Levend aas. Wat vinden jullie van dit ikje?

Dit is het nieuwe “ikje”, zojuist gespot op NRC Handelsblad. Wat vinden jullie ervan? Leuk, slecht, stom of *schouderophaal icoontje*? Druk een duimpje in of schrijf een beoordeling. Andere reageerders afkatten mag ook, mits het een tikkie normaal blijft.

Nieuw hier? Je ziet helegaar geen ikje? Kijk in de reacties. Als hij daar niet staat, dan ben je misschien te vroeg of je bent de eerste die het ikje mag plaatsen. Hoe? Cut het ikje van vandaag (niet dat van gisteren) van HIER (inclusief titel en auteursnaam) en plak het vervolgens als jouw reactie hieronder. Vetgedrukt graag door er een <b> voor te zetten en een </b> achter. De rest komt goed en eeuwige dankbaarheid, warmte en genegenheid zijn je deel. lijst apiedapiea

En nu … scrollen maar, reageren maar, have fun!

Advertenties

Verhip, hier staan ikjes! …. Bommelding, Dierenleed, Kerkgangers, Kleine lettertjes, Wijnaanbieding, Stiltecoupé

Jarenlang kon bij het NRC Handelsblad worden gereageerd op het “ikje”. Toen stopte de krant er mee en mocht drasties het overnemen. Het draaide lekker totdat ook drasties er eigenlijk mee op wilde houden, maar dat niet durfde te zeggen. Nou, wij zijn de beroerdste niet, dus hier mag het ook hoor. Het ikje van de dag mag door een reageerder (met witregels en in bold) bij de comments op deze post worden geplaatst. En reacties zijn dus welkom.

N.B. Dit is een test. Consequente ikjesplaatsing en attente moderatie nog niet operationeel.

Als ze weer eens iemand gaat begraven, dan sta ik daar weer, hebben we afgesproken

Eindelijk zon. Ik besluit de boodschappen te combineren met een fietstochtje door Amelisweerd. Diep in gedachten kom ik Utrecht weer binnen en wacht op groen. Als ik mag oversteken blijven de auto’s maar doorrijden.

„Het is groen, ik ben aan de beurt”, roep ik zonder veel effect. Ik waag het erop en zoek een doorgang. Nadat ik met veel moeite de overkant bereik, roept een vrouw uit een van de auto’s: „Toon toch respect, stomme kut!” Ik kijk over mijn schouder. Pas dan vallen me de witte strikjes aan de antennes op en rijdt de laatste wagen van de begrafenisstoet voorbij …

Tot zover het “ikje” van Renate Hilderink, heden verschenen in de NRC. De “Hikjesman” voegde er heden (op drasties) zijn geheel eigen vervolg aan toe:

…. “Ken je je dooie niet ergens anders begraven, eikel!” schreeuw ik, steek mijn vinger op en vervolg mijn weg. Ik hoor achter mij de gierende banden van een auto. De auto heeft zich uit de begrafenisstoet losgemaakt en komt in volle vaart op me af. Ik kan nog net opzij springen.

Maar het portier vliegt open en een woedende vrouw stapt uit. “Je bent een respectloze kut!” roept ze.

“Ja, dat zei u net ook al”, merk ik waardig op en laat er goedmoedig op volgen “toe lief mensje, ga terug in de stoet, ga je man, broer, holmaat, of wat het ook was lekker begraven, en kom dan later eens bij me langs. Drinken we d’r een kop koffie op.”

Ik geef haar mijn kaartje en stap op mijn fiets. Achter me hoor ik zacht snikken. Ik beheers me en rijd door, want dit hikje zou anders echt te lang worden.

Ik moet namelijk ook nog beschrijven dat ik door al dat gedoe wel mijn lekkere Amelisweerdgevoelens kwijt was. En er thuis achter kwam dat ik mijn volle boodschappentas ergens had laten liggen. En dat die vrouw diezelfde avond nog bij me langs kwam en dat ze de tas bij zich had! Dat we samen nog een fles cognac hebben leeggedronken en gegierd hebben van het lachen.

Als ze weer eens iemand gaat begraven, dan sta ik daar weer, hebben we afgesproken.

Het Laatste Eindoordeel van De Schrijvende Rechter

Het was vandaag haar sterfdag. De ouwe rechter zat op het terras. Hij had kromgetrokken vingers. Een vermoeid gelaat. De stok, waarmee hij vroeger zulke ferme tikken kon uitdelen, stond naast hem tegen de stoel.

Zijn tachtig jaar oude kniebroekje had hij vanochtend voorzichtig uit de doos gehaald. Het was niet veel meer: geroeste gespjes met wat flarden textiel.

Hij was vijf jaar oud geweest, toen hij gele bloempjes voor zijn moeder had willen plukken, te ver vooroverboog en pardoes in de sloot belandde. Moeder had hem toen gered, het eendenkroos uit zijn haar gewassen en hem van top tot teen schoongeboend. Het voorval was hem zijn hele leven bijgebleven. Het plotse wankelen. Het koude water. Het niet kunnen ademen. De snelle reddende handen. En de rit naar huis, kletsnat, bij moeder achterop de fiets, nagejoeld door de dorpsjeugd.

En nu zat hij daar dan. Zoals elk jaar. Hij had de resten van het broekje eerbiedig voor zich op het tafeltje gelegd. Hij wist wat er komen zou en wachtte. Lees verder Het Laatste Eindoordeel van De Schrijvende Rechter