Bjorn is hier geweest met vriendin

Het was een miezerige zondagavond. Bjorn liep doelloos door de stad te dwalen. Zo doelloos als je alleen maar kunt zijn als je liefste vriendin het net heeft uitgemaakt. Als je weet dat je leven geen zin meer heeft. En als je weet dat je nooit meer echt gelukkig kunt worden.

In zo’n stemming kun je alleen nog maar gaan lopen. Zonder te kijken. En zonder dat het je kan schelen waar naar toe. Bewegen moet je. Je kunt niet binnen blijven zitten. En voor de rest maakt het je allemaal geen zak meer uit.

Hij voelde zich machteloos. Ze waren bijna een jaar gelukkig geweest. Hij had zich sterk gevoeld. Mooi. Geliefd. Bewonderd. Groot! En zij was stapelgek op hem geweest. Tenminste, daar ging hij nu aan twijfelen. Was het allemaal gespeeld dan? Hij had vanmiddag al haar emails weer gelezen. Sommige kende hij uit zijn hoofd. Haar chats op Skype. De gekke berichtjes op Facebook. De links naar muziek die ze had geplaatst. Met “I love you too!”

Nu leek het net alsof ze het toen al niet meende. Onzin natuurlijk. Gevoelens kunnen veranderen. Dat wist hij wel. Maar hij voelde zich verraden. En toen had hij alle emails en alle chats verwijderd. Op Facebook had hij haar niet alleen ontvriend, maar ook geblokkeerd. Zelfs zijn profielfoto mocht ze van hem niet meer zien.

Hij voelde een heel diepe pijn toen hij alles zat te deleten. Want het was wel definitief. Dat kon hij nu allemaal nooit meer bekijken. Ook de foto’s niet die ze vanaf hun mobiele telefoons naar elkaar hadden gestuurd. Wat als ze terug zou komen? Maar ze kwam niet terug, wist hij. Het was voorbij. Ze hoefde hem niet meer. Het zou nooit meer goed komen. Hij dacht terug aan het koude emailtje waarmee ze het, in één keer, ineens, zomaar, uit had gemaakt.

Een emailtje! Alsof hij een of andere spammer was. Ze had tijd nodig, had ze geschreven. Als ze voor elkaar bestemd waren, dan merkten ze dat vanzelf wel weer. Later misschien. Dat was onzin, wist Bjorne. Aan een relatie moet je werken. Zoiets gewoon aan het lot over laten is niet goed. En hij voelde zich als een blaadje dat in de herfst naar beneden dwarrelde. Totdat het op de grond lag in een grote plas.

Het regende. Onwillekeurig moest hij glimlachen. Als je in zo’n stemming buiten loopt dan regent het altijd, lijkt het wel. Maar zijn lach was niet echt. Zijn lach deed pijn. En hij werd kwaad. Hij werd woedend. Hij wilde het uitschreeuwen. En ineens deed hij het.

“TRUT!” brulde hij, met zijn kop in de koude wind. Er was niemand die het hoorde. Ze zaten allemaal binnen. “TRUT!” bulderde hij nog een keer. En meteen schaamde hij zich voor zichzelf. En was hij blij dat hij alleen was.

Hij schopte woest tegen een lantaarnpaal. Hard maar ook machteloos. De paal bewoog niet eens. En zijn voet deed pijn.

“Trut” zei hij zacht. “Raar tutje van me. Waarom doe je dit nou?”

En toen kwamen de tranen.

“Hé, we hielden toch van elkaar?”

En in gedachten keek hij haar aan. Hij zag haar ogen, die hem altijd zo vol brandende liefde hadden aangekeken. Zo diep. En pas toen zag hij waar hij was. De lantaarnpaal bij de sporthal waar ze elkaar voor het eerst hadden gekust. Hij keek aan de achterkant. En ja, hoor! Hoe was het mogelijk! De tekst die hij bijna een jaar geleden dolverliefd met een dikke viltstift op die paal had geschreven stond er nog: “Bjorn is hier geweest met vriendin”.

Hij moest toch weer lachen toen hij dacht aan die avond. “Niet mijn naam!” had ze uitgeroepen. Ze had toen nog een vriendje gehad. Die laatste i was bijna verdwenen op de bolle kop van het schroefje op de paal. De punt leek wel een vlaggetje. Ze hadden echt gegierd van het lachen.

Toen had ze hem aangekeken en zo ongelooflijk hartstochtelijk gekust, dat hij er nu weer de rillingen van kreeg. Heel even voelde hij haar warmte. Maar toen hij besefte dat het nooit meer zou worden als toen, werd de kou dieper dan ooit.

