We zijn welkom op drasties

Lieve medebloggers, ik weet niet hoe jullie je voelen, maar ik voel me als een spreeuw, in een grote zwerm, zoekend naar een plekkie, hier en daar neerstrijkend, klaar om weer op te vliegen met de grote groep, want dat is overleven. Temidden van de vele opties op dit moment voor een nieuwe stek, trof ik vanochtend een – voor mij – oude bekende aan: drasties.

De websitebeheerder, JandeWit, een vent van wie we niet veel weten (ik had ooit het plezier hem te mogen interviewen, zie “Jan wil dat we genieten, zonder remmingen”), checkt vandaag bij zijn vaste reageerders wat ze denken van een paar vkbloggers erbij. Hem kennende is dat niet aanschuiven, maar meedoen, je wensen kenbaar maken t.a.v. lay-out, kleuren, rubrieken etc.

Ik copieer hieronder een stukje uit zijn hoofdredactioneel blog van vandaag:

“Iedereen krijgt zijn eigen logo boven ieder stuk dat hij/zij plaatst.
Ieder eigen blog wordt vermeld op de voorpagina van drasties, los van de categorien.
Geen enkele bezoeker hoeft dus nog te zoeken naar hun favoriete blog.

Er is geen censuur of directe controle, er moet slechts aan minimale algemene regels worden voldaan qua presentatie.
Er zijn op drasties al enkele VK-bloggers actief. Apiedapie, Ilona, Vogelman en Ramirezi veelvuldig. Anderen als onder meer Kuifje Simon, rudolfhendriques1 enz. sporadisch. Een voordeel van bloggen hier is dat Drasties zorgt voor moderatie van ongepaste reacties. Drasties heeft een groeiend aantal bezoekers van nu tot zo’n 3.000 per dag.
Graag zou ik een aantal mensen verwelkomen die goed over wetenschap schrijven.
En over religie. Er zitten ook geweldige dichters op het VK-blog. Fotografen zoals Ramirezi die hier al zijn eigen categorie heeft. Apiedapie en Ilona zijn hier begonnen.
Verder denk ik ook aan de VK-cartonisten. En expats, kunstenaars…
Zijn er mensen die zich kritisch bezig houden met het paranormale?=”

drasties logo
___________________________________________________________
Onder de streep (mijn eigen mening dus, van wie heb ik dat afgekeken …?) is:

Het interessante van drasties is dat het al een community is, met brede interesse, voor nederlanders in binnen- en buitenland. Drieduizend echte lezers per dag. Niet irritant commercieel. En bovendien heeft de moderator ruime ervaring met professioneel modereren. Zo heeft hij twee jaar lang op drasties de ikjesmoderatie voor de blogsite van de nrc verzorgd, toen het de nrc boven het hoofd groeide. De nrc-site linkte direct naar drasties. Daarbij is Jan erin geslaagd om een prima balans te vinden tussen modereren en vrijheid blijheid. De nrc, net als de Volkskrant ook aan het zwalken met zijn internetbeleid, heeft vorige week de moderatie weer zelf ter hand genomen. Zolang als het duurt. De site is overigens 100% onafhankelijk.

Ook op drasties zijn zeurkousen natuurlijk niet helemaal te voorkomen, net als hier op het vkblog. En soms strijkt er een troep scheldende paragnosten neer. Maar net zoals hier is negeren het beste medicijn.

De overgrote meerderheid van de reacties en onderlinge babbeltjes is soms net zo leuk of leuker als het bericht zelf. Ik heb drasties altijd de positieve tegenhanger van geen.stijl gevonden. Oprecht geinteresseerd in kunst, drama, poezie, nieuwtjes en het maken van een goede site. De site is dacht ik na geen.stijl ook de tweede in zijn categorie qua bezoekersaantallen en google-ranking in Nederland (maar dat moet JandeWit maar bevestigen of ontkennen, ik dacht dat een keertje te hebben gelezen, maar misschien is dit wel onzin).

Tot zover, je kunt JandeWit mailen via zijn site (linksbovenin: ‘contact us’). 

Bij de nrc maar vooral bij Jan, snik, is het voor mij allemaal begonnen. Ooit. Mijn gemoed schiet vol. Ik ga nu even wenen.

Waar was jij toen je de email las?

