Het begon vrij normaal. Bos, bladeren, lanen, een watervalletje hier en daar. Dit dus:
Mooi in het echt, maar saai op een plaatje. Lees verder “Lente. Rare stronken. Scroll it fast!”
Het begon vrij normaal. Bos, bladeren, lanen, een watervalletje hier en daar. Dit dus:
Mooi in het echt, maar saai op een plaatje. Lees verder “Lente. Rare stronken. Scroll it fast!”
Er waren eens zeven kleine huisjes die met hun moeder op een eiland in de oceaan woonden. Boven het eiland woonde een gemene wolk die graag huisjes at.
Op een dag moest moeder naar de stad om boodschappen te doen.“Passen jullie wel op voor de wolk? Alleen open doen voor mij en voor niemand anders” zei moeder. “Ja mama, wij passen wel op, we zijn geen babyhuisjes meer” zeiden de huisjes.
Toen moeder uit het zicht was kwam de wolk naar beneden en hij belde bij de huisjes aan. “Huisjes, doe eens open, ik ben jullie moeder en heb iets vergeten mee te nemen” zei de wolk.
Eén van de huisjes wou opendoen maar het slimste huisje hield hem tegen. “Ik weet dat je de wolk bent, want je stem is veel te lelijk!”
Dat is nou jammer, dacht de wolk. Wat nu? Snel steeg hij op en haalde een pot honing.
Weer bij de huisjes aangekomen nam hij een grote hap voorjaarshoning. Dat is de beste die er is. Zijn stem werd er een stuk zoeter van.
“Huisjes doe eens open, jullie moeder is er” zei hij. De huisjes waren nu gewaarschuwd en ze vroegen aan de wolk om eerst een steen te laten zien.
Jeetje, dacht de wolk en hij wist dat als hij zijn nevelige slierten zou laten zien de huisjes meteen zouden weten dat hij niet hun moeder was. “Oh wacht, ik heb iets vergeten, ik ben zo terug”.
De wolk steeg weer op. Want daar had hij ook nog een pot met plamuur staan. Op een rekje. Hij nam de pot mee naar de huisjes.
Toen stak hij zijn sliert in de plamuur en veegde ermee over de grond, door het gruis. Hij nam weer een flinke hap honing.
“Huisjes, hier ben ik weer” zei hij toen en hij hield zijn sliert, die nu net op een steen leek door de opgedroogde plamuur en het gruis, voor het raam. “Ja!” riepen de huisjes “Het is onze moeder!”
Ze deden de deur open en meteen vloog de wolk naar binnen. De huisjes renden door elkaar en probeerden weg te komen, maar de wolk kreeg ze allemaal te pakken en at ze allemaal in één keer op. Tenminste, de wolk dacht dat hij ze allemaal op had gegeten, maar één huisje was hem te slim af en verborg zich in de grote staande klok.
Even later kwam moeder thuis. “Jongens, ik ben thuis. Waar zijn jullie?” Niemand antwoordde en ze werd heel ongerust. Ineens ging de deur van de grote staande klok open.
“Oh mama, het is zo erg” stamelde het huisje. “De wolk heeft al mijn broertjes en zusjes opgegeten.” Moeder schrok en rende naar boven, waar zij de wolk hoorde snurken. De wolk lag op het bed van moeder met een heel dikke buik. “Ik doe hem wat” dacht moeder en zag toen dat de buik van de wolk bewoog. De huisjes waren nog in leven in de buik van de wolk!
“Haal snel een schaar, naald en draad!” zei moeder tegen het overgebleven huisje. Dat rende naar beneden en haalde een schaar, naald en draad. Moeder maakte de buik van de wolk open en de huisjes sprongen eruit levend en wel. “Snel jongens en meisjes, haal een paar zware stenen, dan doe ik die in de buik en naai ik hem weer dicht” zei moeder.
Zo gezegd zo gedaan. En even later lag de wolk op het bed van moeder met een dikke buik, vol met stenen. “Nu lijkt hij wel op een huis!” giechelde een huisje.
