Het leven lief elke dag

Vandaag precies 

Zoveel jaar geleden 

  

Over de kop 

 Vliegende dokters  

 Opereren 

 

  

beter worden - 3

  

  

 “Geluk” gehad

Kracht gevonden

  Weer lopen leren

 

Klaar

 

  

beter worden - 2

  

 

Ik leef

En heb

Het leven lief

 

Elke dag

 

  

beter worden - 1 

 

 

 

Illustraties Apieknapie (mijn zoon).

 

 

Advertenties

Als je parkeert bij dit bord, hoop ik dat je invalide wordt

Over vrijheid en gelijkheid kunnen we het later misschien nog weleens hebben. Maar de zoektocht naar broederschap (v/m) in Frankrijk heb ik inmiddels opgegeven. Als je als werknemer je recht wil krijgen, dan moet je staken. In de winkel wordt er genadeloos voorgedrongen. In de jungle van het verkeer is voorrang geven iets voor mietjes en buitenlanders. En loop alsjeblieft nooit zomaar een zebrapad op, zelfs niet met een kinderwagen. 

Als toerist merk je het niet, maar als expat wel, na een paar jaar: je ziet in Frankrijk vrijwel geen invaliden op straat. Je ziet ze niet op het werk. En je ziet ze niet in het theater of de metro. Invalidenliften zijn er niet of ze zijn goed verstopt. Zelfs goede Franse kennissen generen zich om te vertellen over hun gehandicapte familieleden. Die zijn zwak, zielig en onbelangrijk.

Van de zomer, tijdens een optocht op de Champs d’Elysees, stond het publiek rijen dik. Twee forse vrouwen in regenpakken versperden het blikveld van een meisje in een rolstoel. Ze had al een paar keer vriendelijk gevraagd of ze even opzij wilden gaan. De vrouwen weigerden botweg. Eerst met een schouderophalen en toen door haar toe te bijten “dan had je maar eerder moeten komen.” 

Ik baarde toen veel opzien door de dames op de schouder te tikken. Toen ze zich omdraaiden zei ik ze dat ze problemen met mij zouden krijgen als ze niet aan de kant gingen. Ze deden het. Het gehandicapte meisje was dankbaar. De dames vonden me een onbeschofte buitenlander. Maar het merkwaardigste: ook de omstanders wierpen me afkeurende blikken toe. Tja, een directe Nederlander in een indirect land.

Fatsoen moet je doen? We komen er zelf wel uit? Nee dus. In Frankrijk moet het van boven komen. Dwang. En dit soort verkeerde borden zijn kennelijk nodig. 

 

Eerder verschenen op drasties, in de serie ‘Jammer dat er Fransen wonen’.

 

 

In Mumbai werd ik uit de taxi gezet. Onterecht! (3)

De taxi reed Marine Drive op, de boulevard die Mumbai in de vorm van een halve maan van de zee scheidt. Ach, dacht ik, hoeveel mooie momenten heb ik hier al niet meegemaakt? 
 
Een paar blokken verderop wist ik het voormalige huisje van Mahatma Gandhi, nu een ingetogen museum met zwartwit foto’s en spreuken.
 
The world has enough for our needs but not enough for our greed.“ Nog altijd actueel helaas. 
 
mumbai marine drive rechtgetrokken 
 
De prachtige koepel bovenop het Intercontinental gleed voorbij. Ik dacht aan dure whisky. dan de zinderende live-muziektent „Not just jazz by the bay“.  Ik dacht aan goedkoop bier. En ook aan ontmoetingen met lieve mensen. Warme gevoelens van geweldloosheid, schoonheid en tederheid deden me stralen als een zonnetje.

Nieuwsgierig keek ik naar de passanten. Stond het leed hen nog op het gezicht geschreven? Zouden ze schrikken als ik ineens „boem!“ zou roepen?
 
„Smakeloos, sir!“ draaide de chauffeur zich ineens om.
 
Nee hè! Ik had weer eens hardop gedacht. Ik rekende af en stond binnen een halve minuut buiten. Een tikkie zwetend van de schaamte. Want ik had het helemaal niet zo erg bedoeld. Dat had de chauffeur kunnen weten als hij mij wat langer had gekend.  
mumbai palmen
Toevallig stond ik wel precies voor het Oberoi hotel, een van de plaatsen waar de terroristen hadden toegeslagen. Er was niks te zien. Geen geblakerde muren, geen gesprongen ramen, geen uit het lood hangende deuren. Het leven ging hier gewoon door. Wat een teleurstelling moest dit zijn voor ramptoeristen, dacht ik, maar ja, het is ook al weer bijna twee maanden geleden. 
 
