De Kerstkaarten liggen weer in de brievenbus en vullen weer de inbox. Sommige keur je een blik waardig (1), bij andere sta je wat langer stil (2), en bij een enkele raak je hevig van slag (3).
Vandaag een voorbeeld uit de tweede categorie. Een kaart uit Zoetermeer, van een lieve vriendin en haar man. Ik ken hen alleen maar virtueel, van het sympathieke blog drasties. De kaart is voorzien van lieve Kerstgroeten, en een eigengemaakte foto. Hun achtertuin met sneeuw overdekt. Mooi! Dat is durven. Lees verder “Zomaar een Kerstkaart – uit Zoetermeer”
Een analyse van de winnende inzendingen van de wedstrijd “Bedenk eens een mooie kop mensen” op drasties heeft aangetoond dat negatieve koppen niet altijd scoorden. Ook rijmen was niet echt nodig. De drie koplopers in het eindklassement zijn allen vaste drastiesreageerders, te weten Apiedapie, Ad Hok en Ilona. Deze reageerders hebben samen meer dan een derde van de prijzen gewonnen. Hoeveel het exacte bedrag is dat zij in boeken-, bioscoop- of slijtersbonnen hebben mogen incasseren, is niet bekend.
Dit blijkt uit niet eerder gepubliceerd onderzoeksmateriaal, dat heden op Apiedapie’s wordpressblog is geplaatst. Drasties is een veelbezochte Nederlandse website voor Nederlanders en buitenlanders in het buitenland en voor Nederlanders en buitenlanders in Nederland die in Nederland en het buitenland geïnteresseerd zijn.
Ik heb maling, ja heel diepe maling
aan zowel de zomer- als de wintertaling.
De Rode Lijst, jullie staan er samen op
de één met een groene, de ander met een witte streep door je kop.
Om zo te klein te zijn is behoorlijk dom
wordt dus groter, eenden, dan schiet niemand je om.
Neem een voorbeeld aan olifanten en walvissen
groot genoeg voor Greenpeace om over te kissebissen.
Zulke kleine kuteendjes kunnen we hier niet gebruiken
jullie mogen van mij forever onderduiken.
Aan jullie, eenden, heb ik samenvattend maling
ik herhaal, dit betreft zowel de zomer- als wintertaling.
Liever nog heb ik een dosis radioactieve straling
of, wat u zegt, een lekkere bos gerookte paling.
Eerder verschenen op het tegenwoordig zo onsympathieke drasties blog van JandeWit; als voorpublicatie uit de verzamelbundel “Hard voor de Natuur”, een bundel die door omstandigheden nog altijd niet is verschenen.
Ook dit is een wintertaling. Hier is weinig mis mee. Geef ik mijn paling zonodig voor op.
Mijn opa had een vierkante kop. Van zijn vriendelijke maar ook strenge gezicht herinner ik me de ruwe stoppelige wangen en de flinke neus met een Godfried-Bomansbril erop. Hij zat in een lage leunstoel, waar niemand anders in kwam, en las me voor uit Het Beste van Readers Digest. Jules Verne stond in de kast naast de dikke groene Brehms dierenencyclopedie. Samen bladerden we en lazen verbaasd over vogelbekdieren en lynxen, en we bewonderden de tekeningen van struisvogels en olifanten. Zijn boek over “UFO’s in de lage landen” heb ik nog altijd ergens in een verhuisdoos.
Mijn opa was een handwerker en ook thuis laste en timmerde hij er op los. Opa kon maken wat zijn ogen zagen. Het was geen verfijnde handenarbeid met tierelantijntjes. Zijn creaties waren functioneel en stevig. Het aquarium dat hij voor mij in elkaar laste woog op zijn minst 500 kilo. Ik had er een school zeehonden in kunnen houden. Ook het vogelnestkastje was niet stuk te krijgen.
Mijn opa kon op elk muziekinstrument spelen. Zonder oefening. Hij speelde in het dorpsorkest klarinet, trompet, trombone, saxofoon en nog zo wat. Ik herinner me zijn getuite lippen aan het rietje van de klarinet. Zijn bolle wangen en rode hoofd bij de trompet. En zijn spuug uit de saxofoon. Op zondagmiddag bracht ik mijn blokfluit mee. Of mijn Hohner mondharmonica. Ik speelde hem dan trots mijn liedjes voor. Hij prees mijn spel en gebaarde vervolgens “geef eens”. En met open mond hoorde ik hem ineens “Zie ginds komt de stoomboot” uit mijn harmonica halen. En “In Excelsis Deo” uit de blokfluit. Verzoeknummers? Hij speelde ze allemaal, na één of twee keer proberen. En zag hij ergens op een familiefeest een piano of een elektronisch orgel, dan ging het daarop ook.
