Dit bord viel me op toen ik begin vorig jaar in Mumbai café Leopold bezocht, een van de plaatsen waar op 26 november 2008 een terroristencommando dood en verderf had gezaaid. En onwillekeurig had ik die merkwaardige gedachte: “verboden om mensen in de lucht te laten vliegen”.
Mijn zoveeldelige verslag over deze reis wordt hier op het vkblog gepubliceerd, elke vrijdag een aflevering, totdat het uit is. Vandaag dus even niet, omdat iedereen toch met de kerst bezig is. Apie ook. Een eerdere versie stond ook op drasties.
Kaarten schrijven kun je leren
Mijn negenjarige zoon verzorgt dit jaar voor het eerst zijn eigen nieuwjaarskaarten. Hij schrijft in perfect Frans voor elk vriendje iets persoonlijks.
Prachtig om in deze tijd van email en SMS een jong mens de eerste schreden op het pad van het geschreven woord te zien zetten.
Met de kaarten naar Nederland heeft hij meer moeite; hij gaat naar een Franse school en spreekt alleen met mij Nederlands. En wat heeft hij eigenlijk te melden aan zijn verre familie? Alles wat je zoal beleeft, moedig ik hem aan.
De postbode komt langs. Mijn zoon laat een enveloppe zien, afkomstig van oom Wim. Nu heb je een voorbeeld, knik ik hem toe.
Hij scheurt de enveloppe open, klapt de voorbedrukte kaart uit en laat hem verbouwereerd aan me zien. Rechtsonder in de hoek staat geschreven: “Wim en Annie”.
Eerder verschenen op drasties.
Op de dood van mijn konein
Ik hield toch al niet van konijnen
ze zitten met hun snuffertjes te chagrijnen.
Gaan nooit er eens lijnen
vreten het liefst je gordijnen
van mij mogen ze allemaal verdwijnen.
Konijn, ik zie je ’t liefste in de grond
waar je ooit je worteltjes vond.
Kijk maar uit de konijnenhemel op ons neer
jij huppelt echt nooit meer.
(en nu gaan we verder in het Duits)
Ach Du komisches Tier
hör mal zu, es ist vorüber hier.
Du bist jetzt ein KO
NEIN.

Eerder stond dit treurig vers al eens als reactie op drasties. Pas teruggevonden, hopelijk nog op tijd om opgenomen te
worden in de binnenkort te verschijnen verzamelbundel “Hard voor de Natuur”.
Illustratie: skelet van vrouwelijk konijn. Met dank aan de Plattelandsvereniging Hei, Heg & Hoogeind te Leende. Zij houden wel van konijnen kennelijk. Mag!
In Mumbai voelde ik aan een kogelgaatje (4)
In de deuropening van café Leopold bleef ik aarzelend staan. Binnen in de schemering werd het bier rondgedragen en zaten de toeristen te babbelen. Ik raakte de marmeren steenplaat aan. En de vijf onbetekenende witte putjes steengruis. Kogelgaten. Maar dat moest je weten. Kogelgaten zijn in feite onbetekende putjes. Ook als ze in een mensenlijf zitten.
Een politieman stond op wacht, stoer en imponerend. Ik dacht aan een verdronken kalf en een put en ging naar binnen. Bij het passeren zag ik dat de agent angstig keek.


Met onzekere stap liep ik door de bar. Wat moest ik hier? Ik was nooit in Leopold geweest. Moest ik hier nu ineens wel gaan zitten en iets drinken? En me dan griezelend voorstellen hoe het nog geen twee maanden geleden was gegaan? Toen ineens een groepje terroristen uit een busje kwam stormen en begon te knallen? Het gegil? Het ongeloof? De omgevallen stoelen en het versplinterde glas? Waar was ik naar op zoek? Was het de sensatie die me dreef?
Een toerist in een wit polo-shirt keek me aan. Zestiger, het gezicht verdroogd door de zon en de alcohol. Raar petje op. Australiër. Of hij niet wist wat hier gebeurd was, kon ik niet nalaten te vragen. En hoe hij hier nu rustig zijn biertje kon drinken? So what, schouderophaalde de man, rijd jij nooit meer door de straat waar een ongeluk is gebeurd? Kun je je lol op! En hier komen ze niet meer terug. Dit is nu de veiligste plek van Bombay!

