Roemenië, is dat niet het land van …

1. Roemenië, is dat niet het land van …?

Transsylvanië, bestaat dat echt of is het een land uit een horrorsprookje?

Vóór we de bruiloft in een orthodoxe kerk in de hoofdstad Boekarest mogen bijwonen, maken we een reis door Roemenië. We vragen ons van te voren af wat we al weten van dat land. Vage gedachten aan beren en wolven in de bergen, kastelen, Ceaușescu, Roma, het Byzantijnse geloof, de Italiaans aandoende taal. We aarzelen even of er nog steeds het Cyrillisch alfabet wordt gebruikt. En we kennen het verhaal over Graaf Dracula, de oude vampier in Transsylvanië. Geschreven in 1897 door Bram Stoker, en vele malen verfilmd. Transsylvanië, bestaat dat echt of is het een land uit een horrorsprookje? Lees verder Roemenië, is dat niet het land van …

Advertenties

Mopperkont fietst door Maleisië

1. Een onrustige nieuwjaarsnacht in Melaka

Kaart van Maleisie
Malaysia met een piepklein stukje Thailand, Wikimedia Commons

Januari 2011 – De winters in Nederland mogen dan minder koud geworden zijn, het blijven lange maanden, waarin de zon zich weinig laat zien en je alleen moed put uit de zekerheid dat het ooit weer lente zal worden. De voorafgaande vier jaren ontvluchtte ik de Hollandse winters steeds door in Thailand te gaan fietszwerven. Ongeorganiseerde reizen, waarvan alleen de vliegreis vaststond en de rest ter plekke moest worden ingevuld. Ik was twee jaar eerder een paar dagen in Kotha Baru, de meest noord-oostelijke plaats in Maleisië om een stempel in mijn paspoort te laten zetten en daarna weer een maand in Thailand te mogen verblijven. Ik vond het leven daar even aangenaam als in Thailand. Toen ontstond het idee om twee maanden in Maleisië te gaan fietsen. Lees verder Mopperkont fietst door Maleisië

Een sluier los in de wind

1. Een sluier los in de wind

Ze haalt haar handen even door een teiltje water op de grond, schudt ze af en komt –haar handen drogend aan haar schort- naar me toe. Ik sta aan het hek van haar erf en wil vragen waar de camping is, die we aangekondigd zagen op een kleurrijk bordje aan de kant van de weg.

Ze spreekt geen Frans en gebaart dat ik even moet wachten. Ze roept iets naar huis en vrij snel komen twee andere vrouwen aangelopen, allebei net zo traditioneel gekleed als zij. Lange gewaden, sluiers die alleen hun gezichten vrijlaten. Een van hen is niet alleen oogverblindend mooi, maar spreekt ook nog, naast Marokkaans, vloeiend Frans en Engels. Ze legt uit dat er geen camping is, maar dat we zonder problemen kunnen overnachten naast die moskee daar, vlakbij. Het is daar rustig, er is daar geen gevaar. Geen probleem. Pas de problème, no problem. Soyez tranquille. Lees verder Een sluier los in de wind

’s Avonds bij de opgewarmde pasta een biertje (8)

1. Pisvlek

Op Wieringen dachten ze nog steeds op een eiland te wonen, zelfs nadat het in 1924 aan de rest van Noord-Holland was vastgeplakt. Een slag apart, Enakskinderen die het leven hun wil opleggen, zo zagen de bewoners zichzelf het liefst. Buitenstaanders viel vooral de grote, geeluitgeslagen tanden op, nog verder uitstekend dan in de rest van de provincie.