Moeder en de huisjes verstopten zich en wachtten af wat er zou gebeuren. De wolk werd wakker en had een enorme dorst. Buiten was een diepe waterput. De wolk strompelde ernaar toe met zijn dikke buik. “Ik heb wel heel erg veel gegeten” dacht hij en hij bukte zich om water te tappen. Maar de wolk was veel te zwaar geworden en viel pardoes voorover de put in.
Het laatste wat ze van de wolk hoorde was “blub blub blub” en weg was hij. De wolk was weer water geworden.
En de huisjes? Lachend en dansend kwamen ze te voorschijn en ze leefden nog lang en gelukkig met hun moeder.
Bewerking van het sprookje De Wolf en de Zeven Geitjes, op verzoek van de Heer Rozenwater. Er zijn plannen voor een verfilming.
Het meldpunt Poolse meisjes dat eerder deze week werd gelanceerd, wordt overstroomd met foto’s van Poolse meisjes. “En het zijn niet alleen foto’s”, verklaart de initiatiefnemer, “maar vooral ook verhalen. Hartverwarmende anecdotes, grappige of lieve gebeurtenissen, en ook heel veel herinneringen. Er is niets mis met Poolse meisjes, dat is nu al duidelijk.”
De database heeft al ruim negenduizend (9.000) plaatjes. De overgrote meerderheid van de inzendingen zijn foto’s van Poolse ex-meisjes (43%), waarvan veel uit het oog verloren vakantieliefdes (26%). Verder worden er nog al wat van het internet gegoogelde plaatjes ingestuurd. Lees verder “Meldpunt Poolse meisjes groot succes”
En weer is een zangeres heengegaan. Whitney Houston, 48 jaar jong nog maar. Verbazing, droefenis alom. “I will always love you“, de hartverscheurende liefdesballade uit “The Bodyguard“, klinkt weer uit honderdduizenden speakers, nu gedownload van YouTube.
Het was twintig jaar geleden zo’n nummer dat verliefde mensen echt voelden. Het raakte aan een diepe emotie, een gevoel dat ze niet onder woorden konden brengen … maar dat was dus liefde. Voor vele stelletjes was het “ons nummer”. Een belofte. Een eed.
En voor velen werd het vroeger of later een herinnering aan een voorbije relatie. Ook jaren later voelden ze een schok als het nummer per ongeluk voorbij kwam. Waardoor hun ogen toch even op oneindig gingen en de lippen op liefdevol. Wat ze op dat moment ook maar aan het doen waren, en met wie dan ook. Whitney’s stem wekte dan die intense momenten van liefde, die ergens diep van binnen smeulden, weer tot leven. En het geluksgevoel kon weer worden gevoeld. In puur licht.
Dus ga ik hier vandaag zoals miljoenen andere schrijvers en bloggers schrijven over die onbeschrijflijke mooie vrouw, de beste zangeres, de stem met vijf octaven bereik, die prachtige trillers, die uithaal die maar doorgaat en je bijna letterlijk doet zwellen en zweven vanaf de 3e minuut? Voorafgegaan door die saxofoon die door je beenmerg trekt?
Nee, ik gebruik deze gelegenheid om te denken aan mijn meisje van destijds. Het was ons nummer. Het was onze film. Wij zouden altijd van elkaar blijven houden. Jij denkt aan mij, vandaag, en ik denk aan jou. En dat is goed zo.
Moge ook Whitney rusten in vrede.
Jaarlijks worden er in Italië naar schatting 7000 katten gegeten. Ze worden gebraden of belanden in een stoofpot en worden veelal opgediend met een “polenta” (maisbrij). Kat is een traditioneel gerecht in de Noord-Italiaanse regio’s Lombardije, Venetië en Piemont. Op het doden van huisdieren staat in Italië een boete van meer dan 10.000 Euro. Het kattenvlees wordt dan ook regelmatig als hazenvlees verkocht.
Ook in Zwitserland staat de kat in bepaalde kantons (Appenzell, Bernbiet en Innerschweiz) dagelijks op het menu. De kat wordt hier eufemistisch aangeduid met de benaming “dakhaas“. De Zwitsers peuzelen ook honden op. Schattingen van de hoeveelheid genuttigde huisdieren zijn er niet. In Zwitserland is het niet verboden om je hond of kat op te eten, mits het dier humaan wordt gedood, dat wil zeggen verdoofd.
