Dan pakken ze je voor porno

Schiphol vanmorgen. Ik op weg naar mijn vliegtuig, ja, wat dacht u dan, rondvaartboot? In een flits hoor ik ineens een flard van een gesprek van een man met een mobieltje. Gewoon uitziende man. Haar. Bril. Schoenen. Pak. Stropdas. Kleine tas. Hij komt me tegemoet en is al weer voorbij.

Dan pakken ze je voor porno” hoor ik hem in zijn telefoon zeggen.

Daar denk ik dus nu al de hele dag over na. Wat voor man was dat? Met wat voor vriend of bekende sprak hij? En had ik iets moeten doen?

Maar ik heb niet omgekeken. Want ik was op weg naar mijn vliegtuig. Dus ik zal het nooit weten.

Advertenties

Het is moederdag dus ik dacht kom ik zet er eens wat koeien op

Ja, want koeien zijn lieve beesten, ze geven melk en het is rustgevend om naar ze te kijken.

Dus hopla eruit, en daar was de eerste al, trots en bedachtzaam. Dat het moederdag was kon haar niets schelen.

Met haar medekoeien was het al niet anders. Ze keken me aan met een blik van wat kom jij doen, wat is er aan de hand? Ja, niks dus, wist ik veel dat moederdag niet voor iedereen een feestdag was. Eentje keek me zelfs wantrouwend aan. Dacht ze soms dat ik haar kwam melken?  Zonder krukje dan zeker!

Maar toen gebeurde er iets behoorlijks unieks. Voorzover ik weet nog nooit gefotografeerd. Koe likt knie!

Deze foto is genomen net na het likken. Ervoor zag ik het niet aankomen, en tijdens het likken was ik overmand door emoties en zat ik ook nog scherp te stellen. Als je dat allemaal tegelijk moet doen, dan gaat het mis.

Ik wist dat het niet beter meer kon worden, mijn moederdag, en ging op huis aan. En ik maakte dit zelfportret. Omdat ik gelukkig was.

Disclaimer: ik heb niet zoveel verstand van koeien, het kunnen dus ook stieren geweest zijn.

(update: op verzoek van de moeder van de koe die boven dit bericht prijkt plaats ik hieronder de volledige foto van haar kind, toegegeven ze (m/v) mag er zijn)

Rietje 80, wat een feest! Not.

“Johan 80”. Dat was de titel van het grote feest voor mijn vader, vijf jaar terug. Zaaltje. Slingers. Koffie met gebak. Lopend buffet. Bier en jenever. Het feestvarken op een versierde stoel met ballonnen. Gedichten. En een powerpoint met foto’s uit de oude doos.

Vandaag was het tijd voor een “Rietje 80”. Mijn moeder.  Vijf jaar jonger. De intellectuele kant van het paar. Had graag doorgeleerd, maar in haar tijd deden meisjes dat niet. In plaats daarvan schrobben, poetsen, kinderen baren (waaronder mij, dus het had erger gekund) en boterhammen smeren.

Een VOS-cursus (“Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving”) maakte haar tot een laat-feministe, toen wij, kinderen, allang in de tienerleeftijd en op uitvliegen stonden. Mijn ouders scheidden. En mijn moeder ging reizen en spannende dingen doen, zoals in een woonwagen leven en schilderen.

Vanavond zouden we ergens in een feestzaaltje “Rietje 80” hebben gevierd. Een bruisend feest. Met een buffet. Maar Rietje is niet meer. Ze is meer dan tien jaar terug overleden.

Moedertje, van harte, en op naar de volgende tachtig!

Dit waren wat foto’s voor de powerpoint geweest:

En dit was je stoel geweest … inderdaad … wees maar blij! 😉

(c) Apiedapie, ballonnen, 2007

Zie ook het versje van twee jaar terug op drasties.

Over lijden

Vandaag had mijn moeder verjaard
als ze nog in leven was.
Mijn lieve moeke was jarig geweest
als ze niet allang dood was.

Op het laatst had ze alleen nog maar pijn
het sterven was voor haar in feite ‘fijn’.
En wat ze schreef op het laatst?
“Nu weet ik wat ‘over lijden’ betekent.”

Dat was mijn moeder.

Header image: (c) Apiedapie, Lopend buffet, 2007

Ik hou nog niet van golfen

Buiten onder het balkon van mijn hotel stopt een autootje. Een oude van dagen zwaait zijn benen half uit de auto en doet zijn golfschoentjes aan. Met een kam in de hand loop hij naar de koplamp, verstelt daar iets, of zag hij een vliegenpoepje, en kamt zorgvuldig zijn haar.

Dan groet hij een andere oude van dagen die met een al even klein autootje en een al even zo geringe snelheid zojuist heeft ingeparkeerd. Vlak naast de zijne, hoewel het parkeerterrein groot en leeg is. Vrienden. Ze gaan golfen.

Maandagochtend. De rest van Nederland werkt. En ik kijk naar ouden van dagen. Over twintig jaar mijn beurt? Ik hou nog niet van golfen.

