In Mumbai naderde ik een hotel van de achterkant (5)

Van café Mondegar naar de Gateway of India – een soort van Arc de Triomph maar dan aan zee – was maar een kwartiertje lopen. Zilveren trouwkoetsjes met bloemen reden af en aan alsof er niets gebeurd was.

mumbai taj met koetsjes

Ik naderde het Taj Mahal hotel van de achterkant. Die kant was destijds, zoals je op Google kunt nalezen, door de architect als voorkant bedoeld. Toen de arbeiders, ergens in het begin van de vorige eeuw, ontdekten dat ze de bouwtekening op zijn kop hadden gehouden, was het al te laat geweest. De architect zou in wanhoop uit het raam gesprongen zijn. Zelfmoord vanuit zijn eigen kunstwerk! Dit laatste ging er bij mij niet in. Maar wie weet. Wie zal het zeggen?

mumbai worker

Niet de droevige arbeider die mij nu aanstaarde, aan de voet van een hoop bouwmateriaal. De man was druk bezig met de reconstructie van het symbool van Mumbai’s trots en kracht. Zijn maten deden onduidelijke dingen op een steiger. Misschien was het zijn opa wel geweest destijds die de bouwtekening op zijn kop had gehouden. Maar ik durfde hem niet aan te spreken. Ooit moet het ophouden. en de man had nu wel wat anders aan zijn hoofd. Het had niet veel gescheeld of het hotel had helemaal geen kant meer gehad.

mumbai voorkant

Ik sloeg de hoek om naar de boulevard. En wist meteen waarom ik hier was. Daar, met die monumentale poort in de rug, hadden de tv-camera‘s staan snorren voor hun live plaatjes van het Taj hotel. En daar waren nu mensen bijeen. Bijeen in de allermooiste betekenis van het woord.

mumbai gateway of india

Dit is het vijfde deel uit dit meeslepende feuilleton. In deel 1 begon ik mijn missie in Mumbai, om te kijken of ze al waren opgekrabbeld na de terreuraanslagen, in deel 2 zat ik in de taxi te mijmeren, in deel 3 werd ik eruit gezet en moest ik verder lopen, in deel 4 liep ik aarzelend rond, dronk het een en ander, werd begroet door een meisje aller meisjes, en ik dacht na over waarom ik hier eigenlijk was. Hier in deel 5 lijk ik mijn doel te naderen. We gaan het zien in het zesde deel, dat hier komt te staan.

Alle foto’s zijn zelfgemaakt.

op drasties staat een oerversie van het verhaal, niet zo mooi als deze, dus klik maar niet. ook veel spannender om dat niet te doen.

Drasties nodigt VK-bloggers uit op drasties te komen bloggen

Lieve lezers, in vervolg op mijn blogje van gisteren, hier wat meer informatie. Ik copieer het rechtstreeks van JandeWit’s hoofdartikel op drasties van vanmorgen. Zelf vind ik het de moeite waard om te proberen. Wat het voor mij interessant maakt: mogelijkheid om mijn archief over te hevelen, een bestaande community, maar eentje die nog niet zo groot is dat we zouden worden opgeslokt, een zeer acceptabel aantal bestaande dagelijkse lezers (3000 unique visitors, met grote groeipotentie vanwege onze nieuwe input), en een hoofdredacteur die echt met ons mee wil denken. Bovendien is de site geen eendagsvlieg, is hij niet opgezet voor de commercie maar uit pure liefde voor het vak, en de performance is al bewezen door de samenwerking met de NRC, die andere Nederlandse kwaliteitskrant …
Maar het denken gaat door, I know. We proberen allemaal van alles en nog wat. Ik ook. Hier is de uitnodiging van drasties:

“Drasties nodigt VK-bloggers uit op drasties te komen bloggen. Iedereen is in principe welkom; een aantal bloggers zal persoonlijk worden uitgenodigd.
Wat drasties te bieden heeft, is een levendige gemeenschap van mensen uit binnen- en buitenland (25%) die 24 uur per dag met elkaar communiceert. Mooi meegenomen is dat een flink aantal in meer of mindere mate de Nederlandse taal beheerst.
Er zijn nu tot 3.000 bezoekers per dag en drasties groeit ieder jaar.
Wij zijn zeker niet rechts maar hebben als blog geen (politieke) voorkeur… behalve voor alles wat ons laat lachen, spannend is en kan verbazen.

