Kaarten schrijven kun je leren

Mijn negenjarige zoon verzorgt dit jaar voor het eerst zijn eigen nieuwjaarskaarten. Hij schrijft in perfect Frans voor elk vriendje iets persoonlijks.
 
Prachtig om in deze tijd van email en SMS een jong mens de eerste schreden op het pad van het geschreven woord te zien zetten.
 
Met de kaarten naar Nederland heeft hij meer moeite; hij gaat naar een Franse school en spreekt alleen met mij Nederlands. En wat heeft hij eigenlijk te melden aan zijn verre familie? Alles wat je zoal beleeft, moedig ik hem aan.
 
De postbode komt langs. Mijn zoon laat een enveloppe zien, afkomstig van oom Wim. Nu heb je een voorbeeld, knik ik hem toe.
 
Hij scheurt de enveloppe open, klapt de voorbedrukte kaart uit en laat hem verbouwereerd aan me zien. Rechtsonder in de hoek staat geschreven: “Wim en Annie”.
 
 
 
Eerder verschenen op drasties.
 
 

Precies de buurman

Het plotselinge overlijden van onze buurman, een krasse zestiger, was voor mijn zoon van elf de eerste kennismaking met de dood. Hij leerde wat het betekent als iemand er definitief niet meer is.
 
Ik vertelde hem ook over begraven, en wat er met het lijk gebeurt. Het langzaam verteren in de grond, het ‘van as tot as’.
 
Een paar maanden na de begrafenis zagen we in de stad een man lopen die erg op de buurman leek. Zelfde houding, zelfde kleding. 
 
“Kijk, pa”, wees mijn zoon, “die man lijkt precies op de buurman”. En hij voegde er snel aan toe: “Toen hij nog leefde natuurlijk”.

 
 
Met dank aan Ad Hok en De Schrijvende Rechter voor hun commentaar op een eerder verschenen versie op drasties.
 
 

Enge mannen die chatten

Mijn negenjarige zoon wil op MSN gaan chatten. Ik heb het tot nu toe weten tegen te houden. Maar “al zijn vriendjes in de klas zitten er ook op”.
 
Ik vertel hem over de gevaren van het internet. Nooit zijn eigen naam intypen, geen adres, geen telefoonnummers, niet papa’s werk. Ik herinner hem aan de enge mannen die net doen alsof ze zijn vriendje zijn.
 
“Ja papa, dat weet ik allemaal”, zegt hij vermoeid, “tegen iemand die ik niet ken typ ik gewoon “nee”.

Ik geef het nog niet op. Hoe weet je dan dat je iemand niet kent? Ze kunnen allerlei namen gebruiken!

“Ja”, zegt hij, en hij kijkt me samenzweerderig aan, “Zoals Apiedapie of zo, hè?”
 
 
 
 
 
Eerder verschenen op drasties.

Rommelmarkt

We stonden gisteren op een rommelmarkt. Voor mijn negenjarige zoon een gelegenheid om oud speelgoed op te ruimen en te leren over zakendoen. Niet jokken over wat je verkoopt, maar ook niet alle gebreken ongevraagd onthullen. Het is per slot van rekening een rommelmarkt.

Een belangstellende voor zijn oude fietsje liet zijn dochtertje een proefritje maken en haalde zijn portemonnee tevoorschijn. Ik stond op om het geld in ontvangst te nemen.

Toen hoorde ik mijn zoon behulpzaam tegen het meisje zeggen: “Je moet niet te hard rijden, hoor, want dan loopt de ketting eraf.”
 
De vader fronste zijn wenkbrauwen. Ik keek hem schaapachtig aan.
 
Mijn zoon maakte het af: “Ja, en we hebben nog nooit iemand kunnen vinden die dat kan repareren.”
 
 
 
Eerder verschenen, iets andere versie, op drasties, zoontje is inmiddels elluf, en nog steeds goudeerlijk. Het fietsje staat nog altijd in de garage. 😦