Te voet kwam ik sneller vooruit en al gauw liep ik het centrum in.  Ik raakte zoals altijd verrukt van de betoverende afwisseling van wolkenkrabbers, spiegelpaleizen, en Victoriaanse villa’s.
 
 
mumbai oma
 
En om de hoek geurden de specerijenstraatjes waar de safraan goed en goedkoop is, en waar de omaatjes met waardigheid op straat zitten. Maar ook de toeterende auto’s hoorden erbij, de krakende handkarren en de smerige moordende bussen.
 
Ik liep verder en zag ineens in de pui van een café … kogelgaten! Echte. met een politieman ervoor. Nu ging het dus toch beginnen … 
 
mumbai leopold exterieur
 

Dit is deel 3 van een langere serie. Deel 2 staat hier. En hier staat deel 4. Alle foto’s zijn eigengemaakt.
 
Veel heeft eerder ook op drasties gestaan, voor het behoud van spanning wordt klikken op die laatste link afgeraden.

Kleine egeltjes

 

Ik houd niet van egeltjes
         

werp ze om als kleine kegeltjes 

 

 

gooi een strike of een spare 

 

 

dan houden ze op met hun geblèr.

 
 
 
Eerder verschenen op drasties, uit de bundel “Hard voor de Natuur”, ©2010 Apiedapie, voorpublicatie

Hold on world, it’s gonna be alright

Amsterdam, december 1980. Tegen mijn tranen vechtend liep ik, in mijn tienerjaren, mee in de demonstratie tegen de moord op John Lennon. Ik was namelijk zijn grootste fan.
 
De Beatles waren van voor mijn tijd. Maar John’s eerste solo-elpee, met de Plastic Ono Band, had er bij mij stevig ingehakt. Op een cassette opgenomen van een rijper schoolkameraadje en ‘s avonds laat met mijn cassetterecorder in bed net zolang afgespeeld totdat ik in slaap viel. En de volgende avond weer.
 
 
lennon plastic ono band hoes  lennon plastic ono band hoes achterkant
 
 
Die recorders hadden een keiharde tik als ze afsloegen. God, Hold on John, Isolation, Look at me, Mother  … allemaal tot mij gekomen via een piepklein monorecordertje met een nog kleiner oortelefoontje.  Maar na My mummy’s dead ging het van “pok!” en dan schrok ik toch weer wakker.
 
Working class hero was het eerste liedje dat ik met de gitaar kon spelen en zingen. Am en g, af en toe een d. Dat ging dus wel. John heeft me gitaar leren spelen.

Later toen ik mijn eerste geld verdiende heb ik één voor één alle elpees gekocht. Als een kind zo blij was ik iedere keer als ik uit de platenwinkel kwam met weer een hoes bij de muziek die ik al van de cassettebandjes kende. Op de fiets naar huis met Walls and bridges: kindertekeningen, uitklappen, gewoon een hoop mee te beleven, die hoezen van vroeger.
 
 
 
walls and bridges brillen   walls tekening

 
Ik kan me afgezien van mijn schoolkameraad niemand anders herinneren die mijn passie deelde. Iets dat ik niet begreep. Over Yoko werd schamper gesproken. Merkwaardig. Ik kon me daar niets bij voorstellen. Hoewel ik pas veel later haar avantgarde kunst ben gaan bewonderen. En hoewel er nog altijd een paar Yoko-songs zijn waar ook ik echt niet naar kan luisteren.
 
Wat misschien niet meehielp voor mijn omgeving was de radicale periode in New York, waar ze vechtend voor de vrede soms hard te keer gingen. Ik vond Sometime in New York City schitterend. Een hoes als een krant, met de songteksten als artikelen. En het cynische Woman is the Nigger of the World – die scheurende sax!!! – was nog één van de minst scherpe songs …. Verder veel politieke stukken waar ik van de muziek, afkomstig van de rauwe Elephant’s Memory Band, uit mijn bol ging, maar van de teksten zelf in feite weinig begreep. Te jong.
 
 
lennon some time in nyc

John Lennon was out in de tweede helft van de jaren zeventig. Een artiest in ruste. Niemand die dacht dat hij nog terug zou komen. Ergens moet ik nog een brief hebben liggen, waarin ik hem vraag of hij alsjeblieft, alsjeblieft nog een keer wilde gaan optreden. Maar toen hij in oktober 1980 met zijn Double Fantasy album onverwacht zijn comeback maakte voelde het merkwaardig genoeg bijna vervelend voor me om te merken dat ik niet zijn enige fan was!
 