Hoe het zal gaan?
Uw plaatst zelf uw stuk op de voorpagina van drasties of levert uw ruwe kopij in en wij doen het voor u. Als wij het doen, redigeren wij minimaal typfouten e.d.
Doet u het zelf dan krijgt u toegang tot uw blog op drasties. De rest van het stuk valt te zien via ‘lees verder hier’ en staat geheel op uw blog.
Indien gewenst zorgen wij voor minimale moderatie. Een spamfilter houdt de dagelijkse commercie tegen. Reageren wordt zo gemakkelijk mogelijk gemaakt.
U kunt ook uw oude stukken op het blog in drasties plaatsen. Onze IT-partner zegt dat het mogelijk is.
Tenslotte komt op de voorpagina van drasties ieder blog vermeld te staan, zodat geen enkele bezoeker langdurig naar zijn favoriete blog hoeft te zoeken.

Drasties gaat er heel anders uitzien. Dit zijn de voorlopige plannen.
Boven ieder artikel komt een duidelijke kop waarin de schrijver plus het logo of de avatar van het blog is verwerkt.
De tekst verhuist naar links.
Rechts – eerst b.v. een kolom voor advertenties, koppie koppie, spreuk, enz.
Dan een kolom met directe verwijzing naar de bloggers, de laatste reacties (heel belangrijk op drasties), de rubrieken, de laatste berichten enz.

Overbodige informatie (archief, algemene chatroom o.a.) verdwijnt.

Komen er goede voorstellen van de bloggers dan worden die uitgevoerd want alles gaat in overleg.
De veranderingen worden binnen een maand uitgevoerd, dus ruim voor 1 maart.”

We zijn welkom op drasties

Lieve medebloggers, ik weet niet hoe jullie je voelen, maar ik voel me als een spreeuw, in een grote zwerm, zoekend naar een plekkie, hier en daar neerstrijkend, klaar om weer op te vliegen met de grote groep, want dat is overleven. Temidden van de vele opties op dit moment voor een nieuwe stek, trof ik vanochtend een – voor mij – oude bekende aan: drasties.

De websitebeheerder, JandeWit, een vent van wie we niet veel weten (ik had ooit het plezier hem te mogen interviewen, zie “Jan wil dat we genieten, zonder remmingen”), checkt vandaag bij zijn vaste reageerders wat ze denken van een paar vkbloggers erbij. Hem kennende is dat niet aanschuiven, maar meedoen, je wensen kenbaar maken t.a.v. lay-out, kleuren, rubrieken etc.

Ik copieer hieronder een stukje uit zijn hoofdredactioneel blog van vandaag:

“Iedereen krijgt zijn eigen logo boven ieder stuk dat hij/zij plaatst.
Ieder eigen blog wordt vermeld op de voorpagina van drasties, los van de categorien.
Geen enkele bezoeker hoeft dus nog te zoeken naar hun favoriete blog.

Er is geen censuur of directe controle, er moet slechts aan minimale algemene regels worden voldaan qua presentatie.
Er zijn op drasties al enkele VK-bloggers actief. Apiedapie, Ilona, Vogelman en Ramirezi veelvuldig. Anderen als onder meer Kuifje Simon, rudolfhendriques1 enz. sporadisch. Een voordeel van bloggen hier is dat Drasties zorgt voor moderatie van ongepaste reacties. Drasties heeft een groeiend aantal bezoekers van nu tot zo’n 3.000 per dag.
Graag zou ik een aantal mensen verwelkomen die goed over wetenschap schrijven.
En over religie. Er zitten ook geweldige dichters op het VK-blog. Fotografen zoals Ramirezi die hier al zijn eigen categorie heeft. Apiedapie en Ilona zijn hier begonnen.
Verder denk ik ook aan de VK-cartonisten. En expats, kunstenaars…
Zijn er mensen die zich kritisch bezig houden met het paranormale?=”

drasties logo
___________________________________________________________
Onder de streep (mijn eigen mening dus, van wie heb ik dat afgekeken …?) is:

Het interessante van drasties is dat het al een community is, met brede interesse, voor nederlanders in binnen- en buitenland. Drieduizend echte lezers per dag. Niet irritant commercieel. En bovendien heeft de moderator ruime ervaring met professioneel modereren. Zo heeft hij twee jaar lang op drasties de ikjesmoderatie voor de blogsite van de nrc verzorgd, toen het de nrc boven het hoofd groeide. De nrc-site linkte direct naar drasties. Daarbij is Jan erin geslaagd om een prima balans te vinden tussen modereren en vrijheid blijheid. De nrc, net als de Volkskrant ook aan het zwalken met zijn internetbeleid, heeft vorige week de moderatie weer zelf ter hand genomen. Zolang als het duurt. De site is overigens 100% onafhankelijk.