Ik ging toch liever naar café Mondegar om de hoek, mijn geliefde stekkie van vroeger. Ik nam een lassi salt en begon over mezelf na te denken. Wat was ik hier eigenlijk aan het doen? Wilde ik me hullen in een deken van vroegere dromen? En wat had dat met die terroristen te maken? Waarom moest ik dit met eigen ogen gaan zien?
Een wel heel erg mooi meisje aan een belendend tafeltje keek op van haar sms’jes en knikte me toe. Ik keek verbaasd achter me, maar knikte toen glimlachend terug. OMG! Je kunt wel zien dat we in de stad van de Bollywood studio’s zijn, dacht ik. Wat een onvoorstelbaar mooie meid! Even leek het alsof de wereld stil stond.

Maar ik had mezelf weer snel in de hand. Ik had een missie. Ik had iets te doen. Al wist ik dan nog niet wat.
Mijn lassi was zo verschrikkelijk zout dat ik een vies gezicht trok. Het meisje keek me verbaasd, bijna bezeerd aan, leek het wel. Maar ik had geen tijd voor nog meer gesprekken. Ik stond resoluut op …
Dit is een vervolgverhaal in een stuk of wat delen. In deel 1 kwam ik aan, in deel 2 zat ik in de taxi, in deel 3 werd ik de taxi uitgezet en nu zit ik lekker in het cafe. Deel 5 staat hier.
Alle foto’s van eigen hand. Het meisje op de foto hierboven is nietsvermoedend, ze hoort er niet bij, zij was het Niet! Later zal duidelijk worden waarom ik dit zo beklemtoon.
Een ruwe eerdere versie van dit verhaal stond eerder op drasties, aanklikken niet aangeraden, want dan is het niet spannend meer, en bovendien loopt het hier anders af, hier wordt de ware toedracht onthuld.
Inktvissen zijn vieze glibberbeesten
Inktvissen zijn vieze glibberbeesten
slechts goed voor bruiloften en feesten
als ze goed verhit en gewenteld in de frituur
in ringen worden opgediend na elf uur.