Toen ik eens in de zomervakantie bij mijn opa en oma logeerde, nam hij me mee naar een repetitie. Hij bleek die avond de paukenist te zijn, ergens achter in het orkest. Ik zat heel stil naast hem op een krukje op het podium en keek tegen de ruggen van de andere muzikanten aan. Van de dirigent zag ik alleen het opgewonden hoofd en het stokje. En daar achter een grote zaal vol lege stoelen.
Hier, gebaarde opa, sla ook maar een beetje mee, en hij gaf me een stok met een zachte bal van vilt aan het uiteinde. Eerst zachtjes, maar steeds harder sloeg ik er op los. Maar ik werd te enthousiast. Nooit zal ik vergeten hoe de dirigent zich ineens groter maakte en scherp naar mijn opa keek. Met die blik viel niet te spotten. Nooit zal ik vooral het lieve bedremmelde gebaar van mijn opa vergeten die mij maande om de stok maar aan hem terug te geven. Mijn grote opa, die blijkbaar moest luisteren naar een andere meneer. Hij was dus niet oppermachtig.
Alles alles doe ik voor die pad Eten drinken rond en zat Mijn schilliepillie Mijn stoffiepoffie Doe maar rillierillie Doe maar sloffiesloffie Eet maar lieverd eet je blad Kom dan bij me in het bobbelbad Gaan we samen op het slechte pad Langzaam
Vanwege mijn drukke beroep ga ik zelden naar de dokter. Maar als ik dan ga, dan kaart ik altijd meerdere opgespaarde kwaaltjes aan.
Vorige week had ik er vier: problemen met lezen, een stijve nek, slecht kunnen slapen, en een wat verminderde potentie.
De dokter onderzocht me en vroeg: “Heeft u stress?”
Ik antwoordde: “Niet meer dan anders.”
Hij gaf me een recept voor slaaptabletten en verwijsbriefjes voor de oogarts en voor de masseur. Het potentieprobleem zat waarschijnlijk tussen de oren.
“Stress”, zei hij terwijl hij mij uitliet. “Is het soms de beurscrisis, heeft u veel verloren de afgelopen jaren?”
Op mijn bevestigende antwoord lachte hij: “Niet te zwaar nemen. U kent het gezegde: wat omlaag gaat, gaat ooit weer omhoog!”
De mazzel allemaal de groeten tot ziens en we zien mekaar vast wel weer en zo niet dan is het ook goed zo gaan die dingen het was leuk meestal tenminste en het einde was eigenaardig een krant onwaardig maar daar zijn we na een maand of zes zeven overheen zodat het goede in de herinnering blijft en dat was het dan dag vogels dag bloemen dag kinderen toen kwam de olifant met de grote snuit en die blies het hele blogje uit blup wie mij wil blijven lezen of ontmoeten kan op apiedapie.wordpress.comterecht daar is het inmiddels ook leuk en een drukte van belang maar ik had al gezegd dag vogels en zo en de olifant was er al en het hele blogje was uit blup PUNT
Afscheidsblog op het VK.blog, voorheen aan te treffen hier.
Velen hebben mij gevraagd om eens wat fanmail te publiceren. Ik heb altijd gezegd dat ik daar niet aan begin, omdat het selecteren tot problemen leidt. Pak je een goeie, dan krijg je het verwijt te suggereren dat ze allemaal zo zijn, en dat je een ijdeltuit bent. En een slechte wil je natuurlijk niet nogeens extra aandacht geven. Maar men bleef zeuren, ook in de vriendenkring.
Vandaar dat ik vanavond gewoon alle reacties van de afgelopen vijf dagen (zaterdag t/m woensdag) op een hoop heb gelegd, en er eentje volledig blind uit heb getrokken. Erewoord. Ik heb niet gekeken.
De onderstaande is het geworden, geschreven door een zekere Heer Rozenwater en hij vergelijkt mij daarin met een andere blogger. Waarom weet ik niet. Ik heb de naam van die andere blogger geschrapt, want die komt er niet best af. Hier komt hij (licht gemodereerde versie):
#53 Ik zou X willen omschrijven als de vervelende versie van Apiedapie (oftewel Apie als de leuke versie van X). In feite is X de Mini-Me van Apiedapie (maar dan wel de lelijke versie).
