Wat houdt de Nederlander toch van woordgrapjes. Hij (m/v) kan er geen genoeg van krijgen. De ongekroonde meester van het fenomeen was Seth Gaaikema. Over hem niets dan goeds. Op Twitter hebben we bol.com, krenentommende humor voor laaggeletterden. In het AD wint de woordspeling, hoe flauw en ongerelateerd ook, vaak de dagelijkse Uit de Kom cartoonwedstrijd. En laten we het maar niet hebben over “Bedenk eens een leuke kop mensen” van JdW en navolgers. Zelf bezondig ik me er ook regelmatig aan, de woordspeling, maar ik denk toch vaak nog liever ietsje langer door, zodat het ietsje minder plat en eendimensionaal wordt. Enfin, waar gingen we het over hebben? Oh ja, de ikjes van vorige week, het is weer maandagochtend (moeten jullie denken, voor mij is het zondagavond).
(22 maart 1997, 18:07) Nou, ik heb dan eindelijk mijn eerste blog geschreven voor het internet. Het zal mij benieuwen wanneer dit zal verschijnen. Er wordt veel gemodereerd, heb ik gehoord, al wordt het vaak ontkend, vooral door hypocriete deugneusjes. Maar tijdslabels liegen niet!
Het obscure “weeshuis van de #ikjes” Twitteraccount (13 volgers) lijkt, wat ik vorige week al dacht, een privéaccount dat de stukjes van de tweep zelve een plaatsje op het internet moet geven. Mag. Kan. Maar zeg dat dan gewoon. Wat een onderschatting van het intellect van de medemens. Dat ik hier vorige week nog welwillend wat promotie heb bedreven voor het initiatief is door het account niet eens opgemerkt, of in ieder geval genegeerd. En het grappigste is nog wel: de meeste ikjes (67%) die inmiddels geplaatst zijn vermelden geen auteursnaam. Op mijn vraag naar opheldering was het antwoord een korzelig “ dat laten we aan de inzender over”. Jaja. Maak dat de kat wijs. Juist de inzenders van ikjes die de NRC niet halen willen hun naam zien. Anders sturen ze het niet naar jou, oh weeshuis van de #ikjes meneer of mevrouw. Merk ook op dat de ikjes vrijwel identiek van taalgebruik en vorm zijn, dus kennelijk van dezelfde auteur afkomstig. Geeft niet, weer iets ontmaskerd. We lijken Follow The Moneywel, maar dan zonder money en zonder relevantie.
Naar wormen trappelende meeuwen in een weiland doen een “worming-up”, volgens Casper de Winter (9). Je moet er maar opkomen, maar zo is Seth Gaaikema ook ooit begonnen. Het stond vorige week in de NRC, de krant die nog altijd “ikjes”, oftewel lezersanekdotes, publiceert. Hier worden ze besproken. Al sinds jaar en dag. Tradities zijn hardnekkig.
Da’s het dilemma. De ouwe lezers zijn inmiddels misschien best wel klaar met die Gerry Holland en zijn “Holland Douze Points”. En de nieuwe lezers hebben geen boodschap aan ikjes. Probeer daar maar eens tussendoor te laveren als je Bas van Vuren heet, die kanjer die zowel ikjes- als liedjesschrijver is. Maar ik doe mijn best, dat gaan jullie zien:
Over ikjes, de Holland Douze Points ringtone en drs. P
Wat of het verschil tussen een geest en een spook was, wilde vorige week een brugpieper van juffrouw Carola Beumer-Siebert weten. Een mede-leerling gaf het juiste antwoord: „Een spook is een ding, maar dat bestaat niet in het echt. De geest is geen ding, maar bestaat wél echt.” Best wel diep, vonden we met z’n allen hier. Volgens de kleindochter van Joke (“en die kan het weten want ze is al vier”), Bassie en Adriaan èn de nieuwe Pipo de Clown bestaan spoken niet. Dat u het weet.
Over ikjes en het nieuwe liedje Holland Douze Points
Karen van den Winkel werd onlangs weduwe. De loodgieter kwam langs voor een reparatie en condoleerde haar. Karen schiet vol. De loodgieter zegt: “Dat kraantje blijft nog wel effe lekken, wijffie, dat ken ik niet repareren.” Da’s nou een ikje, een lezersanekdote uit de NRC, zoals ze daar dagelijks worden gepubliceerd. In de krant mag er niet meer op gereageerd worden, dat was teveel werk voor de redactie, daarom mag het hier. In het nette. Lange lappen tekst van trollen en andere anonieme egosnuivers die zijn ook hier niet welkom. Het is niet anders. Daar zijn andere sites voor.
Wat zijn ze toch allemaal geinig die Amsterdammers
Het ikje sloeg aan bij onze vaste lezers. Ilona liet een snikje bijvoorbeeld en dat mag best. Ook Jokezelf schoot vol. Haar eigen kraantje blijft immers ook maar lekken, het wordt wel minder, maar het houdt niet op. Klare Taal vond het een knap stukje en een staaltje van bijzondere Amsterdamse humor. Zo is het, wat zijn ze toch allemaal geinig die Amsterdammers. Daar ken de rest van Nederland nog een voorbeeld aan nemen, chagrijnen als het allemaal zijn.
De krantenbezorger van Isabelle Schotanus is overleden, 71 jaar, hartstilstand net voor de Kerst. Waar je dit leest? In de NRC. In de rubriek “ikjes”, volgeschreven door lezers die iets hebben meegemaakt. Net zoals wij vroeger verhaaltjes naar de Donald Duck stuurden, zeg maar. En ja, krantenbezorger is een uitstervend beroep, zo duidde Pawi het verhaaltje voor ons. De reageerders op deze site, toch niet bang voor een geintje, hielden zich dit keer in en maakten geen grapjes over de achternaam van de inzendster. Zelfs Lange Løl (de zoon van Ouwe Løl en broer van Dikke Løl) hield zich koest.