Eerder verschenen op drasties, uit de bundel Hard voor de Natuur (voorpublicatie) ©2010 Apiedapie, het inspirerende plaatje zoals zo vaak weer van multitalent ramirezi
Wat is Parijs toch een prettige stad om in te wonen. Als je geld hebt
Oh, wat is Parijs toch een prettige stad om in te wonen. Als je geld hebt. Oh, wat kun je er lekker langs de Seine slenteren. Als je toerist bent. Oh, wat flonkert die Champs d’Elyssees mooi met al die lichtjes. Als je aan het shoppen bent. En oh, wat is die Eiffeltoren prachtig!!! Als je alleen omhoog kijkt.
Maar er is ook een andere kant aan de ‘mooiste stad ter wereld’. Er is un autre côté aan de ‘capitale de l’amour’, a whole other side aan de ‘city of light’. Welke? Die van de gewone mensen. Nee, niet de mensen zoals u en ik. Gewone mensen.
En dan gaan we het niet hebben over de vele duizenden tobbers die zich in een gebrekkig openbaar vervoer dagelijks vanuit de voorsteden naar hun werk moeten zien te vechten en terug. Ja! Gebrekkig, heel gebrekkig openbaar vervoer. Ga maar eens in de spits met de metro of RER, dus niet na het café-croissant-toeristenontbijtje als iedereen al aan het werk is. Maar daar gaat het vandaag niet over. Vandaag hebben we het over … liften.
Eerst wat feiten: er zijn 200.000 liften in en rond Parijs. Ze vervoeren dagelijks 100 miljoen mensen. Dat is net zoveel als er dagelijks met de metro en trein gaan. Ze hebben geen last van stakingen. Maar ze zijn dus heel erg vaak kapot, en nee, echt vaker dan elders. Liefst 100.000 mensen stranden er jaarlijks in een lift. Soms voor kortere en soms voor langere tijd. Soms met en soms zonder echte doodsangst. Er gebeuren 2000 ongelukken, waarvan 6 tot 10 heel ernstig of met dodelijke afloop. Elk jaar!
Hoe dat komt?
Meer dan de helft van de liften is ouder dan 20-30 jaar, een record voor Europa. Op zich niet erg, maar ze hebben ernstig achterstallig onderhoud. De gemiddelde Franse huis-, flat- en metrobaas laat zijn bezit liever helemaal in elkaar rotten dan een paar centen uit te geven, zelfs een likkie verf wordt zo lang mogelijk uitgesteld. Ja echt, ik kan het weten. Misschien zet ik de foto’s van mijn huurhuis nog weleens op dit blog. Het plafond van de keuken is een topper bij vrienden en kennissen.
Achterstallig onderhoud? Mais non! Volgens de Franse vertegenwoordiger van Kone (na Otis wereldwijd de tweede liftenfabrikant) is er iets anders aan de hand: “Ik begrijp het ongemak,” zegt de woordvoerder, “maar ja, er is veel vandalisme hè, en als je met twee benen tegelijk in een lift gaat springen, dan moet je je niet verbazen dat de lift automatisch stopt. Dat is een veiligheidsmaatregel!”
Inderdaad, gaan Fransen, dat is bekend, doorgaans huppend de lift in. Het is de Franse variant op het Nederlandse zakkenlopen.
Getverderrie, meneer vertegenwoordiger van Kone! Neem nog een stokbroodje en een slokkie wijn. En verslik u niet!
Want geloof het of niet, er zijn op dit moment meer dan dertig liften (32 om precies te zijn) die voor twee tot zes maanden (!) gesloten zijn, wachtend op reparatie. De mensen in die flats, vaak heel hoge, zitten dan dus gewoon al die maanden zonder lift. Dommage!
De volgende echte verhalen werden begin vorig jaar door Le Parisien opgetekend in een flat die al vier maanden (4 maanden!) zonder lift zit:
– 10e etage. Dina Mohammad had gedroomd om voor de eerste Kerst met haar 8-maanden oude baby een kerstboom in huis te halen. Maar het was voor haar onmogelijk om de boom naar boven te slepen. Ze hebben de feestdagen met zijn drieen doorgebracht; niemand had de moed om bij hen te komen eten. Ze bekent dat ze er van heeft afgezien om fruit en groenten te eten, te zwaar om naar boven te dragen. Het ergste was het toen haar zoontje bronchitis kreeg. Hij had twee keer per dag een behandeling aan huis van de fysiotherapeut nodig. Maar de hulpverlener wilde de trappen niet klimmen en ze moest elke morgen en avond met de baby naar beneden komen.” (eh, een blog over het Franse (para-)medische personeel is in voorbereiding voor deze reeks).
– 11e etage, Eddy Jean, vrachtwagenchauffeur, vader van een baby van 18 maanden: “Ik loop dagelijks 165 treden. Mijn vrouw gaat door de week niet meer uit, ze kan ons kind niet dragen. Ze komen alleen in het weekend buiten als ik er ben om te helpen. Ik zou heel graag verhuizen. Maar dat is onmogelijk. Ik kan mijn meubels niet elf etages naar beneden slepen!”
– Malika Lafgar, 58 jaar, al sinds 18 jaar schoonmaakster in dezelfde flat, nu al vier maanden levend in een nachtmerrie. De emmers water worden na elke trap zwaarder. En na drie etages moet ze naar beneden om ze weer te vullen. Op de terugweg neemt ze volle vuilniszakken mee van bejaarden. Ze is op, mensen, ze kan niet meer. Staken mag in Frankrijk, maar dat kost haar geld en “daar krijg ik onze lift niet mee terug”.
– en als uitsmijter: als Bah Mimiunetu, een 23-jarige vrouw van Afrikaanse afkomst, boodschappen gaat doen, draagt ze eerst haar baby van 14 maanden in een rugzak naar beneden en gaat dan snel haar baby van 3 maanden halen. Ze blijft soms drie weken (!) binnen. Haar man doet de boodschappen en laat de luiers, melk en flessen water in de auto. Elke avond brengt hij een gedeelte naar boven.
Dit ‘schandaal van de kapotte liften’ werd onthuld door mijn lijfblad “Le Parisien“, mijn bericht stond eerder op drasties, maar dat heeft tot nu toe niet geholpen.
Het ga jullie goed
Het leven lief elke dag
Vandaag precies
Zoveel jaar geleden
Over de kop
Vliegende dokters
Opereren

