De Donau .. ach … romantiek! Zo mooi! Zo blauw! Laat ik nou nooit geweten hebben dat het ding ergens in Zuid-Duitsland ontsprong. Ontelbare malen heb ik er op gevaren, de mooiste keer in Budapest, met een leuk persoon en heel veel goede wijn, maar waar het begin nou was? Nooit afgevraagd. Totdat ik op reis van Nederland naar Zwitserland ineens een bordje met “Donau Quelle” op de rijksweg zag. Hopla, stuur om, even kijken dus.
En dit zag ik:
Jekkie bah! Een bruin oniegelijk stroompje. Nooit zal ik het verheerlijkt gezicht van mijn vader vergeten als hij de elpee van Am schoenen blauen Donau weer eens opzette. Als kleine jongen had ik altijd gevoeld, nee geweten, dat de Donau een sprookjesrivier was. En hier stond ik nu. Dit was de bron. Dit was het begin. Dit was de Donau. Had die Strauss soms een ernstig vuiltje in zijn oog? Mijn vader neem ik het niet kwalijk, je kunt niet overal zijn, maar op zo’n beroemde componist moet je toch kunnen vertrouwen? Nou ja, misschien had hij van componeren meer verstand:
Ja, dat u niet denkt dat het een toeval was, nog maar een fotootje. De Donau ontspringt dus uit een armetierig rotsje, druppelt door een groezelig beekje, en stort zich dan naar beneden, waar wij het niet kunnen zien, en waar hekjes staan, en pas heel veel verder wordt het wat.
Het heet hier Donaueschingen en Martinskapelle en zo meer, en vanaf hier loopt de Donau naar het oosten. Ook al nooit geweten. Ik dacht dat alles zo’n beetje naar het westen liep. Waarom heb ik toch niet beter opgelet vroeger? En precies op dit punt hier, waar we nu staan, heb je de scheiding tussen het rijk van de Noordzee (al het water dat naar beneden druipt gaat via de Rijn naar ons toe) en van de Zwarte Zee (elk druppeltje stroomt via de Donau naar de Zwarte Zee). Deze steen herinnert hieraan. Als ik precies op deze plaats zou gaan staan pissen, iets wat ik niet doe, want er is geen boom, en er kunnen mensen aankomen, en ik hoef niet, dan zou ik met één slinger zowel Oost als West kunnen bereiken. Toch een goed gevoel.
Verder zijn hier, zeker nu het wat mistig is, de mooiste plaatjes te schieten. Mooie wegwijsbordjes, een ooievaar voor een boerderij waar ene Sebastiaan op 28 augustus geboren is, een waslijn met kinderspulletjes, het leven is hier nog goed. Kijk maar:
Geen Al Qaida’s, geen Boer Zoekt Vrouw of verkiezingsdebat, het is hier rustig. Je eet hier forel, een stukkie hert met Preiselbeeren en het leven is goed. Dat die Donau zo sneu begint, is dan al gauw vrij onbelangrijk. Ja, die laatste is een zelfportret.
Deze foto maakte ik gisteren om een uurtje of vijf, zes in de middag:
en deze een kwartiertje, half uurtje later:
en deze heel snel meteen erna:
Mooi he? Maar daar gaat het nu niet om. Wat deze foto’s bijzonder maakt is het tijdstip en de plaats. Het was in Zurich. Op de boot van het Casino naar het Centraal Station. En het is bijzonder omdat op die plaats en rond dat tijdstip daar ook was … Jan de Wit (JdW), de Founder, CEO en Chairman van de veelbezochte en veelbesproken Nederlandse website voor Nederlanders en buitenlanders in het buitenland en voor Nederlanders en buitenlanders in Nederland die in Nederland en het buitenland geïnteresseerd zijn: drasties.com!
Maar dat Jan zo dichtbij was, daar kwam ik pas een paar uur later achter, toen ik uitgevaren en uitgegeten was, en mijn computer aanzette. Dit stond er:
“We zijn maar even in Zurich, Apie.De Gotthard ging excellent. Voor de stoplichten even de benen strekken en hupsakee.Net ergens tegenover het hoofdstation in Zurich wat gegeten. Morgen door naar Koblenz. JdeW.” By drasties on 26/08/2012 – 19:43
Nou moe, dacht ik toen, dat is sterk! En dat dacht Jan later ook.
“Sterk!” schreef hij (by drasties) on 26/08/2012 – 20:10
Dus dat was het dan. Ik was inmiddels al weer ver weg. En hij ook. Nooit was ik zo dicht bij hem geweest als nu. En nooit is iemand, bij mijn weten, zo dicht bij hem geweest als ik. Want Jan is met raadselen omgeven. Jan bestaat. Maar hoe of wat of waar? We weten het niet.