Natuurlijk was die eerste elpee magie. Nieuwe Lennonsongs die ik niet jaren na het uitbrengen voor het eerst hoorde, maar nu ook op het zelfde moment als iedereen. Just like starting over, I’m just watching the wheels go ‘round and ‘round, ontroerde en overrompelde me meteen. En veel later toen ik zelf een zoontje had, ging ik het slaapliedje voor zijn zoon Sean waarderen. The Monster is gone you’re Daddy is here. En Life is what happens to you while you are busy making other plans.
 

lennon double fantasy 1  lennon double fantasy 2

Tja, het zou er dan toch bijna van hebben gekomen. Hij zou in 1981 op wereldtoernee gaan, en ik zou mijn idool dus toch in het echt zijn gaan zien.
 
Het nieuws van de moord op de 8e december, gepleegd door de diep-gestoorde zielepiet Chapman, drong bij mij niet onmiddellijk door. Verdoofd liep ik de volgende dag over straat, me verbazend dat alles gewoon doorging. Gelukkig kon ik naar Amsterdam. En daar merkte ik dus dat ik zeker niet de enige fan was. Hoewel er in de optocht ook af en toe Paul McCartney nummers werden gezongen. Grrr. Maar op die avond geen wanklank.  „Give Peace a Chance“ zongen we vooral. Zonder ophouden.
 
“Met John Lennon is ook de vrede vermoord“, zei ik in de camera van Brandpunt. Mijn eerste tv-interview. Later zou ik horen dat ze thuis zo hard hadden geschreeuwd om vader uit de schuur en moeder uit de keuken te halen dat niemand had verstaan wat ik nog meer had gezegd. En zelf wist ik het niet meer.
 
Nog regelmatig denk ik wat John nog allemaal gedaan en nog allemaal gemaakt zou hebben. Het is inmiddels dertig jaar later. Er is – uiteraard – nog altijd niks veranderd. Oorlog. Haat. Domheid. Overheden die hun burgers afluisteren en vervolgen.  
 
They hurt you at home and they hit you at school, they hate you if you’re clever and they despise a fool.”  
 
 
lennon statue of liberty    lennon cartoon
 
 
Hij had er natuurlijk ook niets tegenover kunnen stellen. Niets meer dan haarscherp begrijpen wat er aan de hand is, en daarover schrijven in recht-voor-zijn-rape woorden die direct naar de ziel gaan en waarvan je voelt dat je naar jezelf luistert.  Maar dan wat
 
God is a concept by which we measure our pain.”  
 
John en Yoko zouden tot op hoge leeftijd “just a boy and a little girl” gebleven zijn, “trying to change the whole wide world.” 
 
Yoko strijdt in haar eentje onvermoeibaar door en is luider dan ooit aanwezig, vooral ook op twitter en facebook.
 
John Lennon en het internet … tja, ik zou toch graag een blogje van hem gelezen hebben. “East is east and west is west, the twain shall meet, east is west and west is east, let it be complete.“
 
imagine
 
 
En wat doe ik? Nog altijd, elke keer als ik in New York ben, hoe vaak ook per jaar, loop ik naar Central Park, ik slenter wat door Strawberry fields, ik kijk naar de bloemen, naar de giechelende schoolklassen, naar de ouwe hippies, de verliefde stelletjes, en ik luister naar het slappe geklets van de New-Yorkers op de bankjes, en ik ga zitten en sluit mijn ogen. Soms lang. Soms kort. En soms maak ik een foto.  
 
Dan sta ik op en loop naar de Dakotabuilding. Temidden van de toeristen sta ik dan gewoon maar een beetje dom naar boven te kijken, naar het appartement waar Yoko nog altijd woont. Waarom ik dat doe? Goeie vraag. Maar ik voel me altijd goed, en ik weet dat ik daar moet zijn. Op dat moment. En dan draai ik me om en loop weg.
  
Hold on world, it’s gonna be alright
 
 


 

Fullscreen alsjeblieft

Ik bereid me voor op een belangrijke presentatie over mijn werk. De zaal roezemoest in blijde afwachting. Stijf in het pak wacht ik op de eerste rij op mijn beurt.
 
Nadat ik het spreekgestoelte heb beklommen, is er ineens een lichte paniek. Mijn powerpoint-presentatie laadt niet. De technici doen van alles, maar de computer kan mijn slides niet lezen. Uiteindelijk stel ik voor om dan maar snel mijn eigen laptop op de projector aan te sluiten.
 
Waar ik geen rekening mee heb gehouden zie ik even later als de verbinding is gemaakt. Mijn desktop is minutenlang levensgroot zichtbaar voor het belangstellende publiek.
 