Uit: Ochtendschimmen, verzameld werk,© 2012 Apiedapie

Het was ons nummer

En weer is een zangeres heengegaan. Whitney Houston, 48 jaar jong nog maar. Verbazing, droefenis alom. “I will always love you“, de hartverscheurende liefdesballade uit “The Bodyguard“, klinkt weer uit honderdduizenden speakers, nu gedownload van YouTube.

Het was twintig jaar geleden zo’n nummer dat verliefde mensen echt voelden. Het raakte aan een diepe emotie, een gevoel dat ze niet onder woorden konden brengen … maar dat was dus liefde. Voor vele stelletjes was het “ons nummer”. Een belofte. Een eed.

En voor velen werd het vroeger of later een herinnering aan een voorbije relatie.  Ook jaren later voelden ze een schok als het nummer per ongeluk voorbij kwam. Waardoor hun ogen toch even op oneindig gingen en de lippen op liefdevol. Wat ze op dat moment ook maar aan het doen waren, en met wie dan ook. Whitney’s stem wekte dan die intense momenten van liefde, die ergens diep van binnen smeulden, weer tot leven. En het geluksgevoel kon weer worden gevoeld. In puur licht.

Dus ga ik hier vandaag zoals miljoenen andere schrijvers en bloggers schrijven over die onbeschrijflijke mooie vrouw, de beste zangeres, de stem met vijf octaven bereik, die prachtige trillers, die uithaal die maar doorgaat en je bijna letterlijk doet zwellen en zweven vanaf de 3e minuut? Voorafgegaan door die saxofoon die door je beenmerg trekt?

Nee, ik gebruik deze gelegenheid om te denken aan mijn meisje van destijds. Het was ons nummer. Het was onze film. Wij zouden altijd van elkaar blijven houden. Jij denkt aan mij, vandaag, en ik denk aan jou. En dat is goed zo.

Moge ook Whitney rusten in vrede.

Zomaar een Kerstkaart – uit Zoetermeer

De Kerstkaarten liggen weer in de brievenbus en vullen weer de inbox. Sommige keur je een blik waardig (1), bij andere sta je wat langer stil (2), en bij een enkele raak je hevig van slag (3).

Vandaag een voorbeeld uit de tweede categorie. Een kaart uit Zoetermeer, van een lieve vriendin en haar man. Ik ken hen alleen maar virtueel, van het sympathieke blog drasties. De kaart is voorzien van lieve Kerstgroeten, en een eigengemaakte foto. Hun achtertuin met sneeuw overdekt. Mooi! Dat is durven. Lees verder Zomaar een Kerstkaart – uit Zoetermeer

Met mijn opa kon ik trommelen

Mijn opa had een vierkante kop. Van zijn vriendelijke maar ook strenge gezicht herinner ik me de ruwe stoppelige wangen en de flinke neus met een Godfried-Bomansbril erop. Hij zat in een lage leunstoel, waar niemand anders in kwam, en las me voor uit Het Beste van Readers Digest.  Jules Verne stond in de kast naast de dikke groene Brehms dierenencyclopedie. Samen bladerden we en lazen verbaasd over vogelbekdieren en lynxen, en we bewonderden de tekeningen van struisvogels en olifanten. Zijn boek over “UFO’s in de lage landen” heb ik nog altijd ergens in een verhuisdoos.

Mijn opa was een handwerker en ook thuis laste en timmerde hij er op los. Opa kon maken wat zijn ogen zagen. Het was geen verfijnde handenarbeid met tierelantijntjes. Zijn creaties waren functioneel en stevig. Het aquarium dat hij voor mij in elkaar laste woog op zijn minst 500 kilo. Ik had er een school zeehonden in kunnen houden. Ook het vogelnestkastje was niet stuk te krijgen.

Mijn opa kon op elk muziekinstrument spelen. Zonder oefening. Hij speelde in het dorpsorkest klarinet, trompet, trombone, saxofoon en nog zo wat. Ik herinner me zijn getuite lippen aan het rietje van de klarinet. Zijn bolle wangen en rode hoofd bij de trompet. En zijn spuug uit de saxofoon. Op zondagmiddag bracht ik mijn blokfluit mee. Of mijn Hohner mondharmonica. Ik speelde hem dan trots mijn liedjes voor. Hij prees mijn spel en gebaarde vervolgens “geef eens”. En met open mond hoorde ik hem ineens “Zie ginds komt de stoomboot” uit mijn harmonica halen. En “In Excelsis Deo” uit de blokfluit. Verzoeknummers? Hij speelde ze allemaal, na één of twee keer proberen. En zag hij ergens op een familiefeest een piano of een elektronisch orgel, dan ging het daarop ook.

Toen ik eens in de zomervakantie bij mijn opa en oma logeerde, nam hij me mee naar een repetitie. Hij bleek die avond de paukenist te zijn, ergens achter in het orkest. Ik zat heel stil naast hem op een krukje op het podium en keek tegen de ruggen van de andere muzikanten aan. Van de dirigent zag ik alleen het opgewonden hoofd en het stokje. En daar achter een grote zaal vol lege stoelen.