De kranten “Le Matin“, Tages Anzeiger en “Blick am Abend” berichten hierover en voeren de dierenbeschermer Lorenzo Croce op, president van de organisatie Aidaa, die een campagne is gestart om een einde te maken aan deze praktijken. Hij zegt de openbare mening te willen beïnvloeden en heeft al verschillende rechtszaken aangespannen in zijn geboorteland (Italië). Update: ook ANP/de Volkskrant zijn inmiddels wakker geworden.
Het verhaal wordt bevestigd door een Zwitserse dierenbeschermster, Susy Utzinger, die zegt dat het eten van huisdieren in Zwitserland niet illegaal is, maar ook weer niet zo legitiem dat het wordt toegegeven. Ze voegt eraan toe dat het haar tegen de borst stuit vanwege ethische motieven en dat het eten van vleesetende dieren ook slecht voor het milieu is, omdat dan “vlees met vlees” wordt geproduceerd, hetgeen de natuurlijke grondstoffen tweemaal zo snel uitput.
Een Franse website meldt dat de consument zijn huisdier wel thuis moet opeten. Wordt het vlees namelijk in een restaurant aangetroffen dan kan de inspectie tot sluiting overgaan.
Nog meer huisdierenleed kwam eerder dit jaar uit Duitsland. Daar verkocht een leerhandelaar vesten en jacks van kattenvel op de markt in Leipzig. Voor een vest had hij 8 katten nodig, voor een jack 18. Hij beweerde deze katten van een dierenarts te krijgen. Toen een gealarmeerde journalist hem op de hoogte bracht van het Europese verbod op het verkopen van kleding gemaakt uit honden- of kattenvellen (een verbod dat overigens pas uit 2009 dateert) beweerde de man ineens dat de kleding met konijn- en schapenvellen gemaakt was en hij lichtte zijn hielen.
Gelukkig is er steeds meer internationale belangstelling voor dit leed, tot aan Brazilie toe.
Mensen zijn mooi. Mensen zijn lelijk. Mensen zijn grappig. Mensen zijn bedreigend. Mensen zijn herkenbaar.
Hoofden. Rompen. Penissen. Borsten. Benen. Armen.
Mensen.

Bij toeval liep ik op een grijze zaterdagmiddag het museum “Beelden aan Zee” binnen. Aan de Scheveningse boulevard. Bij Scheveningen hoort gebakken vis. En meeuwen aan de friet. 
Dus dat kon nooit wat worden. Dacht ik. Een half uurtje slenteren. Koffie. Klaar. Ik had niet eens een fotocamera bij me.
Tja. Als een opgetogen kind liep ik vervolgens tig rondjes door het museum. Van zaal tot zaal. Naar boven. Naar beneden. Naar buiten. Naar binnen. En weer naar boven. Buiten. Binnen. Lachte soms bijna hardop. Ik nam foto’s met mijn smartphone. Van alles. Kon niet meer stoppen. En tegen sluitingstijd moest ik met zachte dwang naar buiten worden gevoerd.

Later las ik dat de expositie “Allemensen!” de hoogtepunten van het verzamelechtpaar Scholten bijeen bracht. Het mooiste uit de collectie van Beelden aan Zee.
De werken zijn gemaakt door bekende en minder bekende kunstenaars uit de hele wereld, in tal van stijlen, materialen en maten, met de mens als verbindend onderwerp.

Op de expositie was werk te zien van onder meer Karel Appel, Armando, Stephan Balkenhol, Berlinde de Bruyckere, César, The Chapman Brothers, Sandro Chia, Tony Cragg, Eugène Dodeigne, Yoshimi Hashimoto,
Joep van Lieshout, Giacomo Manzú, Joseph Mendes da Costa, Mimmo Paladino, Charlotte van Pallandt, Berend Strik, Henk Visch, Carel Visser, Han Wezelaar en Ossip Zadkine. Toe maar!