“Apiedapie Neuken”,Enge mannen die chatten”, “Apie keihard plassen” zijn enkele bestanden die ik ooit voor het gemak bovenin het scherm had geparkeerd.
 
Schaapachtig grinnikend weet ik de powerpoint na een paar minuten op fullscreen te krijgen.

 
Eerder op drasties verschenen.

Heimelijk verliefd op mijn tandarts

Een nonchalant samenspraakje met Appelvrouw hier op het vkblog groeide uit tot levensles. Aanleiding: haar waterpik. Een beginnende onvoltooide romance kwam ineens terug. Waarom heb ik het toen niet doorgezet? Kwistetnie. Nu wel. Zelfkwelling. Mooi toch? Ik houd daar wel van, een beetje zelfkwellen op zijn tijd. 

 Apiedapie 03-12-2010 14:36

Indrukwekkende artillerie! Ik doe het gewoon met een tandenborsteltje en parodontax, die lekkere zoute tandpasta. Echt stralend witte tanden heb ik niet, volgens mijn tandarts (waar ik heimelijk verliefd op ben) gewoon de natuur en niet erg, heeft ze zelf ook.Zo’n waterpik nooit geprobeerd, maar volgens mij kan ik ook zelf heel erg hard spoelen, van links naar rechts, dat de wangen er van opbollen en het dan zo keihard in de wasbak uitspugen dat het spat. Zonder hulpmiddelen. Puur natuur. Ook goed voor de wang- en tongspieren. Handig als het toch ooit nog iets met die tandarts wordt.

Appelvrouw 03-12-2010 15:06

@ Apiedapie,
Tsj… tongspieren voor als het nog iets met de tandarts wordt? heb jij ook een vrouwelijke of heb je liever een man?
Ik hou mijn tongspieren voor praten en eten in conditie, en natuurlijk de salmiakballen van Napoleon, maar verder niet hoor.

Apiedapie 03-12-2010 21:44

@Appelvrouw, ik heb een vrouwelijke tandarts, en nog een hele mooie verrukkelijke sexy ook, toch heel naturel, en maar een beetje flirtend. Een feest elk half jaar. Zo jammer dat ik altijd binnen tien minuten weer buiten sta. Bijna hadden we een afspraakje, paar jaar geleden, maar er kwam iets tussen. En nu kijken we elkaar alleen maar verliefd aan, wachtend op een volgend leven.

 03-12-2010 22:26

Apiedapie,
Aha… naturel is fijn.
Ga jij elk half jaar? Ik maar eens in de 13 maanden, of 14.
Dat afspraakje ging zeker niet door omdat je niet goed gestookt had!
Weet je zeker dat ze jou aankijkt en niet je tanden?

  Apiedapie 03-12-2010 23:58
Appelvrouw, ze kijkt altijd eerst heel goed naar mijn tanden, het is een vakvrouw zonder weerga. Maar af en toe kijkt ze me ook onderzoekend in de ogen, en dat is niet nodig voor een gebit. Vervolgens als het klaar is, en ik opgelucht weer naast de stoel sta, aarzelt ze, vraagt nog een vraagje hier of daar, bloost ook (of verbeeld ik me dat, ik zelf bloos in ieder geval wel), en dan, nou ja, dan schudden we elkaar de hand, ze heeft een heel fijne hand, en we gaan uiteen.Een keer hebben we telefoonnummers uitgewisseld en afgesproken op Amsterdam CS, voor na haar dienst, maar toen kwam er iets tussen, en ik moest het afbellen. Ik dus. Niet zij.Ik denk dat zij zich inhoudt omdat de assistente erbij is, en ze de schijn voor haar collega wil ophouden dat ik gewoon maar een patient ben. Ik ben meer voor haar. En zij voor mij. Toch wordt het niets, want ik vind het een eng idee om met een tandarts te gaan.
 Appelvrouw 04-12-2010 10:31

@ Apiedapie,
Nu volgt er een romance
Wijs haar op dit blog… onder het mom van advies over de waterpik (of netjes: monddouche). Je weet nooit!
Een blozende man is verlegen, dat legt een drempel. Als je haar telefoonnr nog hebt kun je het toch nog eens proberen?
Maar zelfkwelling is ook wel lekker, nu snap ik waarom je twee keer per jaar gaat en niet eens per jaar.
Ook al is ze tandarts, ze is ook vrouw, en een blozende vrouw die jou doet blozen en diep in de ogen kijkt en verlangen opwekt, en angst.
Heerlijk, naar zo’n tandarts, maar dan een manlijke, wil ik ook wel twee keer per jaar.