Zijn keel klapte dicht. Hij hijgde. Huilend liet hij zich met zijn rug langs de paal naar beneden zakken. Hij voelde de kou van de natte grond langzaam door zijn broek heen komen. Maar het kon hem niet meer schelen. Niets kon hem meer schelen.

En zo hebben ze Bjorn gevonden, de volgende dag. Hij was er geweest zonder vriendin, had hij alleen maar gemompeld. Hij was opgestaan en met zijn vader en moeder meegegaan. Die hadden niets gezegd, en alleen maar beschermend een arm om zijn schouders geslagen. Tussen hen in ging hij mee. De auto in. Naar huis.

Geschreven naar aanleiding van het bjornishiermetvrienden-initiatief van Jo Hendriks en Dianne Soli. Ook op Facebook. En kennelijk opnieuw van start gegaan? En nu ook: officieel erkend! 

Dag lieve lp’s uit mijn jeugd, ik kieper jullie morgen in de vuilnisbak

Dag lieve, lieve lp’s. Het was leuk met jullie. Nu gaan jullie met de vuilnisman mee. Morgen al.

Het Ouwe Trouwe Wijsje - Sylvain Poons

Dag Sylvain Poons, wat zong je mooi “Omdat ik zoveel van je hou“, “De Olieman“, “De Zuiderzeeballade” en “Weet je nog wel oudje“, samen met niemand minder dan la Heintje Davids, die zo breeduit met je lacht op de hoes van “Het Ouwe Trouwe Wijsje“. Of het mijn vader of mijn moeder was die de plaat heeft gekocht – ergens in de jaren zeventig – weet ik niet, maar het was leuk om je al die jaren, netjes verpakt in een verhuisdoos, met me mee te slepen. Het was goed. Rust in vrede.

d

Henk Geluk speelt geliefde Kerstliederen

Dag Henk Geluk, heette je echt zo? Mijn vader luisterde graag naar het elektronisch orgel, wij dus ook allemaal. Nog altijd voel ik iets ergens bij de hartstreek als ik de tonen van zo’n orgel hoor. Destijds een wonder, wat daar zonder trappen allemaal uit kwam. Je geliefde Kerstliederen (release datum 1968) hebben het maar liefst 43 jaar volgehouden, net zolang als The White Album van de Beatles dus, da’s niet mis. Maar de Beatles gaan je nu voorbij.

d

Charles Lancaster plays his magic accordeon

Dag Charles Lancaster met je wonderaccordeon! Waldeslust en Wonderful en Greensleeves, Rosen in Tirol en de Barcarolle … ik zou ze zo nog kunnen meeneuriën … en ik weet nog precies de overgangen waar alle registers open gingen of waar ze juist gingen fluisteren. Ook jij was er vooral vanwege mijn vader en moeder. Een warm plekje opent zich ergens in mijn lijf als ik een accordeon hoor. Dag Charles, ik kom vast ook nog wel een John Woodhouse tegen in mijn platenkist. Zucht.

d

Dankuwelastublieft ... Toon Hermans

DankuwelastublieftToon Hermans! Hoogtepunten uit de jubileumshow “Tien Toon“. Da’s dus lang geleden. Ik kijk op de achterkant van de hoes. En ik denk dat ik ze nog allemaal woordelijk kan meezingen en meepraten. “Vallen over Sex (Poeh-poeh..)“, “24 rozen, “Waarom IK in de hemel kom …”, “De Auditie (Duif is dood…)”. Wie niet eigenlijk? Je hoeft niet langer in die donkere doos. Je mag met de vuilnisman mee. In dank en met respect.

d

Wim Sonneveld zingt

Wim Sonneveld zingt .. yes, en hoe! De tedere en romantische chansonier in “Verliefd op juffrouw Van Dam” en “Marjolijne“, en de platte en scherpe straatzanger in “Als je huilt ben je een stakker” en “Poen!” Sonneveld hoort bij mijn moeder. En die plaat … ach, wat is een plaat? De herinneringen zingen in mijn hoofd en in mijn hart.

d

dd

Een uur met Dorus

Een uur met Dorus met hoogtepunten uit zijn radio-optreden en “kolderpraatjes”. Ik herinner me hem van de TV: bij Dorus op schoot, poessie mauw, muizehokjes, muizekooitjes en “Zorrug dat je d’r bij komt. Het is gezond voor je lijf en je leden. Bij de marine is er niemand ontevreden!“. Van “Speel de clown” herinner ik me alleen de sfeer. Het was een wanhoopslied dat door merg en been ging. Misschien nu niet meer als ik er nogeens naar zou luisteren. Maar dat doe ik niet. Ook deze plaat verdwijnt uit mijn leven. 