Ook op drasties zijn zeurkousen natuurlijk niet helemaal te voorkomen, net als hier op het vkblog. En soms strijkt er een troep scheldende paragnosten neer. Maar net zoals hier is negeren het beste medicijn.

De overgrote meerderheid van de reacties en onderlinge babbeltjes is soms net zo leuk of leuker als het bericht zelf. Ik heb drasties altijd de positieve tegenhanger van geen.stijl gevonden. Oprecht geinteresseerd in kunst, drama, poezie, nieuwtjes en het maken van een goede site. De site is dacht ik na geen.stijl ook de tweede in zijn categorie qua bezoekersaantallen en google-ranking in Nederland (maar dat moet JandeWit maar bevestigen of ontkennen, ik dacht dat een keertje te hebben gelezen, maar misschien is dit wel onzin).

Tot zover, je kunt JandeWit mailen via zijn site (linksbovenin: ‘contact us’). 

Bij de nrc maar vooral bij Jan, snik, is het voor mij allemaal begonnen. Ooit. Mijn gemoed schiet vol. Ik ga nu even wenen.

Waar was jij toen je de email las?

Ik zal het nooit vergeten. Ik kreeg het Emailtje van de Hoofdredakteur terwijl ik net lekker door het Nederlandse landschap zoefde, met de Fyra van Rotterdam naar Schiphol. En de blik ging verbaasd van binnen naar buiten …

fyra 1

… vervolgens ongelovig starend in de verte …

fyra2

… om uiteindelijk naar beneden te gaan …

fyra 3

….. het koppie ging naar beneden. Nog steeds. 😦

Volgend jaar blijf ik thuis

Het leek dit keer allemaal zo goed te gaan.  De hele wereld had vertraging en sliep op veldbedden op station en vliegveld. Maar ik vloog keurig op tijd van New York naar Amsterdam.  Er was op Schiphol geen huurauto meer te krijgen, zo vlak voor de Kerst, maar na even geconcentreerd heen en weer bellen tufte ik toch binnen een uurtje met een splinternieuwe Volkswagen Golf richting Noord-Brabant (eerste familiestop).

Heel Nederland klaagde over gladheid en chaos. Maar net op die dag waren de autowegen schoon. Er scheen een helder zonnetje. En ik was in no time waar ik wezen wilde.  Achteraf realiseer ik me wel dat ik een paar keer onaangenaam getroffen werd door iets merkwaardigs langs de weg. Maar ik had er door de jetlag niet echt aandacht aan geschonken.

Toen ik na een paar dagen wakker was, en ook andere familie en vrienden ging bezoeken, kon ik er echter niet meer omheen. Het was overal.  Aanvankelijk was ik verbaasd. Ik dacht dat ik als expat iets had gemist en dat de betekenis me spoedig duidelijk zou worden. Maar gaandeweg begon ik bij elke volgende hardop te zuchten.

En nog weer een paar dagen later, toen bleek dat ze niet alleen in het zuiden en westen van Nederland stonden, maar ook in het noorden en oosten, ging ik echt luidkeels jammeren. Zo kwaad was ik al tijden niet meer geweest. Om iets waar ik helaas niets tegen kon doen.  En niemand van mijn vrienden en familie begreep waar ik me druk om maakte.  Gewenning misschien? Suf gepest? Gaar gebeukt?

Oordeel zelf, dit bord kwam ik op z’n minst elk kwartier tegen, bij op- en afritten. Opritten die ik daardoor van pure ellende miste. En afritten die ik met de ogen dicht voorbij reed.

100% BOB 0% op
Eigen foto, uit rijdende auto (volkswagen golf) genomen. (c) Apiedapie, 2011

Nu is het niet zo dat ik me niet kan voorstellen dat een reclamejongen die met zich zelf zit te brainstormen weleens in opperste verveling en met weinig inspiratie midden op een leeg velletje papier, bovenaan, “bob” kan zetten. En daaronder: strop, kop, op, glaasje op, galop, mop, drop, dop, de dop moet er op, hop hop hop, hij moet om die knop, houten  kop …. dat vind ik niet erg. Het is normaal. Je schrijft voor jezelf dingen op.  Mag!

Maar zorgwekkend wordt het als zo’n jongen of meisje na een dag of wat schaven,  wegstrepen, doorhalen, en opnieuw beginnen uiteindelijk durft op te houden bij “100% bob, 0% op”.

Behoorlijk triest wordt het als het dan kennelijk niemand in zijn omgeving –  vrienden, kennissen, collega’s, mentoren, bazen – opvalt. Of als het opvalt, dat kennelijk niemand in genoemde omgeving ook maar ene vinger uitsteekt om het te stoppen.