Allemensen! Het mooiste uit de collectie Beelden aan Zee (23 september 2011 tot 22 januari 2012). Juist. Voorbij. Had ik dit niet eerder kunnen plaatsen? Ja. Maar heel veel staat er nog, denk ik … ga maar eens kijken.
Oh, die afgehakte penissen? Voorzichtig scrollen ….
















Net op tijd ga ik zitten. Een waterige straal spuit in de pot. Het stopt even. Ik voel een hevige kramp. Hop, daar komt weer een straal. Het klettert. Het spattert. Het sputtert. Pijnlijk. Maar ook prettig. Stop and go. Een vol kwartier zit ik steunend blij te zijn dat ik weer thuis ben. Waarvandaan? India. Geweldig land. Ik kom er graag. En ik ga er ook altijd graag weer weg.
Buikloop hoort bij India. Of je nou als rugzaktoerist gaat of in vijfsterrenhotels verblijft. Op elke straathoek kun je op smerigheid stuiten. De bankier kijkt vanuit zijn kantoor uit op een slum, waar een open riool doorheen kronkelt. Hij stapt op weg naar zijn auto zonder nadenken over de meest gore hopen afval. De dames in kleurige sari lijken de plasjes die zich op slechs enkele centimeters afstand van hun fraaie schoentjes bevinden niet eens op te merken.
De darmproblemen zijn niet altijd het gevolg van onhygiënische toestanden. Het pittige eten, als je er niet aan gewend bent, en gewoon wat andere bacterietjes dan de gebruikelijke doen het werk. Ook Indiërs zelf, die na een paar jaar verblijf in de Verenigde Staten of elders terugkeren, hebben er last van. En drinken lassi salt (drinkyoghurt) om de maag nog tijdens de maaltijd tot bedaren te brengen.
Na meer dan drie jaar was ik vorige week terug in mijn geliefde Mumbai (of Bombay zoals veel Indiërs zeggen). Ik ging erheen om te werken, te kijken, te zijn, en om vrienden te bezoeken. Ik ging er ook heen om een los eindje in mijn leven recht te breien. Zodat ik het achter me kon laten. Want ook na al die tijd had ik mijn avontuur van toen niet kunnen vergeten. Bolly – het prachtige mysterieuze meeloopmeisje – kon ik niet uit mijn hoofd zetten. Was zij echt een oplichtster? Of was zij zelf ook een slachtoffer? Was ze ontvoerd? Die sneue ballonnenman zag ik nog geregeld voor me. Kortom, ik moest gewoon terug. Ik moest het gaan uitzoeken.
Lees de slotaflevering van het reisverslag van drie jaar geleden hier. Of om er weer helemaal in te komen, lees rustig het hele 13-delige – met eigen foto’s geïllustreerde – feuilleton van toen.
De avonturen van vorige week schrijf ik later op. Stay tuned. Over de marathon, de muziek, de boottocht, de klauterbeproeving, de buddhagrotten met de paartjes, de ballonnenmannen, het winkelcentrum, de witte tijger, het illegale bezoek aan Filmcity (waar de Bollywood movies gemaakt worden), de apen, en over de misdaad. En natuurlijk over mijn speurtocht naar Bolly.
Maar nu was ik eerst mijn handen, pak mijn koffer uit, stop alle kleren – gedragen en ongedragen – diep in de wasmachine, en laat voor mezelf een bad vollopen.
Intussen toont onderstaande slideshow een selectie van de plaatjes die Mumbai II gaan illustreren. Tot het zover is, mogen ze hun eigen verhaal vertellen. Een weekje sightseeing in Mumbai.
Sssst!! OBA Nieuwjaarsgedicht in progress … Dit is een Nieuwjaarsgedicht van tien bloggers (Simen Vrederat, Willm Kalb, Aline, Olijfje, Sjaal/Misja, Anja Verhaar, Svara, Apiedapie, Babbelgoegje en !100-woorden).
Organisator is de Onafhankelijke Bloggers Associatie. Apiedapie’s strofe is nummer acht (voor het gemak even schuingedrukt). Lees verder “Sssst!! OBA Nieuwjaarsgedicht in progress”