Wieringen_wapen.svgIn 1918 had de komst van de gevluchte Duitse kroonprins Wilhelm de genenpool tijdelijk verrijkt, maar eenmaal afgesneden van de zee hernam het door inteelt ingezette verval van de dorpelingen onmiskenbaar zijn loop. De lange, slungelige armen stonden naar de netten en het zeilgetouw, maar waren ongeschikt voor de bollen, laat staan dat ze gedienstig konden zijn in een stoomfabriek. Wieringen was verzand geraakt in de nieuwe tijd. Lees verder ’s Avonds bij de opgewarmde pasta een biertje (8)

Veel lieve kinderen

1. Het sterfbed van mijn moeder

“Hoe weten ze dat?” vroeg ik aan mijn jongste broer toen hij ’s avonds belde dat Ma op sterven lag. Hij lichtte zijn familie in over het naderende einde. Niet iedereen was in de buurt, maar hij en de oudste twee (van de zes) kinderen wel.

“Ze zien lijkvlekken”.

Die nacht had ik dienst, een van onze patiënten lag in kritieke toestand op de IC. Het is met die diensten altijd een soort Russische Roulette, word je gebeld, wanneer en waarover? Is het nodig om direct naar het ziekenhuis te gaan? Zo’n soort telefoontje verwachtte ik.

Maar dit telefoontje overrompelde me. Lees verder Veel lieve kinderen

Sprong in het heelal (3)

1.Wel liefdevol gemaakt, niet liefdevol ontvangen

Lettertje ten voeten uitGroningen, 1952 Ik was 6 en moest naar de lagere school. Moeder was blij, want op de Gereformeerde kleuterschool waren er behalve ik alleen maar synodale kinderen geweest. “Daar kun je geen vriendjes mee worden,” had ze gezegd. Dus nu naar een school die strenger in de leer was: een artikel 31 omgeving met goede meesters en juffen. Dat was vertrouwd volk, want die zagen we ’s zondags twee keer in de Noorderkerk. Mijn ouders waren in de Gereformeerde kerkscheuring van 1944/45 meegegaan met prof. Schilder, oftewel ze waren “gereformeerd onderhoudende artikel 31” scheuringgeworden. Ik ben na mijn geboorte dan ook niet “verondersteld wedergeboren” gedoopt. Ik moest het zelf maar zien te rooien, dat wedergeboren worden.

Religie maakt meer kapot dan je lief is. Onder andere ons gezin.

Religie maakt meer kapot dan je lief is. Onder andere ons gezin. Later heb ik me, zo gauw dat kon, onttrokken aan de gemeenschap der Kerk. Ik had gemeenschap met een meisje gehad, dat smaakte naar meer en gaf ook meer voldoening, zodoende. Lees verder Sprong in het heelal (3)

Appie en de hoefbekapper

smidDit is een spannend verhaal geschreven door DSR op verzoek van Apiedapie, d.d. 25 november, 2014, 11:54. Het verzoek luidde als volgt:

“Ik durf het bijna niet te vragen, DSR, maar ik zou graag willen dat die rauwe hoefbekapper het jongetje ergens op een hooizolder, of beter nog in een donker schuurtje, inwijdde in andere geheimen des levens. Zodat we lekker kunnen griezelen. Zou dat kunnen, denk je?”

Zitten jullie allemaal klaar? Hier komt het verhaal! 

De hoefbekapper had de hele dag gewerkt. Het was niet meegevallen. De dikke bolle was in een pestbui geweest en het was een hele toer geweest om ‘m in bedwang te houden.

Zijn rug voelde klam van het zweet, en het was alsof er aan het puntje van iedere baardhaar een druppeltje prikte.

Lees verder Appie en de hoefbekapper

Ik had de juiste afslag genomen (20)

 1. Ik ben blank vuil

blue-eyesIk ben blank vuil. Ik ben een tweede-generatie WOII slachtoffer. Mijn moeder zat in een concentratiekamp.

Mijn beide ouders rookten ten tijde van mijn verwekking. Mijn vader was een alcoholist. Ik was bedoeld om het huwelijk te redden. Dit is niet gelukt. Mijn geboorte had op 12 januari 1966 moeten zijn maar het werd Kerstmis 1965. In tegenstelling tot mijn broer ben ik geboren met een televisie in huis. Zwartwit.