Een regelrechte schande wordt het als de opdrachtgever het rijmpje van het reclamebureau aanvaardt (dus er voor gaat betalen!), en er misschien zelfs wel met een selectiecomité tevreden een glaasje champagne op gaat drinken. Hop, weer een ton reclamebudget op.

En ronduit verbijsterend wordt het als het rijmpje echt, in real life dus, op honderden of misschien wel duizenden borden wordt afgedrukt, in kleine bestelautootjes vervoerd, en dat er dan dus kennelijk mensen zijn, echte mensen, vaders, moeders misschien, of kinderen, net het huis uit, aan het begin van een beroepscarriėre, die met hun ziel en zaligheid vierkante gaten in de grond gaan graven,  de palen erin steken, en die borden echt in het openbaar – waar vele miljoenen mensen het dagelijks kunnen zien – neerzetten.

Heeft er dan niemand in Nederland enig schaamtegevoel? Hebben die mensen nog een keer omgekeken na het gedane werk? Durven ze het thuis te vertellen? Gaan ze het volgend jaar weer doen? Ik heb in ieder geval zelden zoveel gedronken als deze feestdagen. Om dit te kunnen vergeten. En volgend jaar blijf ik thuis.

Gelukkig nieuwjaar!

Dat het nog veel erger kan bleek een paar dagen later in belgie, zie “het is klein leed ineens”

Ik ben een meisje

“Niet te dichtbij je gezicht!”
 
’’Als hij het niet doet, dan ga je er NIET naar toe, gewoon laten liggen!’’
 
Het zijn dit soort goede raadgevingen die mij tijdens de laatste week van het jaar het mikpunt maken  van meewarig commentaar van mijn zoon.  Als man kan ik me zijn opwinding bij het vuurwerk best voorstellen. Ik ben zelf ook een jongen geweest. Maar als vader wil ik hem de jaarwisseling ongeschonden zien door komen.
 
“Je bent een rund als je met vuurwerk stunt”, die gouwe ouwe slagzin kwam als vanzelf iedere keer bij me op.  Op ons maakte dat nog indruk.
 
Maar hij weet alles al, heeft zelfs, oh gruwel, op YouTube gezien hoe je verschillend vuurwerk met elkaar combineert, hij is een ‘professional’.
Elf jaar oud. Drie jaar geleden hield hij het nog bij sterretjes. Een veiligheidsbril gaat zeker niet op, want dan lacht iedereen hem uit, zegt hij.
 
Zijn ultieme minachting voor me kwam er vanmorgen uit. Hij liet me niet eens meer uitpraten, maar stormde weg.
 
“Meisje!” riep hij over zijn schouder, “Je bent een meisje!”

Kaarten schrijven kun je leren

Mijn negenjarige zoon verzorgt dit jaar voor het eerst zijn eigen nieuwjaarskaarten. Hij schrijft in perfect Frans voor elk vriendje iets persoonlijks.
 
Prachtig om in deze tijd van email en SMS een jong mens de eerste schreden op het pad van het geschreven woord te zien zetten.
 
Met de kaarten naar Nederland heeft hij meer moeite; hij gaat naar een Franse school en spreekt alleen met mij Nederlands. En wat heeft hij eigenlijk te melden aan zijn verre familie? Alles wat je zoal beleeft, moedig ik hem aan.
 
De postbode komt langs. Mijn zoon laat een enveloppe zien, afkomstig van oom Wim. Nu heb je een voorbeeld, knik ik hem toe.
 
Hij scheurt de enveloppe open, klapt de voorbedrukte kaart uit en laat hem verbouwereerd aan me zien. Rechtsonder in de hoek staat geschreven: “Wim en Annie”.
 
 
 
Eerder verschenen op drasties.
 
 

Op de dood van mijn konein

Ik hield toch al niet van konijnen
            ze zitten met hun snuffertjes te chagrijnen.  

 

                                 Gaan nooit er eens lijnen
                                           vreten het liefst je gordijnen

                                                      van mij mogen ze allemaal verdwijnen.

       Konijn, ik zie je ’t liefste in de grond
                        waar je ooit je worteltjes vond.

                                             Kijk maar uit de konijnenhemel op ons neer
jij huppelt echt nooit meer.

  


(en nu gaan we verder in het Duits)
  

                  Ach Du komisches Tier
                                        hör mal zu, es ist vorüber hier.

     Du bist jetzt ein KO
        NEIN.
 

