Categorie: Natuur en Dieren
Ik wil een smurf knuffelen …
… en geloof me, die neiging heb ik nog nooit gehad. Een hele dikke knuffel krijgt die smurf van me. Met een passie die ‘ik moest een schaap een tongzoen geven’ van Dorrestijn in de schaduw stelt.
Knuffelsmurf: bedankt! Jij bent, toen de email van de Volkskrant kwam, gewoon aan de slag gegaan, niet alleen voor jezelf, maar voor iedereen. Geen woorden, maar daden. Prachtig gewoon. Je tool is goed, de handleiding prima en de ondersteuning, ook van Ina … daar kan elke helpdesk heel veel van leren.
Ik heb gisterenavond de migratie afgerond, was een eitje, en ik ben vanaf vandaag volledig ingericht hier op mijn nieuwe stek op wordpress (mijn oude stek was het Volkskrantblog).
Nu de bezoekers nog …. welkom dus!
Bijna dood in de Australische woestijn
Een gescheiden vader gaat samen met zijn 5-jarige dochter kamperen, ergens heel diep in de Australische woestijn. Hun auto vliegt in de brand. Ze zijn honderden kilometers van de bewoonde wereld. Ze hebben alleen maar wat water en ze lopen in de brandende zon tegen beter weten in te dwalen. ’s Nachts schuilen ze huiverend bij elkaar. Het duurt al zeven dagen en nachten. Het einde is nabij.
Het meisje zakt in elkaar. De vader weet dat zij niet lang meer te leven heeft. Zelf kan hij ook niet meer. Het water is op. De zon brandt genadeloos. En ze hebben al die tijd niets gegeten. Dan horen ze een helikopter, de man zwaait met zijn hemd, schreeuwt met schorre stem tegen de hemel … maar de helikopter vliegt weg. Geschokt draait mijn zoon zich om: “Nu is het afgelopen!” zegt hij in wanhoop, “dat was hun laatste kans”.
Ik kijk met hem naar een episode van “I shouldn’t be alive“, een tv-serie op Animal Planet over mensen die aan de dood ontsnapt zijn. Ze spelen zich meestal af in de vrije natuur – met lawines, schipbreuken, bosbranden of andere rampen – en laten zien hoe de hoofdpersonen het nèt redden. Gebaseerd op echte gebeurtenissen.
Het is deze keer wel heel confronterend. Ik zie aan mijn zoon dat hij de spanning nauwelijks meer trekt en ik overweeg om naar een andere zender te zappen. Het gaat over een vader met zijn kind. Mijn zoon vereenzelvigt zich te veel met het meisje. En ik met de vader, als ik eerlijk ben.
Uiteindelijk zakt de vader door de knieën en graaft in uiterste wanhoop met zijn blote handen een ondiepe kuil, om zijn stervende dochter nog een beetje schaduw te bieden. Mijn zoon draait zich diepgeschokt naar me om. “Dat kan haar graf zijn, papa!” roept hij uit. Dat zat ik me net ook te bedenken. Zo treurig. Zo erg. Ik moet dit afzetten.
De vader graaft huilend door. Het meisje beweegt niet meer … ineens draait mijn zoon zich naar me om. Zijn gezicht is een en al opwinding, verrukking en heel grote opluchting.
“Papa!” zegt hij nadrukkelijk en met een stralende lach die je alleen maar hebt als je net iets groots hebt ontdekt, “als ze gefilmd worden … dan zijn ze niet alleen! Er is een cameraman bij! Die kan ze redden!!”
de trailer staat hier:
a dad’s worst nightmare