Appelvrouw’s blog over de waterpik staat hier.
 

In Mumbai stond ik in de file. En hoe! (2)

In de taxi die me van het vliegveld naar de stad hobbelde, begon de chauffeur onmiddellijk zijn verhaal. Om de paar minuten keek hij me daarbij via zijn spiegeltje aan. Elke Mumbaier, zo zou ik al snel ontdekken, begon ongevraagd over 26/11 te praten. Het drama zat nog altijd in de hoofden.
 
De geruchten waren het ergst, die eerste dagen, zo vertelde hij. Een busje met zwaar bewapende commando’s reed rond en zaaide dood en verderf. Je was nergens veilig. Alleen in je eigen huis. Daar keek je tot diep in de nacht naar de TV. En de volgende morgen werd je wakker met dezelfde beelden. Het hield niet op!
 
mumbai waterauto
 

“Maar taxi driver”, vroeg ik om de man af te leiden. “Hoe heet het hier nu eigenlijk? Mumbay of Bombai?  En waarom? En sinds wanneer?”
 
De chauffeur vertelde over een nationalistische partij die het een jaar of tien geleden voor het zeggen had gehad. Een rechtsig cluppie. Trots op India. En ze waren voor de vrijheid. Die partij vond dat India voor de Indiërs was en dat het engelsklinkende Bombay moest worden omgedoopt tot Mumbai. Een verandering die nog altijd niet helemaal is geaccepteerd. Mijn gesprekspartners, rasechte Indiërs, trots op hun land, waren stuk voor stuk voor Bombay, omdat dit ‘meer cosmopolitisch klinkt’. 

Maar nu wilde ik toch graag tot de kern van mijn missie doordringen. En dat was niet kletsen met chauffeurs en andere zogenaamde informanten. Dat was niet luisteren naar onzinverhaaltjes dat alle rampen in Mumbai altijd op de 26e van de maand gebeurden. Overstromingen, bomaanslagen op treinen, ja, zelfs aardbevingen en de tsunami hadden zich aan dit ongeluksgetal gehouden.
 
Ik wilde nu alsjeblieft! meharbani seh!! please!!! eindelijk!!!! met eigen ogen de plaatsen des onheils bezoeken. En snel. Waar waren de hotels? Waar was de Taj?
 
 
mumbai rode bus
 
We stonden al meer dan vier uur in de file. Een grote rode bus versperde het uitzicht. Yeah, this is Mumbai zoals ik het ken, dacht ik gelaten. 
 
Maar, hup, daar gingen we eindelijk. Luid toeterend en allerlei mensen, mensjes, dieren en diertjes op haartjes na missend ging het weer verder. Het verkeer in Mumbai is het bewijs dat God bestaat, gromde de chauffeur. Al die mensen die we net niet dood rijden.  Dat krijgt alleen God voor elkaar.
 
We naderden de wijk met de hotels. Wat zou ik te zien krijgen? Was het maar vast volgende week …

Dit is een vervolgverhaal. Deel 1 vertelt hoe ik ben aangekomen in Mumbai, nog geen twee maanden na de aanslagen van november 2008, om te kijken hoe de stad erbij ligt. Deel 2 gaat over de taxi-rit en staat hierboven. Deel 3 staat hier. En daarna komen er nog meer delen, net zolang tot de spanning niet meer zindert en we weten of er een happy of droevig einde in zit.

Alle delen zijn ook – in een andere niet zo geweldige versie – op drasties gepubliceerd. Wie de spanning erin wil houden, klikt dus niet op dat linkje. Daarom schrijf ik dit ook zo klein.

Wist je het al van mevrouw van der Pol?

Wist je het al van mevrouw van der Pol
Die kreeg het gisteren in haar bol
Mevrouw’s gemoed schoot vol
Ze sloeg, ze sloeg, ze sloeg verdorie op hol.
 
Mw. Van der Pol trok haar mantel aan
En is toen naar buiten gegaan
Daar scheen een halfje maan
Toch is zij niet blijven staan.
 
Mw. Van de Pol begon te lopen
Klom over heuvels en hopen
Is zelfs door een klein tunneltje gekropen
Totdat ze eindelijk haar nieuwe tasje kon kopen.
 
 mw. van der pol
 
Gemaakt voor Barbara Jansma, in het kader van haar beppe maaike’s ondraaglijke vertellingen Haar illustratie was de inspiratie. Dat tasje is mevrouw van de Pol’s oude tasje. dus dan begrijp je het wel. Zou ik ook van op hol slaan. Als ik een mevrouw met een tasje was.