congresgebouw kwam in zicht. Toeterende auto’s, piepende trams, voortschuifelende voetgangers, allemaal in dezelfde richting. Een avondje uit voor de meesten. Voor mijn vader veel meer. “Hoeveel krijgt u van me?” vroeg hij afwezig aan de taxichauffeuse, een gezellige vrouw van middelbare leeftijd.

“Oh!” Hij voelde zich ineens draaierig worden. Zijn kaartje! Hij zag het thuis nog voor de spiegel liggen. Of ze om kan draaien? Naar Delft heen en weer en toch nog op tijd …? Nee, besefte hij. Nieuw kaartje kopen? Uitverkocht, wist hij, heel erg uitverkocht. Er was absoluut geen enkele mogelijkheid om zijn date te laten weten dat hij niet naar binnen kon. De doffe wanhoop moet bijna voelbaar geweest zijn, daar op de achterbank van die taxi.

De taxichauffeusse draaide zich om. “We rijden een rondje om,” zei ze lief, “naar de boulevard.” Het geluid van de motor kalmeerde mijn vader, en vreemd genoeg gleed de stress van hem af. Ze draaide zich weer naar hem om en keek hem aan. “Kom maar naast me zitten”.

En hier maken ze het verhaal altijd kort. Ze vonden dus hun geluk. In die taxi. En inmiddels zijn ze gelukkig getrouwd en al heel lang gepensioneerd. Zij schrijft stukjes. Mijn vader luistert veel naar muziek. Ze zijn een echt gelukkig paar. En dat allemaal omdat de mobiele telefoon toen nog niet echt was uitgevonden. En dankzij, maar ook ondanks … North Sea Jazz!

Hoera, vandaag mijn eerste topless vrouw op het strand gezien!

Hoera, daar was ze dan eindelijk. De eerste topless vrouw van het seizoen op het strand. Ik woon in zo’n beetje de meest preutse badplaats van Amerika. Dus dit mag best in de krant.

Het was wel een middelbare vrouw met 2-3 rollen vet om het middel. Gelukkig lag ze op haar buik en bleef liggen.

Want wat is er erger dan een topless middelbare vrouw met vetplooien die zich ineens op haar rug draait net op het moment dat jij een lollig stukje over haar staat te schrijven?