For Bob Laurel

He was just a guy. I used to meet him at the swimming pool. We chatted in the dressing room, we exchanged a few words under the shower or we small talked in the hot tub. I did not even know his name.

He was not happy. He seemed lonely. He had back problems. And he had, like so many Americans nowadays, serious financial problems. Two jobs, sometimes three. Things did not go well, he used to say. And on top of that I learnt that he had to sue his own brother over the return of a significant sum of money.

He had given his savings to his brother many years ago so that he could invest it for him. His brother run a small financial services company. But now he needed the money back. His brother refused to return the funds, and after half a year of an increasingly unpleasant process of promising and forgetting …. his brother actually blamed hìm for wanting the money back, saying “you are selfish, you live alone, but I need this money for my kids”. Having to sue my own brother, he said, is actually more painful than the fight for the money itself. And he shrugged, smiled and walked out. I took the story with me in the car, drove home and then forgot about it.

Well, today I overheard somebody in the dressing room saying that the guy had passed away. Three weeks ago. On a Saturday afternoon, 1PM, after his shift, without saying anything he drove away from the shop where he worked. He headed for the highest bridge in town, parked his car and jumped off. He died in the hospital. His name was Bob Laurel. Two days later he would have turned 47 years old.

Back home I searched his name on the on-line obituaries, found it back, and for the first time I learnt about his family and friends. He did indeed not have many. I browsed through the guest book. Only 23 entries. His friends – mostly colleagues – praise his warmth and kindness, saying things like “always a smile on his face” and “he was nice to talk to”.

Only survivor is one brother, I read. People are “sorry for his loss”, their “prayers are with him in this time of grief”, and “at this difficult time may you remember only the good times”. Yeah. Right. Sure.

Bob Laurel, may you rest in peace.

Here is the Dutch version/hier is de Nederlandse versie

Apiedapie drinkt espresso met Ernest van der Kwast

“Ik houd niet van koffie”, zegt de columnist en gooit het kopje in een beweging leeg. Waar hij wel van houdt? Masala chai. “Maar daar krijg je de tongen niet mee los”.

Van der Kwast zegt zich niets aan te trekken van de kritiek op zijn nieuwe columns op de site van de NRC. « Stelletje randdebielen die reagluurders, ik schrijf ze stuk voor stuk kapot ». Hij zegt het met een ontwapenende glimlach. Dat hij één cent krijgt per bezoeker doet hem niet zo veel. “Ik geef het allemaal weg aan goede doelen: mijn vriendin, een broertje, en de hond krijgt tegenwoordig wat vaker vlees”. Dat de negatieve commentaren de boventoon voeren is de schuld van de NRC. In het begin schreven kennissen, familie, vrienden en Ernest zelf de lovende commentaren, maar die IP-adressen worden nu volgens Van der Kwast geblokkeerd. Flauw, als het waar is.

Tja, soms zijn stukjes gewoon mooier als er mensen klappen, zegt hij. Toch ineens verlegen. Leuke vent eigenlijk. Hij vertrouwt me toe dat hij schrijft omdat hij geen vrouw kan vinden die hem gelukkig kan maken. Hij is nog altijd niet gelukkig. We knabbelen genoeglijk aan een koekje, en weten verder niets meer te zeggen. Als ik jou was, dan had ik nu weer een paar centen verdiend, lach ik. Maar dat vindt hij niet grappig.

Het is lente, de knopjes zitten aan de bomen

Het is lente. Ik wijs mijn zoontje een boom aan, die al volop in de knop zit, en vertel hem dat daar binnenkort bloemetjes aan gaan komen. Hij kijkt onderzoekend naar de beginnende roze bloesem.

“Hoe weet je dat?” vraagt hij.

Ik zeg dat je dat aan de knoppen kunt zien. Hij gaat naar de boom toe, kijkt onderzoekend van onder naar boven, van boven naar onder, aan de achterkant, weer terug naar de voorkant… en draait zich uiteindelijk vragend naar me om.

Hoe ik dat bedoel. Een knopje?

“Waar zit dat dan?”

Eerder op drasties, ook op vkblog, en via dit blog op OBA, met dank aan Assyke voor haar oproep.