Over ikjes natuurlijk en wat er zo al nog meer gebeurde
Over de ikjes kunnen we het snel eens zijn. Niet leuk om te zeggen, maar het waren stuk voor stuk rampzalige Donald-Duckverhaaltjes, en nu doe ik Donald Duck te kort, want … in Donald-Duckverhaaltjes zit wel een goed verhaal, ze zijn spannend en ze zijn grappig. De ikjes van deze week dus niet. Geeft dat wat? Nee hoor, we betalen er immers niet voor. En we hoeven ze niet te lezen, wat jij? Hieronder plaats ik dus doodleuk zoals elke week de ahum hoogtepunten van de NRC-ikjesweek. Want iemand moet het doen.
Over ikjes, De Schrijvende Rechter en de beste wensen
Ach, we zijn ze toch bijna allemaal alweer vergeten? Ikjes zijn zo vluchtig. Die van Martin van der Jagt over chocoladefonteinen op Marktplaats bijvoorbeeld? Hoezo? Wattuh? Dat bedoel ik. Lummel verlangde naar een fontein voor kaasfondue. En Bertie verlangde terug naar de Kerstpakketten van vroeger, met een “inhoud die we niet kenden: vreemde nootjes en blikjes Frans voer, chocolaatjes en een fles rode azijn. En een klein cadeau als een koektrommeltje …”
Of Paulien Lammers dan? Wilde een bodyshaming mopje maken over een dikbilantilope in Blijdorp, over Kim Kardashian, who else, maar maakte er voor de zekerheid toch maar een reuzengoerami met dikke lippen van. Ja. Doe het dan niet. En het was volgens haar ook nogeens “een vrouw” die het grapje zogenaamd maakte.
Ik pers er nog een introotje uit op de valreep van het oude jaar en met het nakende nieuwe jaar in het vooruitzicht. Leuk toch? Ik heb de neiging om te gaan terugblikken, maar doe het niet. Van zelf terugscrollen is nog nooit iemand ziek geworden, zei mijn vader altijd, zonder dat scrollen dan. Het jaar heeft zijn ups gehad en zijn downs, en iedereen weet voor zichzelf best wel welke dat waren. Als het voor jou vooral ups zijn geweest, word dan niet overmoedig. Als het vooral downs waren, bedenk dan dat niets altijd zo blijft. Alles is in beweging. Dat heet: leven.
Alles blijft alles gaat voorbij alles blijft voorbijgaan
Een waar woord dat volgens Pawi ergens op een grote olietank bij Rozenburg staat. Auteur: Jules Deelder. Onverwacht ging de goede man van ons heen. Op 31 december wordt hij begraven, een passend zalig uiteinde.
Dit stukje proza, of is het poëzie, schreef ikzelf eigenhandig in het condoleanceboek in de hal van het gemeentehuis aan de Coolsingel. Jules Deelder dus. Ineens fladderde hij van ons weg. De nachtburgemeester van Rotterdam. We zijn elkaar maar heel af en toe tegengekomen. Vooral decennia terug toen ik me op de fiets door de Maasstad voortbewoog en zoals het een goed student betaamde bij menig café klant aan huis was.
… een soort van mini- jazzshowtje
Daarna vrolijkte Jules menig poëziefestival op, ontregelde hij de talkshow van Eva Jinek, en de allerlaatste keer dat ik hem zag was een jaar of twee geleden, in Den Haag nog wel, of all places, waar hij een soort van mini- jazzshowtje in elkaar had getimmerd voor De Parade.
Jullie merken het wel, erg veel heb ik aan Jules niet te danken. Maar ook niet niks.
Het was mooi om met hem in mijn gedachten weer eens door Rotterdam te slenteren. Bij zijn stamcafé Ari stond een bescheiden door fans geïmproviseerd standbeeldje met bloemen en gedichten. Minder dan bij het spontane monumentje voor Lady Diana in Parijs, dat ik in 1997 bezocht. Maar die had om haar nek weer geen Spartasjaaltje.
Overal in de stad kom je zijn dichtregels tegen, op puien, op tegels, in etalages, in harten.
Kortom: dat hij in vrede in het zwart gekleed met zijn zonnebril op door de hemel moge lopen.
Ene Tjeerd Kimman doopte zijn ganzenveer in de inktpot, ging er eens goed voor zitten en schreef een “ikje” voor de courant. “De discussie over de nefaste impact van de babyboomergeneratie”, daar ging het over, en die discussie voeren “wij” ook met “onze generatie Y-zonen”. Het Grote Taal der Nederlandse Dictee was er niks bij. Maar toen kwam het en ik citeer: “Toen ik hun onlangs een pro-boomer-stukje uit de NRC stuurde kwam het antwoord per kerende app: „Boomerblaadje.”
“Hun”. Dag Tjeerd.
… het gratis lezen van dit blog
Bertie hengelde naar een lepeltje, desnoods een borrellepeltje, taartvorkje, “desnoods met 1 tand”, een half fruitmesje … Waarvoor? Omdat ze de eerste liker van het vorige intro was. Maar zo zijn we dus niet getrouwd. Kinderen die vragen worden overgeslagen. Laten we kijken wie het vandaag wordt. De wonderen zijn de wereld nog niet uit en ik heb een goeie oudejaarsbonus gehad van WordPress, dankzij de klikjes op die in feite best wel een beetje irritante advertentietjes in de kantlijn en tussen de stukjes door, waarvoor excuses, maar ze maken het gratis lezen van dit blog vooralsnog wel mogelijk.