Voor Koos Verweijen

Het was gewoon een aardige kerel die ik weleens in de sauna zag. We kletsten wat tijdens het omkleden. Of hadden het onder de douche over het weer. Ik wist niet eens zijn naam.

Hij was niet gelukkig. Hij maakte een eenzame indruk. Achter zijn glimlach en small talk verscholen zich bedroefde ogen. Hij kwam naar de sauna vanwege de yacuzzi. Dat was het enige dat hielp tegen zijn rugpijn, vertelde hij. Hij had financiële problemen. Een hypotheek die op hem drukte. Twee banen: door de week in een outdoor-zaak, een soort van Bever Zwerfsport. En in het weekend verkocht hij Kerstartikelen. Het hele jaar door. Hij snapte niet wat ik daar grappig aan vond.

De laatste tijd had hij het tegen me vooral over zijn broer. Die had hij jaren geleden een grote som geld gegeven om te investeren. Hij had geen verstand van geld. En zijn broer runde een beleggingsfirmaatje. Maar nu had hij dat geld hard nodig. Zijn broer weigerde het terug te geven. Al een jaar lang lagen ze met elkaar in de clinche. Zijn broer nam het hem zelfs kwalijk dat hij zijn geld terug wilde hebben.

“Jij bent alleen”, had hij gezegd, “Egoïst. Ik heb het geld nodig voor mijn kinderen, dat is ook jouw familie!”

Het vooruitzicht om tegen zijn eigen broer te moeten gaan procederen was nog pijnlijker dan het eigenlijke gevecht om het geld, glimlachte hij. En hij pakte zijn spullen en liep de kleedkamer uit. Ik was even van slag van dit verhaal, piekerde erover op weg naar huis in de auto, maar vergat het vervolgens.

Vandaag hoorde ik achter me in de kleedkamer iemand vertellen over een man die was overleden. Iemand die hier weleens kwam. “Je weet wel”, hoorde ik zeggen, “een aardige vent, meestal in een blauw t-shirt, hij had het altijd over zijn broer, en zijn geldzorgen.”

Ik vroeg wat er was gebeurd en hoorde dat de man drie weken geleden op een zaterdagmiddag na zijn werk zonder iets te zeggen was weggereden. Hij reed naar de allerhoogste brug in de buurt, parkeerde zijn auto en sprong naar beneden. Een uur later overleed hij in het ziekenhuis. Zijn naam was Koos Verweijen. Het gebeurde twee dagen voor zijn verjaardag. Hij zou 47 geworden zijn.

Thuis vond ik hem op een online condoleanceregister van een begrafenisonderneming. Voor het eerst las ik over zijn familie en zijn vrienden. Ik scrolde door het gastenboek. Maar 23 condoleanties. Vooral van collega’s. Ze hebben het over zijn opgewektheid, dat hij altijd voor iedereen klaar stond, en over dat het een “echt mens” was.

De enige nabestaande is, zo lees ik, een broer. Deze wordt in alle toonaarden sterkte gewenst met het verlies. “We bidden voor je in deze dagen van rouw”, “innigste deelneming” en “dat je in deze droevige tijden vooral de goede herinneringen moge koesteren”.

Tja. Och. Hm.

Koos Verweijen: moge je rusten in vrede.

Klik hier voor de Engelse versie/English version.

Voetstappen in het zand

Op een nacht droomde ik dat ik op het strand liep met God

Herinneringen uit mijn leven flitsten door me heen

In elk van die beelden zag ik voetstappen in het zand

Soms liepen er twee sporen

maar soms was er maar één! 

  

Het irriteerde me behoorlijk

dat juist tijdens de moeilijkste perioden in mijn leven

daar waar ik echt diep had geleden

 onder angst, zorg en verdriet

ik maar één spoor voetstappen zag. 

 

Dus ik zei tegen God

“U beloofde me toch, oh Heer,

dat als ik U maar zou volgen

U altijd met mij zou zijn?”

 

“Maar ik zie nu dat tijdens de echt kritieke fasen in mijn leven

er maar één spoor voetstappen loopt in het zand.

Waarom, zo vraag ik, was U er juist niet

toen ik U het meeste nodig had?”