Apie en X hebben veel gemeen: linksig, pleasers, ijdel, als je ze een paar regeltjes schrijft schrijven ze je er veertig terug, ze hebben gevoel voor humor, geloven in een rechtvaardige wereld, snel op hun teentjes getrapt, vergevingsgezind, religieus etc.
Maar veel belangrijker is het IMMENSE verschil tussen Apie en X! Waar Apie ALTIJD de juiste toon weet aan te slaan, mist X ALTIJD de juiste toon. Waar Apie als een adelaar (met brede vleugelslagen) ver boven het aardse gewoel uitstijgt, fladdert X amechtig rond in zijn benauwde kippenblogje. X stoot regelmatig zijn koppie aan het gaas (panisch op zoek naar meer bezoekers), Apie brandt zichzelve uitsluitend aan de zon en de brandvlek staat hem nog goed ook!
By Heer Rozenwater on 17/08/2011 – 19:55
En een dag later deed de lieverd er nog een schepje bovenop (uitsluitend ter wille van de geschiedschrijving hier weergegeven):
“Apie met zijn kwikzilverachtige brein, zijn onnavolgbare associaties, zijn superieure humor, er ligt toch wel een kloof van 150 IQ punten tussen jou en Apie, zeker als het gaat om taalgevoeligheid!).”
De gehele reactie in zijn context staat hier op drasties.
“Graag speel ik zulke muziek dat ik erbij in slaap zou kunnen vallen”, zegt Phocas Kingma, “dat is zelfs één maal gebeurd. Dat zal niet meer voorkomen, want ik heb toch liever dat het publiek in slaap valt.”
Ik vond vorige week een stukje terug uit de “Dordtenaar”, d.d. 28 juli 1979. “Zonder muziek leeft Phocas Kingma niet” is de kop. Het gaat over een jeugdheld, een rolmodel, een eigenwijze muzikant en gebruiker uit Dordrecht. En een vriend van me. De Dordtse Herman Brood.
Ik was een jaar of vijftien en op de brug tussen ouders en wijde wereld. Ik wandelde een tijdje met Phocas mee. Die liet me kennis maken met muziek en alles wat daarbij hoort. We konden samen vreselijk lachen. En als ik bij hem thuis was, keek ik mijn ogen uit en ontdekte hoe het ook kon. Rommel is ok! Kamer opruimen hoeft niet! Vrijheid! “Mensen die het bij me thuis een rotzooitje vinden? Daar kan ik achter staan. Laat die mensen het hier maar komen opruimen.”
Phocas speelde in The Servants en The Living Kick Formation. The Living Kick Formation viel uit elkaar omdat drie leden in Den Haag op het postkantoor stuff stonden af te wegen. Dat deden ze doodkalm terwijl over hun schouders een politie-agent stond mee te kijken. Dat leverde destijds zes weken cel op. Met de band Snowflake kreeg Phocas vervolgens landelijke bekendheid, vooral toen ze samen met Humble Pie (Peter Frampton) speelden. Boudewijn de Groot produceerde hun succesnummer “Angel in the Sky“. Ze speelden in de Melkweg en Paradiso. Maar vielen uit elkaar toen een grote brand hun geluidsinstallatie (ter waarde van zesduizend gulden) vernietigde. Dat kon toen nog. En nooit een album gemaakt …
het nieuwe Snowflake zonder Phocas
Phocas is niet meer. Toen ik hem een paar jaar geleden probeerde terug te vinden via het management van het opnieuw opgerichte Snowflake, emailde zijn vroegere vriendin dat hij was overleden. Ik kan me als doodsoorzaak alleen maar een overdosis voorstellen. Maar ik heb het niet gevraagd. En ik weet dat hij ever since ergens daarboven op zijn gitaar zit te pielen. For sure.
Het krantenknipsel heb ik vanavond ritueel verbrand. Samen met mijn schoolvriend uit die tijd. Het ritueel was dat we er veel bier bij dronken en herinneringen ophaalden aan Phocas en aan onze jeugd. We waren het erover eens dat we voor een echt passend eerbetoon het knipsel hadden moeten oprollen en oproken. Sorry Phocas, we zijn te braaf geworden inmiddels. Benieuwd hoe jij nu zou zijn geweest, je zou 64 jaar oud zijn. Sommige mensen kun je je niet als bejaarde voorstellen. Forever young. Da’s het mooie als je te jong sterft.