En toch was het een mooi gezicht zo’n tagwolkje

actualiteit actualiteiten actualities actualité afscheid apiedapie de tantes democratie dresden duitsland eerste kamer egypte film foto fotografie friesland geert wilders groen links groningen humor israel kinderen kunst leven en muziek libië liefde literatuur mubarak muziek nederland oba onderwijs politiek portret pvv rotterdam stripman utrecht verkiezingen vk blog vk-blog vkblog volkskrant

Ik heb die “tagcloud” of dat “trefwoordenwolkje” altijd een fascinerend gezicht gevonden. Het betekent helemaal niets. Het zegt absoluut niets. Maar ik vond het altijd mooi om naar te kijken. Die tagjes die groter worden, krimpen, wegvallen en weer opkomen …

Dit printscreen heb ik zojuist gemaakt. Ik heb mijn “apiedapie” de afgelopen twee maanden zien wegsmelten, en dit zou weleens de allerlaatste keer kunnen zijn, vandaag, dat hij er nog opstaat.

Ik zie “actualiteit: afscheid apiedapie”. Toeval? Tuurlijk. Maar zo is het, daar op dat vkblog tenminste.

See you at https://apiedapie.wordpress.com

Ik wil een smurf knuffelen …

… en geloof me, die neiging heb ik nog nooit gehad. Een hele dikke knuffel krijgt die smurf van me. Met een passie die ‘ik moest een schaap een tongzoen geven’ van Dorrestijn in de schaduw stelt.

Knuffelsmurf: bedankt! Jij bent, toen de email van de Volkskrant kwam, gewoon aan de slag gegaan, niet alleen voor jezelf, maar voor iedereen. Geen woorden, maar daden. Prachtig gewoon. Je tool is goed, de handleiding prima en de ondersteuning, ook van Ina … daar kan elke helpdesk heel veel van leren.

Ik heb gisterenavond de migratie afgerond, was een eitje, en ik ben vanaf vandaag volledig ingericht hier op mijn nieuwe stek op wordpress (mijn oude stek was het Volkskrantblog).

Nu de bezoekers nog …. welkom dus!

Morgen is het de hele dag Valentijnsdag op Apie’s blog

Joepie, we mogen meedenken over een Bloggers Paradijs

Zie JandeWit’s artikel over de voortgang bij het restylen van drasties: “Er wordt hard gewerkt aan een nieuw Bloggers Paradijs”. Hij nodigt iedereen uit om mee te denken. In het openbaar, niet achter gesloten deuren, maar gewoon waar het hoort: op de site zelf. En hij houdt ons op de hoogte van de voortgang.

Je bouwt, als ik het goed begrijp, in feite mee aan je eigen bloggerssite. Eh, als Jan luistert natuurlijk, en ook genoeg centjes heeft … Ook lekker spannend (James Bond is er niets bij): het wordt gedaan door een Rus die in Amerika heeft gewoond en door een webbeheerder die met zijn gezin in Thailand woont … Zelfs delen van het contract staan letterlijk op zijn site!

Mijn favoriet: “Our desire is to delight the client. One way is to make clear our understandings with each other.” stoer

Maar alle gekheid op een stokje: drasties is een drukbezochte site, waar altijd wat te doen is.

Je moet stevig in je schoenen staan, zoals paco painter bijvoorbeeld al heeft gemerkt, en cor verhoef, niet alleen je stukjes maar zelfs je foto’s kunnen door zelfbenoemde rechters en jury’s beoordeeld en door een enkeling zelfs worden herbewerkt (re:pix)  .. je moet er maar tegenkunnen, zie die van henk bijvoorbeeld of lidy broersma

Hm, ramirezi laten ze meestal met rust, afgezien van wat pretgedichtjes op zijn dieren  … maar het is spannend daar, je moet op je tenen lopen, en de sfeer is – als je door een paar verzuurde reageerders heen kunt prikken (lees: negeren of terugmeppen) – doorgaans vriendelijk, en soms absurd.