Ik zal het nooit vergeten. Ik kreeg het Emailtje van de Hoofdredakteur terwijl ik net lekker door het Nederlandse landschap zoefde, met de Fyra van Rotterdam naar Schiphol. En de blik ging verbaasd van binnen naar buiten …

fyra 1

… vervolgens ongelovig starend in de verte …

fyra2

… om uiteindelijk naar beneden te gaan …

fyra 3

….. het koppie ging naar beneden. Nog steeds. 😦

Ik ben een meisje

“Niet te dichtbij je gezicht!”
 
’’Als hij het niet doet, dan ga je er NIET naar toe, gewoon laten liggen!’’
 
Het zijn dit soort goede raadgevingen die mij tijdens de laatste week van het jaar het mikpunt maken  van meewarig commentaar van mijn zoon.  Als man kan ik me zijn opwinding bij het vuurwerk best voorstellen. Ik ben zelf ook een jongen geweest. Maar als vader wil ik hem de jaarwisseling ongeschonden zien door komen.
 
“Je bent een rund als je met vuurwerk stunt”, die gouwe ouwe slagzin kwam als vanzelf iedere keer bij me op.  Op ons maakte dat nog indruk.
 
Maar hij weet alles al, heeft zelfs, oh gruwel, op YouTube gezien hoe je verschillend vuurwerk met elkaar combineert, hij is een ‘professional’.
Elf jaar oud. Drie jaar geleden hield hij het nog bij sterretjes. Een veiligheidsbril gaat zeker niet op, want dan lacht iedereen hem uit, zegt hij.
 
Zijn ultieme minachting voor me kwam er vanmorgen uit. Hij liet me niet eens meer uitpraten, maar stormde weg.
 
“Meisje!” riep hij over zijn schouder, “Je bent een meisje!”

Verboden mensen op te blazen

 
mumbai leopold bord 
 
Dit bord viel me op toen ik begin vorig jaar in Mumbai café Leopold bezocht, een van de plaatsen waar op 26 november 2008 een terroristencommando dood en verderf had gezaaid. En onwillekeurig had ik die merkwaardige gedachte: “verboden om mensen in de lucht te laten vliegen”.
 
 
Mijn zoveeldelige verslag over deze reis wordt hier op het vkblog gepubliceerd, elke vrijdag een aflevering, totdat het uit is. Vandaag dus even niet, omdat iedereen toch met de kerst bezig is. Apie ook. Een eerdere versie stond ook op drasties.

Kaarten schrijven kun je leren

Mijn negenjarige zoon verzorgt dit jaar voor het eerst zijn eigen nieuwjaarskaarten. Hij schrijft in perfect Frans voor elk vriendje iets persoonlijks.
 
Prachtig om in deze tijd van email en SMS een jong mens de eerste schreden op het pad van het geschreven woord te zien zetten.
 
Met de kaarten naar Nederland heeft hij meer moeite; hij gaat naar een Franse school en spreekt alleen met mij Nederlands. En wat heeft hij eigenlijk te melden aan zijn verre familie? Alles wat je zoal beleeft, moedig ik hem aan.
 
De postbode komt langs. Mijn zoon laat een enveloppe zien, afkomstig van oom Wim. Nu heb je een voorbeeld, knik ik hem toe.
 
Hij scheurt de enveloppe open, klapt de voorbedrukte kaart uit en laat hem verbouwereerd aan me zien. Rechtsonder in de hoek staat geschreven: “Wim en Annie”.
 
 
 
Eerder verschenen op drasties.
 
 

Wat is Parijs toch een prettige stad om in te wonen. Als je geld hebt

Oh, wat is Parijs toch een prettige stad om in te wonen. Als je geld hebt. Oh, wat kun je er lekker langs de Seine slenteren. Als je toerist bent. Oh, wat flonkert die Champs d’Elyssees mooi met al die lichtjes. Als je aan het shoppen bent. En oh, wat is die Eiffeltoren prachtig!!! Als je alleen omhoog kijkt.

Maar er is ook een andere kant aan de ‘mooiste stad ter wereld’. Er is un autre côté aan de ‘capitale de l’amour’, a whole other side aan de ‘city of light’. Welke? Die van de gewone mensen. Nee, niet de mensen zoals u en ik. Gewone mensen.
 
En dan gaan we het niet hebben over de vele duizenden tobbers die zich in een gebrekkig openbaar vervoer dagelijks vanuit de voorsteden naar hun werk moeten zien te vechten en terug. Ja! Gebrekkig, heel gebrekkig openbaar vervoer. Ga maar eens in de spits met de metro of RER, dus niet na het café-croissant-toeristenontbijtje als iedereen al aan het werk is. Maar daar gaat het vandaag niet over. Vandaag hebben we het over … liften.
 