Smerige poten aan de Seine
Terwijl ik langs de Seine jog, springt een grote hond blaffend tegen me op. Zijn smerige poten bevuilen mijn beige Puma trainingsbroek. De eigenaar staat een eindje verderop en kijkt ernaar. Hij roept de hond niet eens terug.
Als ik hem passeer wijs ik op mijn besmeurde broek en kan het niet laten hartelijk “merci!” te roepen. De man ontsteekt in woede en wil me demonstratief een bankbiljet voor de stomerij overhandigen.
Dat dit voor mij niet hoeft, maar dat ik alleen hoop dat hij zijn hond in het vervolg aan de lijn houdt als er een jogger aankomt, en dat hij toch op zijn minst ’sorry’ had kunnen zeggen …. daar snapt hij niets van. Hij is witheet. Echt gebeurd. Tja, directe Nederlander in een indirect land.
Eerder in iets andere vorm verschenen op drasties, in de serie “Jammer dat er Fransen wonen”. Foto boven: iemand anders.
Op de dood van mijn konein
Ik hield toch al niet van konijnen
ze zitten met hun snuffertjes te chagrijnen.
Gaan nooit er eens lijnen
vreten het liefst je gordijnen
van mij mogen ze allemaal verdwijnen.
Konijn, ik zie je ’t liefste in de grond
waar je ooit je worteltjes vond.
Kijk maar uit de konijnenhemel op ons neer
jij huppelt echt nooit meer.
(en nu gaan we verder in het Duits)
Ach Du komisches Tier
hör mal zu, es ist vorüber hier.
Du bist jetzt ein KO
NEIN.

Eerder stond dit treurig vers al eens als reactie op drasties. Pas teruggevonden, hopelijk nog op tijd om opgenomen te
worden in de binnenkort te verschijnen verzamelbundel “Hard voor de Natuur”.
Illustratie: skelet van vrouwelijk konijn. Met dank aan de Plattelandsvereniging Hei, Heg & Hoogeind te Leende. Zij houden wel van konijnen kennelijk. Mag!
Inktvissen zijn vieze glibberbeesten
Inktvissen zijn vieze glibberbeesten
slechts goed voor bruiloften en feesten
als ze goed verhit en gewenteld in de frituur
in ringen worden opgediend na elf uur.

Eerder verschenen op drasties, uit de bundel Hard voor de Natuur (voorpublicatie) ©2010 Apiedapie, het inspirerende plaatje zoals zo vaak weer van multitalent ramirezi
Kleine egeltjes
Ik houd niet van egeltjes
werp ze om als kleine kegeltjes
gooi een strike of een spare
dan houden ze op met hun geblèr.
Eerder verschenen op drasties, uit de bundel “Hard voor de Natuur”, ©2010 Apiedapie, voorpublicatie
Rotspinnen
Ik hou niet van spinnen
niet buiten en zeker niet binnen
ze terroriseren hele gezinnen.
kruipen in je goed en in je linnen
ik kan ze niet beminnen
helemaal niets met ze beginnen
kon ik maar iets op websites verzinnen.
Dan was dit een apart versje geworden.
Nu gaat het wel.
Rotspinnen.
Eerder ergens op drasties. Opgenomen in mijn bundel “Hard voor de Natuur”, ©2010 Apiedapie (voorpublicatie).
Brokjes niet goed
De kat trekt zijn neus op voor het nieuwe kattenvoer. Miauwt niet, maar kijkt verwijtend en eet niet.
Na twee dagen geef ik toe en rijd naar de dierenwinkel om het merk te kopen dat hij wel lekker vind: “Olives”.
Merkwaardige naam voor kattenvoer, maar ja, er zal wel olijfolie doorzitten. Ik heb ook al ginsengbrokjes gezien, hier in Amerika kan alles.
Ik zie het pak niet in de schappen staan en vraag het aan de dierenwinkelbediende.
“Olives??” reageert hij verbaasd. Nee, daar heeft hij nog nooit van gehoord.
Dat ik het hier al maanden lang koop, doet daar niets aan af. Hij zoekt het op in de computer, maar ook daarin komt geen ‘olives’ kattenvoer voor.
Op de terugweg vraag ik me af of ik dit droom. Of langzaam gek aan het worden ben.
In de afvalcontainer vind ik gelukkig nog de lege verpakking. Zucht.

Vies? Eng? Lekkerrrr!!!