 

God antwoordde op mijn vragen:

“Lieve jongen, de keren dat je maar één spoor ziet

was toen ik je heb gedragen”. 

Vrij naar Mary Stevenson 

Nederlandse bewerking: © 2011 APDP



En een wel heel vrije invulling van Barbara Jansma’s oproep om een nieuwe Ondraaglijke Vertelling over Beppe Maaike te schrijven. Zie die oproep hier, en alle bijdragen hier.

En zie dus ook de bijbehorende prent hiernaast. Hmmm, okay, dus dat is God? En dat is Apie? Huh??? Ja, mensen, geloof nou eens.

Besluit

Het ontbijt op zaterdagochtend was weer ontaard in ruzie. Kleine dingetjes. Grote dingetjes. Alle irritaties van de afgelopen week passeerden de revue.

Daarna gingen we, zoals al jaren, samen naar de markt, alsof er niets gebeurd was. Mijn vrouw bestelde een kilo druiven. Terwijl de marktkoopman wegliep om ze te gaan afwegen, kwam een collega van hem vragend overeind.

“Horen jullie bij elkaar?”

“Nee”, zei ik.

Blogsems gaat bloggers betalen – interview met Bas van Vuren

Nou moe, dat was wel een heel spannend emailtje dat Apiedapie vorige week kreeg van JandeWit, de baas van drasties. Hij mocht als eerste journalist ter wereld Jans nieuwe partner interviewen: Bas van Vuren. Een wereldprimeur dus! En bovendien met heel opmerkelijk nieuws.

De nieuwe bloggerssite, “Blogsems”, waar Bas hoofdverantwoordelijke van wordt, komt er heel binnenkort aan. Eėn ding is zeker: het gaat absoluut door. Het kost niets. Iedereen mag erop. Bloggers worden met respect behandeld. En … ze zijn van plan om de echte topbloggers te gaan belonen. Met echt geld!
Lees verder “Blogsems gaat bloggers betalen – interview met Bas van Vuren”

Valentijnsversje

In ons restaurant in het Franse stadje
at mijn tafelgenoot worst met een patatje.
Om ons heen was het Sint Valentijnsfeest.
Nooit was het lokaal zo romantisch geweest.

Ik at mijn foie gras met heel veel zin.
De Sint-Jacobsschelpen gleden er zachtjes in.
Ik bestelde een karafje rode Bordeaux
maar ook zijn cola met een rietje stond er zo.

Je t’aime”, stond er op de servetjes.
Nee, niet snuiten, dat is niet netjes!

Toen de koffie met het koekje werd geserveerd
vroeg hij zacht “Pa, wat doen wij nou verkeerd?
Mama houdt toch ook van lekker eten?
Waarom is ze ons alletwee vergeten?”

“Jongen”, zei ik met doffe stem
“Je moeder is veel gelukkiger met hem.”

Gedicht op aanvraag van Plopje, zie drasties. De prozaversie staat hier. Engels? Hebben we ook: Valentine Dinner.

Valentine Dinner

The restaurant owner in our French village had made an effort. Pink paper hearts on the walls. Romantic light. Sweet music.

The restaurant was sold out. Happy couples, young and old, around us. Flirting teenagers. Dads and mums without their children. And older couples: ‘monsieur’ in suit and tie, ‘madame’ in her best dress.

The foie gras was delicious. I ordered a glass of Bourgogne. And a cola. The coquilles St. Jacques – well cooked in butter sauce – went down with ease. So were the french fries and the saucages. It was a beautiful evening.

“Je t’aime”, was printed on the napkins. “Don’t fold an airplane out of these”, I warned with a smile.

When I drank my coffee and cognac, he reached out for my cellphone. “Can I call mummy? See where she is right now?”

“Sure dude, go ahead” I said and looked somewhere, beyond the ceiling.

Valentijnsdiner

De restaurantbaas van ons Franse dorpje had zijn best gedaan. Roze kartonnen hartjes. Romantisch licht. Zwoele muziek. De zaak is uitverkocht. Jonge en oude stelletjes om ons heen. Zwijmelende pubers. Papa’s en mama’s zonder kinderen. En oude paartjes, met ‘monsieur’ in driedelig pak en ‘madame’ in haar beste jurk.

De foie gras is heerlijk. Ik bestel een ‘demi pichet’ Bourgogne. En een cola. De Coquilles St. Jacques, boterzacht, glijden naar binnen. En de frietjes en de worstjes.

Het is een prachtige avond. “Je t’aime”, staat er op de servetjes.  Nee, geen vliegtuigje van vouwen, glimlach ik.