Hier, gebaarde opa, sla ook maar een beetje mee, en hij gaf me een stok met een zachte bal van vilt aan het uiteinde. Eerst zachtjes, maar steeds harder sloeg ik er op los. Maar ik werd te enthousiast. Nooit zal ik vergeten hoe de dirigent zich ineens groter maakte en scherp naar mijn opa keek. Met die blik viel niet te spotten. Nooit zal ik vooral het lieve bedremmelde gebaar van mijn opa vergeten die mij maande om de stok maar aan hem terug te geven. Mijn grote opa, die blijkbaar moest luisteren naar een andere meneer. Hij was dus niet oppermachtig.

Mijn opa is dat nu wel. Hij rust in vrede.

Toedeloe

De mazzel allemaal de groeten tot ziens en we zien mekaar vast wel weer en zo niet dan is het ook goed zo gaan die dingen het was leuk meestal tenminste en het einde was eigenaardig een krant onwaardig maar daar zijn we na een maand of zes zeven overheen zodat het goede in de herinnering blijft en dat was het dan dag vogels dag bloemen dag kinderen toen kwam de olifant met de grote snuit en die blies het hele blogje uit blup wie mij wil blijven lezen of ontmoeten kan op apiedapie.wordpress.comterecht daar is het inmiddels ook leuk en een drukte van belang maar ik had al gezegd dag vogels en zo en de olifant was er al en het hele blogje was uit blup PUNT

Afscheidsblog op het VK.blog, voorheen aan te treffen hier.

Zonder muziek leeft Phocas Kingma niet

“Graag speel ik zulke muziek dat ik erbij in slaap zou kunnen vallen”, zegt Phocas Kingma, “dat is zelfs één maal gebeurd. Dat zal niet meer voorkomen, want ik heb toch liever dat het publiek in slaap valt.”

Ik vond vorige week een stukje terug uit de “Dordtenaar”, d.d. 28 juli 1979. “Zonder muziek leeft Phocas Kingma niet” is de kop. Het gaat over een jeugdheld, een rolmodel, een eigenwijze muzikant en gebruiker uit Dordrecht. En een vriend van me. De Dordtse Herman Brood.

Ik was een jaar of vijftien en op de brug tussen ouders en wijde wereld. Ik wandelde een tijdje met Phocas mee. Die liet me kennis maken met muziek en alles wat daarbij hoort. We konden samen vreselijk lachen. En als ik bij hem thuis was, keek ik mijn ogen uit en ontdekte hoe het ook kon. Rommel is ok! Kamer opruimen hoeft niet! Vrijheid! “Mensen die het bij me thuis een rotzooitje vinden? Daar kan ik achter staan. Laat die mensen het hier maar komen opruimen.”

Phocas speelde in The Servants en The Living Kick Formation. The Living Kick Formation viel uit elkaar omdat drie leden in Den Haag op het postkantoor stuff stonden af te wegen. Dat deden ze doodkalm terwijl over hun schouders een politie-agent stond mee te kijken. Dat leverde destijds zes weken cel op. Met de band Snowflake kreeg Phocas vervolgens landelijke bekendheid, vooral toen ze samen met Humble Pie (Peter Frampton) speelden. Boudewijn de Groot produceerde hun succesnummer “Angel in the Sky“. Ze speelden in de Melkweg en Paradiso. Maar vielen uit elkaar toen een grote brand hun geluidsinstallatie (ter waarde van zesduizend gulden) vernietigde. Dat kon toen nog. En nooit een album gemaakt …

het nieuwe Snowflake zonder Phocas

Phocas is niet meer. Toen ik hem een paar jaar geleden probeerde terug te vinden via het management van het opnieuw opgerichte Snowflake, emailde zijn vroegere vriendin dat hij was overleden. Ik kan me als doodsoorzaak alleen maar een overdosis voorstellen. Maar ik heb het niet gevraagd. En ik weet dat hij ever since ergens daarboven op zijn gitaar zit te pielen. For sure.

Het krantenknipsel heb ik vanavond ritueel verbrand. Samen met mijn schoolvriend uit die tijd. Het ritueel was dat we er veel bier bij dronken en herinneringen ophaalden aan Phocas en aan onze jeugd. We waren het erover eens dat we voor een echt passend eerbetoon het knipsel hadden moeten oprollen en oproken. Sorry Phocas, we zijn te braaf geworden inmiddels. Benieuwd hoe jij nu zou zijn geweest, je zou 64 jaar oud zijn. Sommige mensen kun je je niet als bejaarde voorstellen. Forever young. Da’s het mooie als je te jong sterft.

Het ga je goed, man. Je bent niet vergeten.

En ook de stad Dordrecht is hem nog niet vergeten.

En verhip, laat ik nou nog wat uniek beeldmateriaal terugvinden van een dagje stappen in Amsterdam, omstreeks 1979 mensen, waar blijft de tijd.

Phocas en Indianena Phocas en neus