 2. Ik ben geboren met een burnout

Ik ben geboren met een burnout. Ik ben blank vuil en ben er trots op. Maar het is niet iets waarvoor ik gestudeerd heb. Het was geen keuze. En trots is eigenlijk niet juist. Ik ben het gewoon. Je bent toch niet trots om geboren te zijn? Spijt. Dat kan. Of boos. Maar dat zijn emoties, en die heb ik niet in overvloed.

Lees verder Ik had de juiste afslag genomen (20)

In Mumbai leerde ik mijn levensles (13, slot)

Heel langzaam voelde ik weer dat er een wereld was. Ik werd wakker. Hoe laat het was wist ik niet. En dat wilde ik ook niet weten. Ik bleef stil liggen. En voelde een loomheid die best weleens Geluk zou kunnen zijn. Volkomen ontspannen. Rustig. Blij. Tevreden.

(Dit is een vervolgverhaal. De vorige aflevering staat hier)

Een flinterdun lakentje bedekte mijn naakte lijf. De airconditioning ronkte. Wat een nacht! Ik kon alleen maar dommig grijnzen. Een lang weekend Mumbai. Het leek een belachelijk idee. Maar het was op een life-changing event uitgedraaid.

Goed en kwaad, zo wist ik nu, zijn overal. Groot en klein. Het zit in iedereen. Wat je ermee doet, bepaal jezelf. Je kunt het kwaad proberen te begrijpen. Maar daarmee komt het bij je binnen. Met de angst. Of je kunt het observeren en gewoon erkennen dat het er is. En dan je eigen leven leiden. Wel alert zijn, maar niet bang. En zorgen dat je zelf, in je eigen kleine wereldje, in ieder geval het goede doet.

Ik had verbondenheid gevoeld. Ervaren hoe het is om met andere mensen te zijn. Ook al ken je ze niet. Je verbonden weten door gedeelde waarden als respect, fatsoen, liefde, normaliteit, en weten dat die bij de grote meerderheid horen.

Ik had ook weer eens, en het was niet de eerste keer, gemerkt hoe gemakkelijk ik me uit het veld kon laten slaan door vervelende gebeurtenissen. Agressie van anderen. Egoïsme. En weer had ik het allemaal veel te diep naar binnen laten gaan. Bijna had ik weer eens ervaren dat je je leven helemaal zelf kapot kunt maken door een te snelle reactie. Eén keer wegstampen bij je geliefde. Eén verkeerde email. Eén verkeerd woord, één verkeerde grap. Als je pech hebt, dan kan het voorbij zijn. Onherstelbaar.

Ik had de vrouw van mijn dromen ontmoet, en ik was gewoon bij haar weggelopen, vanwege niets, vanwege wat ballonnetjes. Waarmee zij niet eens iets te maken had! Als ze me niet – opnieuw – was gevolgd, dan zou ik haar verloren zijn. Voorgoed. Ze zou zo uit mijn leven verdwenen hebben kunnen zijn.

Slechtheid moet je niet willen begrijpen, want als het je lukt, dan word je zelf slecht, in ieder geval ga je er een stapje dichter naar toe. Het hertje moet alert zijn en weglopen als het nodig is. Dat is alles. En dan weer dooreten.

Oh, wat een nacht. Ja, ik had dus ook nog eens de vrouw van mijn dromen ontmoet!!! En … ze wilde een kind van me! Hoe vreemd het ook klinkt. We kenden elkaar nog maar 24 uur. Het was een heel sterk gevoel, zei ze, en ze had me met haar donkere ogen zo diep aangekeken dat ik er duizelig van werd. Yeah!!! En we leefden nog lang en gelukkig …

Ik draaide me zacht knorrend om en tastte naar haar heerlijke warme zachte lichaam.