Wat we wel weten is dat het een sympathieke websitebeheerder uit Thailand is, een expat. Daarheen verhuisd vanwege ja wisten we het maar. Er wordt gefluisterd dat hij vroeger kennis had aan de groten uit de financiele oplichtingswereld. Zelf snoeft hij in ieder geval dat hij met deze en gene in de auto heeft gezeten. Maar: dat kan als chauffeur, journalist, holmaatje, rechercheur, verkoper, garagemonteur bij proefritje, of zelfs als gekneveld slachtoffer geweest zijn. We weten het niet mensen. Of gewoon als vriend, kennis, goede of bange buur. Wie het weet mag het zeggen.
En dat sympathieke? Dat gerucht is ooit eens de wereld ingeroepen door Apiedapie zelve. Het mag nu misschien wel worden gezegd: ik blufte. Ik dacht dat hij sympathiek zou zijn. Maar ik wist het niet. En ik weet het nog altijd niet. Want ik heb de goede man nog nooit ontmoet. Uit de karige reacties op zijn site komt juist een wat stijve, stugge man naar voren, niet bijster sociaal invoelend, niet bijster communicatief. En een beetje dom. Maar dat kan schijn zijn. Ik ben in het echt ook veel leuker.
Jan heeft een paar leuke bloedjes van kinderen, en ook een mama van zijn kinderen, en hij rijdt ze tijdens zijn vakantie met veel plezier door Europa. En de toren van Pisa leggen ze niet van tevoren uit aan ma. Dat is, vind ik, een sympathiek trekje.
In feite is alles wat we van hem hebben het interview van een paar jaar terug. Hierin klapt hij behoorlijk uit de school over zijn jeugd, en over seks en zo, zie hier (let wel, dit interview vond plaats in een chatroom, en de foto is later opgestuurd, we weten dus niet 100% zeker of dit echt JdW is).
Dan hebben we ook nogeens de met veel raadselen omgeven episode waarin Jan met een zekere Anton van Vuren een nieuwe website – Blogsems – wilde opzetten. Zie mijn spetterende interview hier. De heren leken vrij close met elkaar, bijna een mannenliefde, maar ineens was het uit. Noch Jan noch Anton reageren op emailtjes, waarin ik om toelichting vraag. Maar op drasties.com is er wel ineens een wat vage afdeling die Blogsem (zonder s) heet. Merkwaardig. Wat u zegt!
Hond van Anton van Vuren
Het zou om geld gaan, zoveel is wel duidelijk, en vermoedelijk verschillen van mening over marketing en creatieve lijn, en intussen is het momentum voorbij. Van Anton van Vuren is daarna weinig tot niets meer gehoord, althans niet onder zijn echte naam, want op het internet weet je maar nooit.
Enfin, en nu had ik eindelijk dus de kans om Jan eens in het echie te zien. En is tie me weer ontglipt! Toeval? Opzet? Wist hij echt niet een dagje eerder dat hij in Zurich zou zijn? Ik had hem netjes mijn vakantieadres gemaild, bovendien ziet hij aan mijn IP-adres precies waar ik in de wereld ben en wanneer. Maar nee. Hij wilde zijn vakantie kennelijk niet bederven! *bezeerdkijkend icoontje*
We zullen het in ieder geval nooit weten, hij is al weer terug naar zijn fraaie villa in Aerdenhout. Een villa, waarvan gefluisterd wordt dat die een heel forse opknapbeurt nodig heeft, of zelfs dat Jan die aan een oude ietwat seniele tante heeft ontfutseld. Laten we het niet hopen, mensen. Wij willen dat Jan een onschuldige, vriendelijke websitebeheerder is. En dat gefluister moet maar eens afgelopen zijn! Waar gaat dit eigenlijk allemaal over? Kappen. En wel meteen. En laat dat vrouwtje nou eens uit die kelder, Jan!
Welkom thuis dus. Maak er een knalseizoen van, jongen. Doe het voor Ad Hok, Witte, Luvienna, Heer Rozenwater, Indra, Pimm’s, Ilona, mopperkont, Afzender, Lidy, Apiedapie, NaamNomName, DSR, wrhfd, Bertje, lalu, JaJu, riverside blues, Klare Taal, Plopje en alle anderen die ik vergeten ben (gelieve naam achter te laten in reactieveld, tekst wordt ge-update!).
Zaterdagmiddag 21 juli 2012. Bushokje ergens op het platteland.
Ik kijk hoelang het nog duurt voordat de bus komt en ga dan op het bankje zitten. Naast een mevrouw. Ze is klein, gezet, draagt een hoofddoek en heeft een stuk of drie boodschappentassen aan haar voeten.
“Hoe lang nog?” vraagt ze zonder enige aanloop.
“Nog tien minuten” antwoord ik droog, gevolgd door een “het had erger kunnen zijn”.
“Ja, het had erger kunnen zijn”, herhaalt ze.
Ik kijk weer voor me uit.
“Bent u moslim?” vraagt ze. Opnieuw zonder aanloop.
“Nee”, zeg ik.
Ik ben niet iemand die met veel plezier kletspraatjes met onbekenden voert. Maar ik kijk haar nu, met een flauw glimlachje, wat beter aan.