JandeWit is de onsympathieke founding father van drasties, een internationale website voor en door Nederlanders in den vreemde en in het binnenland. Jan woont met zijn gezin in Thailand en is afkomstig uit Brabant. zie een diepte-interview dat ik zelf met hem heb mogen hebben, twee jaar geleden, over zijn achtergronden en beweegredenen.

toikje logo

Bijna dood in de Australische woestijn

Een gescheiden vader gaat samen met zijn 5-jarige dochter kamperen, ergens heel diep in de Australische woestijn. Hun auto vliegt in de brand. Ze zijn honderden kilometers van de bewoonde wereld. Ze hebben alleen maar wat water en ze lopen in de brandende zon tegen beter weten in te dwalen. ’s Nachts schuilen ze huiverend bij elkaar. Het duurt al zeven dagen en nachten. Het einde is nabij.

Het meisje zakt in elkaar. De vader weet dat zij niet lang meer te leven heeft. Zelf kan hij ook niet meer. Het water is op. De zon brandt genadeloos. En ze hebben al die tijd niets gegeten. Dan horen ze een helikopter, de man zwaait met zijn hemd, schreeuwt met schorre stem tegen de hemel … maar de helikopter vliegt weg. Geschokt draait mijn zoon zich om: “Nu is het afgelopen!” zegt hij in wanhoop, “dat was hun laatste kans”.

Ik kijk met hem naar een episode van “I shouldn’t be alive“, een tv-serie op Animal Planet over mensen die aan de dood ontsnapt zijn. Ze spelen zich meestal af in de vrije natuur – met lawines, schipbreuken, bosbranden of andere rampen – en laten zien hoe de hoofdpersonen het nèt redden. Gebaseerd op echte gebeurtenissen.

Het is deze keer wel heel confronterend. Ik zie aan mijn zoon dat hij de spanning nauwelijks meer trekt en ik overweeg om naar een andere zender te zappen. Het gaat over een vader met zijn kind. Mijn zoon vereenzelvigt zich te veel met het meisje. En ik met de vader, als ik eerlijk ben.

Uiteindelijk zakt de vader door de knieën en graaft in uiterste wanhoop met zijn blote handen een ondiepe kuil, om zijn stervende dochter nog een beetje schaduw te bieden. Mijn zoon draait zich diepgeschokt naar me om. “Dat kan haar graf zijn, papa!” roept hij uit. Dat zat ik me net ook te bedenken. Zo treurig. Zo erg. Ik moet dit afzetten.

De vader graaft huilend door. Het meisje beweegt niet meer … ineens draait mijn zoon zich naar me om. Zijn gezicht is een en al opwinding, verrukking en heel grote opluchting.

“Papa!” zegt hij nadrukkelijk en met een stralende lach die je alleen maar hebt als je net iets groots hebt ontdekt, “als ze gefilmd worden … dan zijn ze niet alleen! Er is een cameraman bij! Die kan ze redden!!”

de trailer staat hier:
a dad’s worst nightmare

Smerige poten aan de Seine

Terwijl ik langs de Seine jog, springt een grote hond blaffend tegen me op. Zijn smerige poten bevuilen mijn beige Puma trainingsbroek. De eigenaar staat een eindje verderop en kijkt ernaar. Hij roept de hond niet eens terug.

Als ik hem passeer wijs ik op mijn besmeurde broek en kan het niet laten hartelijk “merci!” te roepen. De man ontsteekt in woede en wil me demonstratief een bankbiljet voor de stomerij overhandigen.


Dat dit voor mij niet hoeft, maar dat ik alleen hoop dat hij zijn hond in het vervolg aan de lijn houdt als er een jogger aankomt, en dat hij toch op zijn minst ’sorry’ had kunnen zeggen …. daar snapt hij niets van. Hij is witheet. Echt gebeurd. Tja, directe Nederlander in een indirect land.

Eerder in iets andere vorm verschenen op drasties, in de serie “Jammer dat er Fransen wonen”. Foto boven: iemand anders. 

Ik houd niet van de nacht

Ik houd niet van de nacht

Er is niemand die op me wacht

Mijn nare dromen verzacht

Om mijn snurken lacht

Ik knijp de ogen dicht

Uit alle macht.