Maar ze was weg. Ik lag alleen op het queensize bed. Ik keek op mijn nachtkastje. Mijn horloge was weg. Mijn gouden kettinkje. Mijn portemonnee, paspoort, camera, laptop … alles. Zelfs de luxe zeep- en shampooflaconnetjes uit de badkamer waren verdwenen. Het lege rieten mandje lag op zijn kop. Het deurtje van de mini-bar stond open. Leeg. Nog geen Beefeater had ze me gelaten. De TV was er nog, maar de afstandsbediening was ook weg. Alles!

“Strong! Super strong. Look!” galmde het in mijn hoofd.

De ballonnetjes had ze laten liggen.

Zucht, wat een roteinde. Het vorige deel (12) staat hier. En dit is dus het slot. 😦 Op drasties liep het beter af. Maar hier moet de waarheid regeren. Hoe triest ook. The End dus.

In Mumbai staarde ik naar Larry King (12)

Ik lag in mijn hotelkamer, in het Renaissance hotel in Mumbai. Alleen op het queensize bed. Suf naar CNN te staren. Larry King Live.

 

Ik nam nog een flesje Teachers uit de minibar. Het was de laatste. Voor de rest stonden er wat onduidelijke miniatuurtjes aan de binnenkant van het deurtje. Waarom al die andere rommel en maar twee flesjes van wat je echt nodig hebt? Wat moet je met een speelgoedflesje Bordeaux? Wat moet je met die smerige Beefeater? Wat moet je met vieze nootjes waar iedereen al in heeft zitten knijpen? Wat moet je met zo’n stom ronkend koelkastje? In tijden van depressie wil je iets anders. Je wilt een echte fles whisky. En je wilt … roken!

Ik gaf een harde trap tegen mijn rolkoffertje dat naast het nachtkastje stond. Roken? Dat was meer dan vijf jaar geleden! Dat doen we dus niet. De trolley lag op zijn kant. De modderige wieltjes draaiden nog na van het geweld. Het trieste tafereel werd weerspiegeld in de spiegel van de kast.

Als ik nu ga roken, dacht ik, dan is het afgelopen. Dan rook ik zo weer twee pakkies op een dag. Ik was zo trots. Ik voelde me zo goed. Dat gaan we niet doen. Ik draaide ‘room service’ en hoorde mezelf een pakje Marlboro light bestellen (met lucifers).
Soms doe je, als je diep in de put zit, steeds dommere dingen. Je weet dat je het doet. Je weet dat je het niet moet doen. Je weet dat je ermee op moet houden. En je weet dat je het kunt. Maar toch doe je het niet. Je kunt gewoon niet stoppen. En je zakt steeds dieper weg. In zo’n stemming was ik. Er was geen houden aan.

De telefoon ging. Ik nam niet op. De telefoon ging weer. Ik liet hem helemaal uitrinkelen. Jakkes, wat een lelijke man, die Larry King.

Er werd op de deur geklopt. Ik hees me overeind. Daar kwamen de sigaretten. Met een chagrijnige grom deed ik mijn kamerjas aan. Ik keek door het kijkgaatje en deed de deur open.

Daar stond mijn vriendin! Mijn droommeisje uit Mondegar. Mijn redding. Mijn wijs, wijs meisje. Ze zei niets. Teder kuste ze me op de lippen en duwde me op het bed.

Liefde, lieve mensen, overwint alles. Zolang mensen elkaar nog kunnen beminnen zoals wij die nacht, zolang is er nog hoop. En leven.

We zijn nu bijna klaar. Dit is het twaalfde en voorlaatste deel uit de serie. Deel elf stond hier. Deel 13 (slot) hier. En het is dus echt anders geworden dan de vroegere versie van drasties.  Let maar op. Hier wordt de waarheid verteld, hoe beschamend die misschien ook is.
Lees dit ook op mijn vkblog. Maar waarom zou je, het is hetzelfde.