“Protestant?” vraagt ze.
“Nee”, zeg ik.
“Katholiek?” dringt ze aan.
“Nee, ik ben eigenlijk van alles wat. Of misschien wel niets”.
“Atheïst?”, concludeert ze en kijkt me aan voor een bevestiging.
“Ja, atheïst”, knik ik, en neem aan dat het verhoor daarmee is afgerond.
“Kent u de Koran?” vraagt ze, “ik bedoel, weet u wat dat is, heeft u er weleens van gehoord?”
“Ja”, zeg ik. “maar ik heb de Koran nooit gelezen.”
“Dan bent u moslim”, stelt ze vast. “Als u weet dat de Koran bestaat, dan bent u moslim.”
Ik knik geamuseerd. Maar ze kijkt me ernstig aan.
“U moet dus nooit meer zeggen dat u atheïst bent. Dat is verkeerd”.
“Ik zal eraan denken”, antwoord ik, “Ik ben dus moslim. Dank u wel.”
Schiphol vanmorgen. Ik op weg naar mijn vliegtuig, ja, wat dacht u dan, rondvaartboot? In een flits hoor ik ineens een flard van een gesprek van een man met een mobieltje. Gewoon uitziende man. Haar. Bril. Schoenen. Pak. Stropdas. Kleine tas. Hij komt me tegemoet en is al weer voorbij.
“Dan pakken ze je voor porno” hoor ik hem in zijn telefoon zeggen.
Daar denk ik dus nu al de hele dag over na. Wat voor man was dat? Met wat voor vriend of bekende sprak hij? En had ik iets moeten doen?
Maar ik heb niet omgekeken. Want ik was op weg naar mijn vliegtuig. Dus ik zal het nooit weten.
“Wat een kloteleven heb ik toch eigenlijk!” klinkt ineens een mannenstem door de overvolle stadsbus. Het geroezemoes houdt op. We kijken om ons heen.
“Een kloteleven zeg ik!” Schoolmeisjes halen dopjes uit hun oren. Frummelen aan hun Iphones. Een oudere vrouw kijkt bezorgd. Een klein jongetje, dat aan de hand van zijn moeder een plaats had gevonden bij de klapdeur in het midden, valt om. Zijn moeder kan hem nog net overeind houden.
“Een tering tering kloteleven. Dat is het!” klinkt het keihard door de bus. Sommige passagiers staan op en proberen over de mensen die in het gangpad staan heen te kijken. Ik blijf zitten.
De bus rijdt nu door de buitenwijken van de stad. Dat is eigenaardig, want het bestemmingsbordje vermeldt “Centraal Station”. En het duurt niet lang of de bus rijdt de bebouwde kom uit. In de verte doorklieft een blauwgele trein het groene polderland.
Mensen om me heen beginnen te giechelen. Zeker zo’n flash mob? Waar zijn de acteurs? Waar zijn de camera’s? Mobieltjes worden tevoorschijn gehaald, klaar om te klikken. Voor je het weet heb je een hit op Youtube.
Wie er het eerst mee begint, is niet duidelijk, maar al gauw klinkt er een schallend “we hebben een potje met vet” door de stadsbus. “Het is net een schoolreisje!” schatert een vrouw met een volle boodschappentas. Een klein meisje begint te huilen. “IPodje podje podje podje ve-he-het, al op de tafel gezet, terereeehhh …”
“Koppen dicht!” brult een zwaargebouwde kerel achter in de bus. “Er huilt een klein meisje!” Het gezang houdt op. “Maddy?” klinkt het ergens hoopvol.
“Wat een klote klote kloteleven!” wordt er voorin weer geroepen. De bus draait nu een smal weggetje op, naar een dijk.
“Wie is die man toch?” vraagt een oudere heer met een krant in zijn hand. Niemand weet het. De bus is zo overvol, dat alleen de allervoorsten het raadsel zouden kunnen oplossen. Maar wij zitten achterin. En het gangpad staat zo vol dat we niets zien.
Dan klinken er verschrikte kreten. De bus rijdt op een brede dijk, met aan beide kanten water zover het oog kan zien.
“Wie is die man?” herhaalt het heertje met een ongeruste klank in zijn stem.
“Dit kloteleven heeft geen zin meer!” De woorden galmen nu onheilspellend door de bus. En ineens realiseren we ons dat de wanhopige stem uit de intercom komt. De bus maakt een scherpe bocht, we rollen over elkaar heen, en we verdwijnen in de grauwe golven.
Mijn buurman vertelde dat hij vanochtend met zijn honden ging wandelen. Een wat oudere vrouw kwam hem tegemoet. Ze riep vanuit de verte: “Kunt u die honden aanlijnen alsjeblieft?”.
“Nee!”, riep de buurman, “dat hoeft niet, ze doen niets!”
“Jawel” riep de vrouw, “Ze snuffelen onder mijn rok!”
“Tja”, riep mijn buurman, “dan ruikt u daar misschien niet zo fris!”