Eerst wat feiten: er zijn 200.000 liften in en rond Parijs. Ze vervoeren dagelijks 100 miljoen mensen. Dat is net zoveel als er dagelijks met de metro en trein gaan. Ze hebben geen last van stakingen. Maar ze zijn dus heel erg vaak kapot, en nee, echt vaker dan elders. Liefst 100.000 mensen stranden er jaarlijks in een lift. Soms voor kortere en soms voor langere tijd. Soms met en soms zonder echte doodsangst. Er gebeuren 2000 ongelukken, waarvan 6 tot 10 heel ernstig of met dodelijke afloop. Elk jaar!
 

Hoe dat komt?


Meer dan de helft van de liften is ouder dan 20-30 jaar, een record voor Europa. Op zich niet erg, maar ze hebben ernstig achterstallig onderhoud. De gemiddelde Franse huis-, flat- en metrobaas laat zijn bezit liever helemaal in elkaar rotten dan een paar centen uit te geven, zelfs een likkie verf wordt zo lang mogelijk uitgesteld. Ja echt, ik kan het weten. Misschien zet ik de foto’s van mijn huurhuis nog weleens op dit blog. Het plafond van de keuken is een topper bij vrienden en kennissen.

 
Achterstallig onderhoud? Mais non! Volgens de Franse vertegenwoordiger van Kone (na Otis wereldwijd de tweede liftenfabrikant) is er iets anders aan de hand: “Ik begrijp het ongemak,” zegt de woordvoerder, “maar ja, er is veel vandalisme hè, en als je met twee benen tegelijk in een lift gaat springen, dan moet je je niet verbazen dat de lift automatisch stopt. Dat is een veiligheidsmaatregel!”
 
Inderdaad, gaan Fransen, dat is bekend, doorgaans huppend de lift in. Het is de Franse variant op het Nederlandse zakkenlopen.
 
Getverderrie, meneer vertegenwoordiger van Kone! Neem nog een stokbroodje en een slokkie wijn. En verslik u niet!
 
Want geloof het of niet, er zijn op dit moment meer dan dertig liften (32 om precies te zijn) die voor twee tot zes maanden (!) gesloten zijn, wachtend op reparatie. De mensen in die flats, vaak heel hoge, zitten dan dus gewoon al die maanden zonder lift. Dommage!
 
De volgende echte verhalen werden begin vorig jaar door Le Parisien opgetekend in een flat die al vier maanden (4 maanden!) zonder lift zit:
 
– 10e etage. Dina Mohammad had gedroomd om voor de eerste Kerst met haar 8-maanden oude baby een kerstboom in huis te halen. Maar het was voor haar onmogelijk om de boom naar boven te slepen.  Ze hebben de feestdagen met zijn drieen doorgebracht; niemand had de moed om bij hen te komen eten. Ze bekent dat ze er van heeft afgezien om fruit en groenten te eten, te zwaar om naar boven te dragen. Het ergste was het toen haar zoontje bronchitis kreeg. Hij had twee keer per dag een behandeling aan huis van de fysiotherapeut nodig. Maar de hulpverlener wilde de trappen niet klimmen en ze moest elke morgen en avond met de baby naar beneden komen.” (eh, een blog over het Franse (para-)medische personeel is in voorbereiding voor deze reeks). 
 
– 11e etage, Eddy Jean, vrachtwagenchauffeur, vader van een baby van 18 maanden: “Ik loop dagelijks 165 treden. Mijn vrouw gaat door de week niet meer uit, ze kan ons kind niet dragen. Ze komen alleen in het weekend buiten als ik er ben om te helpen. Ik zou heel graag verhuizen. Maar dat is onmogelijk. Ik kan mijn meubels niet elf etages naar beneden slepen!”
 
– Malika Lafgar, 58 jaar, al sinds 18 jaar schoonmaakster in dezelfde flat, nu al vier maanden levend in een nachtmerrie. De emmers water worden na elke trap zwaarder. En na drie etages moet ze naar beneden om ze weer te vullen. Op de terugweg neemt ze volle vuilniszakken mee van bejaarden. Ze is op, mensen, ze kan niet meer. Staken mag in Frankrijk, maar dat kost haar geld en “daar krijg ik onze lift niet mee terug”.
 
– en als uitsmijter: als Bah Mimiunetu, een 23-jarige vrouw van Afrikaanse afkomst, boodschappen gaat doen, draagt ze eerst haar baby van 14 maanden in een rugzak naar beneden en gaat dan snel haar baby van 3 maanden halen. Ze blijft soms drie weken (!) binnen. Haar man doet de boodschappen en laat de luiers, melk en flessen water in de auto. Elke avond brengt hij een gedeelte naar boven.