Als de koffie wordt gebracht, pakt hij mijn mobieltje en vraagt: “Mag ik mama bellen? Kijken waar ze nu is?”

“Ja, jongen, dat is goed”, zeg ik en kijk in de verte.

Ook verkrijgbaar in dichtvorm, als versje dus, en in het Engels.

In Mumbai leerde ik mijn levensles (13, slot)

Heel langzaam voelde ik weer dat er een wereld was. Ik werd wakker. Hoe laat het was wist ik niet. En dat wilde ik ook niet weten. Ik bleef stil liggen. En voelde een loomheid die best weleens Geluk zou kunnen zijn. Volkomen ontspannen. Rustig. Blij. Tevreden.

(Dit is een vervolgverhaal. De vorige aflevering staat hier)

Een flinterdun lakentje bedekte mijn naakte lijf. De airconditioning ronkte. Wat een nacht! Ik kon alleen maar dommig grijnzen. Een lang weekend Mumbai. Het leek een belachelijk idee. Maar het was op een life-changing event uitgedraaid.

Goed en kwaad, zo wist ik nu, zijn overal. Groot en klein. Het zit in iedereen. Wat je ermee doet, bepaal jezelf. Je kunt het kwaad proberen te begrijpen. Maar daarmee komt het bij je binnen. Met de angst. Of je kunt het observeren en gewoon erkennen dat het er is. En dan je eigen leven leiden. Wel alert zijn, maar niet bang. En zorgen dat je zelf, in je eigen kleine wereldje, in ieder geval het goede doet.

Ik had verbondenheid gevoeld. Ervaren hoe het is om met andere mensen te zijn. Ook al ken je ze niet. Je verbonden weten door gedeelde waarden als respect, fatsoen, liefde, normaliteit, en weten dat die bij de grote meerderheid horen.

Ik had ook weer eens, en het was niet de eerste keer, gemerkt hoe gemakkelijk ik me uit het veld kon laten slaan door vervelende gebeurtenissen. Agressie van anderen. Egoïsme. En weer had ik het allemaal veel te diep naar binnen laten gaan. Bijna had ik weer eens ervaren dat je je leven helemaal zelf kapot kunt maken door een te snelle reactie. Eén keer wegstampen bij je geliefde. Eén verkeerde email. Eén verkeerd woord, één verkeerde grap. Als je pech hebt, dan kan het voorbij zijn. Onherstelbaar.

Ik had de vrouw van mijn dromen ontmoet, en ik was gewoon bij haar weggelopen, vanwege niets, vanwege wat ballonnetjes. Waarmee zij niet eens iets te maken had! Als ze me niet – opnieuw – was gevolgd, dan zou ik haar verloren zijn. Voorgoed. Ze had zomaar uit mijn leven verdwenen kunnen zijn.

Slechtheid moet je niet willen begrijpen, want als het je lukt, dan word je zelf slecht, in ieder geval ga je er een stapje dichter naar toe. Het hertje moet alert zijn en weglopen als het nodig is. Dat is alles. En dan weer dooreten.

Oh, wat een nacht. Ja, ik had dus ook nog eens de vrouw van mijn dromen ontmoet!!! En … ze wilde een kind van me! Hoe vreemd het ook klinkt. We kenden elkaar nog maar 24 uur. Het was een heel sterk gevoel, zei ze, en ze had me met haar donkere ogen zo diep aangekeken dat ik er duizelig van werd. Yeah!!! En we leefden nog lang en gelukkig …

Ik draaide me zacht knorrend om en tastte naar haar heerlijke warme zachte lichaam.

Maar ze was weg. Ik lag alleen op het queensize bed. Ik keek op mijn nachtkastje. Mijn horloge was weg. Mijn gouden kettinkje. Mijn portemonnee, paspoort, camera, laptop … alles. Zelfs de luxe zeep- en shampooflaconnetjes uit de badkamer waren verdwenen. Het lege rieten mandje lag op zijn kop. Het deurtje van de mini-bar stond open. Leeg. Nog geen Beefeater had ze me gelaten. De TV was er nog, maar de afstandsbediening was ook weg. Alles!

“Strong! Super strong. Look!” galmde het in mijn hoofd.

De ballonnetjes had ze laten liggen.

Zucht, wat een roteinde. Het vorige deel (12) staat hier. En dit is dus het slot. 😦 Op drasties liep het beter af. Maar hier moet de waarheid regeren. Hoe triest ook. The End dus.