 

 
 doot konein

 

 

 

 

 Eerder stond dit treurig vers al eens als reactie op drasties Pas teruggevonden,  hopelijk nog op tijd  om opgenomen te

worden in de binnenkort te verschijnen  verzamelbundel “Hard voor de  Natuur”.

 Illustratie: skelet van vrouwelijk konijn. Met dank aan de Plattelandsvereniging Hei, Heg & Hoogeind  te Leende. Zij houden wel van konijnen kennelijk. Mag!

  

In Mumbai voelde ik aan een kogelgaatje (4)

In de deuropening van café Leopold bleef ik aarzelend staan. Binnen in de schemering werd het bier rondgedragen en zaten de toeristen te babbelen. Ik raakte de marmeren steenplaat aan. En de vijf onbetekenende witte putjes steengruis. Kogelgaten. Maar dat moest je weten. Kogelgaten zijn in feite onbetekende putjes. Ook als ze in een mensenlijf zitten. 
 
Een politieman stond op wacht, stoer en imponerend. Ik dacht aan een verdronken kalf en een put en ging naar binnen. Bij het passeren zag ik dat de agent angstig keek.
 
mumbai leopold kogelgaten
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

Met onzekere stap liep ik door de bar. Wat moest ik hier? Ik was nooit in Leopold geweest. Moest ik hier nu ineens wel gaan zitten en iets drinken? En me dan griezelend voorstellen hoe het nog geen twee maanden geleden was gegaan? Toen ineens een groepje terroristen uit een busje kwam stormen en begon te knallen? Het gegil? Het ongeloof? De omgevallen stoelen en het versplinterde glas? Waar was ik naar op zoek? Was het de sensatie die me dreef?

Een toerist in een wit polo-shirt keek me aan. Zestiger, het gezicht verdroogd door de zon en de alcohol. Raar petje op. Australiër. Of hij niet wist wat hier gebeurd was, kon ik niet nalaten te vragen. En hoe hij hier nu rustig zijn biertje kon drinken? So what, schouderophaalde de man, rijd jij nooit meer door de straat waar een ongeluk is gebeurd? Kun je je lol op! En hier komen ze niet meer terug. Dit is nu de veiligste plek van Bombay!

mumbai cafe van binnen

 
Ik ging toch liever naar café Mondegar om de hoek, mijn geliefde stekkie van vroeger. Ik nam een lassi salt en begon over mezelf na te denken. Wat was ik hier eigenlijk aan het doen? Wilde ik me hullen in een deken van vroegere dromen? En wat had dat met die terroristen te maken? Waarom moest ik dit met eigen ogen gaan zien?
 
Een wel heel erg mooi meisje aan een belendend tafeltje keek op van haar sms’jes en knikte me toe. Ik keek verbaasd achter me, maar knikte toen glimlachend terug. OMG! Je kunt wel zien dat we in de stad van de Bollywood studio’s zijn, dacht ik. Wat een onvoorstelbaar mooie meid! Even leek het alsof de wereld stil stond.

mumbai mondegar meisje met balkje

 
Maar ik had mezelf weer snel in de hand.  Ik had een missie. Ik had iets te doen. Al wist ik dan nog niet wat. 
 
Mijn lassi was zo verschrikkelijk zout dat ik een vies gezicht trok. Het meisje keek me verbaasd, bijna bezeerd aan, leek het wel. Maar ik had geen tijd voor nog meer gesprekken. Ik stond resoluut op …
 
  
Dit is een vervolgverhaal in een stuk of wat delen. In deel 1 kwam ik aan, in deel 2 zat ik in de taxi, in deel 3 werd ik de taxi uitgezet en nu zit ik lekker in het cafe. Deel 5 staat  hier.
  
Alle foto’s van eigen hand. Het meisje op de foto hierboven is nietsvermoedend, ze hoort er niet bij, zij was het Niet! Later zal duidelijk worden waarom ik dit zo beklemtoon.

Een ruwe eerdere versie van dit verhaal stond eerder op drasties, aanklikken niet aangeraden, want dan is het niet spannend meer, en bovendien loopt het hier anders af, hier wordt de ware toedracht onthuld.

Inktvissen zijn vieze glibberbeesten

Inktvissen zijn vieze glibberbeesten

 

 

slechts goed voor bruiloften en feesten

 

 

 als ze goed verhit en gewenteld in de frituur

  

in ringen worden opgediend na elf uur.

 

 

zeekat van ramirezi

Eerder verschenen op drasties, uit de bundel Hard voor de Natuur (voorpublicatie) ©2010 Apiedapie, het inspirerende plaatje zoals zo vaak weer van multitalent ramirezi