
„Langzaam te leven, langzaam te leven, langzaam te leven in de Gloria!” Dat schreef een buitenlandse jongere ter gelegenheid van de verjaardag van Rian Los, hetwelk laatstgenoemde vereeuwigde door middel van een ikje in de NRC. Bob van der Sluis tekende een anekdote op uit de Marqt, waar een student met een tas vol folders een norse statiegeldflessengooier aanspreekt met: “Eet u wel eens biologisch vlees?” Na een korte stilte blafte de man: „Nee, nooit en daarom ben ik nogal agressief.” Verder was er een jolige vervanger van de tandarts van Selby van Dedem, die na de behandeling op haar vraag “moet ik verder nog iets doen?” grapte: „Neen, maar u moet wel voorzichtig oversteken anders heb ik alles voor niks gedaan”. Onze reageerster Luvienna kon er ook wat van: “Snedige tandarts”, merkte zij op, “Had chirurg moeten worden.” En hopla, daar heb je zomaar in één enkele alinea de hoogtepunten van de NRC-ikjes en hun reacties van de hele vorige week op een rijtje.
In 1918 had de komst van de gevluchte Duitse kroonprins Wilhelm de genenpool tijdelijk verrijkt, maar eenmaal afgesneden van de zee hernam het door inteelt ingezette verval van de dorpelingen onmiskenbaar zijn loop. De lange, slungelige armen stonden naar de netten en het zeilgetouw, maar waren ongeschikt voor de bollen, laat staan dat ze gedienstig konden zijn in een stoomfabriek. Wieringen was verzand geraakt in de nieuwe tijd.





“Ik ben er uit”, schreef ons aandachtsorgeltje Timmerark. “Na lang wikken en wegen, totdat ik wist, het gaat niet om wat je weet maar om wat je voelt. Ik ben geen schrijver. Ik hoef niet te schrijven. De kwaliteit van mijn leven hangt niet af van het schrijven van een bestseller of niet. Wat een rust. Ik stop er dus mee … want de dingen die ongezegd blijven spreken voor zich (…) Bedankt A. Dapie voor het geboden platform! (…) Bedankt Luvienna, Pawi en Indra! Ik heb jullie in mijn hart gesloten (…) Bedankt Kees. Ik blijf je volgen en lezen (…) Bedankt DSR, voor het tegengeluid (…) Heer Rozenwater! Jij ook nog bedankt! Het was nota bene jouw verhaal wat
mij destijds aan Apiedapie deed vragen of hij interesse had in Blank Vuil …” We maken het Afscheid van een Groot Schrijver mee, dat zien jullie wel. En inderdaad, het laatste zinnetje van zijn feuilleton –

