Rommelmarkt

We stonden gisteren op een rommelmarkt. Voor mijn negenjarige zoon een gelegenheid om oud speelgoed op te ruimen en te leren over zakendoen. Niet jokken over wat je verkoopt, maar ook niet alle gebreken ongevraagd onthullen. Het is per slot van rekening een rommelmarkt.

Een belangstellende voor zijn oude fietsje liet zijn dochtertje een proefritje maken en haalde zijn portemonnee tevoorschijn. Ik stond op om het geld in ontvangst te nemen.

Toen hoorde ik mijn zoon behulpzaam tegen het meisje zeggen: “Je moet niet te hard rijden, hoor, want dan loopt de ketting eraf.”
 
De vader fronste zijn wenkbrauwen. Ik keek hem schaapachtig aan.
 
Mijn zoon maakte het af: “Ja, en we hebben nog nooit iemand kunnen vinden die dat kan repareren.”
 
 
 
Eerder verschenen, iets andere versie, op drasties, zoontje is inmiddels elluf, en nog steeds goudeerlijk. Het fietsje staat nog altijd in de garage. 😦

Advertenties

Rotopmerking

Het was vanmorgen te druk op kantoor. Teveel emails. Te veel telefoontjes. Teveel zeurtjes. Ik was niet aan lunchen toegekomen.
 
Het is al tegen half drie als ik flauw van de honger over straat ren, op zoek naar een broodjeszaak die nog open is.

Een zwerver met diepliggende ogen houdt mij staande. Hij strekt zijn hand uit en zegt “Ik heb honger”.


“Ja, ik ook” zeg ik en loop zonder de pas in te houden door.

Pas later besef ik wat een rotopmerking dat was.

Bonkende wieltjes op Brussel-Zuid

De Thalys stopt. Ik weet dat ik niet meer dan zesentwintig minuten heb. Ik ren naar beneden. De wieltjes van mijn koffertje bonken achter me aan op de vierkante treden van de roltrap.
 
Ik sla rechtsom richting de hamburgerkraam. Ik moet en zal mijn hamburger scoren. Twee lieve oude mensjes bakken ze al jaren op een ijzeren plaat. Zwartgeblakerde sliertjes ui. Ketchup en mosterd uit een plastic fles, met de opgedroogde restjes rond de dop. Midden in de stationshal van Brussel-Zuid.

Maar vandaag … zijn ze er niet meer.

 
Op de plek van het kot staart me nu een glimmende fastfood aan. Het personeel draagt gele petjes en rode schortjes.
 
Ik sleep me terug naar het perron. Ik eet vandaag in de restauratie. Broodje zalm. Met weemoed.

(in iets andere vorm eerder verschenen op drasties, moet kunnen, mijn verdriet is nog altijd groot, nooit meer zo’n lekkere hamburger gegeten)

Ik had mogen neuken

tunesie
Photo: (c) A. Dapie

Lang geleden was ik op vakantie in Tunesië. Het was de eerste keer dat ik een arm buitenland bezocht. Ik was tot dan niet verder dan Spanje gekomen.
 
Diep geschokt liep ik rond. Ik had nog nooit openlijke armoede gezien. Mensen in lompen gehuld. Kinderen die aan je broekspijpen hingen.  In doeken gewikkelde vrouwen die met baby’s op de arm liepen te bedelen. Ik gaf, achteraf gezien, veel te veel geld weg.
 
 Nooit zal ik vergeten wat er eentje tegen me zei, in het Frans, terwijl ze mijn geld weggriste: “Nou, daarvoor had je me ook mogen neuken!”
 
Ik hoorde diepe minachting in haar stem.
 
 
 Eerdere versie verschenen op drasties, foto: ©Apiedapie