Vossen in donkere vochtige bossen

Ik houd niet van vossen
die hun tanden met kippeveertjes flossen
waarna ze met zijn allen gezellig gaan hossen
in hun donkere vochtige bossen
vol met druipende korstige mossen
het liefst zou ik ze allemaal afrossen
die stinkende blafvossen.

Voorpublicatie uit: “Hard voor de Natuur”, derde editie, te verschijnen december 2012, © 2012 Apiedapie/alle rechten voorbehouden, bij de betere boekhandel, wel doorvragen

Maling aan de taling, zin in de paling

Ik heb maling, ja heel diepe maling
aan zowel de zomer- als de wintertaling.
De Rode Lijst, jullie staan er samen op
de één met een groene, de ander met een witte streep door je kop.

Om zo te klein te zijn is behoorlijk dom
wordt dus groter, eenden, dan schiet niemand je om.
Neem een voorbeeld aan olifanten en walvissen
groot genoeg voor Greenpeace om over te kissebissen.
Zulke kleine kuteendjes kunnen we hier niet gebruiken
jullie mogen van mij forever onderduiken.

Aan jullie, eenden, heb ik samenvattend maling
ik herhaal, dit betreft zowel de zomer- als wintertaling.
Liever nog heb ik een dosis radioactieve straling
of, wat u zegt, een lekkere bos gerookte paling.

Eerder verschenen op het tegenwoordig zo onsympathieke drasties blog van JandeWit; als voorpublicatie uit de verzamelbundel “Hard voor de Natuur”, een bundel die door omstandigheden nog altijd niet is verschenen.
Ook dit is een wintertaling. Hier is weinig mis mee. Geef ik mijn paling zonodig voor op.

Het nooit vertelde verhaal van Sinterklaas en Roodkapje (alleen voor volwassenen)

Over onschuld en ervaring

Zij had een zilv’ren euro
een pop van speculaas
en zei tegen die ouwe
ben jij nou Sinterklaas?

Wel Sinterpippemonus
Breng mij dan als een haas
in ruil voor deze euro
en ook mijn speculaas

een pop met mooie vlechten
twee ballen in een net
een jurk van kant en zijde
een letter van banket.

De Sint die boog en kuste
zij was plots als de dood
Hij had een harde mijter
zij rook wat in zijn schoot.

Voor jou haal ik cadeautjes
met niet te wild geraas
je euro mag je houden
en ook je speculaas.

Ze wachtte vele winters
en zomers tuurlijk ook
Ze wachtte en ze wachtte
tot zij die lucht weer rook.

Toen op een vroege morgen
zag ze aan d’horizon
een dek en hupp’lend paardje
het ging van bonnebon.

Heel langzaam voer hij nader
van ver over de zee
een kinderkoor ging zingen
maar zij deed echt niet mee.

Zij kon alleen maar zweten
de meeuwen krijsten woest
ze leken goed te weten
wat nu gebeuren moest.

Zij liep toen in de golven
te waden in de zon
de maan scheen door de bomen
‘k weet ook niet hoe dat kon.

En Sinterklaas ging rennen
hij sprong zelfs naar benee
ja zomaar van zijn stoomboot
van hop hop in de zee.

Ah, daar ben je mijn meisje
je bent nog even fraai
met je vergeelde euro
je harde pop van taai.

Hier is je pop met vlechten
de ballen in het net
het jurkje staat vast prachtig
de letter van banket.

Maar trek nu uit dat badpak
ik streel je mooie haar
want dat is mijn beloning
wij zijn nu bij elkaar.

Wat heeft u grote oren
wat moet dat allemaal
u bent zo moet ik vrezen
in een verkeerd verhaal.

Met dank aan Heer Rozenwater

Original text and music: