Ik hou nog niet van golfen

Buiten onder het balkon van mijn hotel stopt een autootje. Een oude van dagen zwaait zijn benen half uit de auto en doet zijn golfschoentjes aan. Met een kam in de hand loop hij naar de koplamp, verstelt daar iets, of zag hij een vliegenpoepje, en kamt zorgvuldig zijn haar.

Dan groet hij een andere oude van dagen die met een al even klein autootje en een al even zo geringe snelheid zojuist heeft ingeparkeerd. Vlak naast de zijne, hoewel het parkeerterrein groot en leeg is. Vrienden. Ze gaan golfen.

Maandagochtend. De rest van Nederland werkt. En ik kijk naar ouden van dagen. Over twintig jaar mijn beurt? Ik hou nog niet van golfen.

Uit: Ochtendschimmen, verzameld werk,© 2012 Apiedapie

Lente. Rare stronken. Scroll it fast!

Het begon vrij normaal. Bos, bladeren, lanen, een watervalletje hier en daar. Dit dus:

Mooi in het echt, maar saai op een plaatje. Lees verder “Lente. Rare stronken. Scroll it fast!”

Meldpunt Poolse meisjes groot succes

Het meldpunt Poolse meisjes dat eerder deze week werd gelanceerd, wordt overstroomd met foto’s van Poolse meisjes. “En het zijn niet alleen foto’s”, verklaart de initiatiefnemer, “maar vooral ook verhalen. Hartverwarmende anecdotes, grappige of lieve gebeurtenissen, en ook heel veel herinneringen. Er is niets mis met Poolse meisjes, dat is nu al duidelijk.”

De database heeft al ruim negenduizend  (9.000) plaatjes. De overgrote meerderheid van de inzendingen zijn foto’s van Poolse ex-meisjes (43%), waarvan veel uit het oog verloren vakantieliefdes (26%). Verder worden er nog al wat van het internet gegoogelde plaatjes ingestuurd. Lees verder “Meldpunt Poolse meisjes groot succes”

In Italie en Zwitserland worden jaarlijks duizenden katten gegeten

Jaarlijks worden er in Italië naar schatting 7000 katten gegeten. Ze worden gebraden of belanden in een stoofpot en worden veelal opgediend met een “polenta” (maisbrij). Kat is een traditioneel gerecht in de Noord-Italiaanse regio’s Lombardije, Venetië en Piemont. Op het doden van huisdieren staat in Italië een boete van meer dan 10.000 Euro. Het kattenvlees wordt dan ook regelmatig als hazenvlees verkocht.

Ook in Zwitserland staat de kat in bepaalde kantons (Appenzell, Bernbiet en Innerschweiz) dagelijks op het menu. De kat wordt hier eufemistisch aangeduid met de benaming “dakhaas“. De Zwitsers peuzelen ook honden op. Schattingen van de hoeveelheid genuttigde huisdieren zijn er niet. In Zwitserland is het niet verboden om je hond of kat op te eten, mits het dier humaan wordt gedood, dat wil zeggen verdoofd.

De kranten “Le Matin“, Tages Anzeiger en “Blick am Abend” berichten hierover en voeren de dierenbeschermer Lorenzo Croce op, president van de organisatie Aidaa, die een campagne is gestart om een einde te maken aan deze praktijken. Hij zegt de openbare mening te willen beïnvloeden en heeft al verschillende rechtszaken aangespannen in zijn geboorteland (Italië). Update: ook ANP/de Volkskrant zijn inmiddels wakker geworden.

Het verhaal wordt bevestigd door een Zwitserse dierenbeschermster, Susy Utzinger, die zegt dat het eten van huisdieren in Zwitserland niet illegaal is, maar ook weer niet zo legitiem dat het wordt toegegeven. Ze voegt eraan toe dat het haar tegen de borst stuit vanwege ethische motieven en dat het eten van vleesetende dieren ook slecht voor het milieu is, omdat dan “vlees met vlees” wordt geproduceerd, hetgeen de natuurlijke grondstoffen tweemaal zo snel uitput.

Een Franse website meldt dat de consument zijn huisdier wel thuis moet opeten. Wordt het vlees namelijk in een restaurant aangetroffen dan kan de inspectie tot sluiting overgaan.

Nog meer huisdierenleed kwam eerder dit jaar uit Duitsland. Daar verkocht een leerhandelaar vesten en jacks van kattenvel op de markt in Leipzig. Voor een vest had hij 8 katten nodig, voor een jack 18. Hij beweerde deze katten van een dierenarts te krijgen. Toen een gealarmeerde journalist hem op de hoogte bracht van het Europese verbod op het verkopen van kleding gemaakt uit honden- of kattenvellen (een verbod dat overigens pas uit 2009 dateert) beweerde de man ineens dat de kleding met konijn- en schapenvellen gemaakt was en hij lichtte zijn hielen.

Gelukkig is er steeds meer internationale belangstelling voor dit leed, tot aan Brazilie toe.

Afgehakte penissen en ander moois

Mensen zijn mooi. Mensen zijn lelijk. Mensen zijn grappig. Mensen zijn bedreigend. Mensen zijn herkenbaar.

Hoofden. Rompen. Penissen. Borsten. Benen. Armen.

Mensen.

Bij toeval liep ik op een grijze zaterdagmiddag het museum “Beelden aan Zee” binnen. Aan de Scheveningse boulevard. Bij Scheveningen hoort gebakken vis. En meeuwen aan de friet. 

Dus dat kon nooit wat worden. Dacht ik. Een half uurtje slenteren. Koffie. Klaar. Ik had niet eens een fotocamera bij me.

Tja. Als een opgetogen kind liep ik vervolgens tig rondjes door het museum. Van zaal tot zaal. Naar boven. Naar beneden. Naar buiten. Naar binnen. En weer naar boven. Buiten. Binnen. Lachte soms bijna hardop. Ik nam foto’s met mijn smartphone. Van alles. Kon niet meer stoppen. En tegen sluitingstijd moest ik met zachte dwang naar buiten worden gevoerd.

Later las ik dat de expositie “Allemensen!” de hoogtepunten van het verzamelechtpaar Scholten bijeen bracht. Het mooiste uit de collectie van Beelden aan Zee.

De werken zijn gemaakt door bekende en minder bekende kunstenaars uit de hele wereld, in tal van stijlen, materialen en maten, met de mens als verbindend onderwerp.

Op de expositie was werk te zien van onder meer Karel Appel, Armando, Stephan Balkenhol, Berlinde de Bruyckere, César, The Chapman Brothers, Sandro Chia, Tony Cragg, Eugène Dodeigne, Yoshimi Hashimoto, Joep van Lieshout, Giacomo Manzú, Joseph Mendes da Costa, Mimmo Paladino, Charlotte van Pallandt, Berend Strik, Henk Visch, Carel Visser, Han Wezelaar en Ossip Zadkine. Toe maar!

Allemensen! Het mooiste uit de collectie Beelden aan Zee (23 september 2011 tot 22 januari 2012). Juist. Voorbij. Had ik dit niet eerder kunnen plaatsen? Ja. Maar heel veel staat er nog, denk ik … ga maar eens kijken.

Oh, die afgehakte penissen? Voorzichtig scrollen ….

Mooi zo’n horrorwinter

Oh wat is het mooi ’s morgens na het opstaan
zo’n verse lading sneeuw op de oprijlaan
maar jakkie bah, dan is er altijd weer zo’n dier
(er zitten er nogal wat hier)
dat er met zijn gore poten overheen moet gaan.

foto’s: © apiedapie 2011

Op zoek naar meeloopmeisje in Mumbai

Net op tijd ga ik zitten. Een waterige straal spuit in de pot. Het stopt even. Ik voel een hevige kramp. Hop, daar komt weer een straal. Het klettert. Het spattert. Het sputtert. Pijnlijk. Maar ook prettig. Stop and go. Een vol kwartier zit ik steunend blij te zijn dat ik weer thuis ben. Waarvandaan? India. Geweldig land. Ik kom er graag. En ik ga er ook altijd graag weer weg.

Buikloop hoort bij India. Of je nou als rugzaktoerist gaat of in vijfsterrenhotels verblijft. Op elke straathoek kun je op smerigheid stuiten. De bankier kijkt vanuit zijn kantoor uit op een slum, waar een open riool doorheen kronkelt. Hij stapt op weg naar zijn auto zonder nadenken over de meest gore hopen afval. De dames in kleurige sari lijken de plasjes die zich op slechs enkele centimeters afstand van hun fraaie schoentjes bevinden niet eens op te merken.

De darmproblemen zijn niet altijd het gevolg van onhygiënische toestanden. Het pittige eten, als je er niet aan gewend bent, en gewoon wat andere bacterietjes dan de gebruikelijke doen het werk. Ook Indiërs zelf, die na een paar jaar verblijf in de Verenigde Staten of elders terugkeren, hebben er last van. En drinken lassi salt (drinkyoghurt) om de maag nog tijdens de maaltijd tot bedaren te brengen.

Na meer dan drie jaar was ik vorige week terug in mijn geliefde Mumbai (of Bombay zoals veel Indiërs zeggen). Ik ging erheen om te werken, te kijken, te zijn, en om vrienden te bezoeken.  Ik ging er ook heen om een los eindje in mijn leven recht te breien. Zodat ik het achter me kon laten. Want ook na al die tijd had ik mijn avontuur van toen niet kunnen vergeten. Bolly – het prachtige mysterieuze meeloopmeisje – kon ik niet uit mijn hoofd zetten. Was zij echt een oplichtster? Of was zij zelf ook een slachtoffer? Was ze ontvoerd? Die sneue ballonnenman zag ik nog geregeld voor me. Kortom, ik moest gewoon terug. Ik moest het gaan uitzoeken.

Lees de slotaflevering van het reisverslag van drie jaar geleden hier. Of om er weer helemaal in te komen, lees rustig het hele 13-delige – met eigen foto’s geïllustreerde – feuilleton van toen.

De avonturen van vorige week schrijf ik later op. Stay tuned. Over de marathon, de muziek, de boottocht, de klauterbeproeving, de buddhagrotten met de paartjes, de ballonnenmannen, het winkelcentrum, de witte tijger, het illegale bezoek aan Filmcity (waar de Bollywood movies gemaakt worden), de apen, en over de misdaad. En natuurlijk over mijn speurtocht naar Bolly.

Maar nu was ik eerst mijn handen, pak mijn koffer uit, stop alle kleren – gedragen en ongedragen – diep in de wasmachine, en laat voor mezelf een bad vollopen.

Intussen toont onderstaande slideshow een selectie van de plaatjes die Mumbai II gaan illustreren. Tot het zover is, mogen ze hun eigen verhaal vertellen. Een weekje sightseeing in Mumbai. 

Deze slideshow vereist JavaScript.

Alle foto’s, tenzij anders vermeld ©apiedapie 2012

Zomaar een Kerstkaart – uit Zoetermeer

De Kerstkaarten liggen weer in de brievenbus en vullen weer de inbox. Sommige keur je een blik waardig (1), bij andere sta je wat langer stil (2), en bij een enkele raak je hevig van slag (3).

Vandaag een voorbeeld uit de tweede categorie. Een kaart uit Zoetermeer, van een lieve vriendin en haar man. Ik ken hen alleen maar virtueel, van het sympathieke blog drasties. De kaart is voorzien van lieve Kerstgroeten, en een eigengemaakte foto. Hun achtertuin met sneeuw overdekt. Mooi! Dat is durven. Lees verder “Zomaar een Kerstkaart – uit Zoetermeer”

Met mijn opa kon ik trommelen

Mijn opa had een vierkante kop. Van zijn vriendelijke maar ook strenge gezicht herinner ik me de ruwe stoppelige wangen en de flinke neus met een Godfried-Bomansbril erop. Hij zat in een lage leunstoel, waar niemand anders in kwam, en las me voor uit Het Beste van Readers Digest.  Jules Verne stond in de kast naast de dikke groene Brehms dierenencyclopedie. Samen bladerden we en lazen verbaasd over vogelbekdieren en lynxen, en we bewonderden de tekeningen van struisvogels en olifanten. Zijn boek over “UFO’s in de lage landen” heb ik nog altijd ergens in een verhuisdoos.

Mijn opa was een handwerker en ook thuis laste en timmerde hij er op los. Opa kon maken wat zijn ogen zagen. Het was geen verfijnde handenarbeid met tierelantijntjes. Zijn creaties waren functioneel en stevig. Het aquarium dat hij voor mij in elkaar laste woog op zijn minst 500 kilo. Ik had er een school zeehonden in kunnen houden. Ook het vogelnestkastje was niet stuk te krijgen.

Mijn opa kon op elk muziekinstrument spelen. Zonder oefening. Hij speelde in het dorpsorkest klarinet, trompet, trombone, saxofoon en nog zo wat. Ik herinner me zijn getuite lippen aan het rietje van de klarinet. Zijn bolle wangen en rode hoofd bij de trompet. En zijn spuug uit de saxofoon. Op zondagmiddag bracht ik mijn blokfluit mee. Of mijn Hohner mondharmonica. Ik speelde hem dan trots mijn liedjes voor. Hij prees mijn spel en gebaarde vervolgens “geef eens”. En met open mond hoorde ik hem ineens “Zie ginds komt de stoomboot” uit mijn harmonica halen. En “In Excelsis Deo” uit de blokfluit. Verzoeknummers? Hij speelde ze allemaal, na één of twee keer proberen. En zag hij ergens op een familiefeest een piano of een elektronisch orgel, dan ging het daarop ook.

Toen ik eens in de zomervakantie bij mijn opa en oma logeerde, nam hij me mee naar een repetitie. Hij bleek die avond de paukenist te zijn, ergens achter in het orkest. Ik zat heel stil naast hem op een krukje op het podium en keek tegen de ruggen van de andere muzikanten aan. Van de dirigent zag ik alleen het opgewonden hoofd en het stokje. En daar achter een grote zaal vol lege stoelen.

Hier, gebaarde opa, sla ook maar een beetje mee, en hij gaf me een stok met een zachte bal van vilt aan het uiteinde. Eerst zachtjes, maar steeds harder sloeg ik er op los. Maar ik werd te enthousiast. Nooit zal ik vergeten hoe de dirigent zich ineens groter maakte en scherp naar mijn opa keek. Met die blik viel niet te spotten. Nooit zal ik vooral het lieve bedremmelde gebaar van mijn opa vergeten die mij maande om de stok maar aan hem terug te geven. Mijn grote opa, die blijkbaar moest luisteren naar een andere meneer. Hij was dus niet oppermachtig.

Mijn opa is dat nu wel. Hij rust in vrede.

Zonder muziek leeft Phocas Kingma niet

“Graag speel ik zulke muziek dat ik erbij in slaap zou kunnen vallen”, zegt Phocas Kingma, “dat is zelfs één maal gebeurd. Dat zal niet meer voorkomen, want ik heb toch liever dat het publiek in slaap valt.”

Ik vond vorige week een stukje terug uit de “Dordtenaar”, d.d. 28 juli 1979. “Zonder muziek leeft Phocas Kingma niet” is de kop. Het gaat over een jeugdheld, een rolmodel, een eigenwijze muzikant en gebruiker uit Dordrecht. En een vriend van me. De Dordtse Herman Brood.

Ik was een jaar of vijftien en op de brug tussen ouders en wijde wereld. Ik wandelde een tijdje met Phocas mee. Die liet me kennis maken met muziek en alles wat daarbij hoort. We konden samen vreselijk lachen. En als ik bij hem thuis was, keek ik mijn ogen uit en ontdekte hoe het ook kon. Rommel is ok! Kamer opruimen hoeft niet! Vrijheid! “Mensen die het bij me thuis een rotzooitje vinden? Daar kan ik achter staan. Laat die mensen het hier maar komen opruimen.”

Phocas speelde in The Servants en The Living Kick Formation. The Living Kick Formation viel uit elkaar omdat drie leden in Den Haag op het postkantoor stuff stonden af te wegen. Dat deden ze doodkalm terwijl over hun schouders een politie-agent stond mee te kijken. Dat leverde destijds zes weken cel op. Met de band Snowflake kreeg Phocas vervolgens landelijke bekendheid, vooral toen ze samen met Humble Pie (Peter Frampton) speelden. Boudewijn de Groot produceerde hun succesnummer “Angel in the Sky“. Ze speelden in de Melkweg en Paradiso. Maar vielen uit elkaar toen een grote brand hun geluidsinstallatie (ter waarde van zesduizend gulden) vernietigde. Dat kon toen nog. En nooit een album gemaakt …

het nieuwe Snowflake zonder Phocas

Phocas is niet meer. Toen ik hem een paar jaar geleden probeerde terug te vinden via het management van het opnieuw opgerichte Snowflake, emailde zijn vroegere vriendin dat hij was overleden. Ik kan me als doodsoorzaak alleen maar een overdosis voorstellen. Maar ik heb het niet gevraagd. En ik weet dat hij ever since ergens daarboven op zijn gitaar zit te pielen. For sure.

Het krantenknipsel heb ik vanavond ritueel verbrand. Samen met mijn schoolvriend uit die tijd. Het ritueel was dat we er veel bier bij dronken en herinneringen ophaalden aan Phocas en aan onze jeugd. We waren het erover eens dat we voor een echt passend eerbetoon het knipsel hadden moeten oprollen en oproken. Sorry Phocas, we zijn te braaf geworden inmiddels. Benieuwd hoe jij nu zou zijn geweest, je zou 64 jaar oud zijn. Sommige mensen kun je je niet als bejaarde voorstellen. Forever young. Da’s het mooie als je te jong sterft.

Het ga je goed, man. Je bent niet vergeten.

En ook de stad Dordrecht is hem nog niet vergeten.

En verhip, laat ik nou nog wat uniek beeldmateriaal terugvinden van een dagje stappen in Amsterdam, omstreeks 1979 mensen, waar blijft de tijd.

Phocas en Indianena Phocas en neus