Dit ‘schandaal van de kapotte liften’ werd onthuld door mijn lijfblad “Le Parisien“, mijn bericht stond eerder op drasties, maar dat heeft tot nu toe niet geholpen.
 

Als je parkeert bij dit bord, hoop ik dat je invalide wordt

Over vrijheid en gelijkheid kunnen we het later misschien nog weleens hebben. Maar de zoektocht naar broederschap (v/m) in Frankrijk heb ik inmiddels opgegeven. Als je als werknemer je recht wil krijgen, dan moet je staken. In de winkel wordt er genadeloos voorgedrongen. In de jungle van het verkeer is voorrang geven iets voor mietjes en buitenlanders. En loop alsjeblieft nooit zomaar een zebrapad op, zelfs niet met een kinderwagen. 

Als toerist merk je het niet, maar als expat wel, na een paar jaar: je ziet in Frankrijk vrijwel geen invaliden op straat. Je ziet ze niet op het werk. En je ziet ze niet in het theater of de metro. Invalidenliften zijn er niet of ze zijn goed verstopt. Zelfs goede Franse kennissen generen zich om te vertellen over hun gehandicapte familieleden. Die zijn zwak, zielig en onbelangrijk.

Van de zomer, tijdens een optocht op de Champs d’Elysees, stond het publiek rijen dik. Twee forse vrouwen in regenpakken versperden het blikveld van een meisje in een rolstoel. Ze had al een paar keer vriendelijk gevraagd of ze even opzij wilden gaan. De vrouwen weigerden botweg. Eerst met een schouderophalen en toen door haar toe te bijten “dan had je maar eerder moeten komen.” 

Ik baarde toen veel opzien door de dames op de schouder te tikken. Toen ze zich omdraaiden zei ik ze dat ze problemen met mij zouden krijgen als ze niet aan de kant gingen. Ze deden het. Het gehandicapte meisje was dankbaar. De dames vonden me een onbeschofte buitenlander. Maar het merkwaardigste: ook de omstanders wierpen me afkeurende blikken toe. Tja, een directe Nederlander in een indirect land.

Fatsoen moet je doen? We komen er zelf wel uit? Nee dus. In Frankrijk moet het van boven komen. Dwang. En dit soort verkeerde borden zijn kennelijk nodig. 

 

Eerder verschenen op drasties, in de serie ‘Jammer dat er Fransen wonen’.

 

 

Fullscreen alsjeblieft

Ik bereid me voor op een belangrijke presentatie over mijn werk. De zaal roezemoest in blijde afwachting. Stijf in het pak wacht ik op de eerste rij op mijn beurt.
 
Nadat ik het spreekgestoelte heb beklommen, is er ineens een lichte paniek. Mijn powerpoint-presentatie laadt niet. De technici doen van alles, maar de computer kan mijn slides niet lezen. Uiteindelijk stel ik voor om dan maar snel mijn eigen laptop op de projector aan te sluiten.
 
Waar ik geen rekening mee heb gehouden zie ik even later als de verbinding is gemaakt. Mijn desktop is minutenlang levensgroot zichtbaar voor het belangstellende publiek.
 
“Apiedapie Neuken”,Enge mannen die chatten”, “Apie keihard plassen” zijn enkele bestanden die ik ooit voor het gemak bovenin het scherm had geparkeerd.
 
Schaapachtig grinnikend weet ik de powerpoint na een paar minuten op fullscreen te krijgen.

 
Eerder op drasties verschenen.

Je kunt het overdrijven, dat flossen

kontflossen

Precies de buurman

Het plotselinge overlijden van onze buurman, een krasse zestiger, was voor mijn zoon van elf de eerste kennismaking met de dood. Hij leerde wat het betekent als iemand er definitief niet meer is.
 
Ik vertelde hem ook over begraven, en wat er met het lijk gebeurt. Het langzaam verteren in de grond, het ‘van as tot as’.
 
Een paar maanden na de begrafenis zagen we in de stad een man lopen die erg op de buurman leek. Zelfde houding, zelfde kleding. 
 
“Kijk, pa”, wees mijn zoon, “die man lijkt precies op de buurman”. En hij voegde er snel aan toe: “Toen hij nog leefde natuurlijk”.

 
 
Met dank aan Ad Hok en De Schrijvende Rechter voor hun commentaar op een eerder verschenen versie op drasties.