“Geluk” gehad
Kracht gevonden
Weer lopen leren
Klaar

Ik leef
En heb
Het leven lief
Elke dag
Illustraties Apieknapie (mijn zoon).
Als je parkeert bij dit bord, hoop ik dat je invalide wordt
Over vrijheid en gelijkheid kunnen we het later misschien nog weleens hebben. Maar de zoektocht naar broederschap (v/m) in Frankrijk heb ik inmiddels opgegeven. Als je als werknemer je recht wil krijgen, dan moet je staken. In de winkel wordt er genadeloos voorgedrongen. In de jungle van het verkeer is voorrang geven iets voor mietjes en buitenlanders. En loop alsjeblieft nooit zomaar een zebrapad op, zelfs niet met een kinderwagen.
Als toerist merk je het niet, maar als expat wel, na een paar jaar: je ziet in Frankrijk vrijwel geen invaliden op straat. Je ziet ze niet op het werk. En je ziet ze niet in het theater of de metro. Invalidenliften zijn er niet of ze zijn goed verstopt. Zelfs goede Franse kennissen generen zich om te vertellen over hun gehandicapte familieleden. Die zijn zwak, zielig en onbelangrijk.
Van de zomer, tijdens een optocht op de Champs d’Elysees, stond het publiek rijen dik. Twee forse vrouwen in regenpakken versperden het blikveld van een meisje in een rolstoel. Ze had al een paar keer vriendelijk gevraagd of ze even opzij wilden gaan. De vrouwen weigerden botweg. Eerst met een schouderophalen en toen door haar toe te bijten “dan had je maar eerder moeten komen.”
Ik baarde toen veel opzien door de dames op de schouder te tikken. Toen ze zich omdraaiden zei ik ze dat ze problemen met mij zouden krijgen als ze niet aan de kant gingen. Ze deden het. Het gehandicapte meisje was dankbaar. De dames vonden me een onbeschofte buitenlander. Maar het merkwaardigste: ook de omstanders wierpen me afkeurende blikken toe. Tja, een directe Nederlander in een indirect land.
Fatsoen moet je doen? We komen er zelf wel uit? Nee dus. In Frankrijk moet het van boven komen. Dwang. En dit soort verkeerde borden zijn kennelijk nodig.
Eerder verschenen op drasties, in de serie ‘Jammer dat er Fransen wonen’.
In Mumbai werd ik uit de taxi gezet. Onterecht! (3)
De taxi reed Marine Drive op, de boulevard die Mumbai in de vorm van een halve maan van de zee scheidt. Ach, dacht ik, hoeveel mooie momenten heb ik hier al niet meegemaakt?
Een paar blokken verderop wist ik het voormalige huisje van Mahatma Gandhi, nu een ingetogen museum met zwartwit foto’s en spreuken.
„The world has enough for our needs but not enough for our greed.“ Nog altijd actueel helaas.
De prachtige koepel bovenop het Intercontinental gleed voorbij. Ik dacht aan dure whisky. dan de zinderende live-muziektent „Not just jazz by the bay“. Ik dacht aan goedkoop bier. En ook aan ontmoetingen met lieve mensen. Warme gevoelens van geweldloosheid, schoonheid en tederheid deden me stralen als een zonnetje.
Nieuwsgierig keek ik naar de passanten. Stond het leed hen nog op het gezicht geschreven? Zouden ze schrikken als ik ineens „boem!“ zou roepen?
„Smakeloos, sir!“ draaide de chauffeur zich ineens om.
Nee hè! Ik had weer eens hardop gedacht. Ik rekende af en stond binnen een halve minuut buiten. Een tikkie zwetend van de schaamte. Want ik had het helemaal niet zo erg bedoeld. Dat had de chauffeur kunnen weten als hij mij wat langer had gekend.

Toevallig stond ik wel precies voor het Oberoi hotel, een van de plaatsen waar de terroristen hadden toegeslagen. Er was niks te zien. Geen geblakerde muren, geen gesprongen ramen, geen uit het lood hangende deuren. Het leven ging hier gewoon door. Wat een teleurstelling moest dit zijn voor ramptoeristen, dacht ik, maar ja, het is ook al weer bijna twee maanden geleden.
Te voet kwam ik sneller vooruit en al gauw liep ik het centrum in. Ik raakte zoals altijd verrukt van de betoverende afwisseling van wolkenkrabbers, spiegelpaleizen, en Victoriaanse villa’s.

En om de hoek geurden de specerijenstraatjes waar de safraan goed en goedkoop is, en waar de omaatjes met waardigheid op straat zitten. Maar ook de toeterende auto’s hoorden erbij, de krakende handkarren en de smerige moordende bussen.
Ik liep verder en zag ineens in de pui van een café … kogelgaten! Echte. met een politieman ervoor. Nu ging het dus toch beginnen …

Dit is deel 3 van een langere serie. Deel 2 staat hier. En hier staat deel 4. Alle foto’s zijn eigengemaakt.
Veel heeft eerder ook op drasties gestaan, voor het behoud van spanning wordt klikken op die laatste link afgeraden.
